Stad & Land – Etappe 6

Deventer – Drie (105km)

De laatste etappe leidt van Hanzestad Deventer door de Hanzesteden Elburg en Harderwijk om dan aan het einde naar het oosten af te buigen richting de eindbestemming in Drie.

KmTypeBeschrijving
295,5Jeff’s Farmhouse
296🏕️16. De Polmate
296,5Campspace ’t Swarte Peerd
298🛏️B&B De Matanze
298,5Brasserie Kriebels
299Campspace De Meintjes
305🅿️Opstapplaats Carpool Vaasen (A50)
309🏰Kasteel Cannenburch
309’t Koetshuis
315,5🏕️17. De Toekomst
320🍦🅿️IJswagen Gortel Rozenboom
325Diverse resaturants en cafes
325🛏️De Foreesten
325🛏️De Vossenberg
325,5🅿️Opstapplaats Vierhouten
326🛏️Fletcher De Mallejan
328🛏️Villa Woudstee
333🏊‍♀️De Zandenplas
333,5🅿️Opstapplaats Zandenbos (A28)
335🏕️18. Nieuw Soerel
335🅿️Opstapplaats Pas-Opweg
340,5🅿️Opstapplaats Gortelseweg
349Diverse resaturants en cafes
349,5🚉🅿️Station ’t Harde
352🏰Zwaluwenburg
353,5🏰Schouwenburg
356🏕️19. Landgoed Old Putten
357,5Diverse resaturants en cafes
357,5🗝️Elburg
358🍺Brouwerij Vos
358🛏️De Kleine Vesting
360🏛️Sint-Ludgeruskerk
363De Vlierefluiter
365🍦IJsboerderij Bonestroo
375⛺☕De Peperkamp
383🗝️Harderwijk
384🚉🅿️Station Harderwijk
385🏊‍♀️Zuiderzeestrand
389,5🚉🅿️Station Ermelo
390Diverse resaturants en cafes
392,5🏕️20. Veluwe Bush Camp
de mini-woestijn Beekhuizerzand bij Harderwijk

Stad & Land – Etappe 5

Beltrum – Deventer (64km)

Tussen Beltrum en Deventer kom je in etappe 5 heel wat moois tegen. Het is nog steeds genieten van het afwisselende landschap en plaatsen als Borculo, Lochem en natuurlijk Deventer zorgen voor de nodige afstapmomenten.

KmTypeBeschrijving
231🏕️12. ’t Scharreveld
234Oetdoor (geen natuurkampeerterrein, wel leuk)
235🏊‍♀️Borculo
237,5🍺Proeflokaal01
237,5Campspace Borculo
241🏊‍♀️Galgenveld
241,5🏛️☕Boerderijmuseum De Lebbenbrugge
247t Fleerhof
251🏕️🛏️13. Olthuys
256NTKC Valkenbelt
260🛏️Fletcher De Lochemse Heuvels
261🛏️Fletcher De Scheperkamp
262,5Diverse resaturants en cafes
263,5🚉🅿️Station Lochem
265🏰Kasteel Ampsen
268Lieftink
271🛏️De Achterhoek
271Diverse resaturants en cafes
272🏕️14. Nijveld
275🏕️🏊‍♀️15. De Vrolijk
277☕🛏️Gebakhuus
289🅿️Opstapplaats Carpool Deventer (A1)
290Fietslokaal De Meet
290,5🚉Station Deventer
291Diverse resaturants en cafes
292⛴️Deventer De Welle – De Worp
292,5Stadscamping Deventer
Deventer

Stad & Land – Etappe 4

Lichtenvoorde – Beltrum (47km)

In etappe 4 bereik je het meest oostelijke puntje van de route en heb je nog net niet je paspoort nodig. De route loopt door Winterswijk en Groenlo. Vooral Groenlo is het afstappen waard.

KmTypeBeschrijving
185Beneman
188Minicamping ’t Voorde
189,5Theetuin Krossenbrink
192🅿️Opstapplaats Rommelgebergte
195Diverse resaturants en cafes
200,5🏕️11. Lutje Kössink
202,5NTKC Masterveld
217Haak en Hoek
220,5🍺Brouwersnös
227,5🅿️Opstapplaats Beltrum
De Achterhoek

Stad & Land – Etappe 3

Doesburg – Lichtenvoorde (43km)

Met de derde etappe duiken we duidelijk de Achterhoek in. Het landschap is nu duidelijk meer agrarisch en de koffiestops komen wat minder frequent. Na alle bossen van de Veluwe is dit landschap wel weer een mooie afwisseling. In Doetinchem kun je rustig bijkomen in wielercafe ‘Parijs is nog ver’.

KmTypeBeschrijving
144,5🅿️Opstapplaats Hoog Keppel
151,5🏰Kasteel De Kelder
154Wielercafe Parijs is nog ver
155,5🚉Doetinchem
156De Vijverberg (De Graafschap)
157🅿️Opstapplaats Koekendaal
160,5🏕️8. Pluk de Dag
162🏰Kasteel Slangenburg
163🏕️9. Distelheide
169,5🏕️10. Hessenoord
175🔭Vennebulten
181Diverse resaturants en cafes
Schaapskooi en uitkijktoren Vennebulten

Stad & Land – Etappe 2

Harskamp – Doesburg (98km)

De tweede etappe strekt zich voor het grootste deel uit over de Veluwe om aan het eind de IJssel over te steken naar de prachtige stadjes Bronkhorst en Doesburg.

En je komt noga wat tegen onderweg. En dan bedoel ik niet alleen de nodige Horeca. Kastelen, musea, monumenten, oorlogsgraven, bierbrouwerijen, uitzichtpunten en een complete dierentuin.

Om niet voor een onaangename verrassing komen te staan vermeld ik maar even dat de etappe over de Posbank loopt. Tandje terug en rustig aan, in de wetenschap dat er aan het einde van de etappe goed bier wacht.

KmTypeBeschrijving
40,5🅿️Opstapplaats Molenweg Harskamp
42SVR Camping  Het Kikkergat
43,5🏛️Het Rode Kruis Monument
44🅿️Opstapplaats Otterlo
44☕🛏️Hotel Kruller
45🏕️3. Beek en Hei
48De Mossel
53Planken Wambuis
53🅿️Opstapplaats Planken Wambuis
55🛏️De Buunderkamp
60🏕️4. De Bosbeek
61,5🏕️5. Landgoed Quadenoord
63Airborne
68🅿️Opstapplaats P+R Station Wolfheze (A12/A50)
68🚉Wolfheze
68Pannenkoekenhuis De Tijd
72🪦Oorlogs Begraafplaats Oosterbeek
77,5🐘Burgers Zoo
77,5🏛️Nederlands Openlucht Museum
82🅿️Opstapplaats Wageningse Hek
82,5🏰Kasteel Rosendael
88🅿️Opstapplaats Posbank
89🔭Posbank
89De Posbank
89🏛️De Natuurtafel/ Bezoekerscentrum Veluwezoom
97🔭De Elsberg
105🏕️6. Zegenoord
106,5Bike & Eat
108De Korenmolen
108🛏️Hotel Huis te Eerbeek
112,5🏕️7. Het Hallse Hull
118🏰Kasteel Groot Engelenburg
119🚉Brummen
119🅿️Opstapplaats Brummen
120Diverse resaturants en cafes
120🚲Bike Totaal Bleumink
121🏰Spaensweerd
121,5⛴️Bronkhorsterveer
123🗝️Bronkhorst
126,5🍺Bronckhorster Brouwerij
132Brasserie Havenzicht
138🗝️Doesburg
138🚲Sonneveld Rijwielen
154Diverse resaturants en cafes
138🍺Stadsbierhuys De Waag

Planken Wambuis

Een wambuis is een kledingstuk dat niet bij veel mensen in de kast zal hangen. Het is een historisch, vaak gewatteerd mannenbovenkleed uit de middeleeuwen tot de 17e eeuw, gedragen tussen de hals en het middel (soms tot op de heupen).

Een planken wambuis zou kunnen refereren aan een eenvoudige hut. Niet veel groter dan een wambuis, maar dan van hout. Met dat idee zou het ook kunnen verwijzen naar een doodskist. Toch is het waarschijnlijker dat het verwijst naar een houten hut waar later een herberg is verrezen. De herberg kwam op de plek van ‘de planken wambuis’ en ging in ieder geval in de volksmond dus zo heten.

Restaurant Planken Wambuis

Het huidige restaurant Planken Wambuis is in 1926 gebouwd op de plek van de oude herberg. Het gebied eromheen heette oorspronkelijk Reemsterveld, maar is in de loop van de tijd de naam van de herberg gaan dragen. Planken Wambuis is een prachtig natuurgebied op de Veluwe.

Erebegraafplaats Oosterbeek

Anders dan de Amerikanen, die er de voorkeur aan gaven al hun gesneuvelden zoveel mogelijk op een centrale begraafplaats bijeen te brengen, huldigden de Britten de opvatting, dat de gevallenen een laatste rustplaats moesten krijgen die dichtbij de plaats lag waar zij sneuvelden. Dit verschil in opvatting verklaart waarom ons land slechts één Amerikaans militair ereveld telt en meerdere Britse, terwijl ook nog een groot aantal militairen – met name vliegtuigbemanningen – uit het British Empire op burgerbegraafplaatsen door het gehele land liggen. Dat er in de omgeving van Arnhem – Oosterbeek een Britse militaire begraafplaats zou komen, lag gezien de aanmerkelijke verliezen die daar in september 1944 en in april 1945 werden geleden, wel voor de hand.

Bronkhorst

De naam Bronckhorst was vroeger een begrip dat de samenging met strijd en onlust. In de 14e eeuw stonden de Bronckhorsten tegenover de Heeckerens in de Gelderse burgeroorlog. Beide partijen werden gesteund door een wisselend verbond van edelen en steden. Deze oorlog betrof niet alleen de adel maar werd ook ingegeven door sociale spanningen. Het was de tijd van veranderende krachtsverhoudingen tussen adel, kerk en burgerij. Ook elders in Nederland waren soortgelijke twisten. Dit leidde aan het eind van de 14e eeuw tot grotere invloed van de steden die een bemiddelende rol hadden gespeeld bij de twisten; in deze regio de Gelderse kwartierhoofdstad Zutphen. Bij de herindeling van de gemeenten ten tijde van Keizer Napoleon werd Bronckhorst onder bestuur van Steenderen gesteld. De stad werd in 1813 door Willen I weer zelfstandig gemaakt, maar in 1817 opnieuw herenigd met Steenderen. Anno 2005 telt Bronckhorst ca 155 inwoners, waarmee het de kleinste stad van Nederland is. De stad Bronkhorst valt vanaf 1 januari 2005 onder de gemeente Bronckhorst. Deze gemeente is ontstaan door het samenvoegen van de volgende gemeenten: Hengelo, Hummelo & Keppel, Steenderen, Vorden en Zelhelm. De gemeente telt ongeveer 38.000 inwoners, heeft een oppervlakte van ca 30.000 hectare en is daarmee de grootste plattelandsgemeente van Nederland.

Bronkhorst in de gemeente Bronckhorst

Doesburg

Als je de geschiednis van Doesburg induikt kom je markante namen tegen. Want wie heet er tegenwoordig nog Wemberich van Bergchem, Frederick Alexander Adolf Gregory of Theodoor Adriaan Christiaan Colenbrander?

Iets recenter is de naam Johan Bernard Ubbink tegen. Naast zevende in de rij Ubbink was hij in de Tweede Wereldoorlog Engelandvaarder en geheim agent en raakte verwikkeld in het zogenaamde Englandspiel.

In de nacht van 30 november op 1 december 1942 vertrokken Ubbink en Herman Overes met een bommenwerper naar Nederland. Ze werden bij Leersum geparachuteerd, samen met zes containers en twee radiosets. Het ontvangstcomité werkte echter voor de Sicherheitsdienst (SD). Ze waren slachtoffer geworden van het Englandspiel. Ubbink en Overes werden in Den Haag door de SD ondervraagd. Daarbij bleek dat de Duitsers van alles op de hoogte waren. Op 4 december 1942 werd Ubbink naar Kamp Haaren gebracht. Tien weken later werd Overes zijn celgenoot.

Op 31 augustus is Ubbink met Pieter Dourlein ontsnapt. Ze liepen naar Tilburg, waar een priester hen in contact bracht met Van Bilsen, een voormalig politiechef die in het verzet zat. Via een geheime zender lieten ze Engeland weten wat er gebeurd was. Ubbink en Dourlein gingen via Zwitserland naar Spanje en vlogen van daar op 1 februari 1944 naar Engeland. Na aankomst werden zij verhoord en aanvankelijk zelfs vastgezet op verdenking van contraspionage.

Doesburg

Burgers Zoo

Pas op voor buren die fazanten in hun achtertuin houden. Voor je het weet lopen er olifanten, tijgers en orang-oetans rond. Johan Burgers hield als hobby fazanten. Die hobby is inmiddels uitgegroeid tot een 45-hectare groot professioneel dierenpark met het predicaat Koninklijk.

En misschien – als je net zoals ik ‘net’ de dertig voorbij bent – ken je Antoon van Hooff nog wel. Een dochter van Johan Burgers trouwt met een van Hooff en de rest is geschiedenis.

Nederlands Openlucht Museum

Er komt geen eind aan deze etappe. Heb je net de uitgang van de jungle gevonden en is je navigatie systeem weer net uit de slaapstand, blunder je tegen het volgende onvermijdelijke, niet te missen en grootschalige bezienswaardigheid aan. Het Nederlands Openlucht Museum.

Het is alles wat in de openbare ruimte Nederland tot Nederland maakt in compacte vorm. Leuk voor de haastige Amerikaan, maar waar bij de oprichting gevreesd werd voor de teloorgang van sommige Nederlandse pareltjes, blijkt in praktijk dat de originelen vaak bijzonder goed geconserveerd zijn. Amsterdam zou je in die zin ook een openlucht museum kunnen noemen.

Dus opdoeken en er een woonwijk neerplempen? Nou nee, het is als promo van Nederland nog steeds waardevol voor Duitsers en talloze andere buitenlanders die ‘een brug te ver’ zijn en na het herdenken van hun voorouders nog een vleugje Nederlandse cultuur willen opsnuiven.

Kasteel Rosendael

Wat moet ik zeggen. Als ik onderstaande video bekijk en vooral beluister dan komt het woord ‘voornaam’ naar boven. Of zoals mijn studerende kinderen zouden zeggen ‘prominent’.

Het is natuurlijke een mooi gebouw met geschiedenis. Zeker een kiekje waard en waarschijnlijk een prachtige trouwgelegenheid voor een ‘prominent’ stel. Maar na Burgers Zoo en het Nederlands Openlucht Museum ben je wel toe aan natuurkampeerterrein Zegenoord.

Dan moet ik je teleurstellen, want je zal eerst de Posbank nog moeten bedwingen.

Hotel Huis te Eerbeek

Het is ‘maar’ een Fletcher hotel, maar wel eentje die prachtig gelegen is aan de rand van Eerbeek. En als je niet direct met het avondeten vast zit aan het hotel, kun je zeer goed terecht in het nabij gelegen restaurant De Korenmolen.

Het hotel zelf is een jaren 80, jaren 90 gebouw, maar het ligt naast het oude Huis te Eerbeek dat nog in gebruik is voor feesten en partijen.

Huis te Eerbeek (📷 Marc Zijlstra)

Stad & Land – Etappe 1

Drie – Harskamp (40km)

Vanuit startpunt natuurkampeerterrein Drie gaat de eerste etappe volledig over de Veluwe. Je komt veel bossen tegen, maar ook stukken heide en natuurlijk het pittoreske dorpje Hoog Soeren. Midden op de heide rijdt je tegen het imposante gebouw van Radio Kootwijk aan.

Km Type Beschrijving
0 🏕️ 1. Drie
0,5 Boshuis Drie
1 🅿️ Opstapplaats Drieseberg
5 🐎 Nationaal Hypisch Centrum
7,5 🏊‍♂️☕ Buitenplaats Het Loo
14 Het Aardhuis
16,5 🏡⛪ Hoog Soeren
16,5 🅿️ Opstapplaats Hoog Soeren
16,5 Het Jachthuis
16,5 🛏️ Boetique Hotel Nr15 
20,5 Halte Assel
24,5 🏛️ Radio Kootwijk
29 🅿️ Kootwijkerduin (A1)
29,5 Pannenkoekenhuis Kootwijkerduin
31 ☕🛏️ Gasterij ’t Hilletje
32 🏕️ 2. Zanderdennen
33 🅿️ Opstapplaats Houtvester van ’t Hofweg
36 Harskamperdennen
36 🅿️ Opstapplaats Harskamp
40 🚲 Hoi Tweewielers
40 De Vergulde Leeuw

Het Uddelermeer

Het Uddelermeer is het grootste bekende pingoruïne op de Veluwe. In het geval van het Uddelmeer gebeurde dit tijdens het Saalien, een van de laatste ijstijden. Na het smelten van de ijskern bleef alleen het gat over dat tegenwoordig het meer vormt. Het meer heeft een diepte van circa 17 meter. Het smeltwaterdal ligt ingeklemd tussen de stuwwallen van Ermelo en Apeldoorn.

Doordat het Uddelermeer in een relatief droog gebied ligt is het gebied rond het Uddelermeer mogelijk al in de ijzertijd gecultiveerd. Zeker is in ieder geval dat vanaf de 7e eeuw in de omgeving ijzer werd geproduceerd. Ten oosten van het meer ligt de Hunenschans, een verdedigingswerk uit vermoedelijk de tiende eeuw.

De oudst bekende vermelding is uit 792-793 als het in een schenkingsoorkonde vermeld wordt als ‘Uttiloch’. Een oorkonde uit 950 waarin een schenking van Keizer Otto I de Grote aan het klooster Engern is vastgelegd heeft vermoedelijk ook betrekking op het Uddelermeer.

Als je wat minder van de geschiedenis bent; Je kunt ook gewoon heerlijk zwemmen in het meer.

Aardhuispark

Het Aardhuispark is een prachtig stuk natuur rondom Het Aardhuis. In het Aardhuispark is gemarkeerde route uitgezet van 3 km. Ideaal voor een korte wandeling of om even tot rust te komen. Met wat geluk zie je edelherten en damherten. In Het Aardhuis kun je terecht om iets te eten en te drinken. Op de eerste verdieping vind je het bezoekerscentrum van Kroondomein Het Loo.

Hoog Soeren

Misschien het het mooiste dorp op de Veluwe ligt te midden van de zuidelijke bossen van de Koninklijke Houtvesterij Het Loo. Hoog Soeren ligt prachtig in een glooiend landschap met een fraai en beschermd dorpsgezicht van boerderijen een leuk wit kerkje en niet onbelangrijk een Jachthuis waar je kunt genieten van een drankje op het terras of in het sfeervolle Jachthuis zelf. Voor de hongerige en koolhydraat slurpende fietser is er ook een pannenkoekenhuis met de toepasselijke naam Berg en Dal. 

De belangrijkste bezienswaardigheden van het dorp zijn de kapel uit 1904, het beeld “Paula in kamerjas” van Maïté Duval en de verschillende historische in de typische stijl uit het begin van de vorige eeuw. Schuin tegenover de ingang van de Golfbaan ligt de brandweerkazerne van Hoog Soeren. Deze is nog gevestigd in een historisch oude houten schuur, zoals er meerdere in het dorp te vinden zijn. Het brandweerkorps van het dorp is gespecialiseerd in bosbranden, die helaas met regelmaat voorkomen in de directe omgeving van het dorp.

Kapel Hoog Soeren

Wie geen genoeg kan krijgen van dit dorp is er de mogelijkheid te overnachten in boutique hotel No 15.

Radio Kootwijk

Het monumentale voormalige zendstation Radio Kootwijk verrijst in het hart van de Veluwe, waar de bomen plaats maakten voor een open gebied van heidevelden en zandverschuivingen. Eenmaal de afrit naar Radio Kootwijk genomen, begint de verwondering. Een slingerend pad door de imposante bossen leidt via het kleine gelijknamige dorp naar het voormalige zendstation. Een karakteristiek imposant gebouw dat middenin een natuurlijke omgeving staat. Hier is ruimte voor zowel ontspanning als zakelijke ontmoetingen en evenementen.

Radio Kootwijk

Voor de meesten is het een imposant en karakteristiek gebouw, voor de ander een brok beton en unheimisch. Het is een bijzonder stukje Cultureel Erfgoed en is hoe dan ook: Ruimte die je raakt!

Het verhaal van Hans Suijling

Johannes Diederick Suijling werd op 10 januari 1906 te Den Haag geboren. Hij groeit op in een gezin met een ouder en een jonger zusje. Zijn vader is een gerespecteerd rechtsgeleerde en buitengewoon hoogleraar in het volkenrecht in Leiden. Hans kiest na de middelbare school voor een technische studie, vermoedelijk in Delft. Dat wil eerst niet erg vlotten. De studie wordt voortgezet en afgerond aan de Technische Hogeschool in Dresden, de stad waar zijn opa van moederskant vandaan komt.

Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht gaat hij als ingenieur werken bij de PTT. In 1938 trouwde hij met Frieda Fehrmann; in 1939 werd dochter Anneke geboren. In datzelfde jaar werd hij gemobiliseerd als 1e luitenant bij de Genietroepen, bij de zoeklichtafdeling tegen luchtdoelen. Zijn werkgever Radio Scheveningen werd in mei 1940 werd op last van de bezetter gesloten voor de communicatie met koopvaardijschepen. Onder Duits toezicht bleef hij er werken, maar er werd tegelijkertijd de basis voor zijn verzetsactiviteiten gelegd. In 1943 is Hans zowel voor zijn werkgever als voor het verzet meer nodig op de Veluwe. Hij werd overgeplaatst naar het radiozendstation Kootwijk, dat door de Duitsers voor allerlei oorlogsdoeleinden wordt ingezet. Ook hier werkte het Nederlandse personeel onder streng toezicht.

Met zijn gezin verhuist hij van Den Haag naar het dorp Kootwijk. Hij werd commandant van de lokale afdeling van de Ordedienst (OD) en gebruikte hiervoor de schuilnaam ‘de Egel’. De leiding van het Veluws verzet vroeg Suijling alles te doen om de hele installatie van het zendstation na het vertrek van de Duitsers ongeschonden te kunnen overnemen. Ook bouwde hij in het dorp Kootwijk een kortegolfzender die bedrijfsklaar moest zijn als de Duitsers bij hun vertrek het zendstation toch nog zouden opblazen. De villa van A. Heijnen (`Kerkendel’) met de zender werd door de Duitsers gevorderd, waarna Hans in het zendstation Radio Kootwijk op een verborgen plek twee zenders bouwde. Onder dreiging van de geallieerde opmars begonnen de Duitsers het zendstation te ontmantelen en kwamen zij de twee zenders van Suijling tegen.

Hans is dan met zijn gezin al ondergedoken bij de dames Van Beek en De Jong op een boerderij achter de Puurveense molen in Kootwijkerbroek. Een gearresteerde verzetsmedewerker vertelde na wrede en sadistische verhoringen dat onderduikadres. Op 1 november 1944 werd hij door de Hollandse SS’er Van de Wal en de Sicherheitsdienst Apeldoorn gearresteerd en gevangengezet in de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn, in die tijd een beruchte gevangenis van de Sicherheitsdienst. Daar zitten op dat moment vele belangrijke verzetsmensen gevangen. Vanwege een mislukte verkenningspoging als voorbereiding voor een bevrijdingsacties door het landelijk verzet willen de Duitsers een afschrikwekkend voorbeeld stellen. In de vroege ochtend van 2 december 1944 werden twaalf Nederlandse verzetsstrijders en een Amerikaanse piloot op het voetbalveld even buiten de kazerne geëxecuteerd.

De 38-jarige Hans Suijling is één van hen. Hij werd begraven op Heidehof, vervolgens herbegraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag en tenslotte herbegraven op het Ereveld Loenen. Zijn naam leeft voort op het Keienmonument aan de Sportlaan en op het monument in Radio Kootwijk, met de namen van de andere omgekomen medewerkers van het zendstation.

Bretagne en Normandië – Epiloog

Na een tocht van 3 weken is het altijd fijn om een beetje na te mijmeren. Onder het genot van een goed glas Cola Zero terugkijken op de vakantie. Wat was geweldig en waar hebben we ons verschrikkelijk aan geërgerd? Waar klopte de verwachting en waar was de realiteit toch iets minder fraai dan de beelden die we in gedachten hadden?

Buiten onze persoonlijke indrukken, heb ik ook geprobeerd naar de tocht te kijken vanuit een fietser die potentieel deze route zou willen rijden. En dan met name de wat meer beginnende fietser, daar ik aanneem dat de ervaren fietser zelf kan inschatten wat je kunt verwachten op de route.

Indruk van de route

In het algemeen was het een prima fietsroute. We hadden meer gravel en onverhard dan ik verwacht had. Voor mij is dat een zegen, maar Madeleine heeft een sterke emotionele band met asfalt. Het onverharde varieerde tussen prachtige fijne split fietspaden, grove scherpe losse stenen en zandpaden. Met name in het gedeelte van Kees Swart (Fietsen Rond het Kanaal) worden klimmetjes en afdaling over gravel niet geschuwd. Als je gravelt of mountainbiket is het niet bijzonder spannend, maar ben je minder ervaren met het wegslippen van wielen en je fiets rechthouden in mul zand, dan kan het een uitdaging zijn.

Het stuk Vélo Francette is te doen met een racefiets met 28mm bandjes. Het stuk V6, VD6, V2 en Fietsen Rond het Kanaal zeker niet. Wij hebben respectievelijk 47mm en 50mm brede antilek banden (Schwalbe Marathon Plus) en die hebben het prima gehouden. Ik zou niet graag met een paar dunne bandjes over de scherpe gravelpaden zijn gereden. Dikke noppen of sterk geprofileerde gravelbanden heb je niet nodig en zorgt alleen voor onnodige rolweerstand op het asfalt.

Wat je wel nodig hebt is een setje goede remmen. Als ik nu een nieuwe fiets zou moeten kopen, dan zou ik zeker voor schijfremmen kiezen. Onze fietsen hebben Magura hydraulische remblokken en die doen het ook uitstekend.

Met bijna 11.000 hoogtemeters is het niet een vlakke route. Daarnaast zitten er soms eng steile stukjes tussen van boven de 12% in. Dat betekent dat wat ervaring met klimmen en een redelijke conditie wel aan te raden is. Met name in het noorden van Normandië kan het zwaar fietsen zijn.

Er zitten, en dat is bijna niet te vermijden in een tocht van 1.400 kilometer, saaie stukken tussen. Met name de ‘Voie Verte’ in Bretagne tussen Mûr-de-Bretagne en Morlaix is een saai stuk. De Voie Vertes zorgen er echter ook weer voor dat het een stuk makkelijker fietsen is dan over de reguliere wegen.

De Fransen maken werk van het fietsen

Ook deden we de prettige constatering dat de afgelopen jaren de positie van de fietser aanzienlijk verbeterd is in Frankrijk. De lokale, regionale en landelijke overheden creëren nieuwe langeafstandsroutes over autoluwe en redelijk veilige wegen. In steden zie je steeds meer fietspaden verschijnen en automobilisten worden met bordjes erop gewezen dat ze de weg delen met de fietser. We hebben meerdere malen mogen ervaren dat een auto keurig achter ons bleef rijden, tot er een geschikt moment was om te passeren. Dat is een andere attitude dan de wild claxonnerende, uit zijn raampje hangende, Gauloises rokende, op zijn voorhoofd wijzende heethoofd die we van vroeger kennen.

Het is wel zo dat je als fietser vaak de paden deelt met wandelaars en ruiters. De laatste categorie zijn we niet veel tegengekomen, mar de eerste wel en die zijn niet altijd voorbereid op de mens met 2 wielen. Vrolijk ‘Bonjour’ roepen help negen van de tien keer wel.

Dan blijft het dilemma over van de fietsstoep. Soms maken de Fransen van een brede stoep een fiets/wandelpad. Op de hoeken van de straat geven ze dan een klap op de stoeprand, zodat je niet hoeft af te stappen. Netjes laten aflopen zodat je niet bij iedere kruising al je vullingen kwijt bent, is dan teveel gevraagd. Met als gevolg dat bijna alle fietsers de rijbaan verkiezen boven de fietsstoep. En dat leidt dan weer tot getoeter van automobilisten die vinden dat je gebruik moet maken van de speciaal voor jou gecreëerde fietsstoep.

Voor wie is deze route?

Ik vind het altijd een beetje lastig in te schatten voor wie een route geschikt is. De route die we gefietst hebben, zou ik niet direct aanraden aan iemand die voor het eerst op fietsvakantie gaat. Teveel steile klimmetjes en lastige off-road stukjes. Aan de andere kant, als je midden 30 bent en in top-conditie, dan zie ik geen enkele belemmering.

Een andere indicatie is misschien dat ik vrij vaak andere (vakantie)fietsers heb zien lopen, omdat de weg te steil was, of de ondergrond wel heel instabiel. Wij zijn beiden redelijke klimmers en komen ook op hellingen van boven de 10% – zei het hijgend – wel boven. Dat is deels conditie, maar ook deels ervaring. Ik beschouw onszelf niet als super talentvol. Als je nog nooit hellingen van meer dan 10% hebt gereden, zal de eerste zeker niet makkelijk zijn. Daarnaast gaan de hoogtemeters ook in de benen zitten. Het is een meerdaagse tocht, dus je lichaam moet kunnen herstellen van de inspanning van de vorige dagen. Onze tocht kende bijna 11.000 hoogtemeters. Dat is ongeveer 900 hoogtemeters op de 100km. Met een racefiets zonder bepakking is dat wellicht geen probleem, maar op een vakantiefiets met bepakking begint het een factor te worden.

We hebben vele bikepackers op de route gezien. Bikepackers hebben over het algemeen minder spullen en dus minder gewicht bij zich. En ondanks dat ik op fiets fora zie dat er anders over gedacht wordt, vind ik gewicht echt cruciaal. Zeker als het omhoog gaat. Wij hebben respectievelijk 21 en 12 kilo aan onze fietsen hangen. Onze fietsen zijn met 17 en 18 kilo zeker niet licht te noemen.

All deze overwegingen kunnen natuurlijk de prullenbak in als je op een elektrische fiets gaat zitten. Ook daar hebben we er vele van gezien en ook in vele variaties. Van herkenbare stads e-bikes met accu onder de bagagedrager, tot ‘spacy’ Duitse modellen met middenmotor en een in het frame geïntegreerde accu. De meeste waren MTB modellen met ondersteuning. Ik heb 1 E-Gravelbike gezien, maar dan weer zonder bepakking.

Als je een keert een meerdaagse tocht door Zuid-Limburg of vergelijkbaar terrein hebt gedaan en dat is je goed bevallen, dan kun je onze tocht ook aan. Dus zo moeilijk is het nou ook weer niet.

Navigatie

Altijd een van mijn favoriete onderwerpen. Waarschijnlijk omdat ik er zo slecht in ben. Ik heb geen richtingsgevoel en heb regelmatig meer oog voor de omgeving dan voor mijn Garmin. Toch hebben we niet veel fout gereden deze vakantie.

Dat komt misschien door het driedubbele navigatiesysteem. Madeleine had het papieren deel van dit systeem met routeboekjes. Veelal kaartjes van onvoldoende detailniveau, maar wel weer met nuttige tekstuele aanwijzingen. Ik had de 2 digitale delen met een Garmin en de route in Maps 3D met off-line detailkaarten en in Google maps. Ook had ik een backup voor mijn Garmin geregeld met Komoot.

Ik heb een haat-liefde verhouding met mijn Garmin Edge Explore. Het ding was met €219,- niet al te duur en heeft in principe alle functionaliteit die ik nodig heb, namelijk navigeren. Het scherm en de piepjes voor koerswijziging zijn duidelijk. De moeder van het probleem dat ik met deze Garmin heb, is de te kleine accu. Als ik de Garmin gebruik zonder energie besparende maatregelen, dan is het na een uur of 3 tot 4 wel gedaan met de accu. Voor dagritten heb ik dan een probleem. Gelukkig kent de Garmin energiebesparende mogelijkheden, maar die zorgen er voor dat mijn Garmin af en toe vast slaat. Soms krijg ik alleen even geen beeld meer en soms slaat het ding volledig vast, waardoor een reboot nodig is. In de energie bespaar stand red ik het wel om een dagrit te rijden zonder bij te laden.

Naast het energieprobleem is een overzicht krijgen van waar je bent, bijvoorbeeld als je fout gereden bent, niet echt makkelijk. Om een indruk te krijgen van mijn omgeving gebruik ik Maps 3D op mijn iPhone. Feitelijk een GPX viewer, waarin je kaarten off-line kunt opslaan, zodat je geen internet nodig hebt. Zelfs in een behoorlijk georganiseerd land als Frankrijk is 4G ontvangst niet overal een zekerheid. Als ik op zoek ga naar een supermarkt, camping of bezienswaardigheid, gebruik ik Google Maps. Via My Maps van Google kun je de route in Google Maps krijgen. Dat vergt wat kennis, want Google heeft deze functie een beetje verstopt.

Toen we bij Caen de Vélo Francette moesten volgen, bleek dat mijn GPX’en op de Garmin de verkeerde rijrichting hadden. Ik weet niet hoe ik dat op de Garmin moet omdraaien. Ik heb het nog geprobeerd door ze in Komoot om te draaien en de nieuwe GPX naar de Garmin te downloaden, maar dat werkte niet. Waarschijnlijk deed ik iets niet goed, maar op zo’n moment heb ik niet het geduld om dat uit te zoeken. Ik heb de ‘omgedraaide’ route in Komoot gebruikt en heb de rest van onze tocht met Komoot genavigeerd.

Na 3 dagen Komoot ben ik er wel achter dat qua navigatie dat beter is dan mijn Garmin. Mooier scherm, snellere respons en meer overzicht door meer detail en makkelijker in- en uitzoomen. Enige nadeel is dat de batterij van mijn iPhone nog harder leegloopt dan die van mijn Garmin. Dat valt op te lossen door een extra powerbank, maar dat is weer een hoop gewicht en je moet dan op elke overnachtingsplaats wel stroom hebben om je pokerbank weer op te laden. Energie besparen kan, maar dan valt je scherm uit. Dat scherm kan alleen maar weer open met een code of Face-ID en die Face-ID doet het niet als ik een zonnebril draag. Als je snel moet beslissen of je links- of rechtsaf moet en je moet eerst een 6-cijferige code invoeren, dan ben je altijd te laat.

Dat laat me dan achter met de twijfel of ik voor veel geld een hele goede Garmin (of Wahoo) moet kopen, of dat ik investeer in een powerbank en het gewicht en oplaad stress voor lief neem.

De mooiste

De mooiste rit was etappe 13 vanuit Vauville. Dat was ook direct de zwaarste etappe met 911 hoogtemeters in 62 kilometer. De saaiste rit was etappe 2, omdat we daar continue op een Voie Verte zonder uitzicht zaten. De mooiste foto die ik gemaakt heb, is een foto uit etappe 12.

Kust bij Vauville

De leukste camping was zeker Les Salines in Plurien. Schoon sanitair, goed plekje met gras en gezellig barretje met lokaal bier en prima café voedsel. We kregen ongevraagd een verlengsnoer om de stroom naar onze tent te brengen en er was een broodservice.

Ik kan geen keuze maken welke camping het slechtst was. Ook gezien de prijs, vinden we de 3 en 4 sterrencampings geen aanraders. Camping Municipals zijn prettig geprijsd en over het algemeen prima voor trekkers. Hou er in Frankrijk rekening mee dat faciliteiten voor trekkers meestal beperkt zijn. Picknick banken, slecht weer faciliteiten, koelkasten en specifieke trekkersveldjes zijn schaars.

We hebben 2 keer een hondendrol op onze plek mogen aantreffen. Kritiek op honden en hun eigenaren ligt gevoelig, maar we zagen regelmatig honden uitgelaten worden óp de camping.

De meest indrukwekkende bezienswaardigheid was voor ons Pointe du Hoc. De Amerikaanse begraafplaats en Utah Beach waren ook indrukwekkend, maar vooral de kraters van de granaatinslagen bovenop Pointe du Hoc maakten een diepe indruk op ons.

Statistieken

We hebben 1.434 kilometer afgelegd in 19 etappes/fietsdagen. Daarbij hebben we 10.844 hoogtemeters overwonnen. De langste etappe was 119,3 kilometer en de kortste 42,3 kilometer. De etappe met het meeste hoogteverschil had 911 hoogtemeters en de etappe met het minste hoogteverschil had 208 hoogtemeters. We hebben 811 nieuwe tegels en 7 Franse departementen geraakt. Daarin hebben we 1 keer een lekke band gehad.

De goedkoopste camping kostte ons €5,50 (echt waar!) en de duurste €35,92. We hebben 2 keer boodschappen gedaan bij de Leclerc, 9 keer bij de Carrefour, 1 keer bij de Super U en 1 keer bij de Casino. We hebben 7 dagen met regen gehad, waarbij moet worden aangetekend dat het maar 1 keer echt geregend heeft. Voor de rest waren het vieze miezerbuien.

Leermomenten

Aantal kilometers

Het was de eerste rit van meer dan 2 weken sinds 2015 en dus was het weer even wennen. De belangrijkste constatering is dat we de dagafstand te strak hebben gezet. We zijn uitgegaan van etappes van ongeveer 70km. Op zich is dat fysiek niet een probleem, maar als je af en toe ook nog wat wilt zien en bezichtigen, dan is het voor ons wat veel. Soms zitten er meerdere bezienswaardigheden in een klein aantal kilometers. Dan heb je ineens een korte etappe. Dus moeten we de dagafstand naar beneden brengen, of een aantal ‘sprokkeldagen’ inplannen. We hebben ook wel eens behoefte om lekker vroeg op de camping te zijn om een boek te lezen (Madeleine) of om te luieren (Marc).

Daarnaast is het terrein mede bepalend voor het aantal kilometers dat je kunt maken. Het maakt nogal wat uit of je een vlakke weg hebt, of een die op en neer gaat. En vergis je ook niet in de extra energie die onverhard fietsen kost.

Onderhoud

In de blog heb ik het er al uitgebreid over gehad, maar een beetje preventief onderhoud kan geen kwaad. Op aandringen van Madeleine heb ik 2 nieuwe buitenbanden om mijn Santos gegooid, maar ik heb de binnenbanden niet vervangen. Bij de binnenband om het voorwiel scheurde het ventiel er volledig uit en bij de binnenband om het achterwiel kon je het ventiel niet meer opendraaien, zonder de kern (core) mee te draaien. Dat laatste kan ook een effect zijn geweest van het zoute water.

Preventief je binnenband na 11 jaar vervangen is een goed idee

Ik was ook zo verstandig geweest om geen handpomp mee te nemen. Ik had een Co2 pomp met 2 patronen bij me. Toen ik een patroon had gebruikt om een medefietser te helpen en ik een lekke band kreeg, leek de voorraad Co2 ineens niet meer zo ruim als dat ik dacht. Op de route zijn we weinig fietsenzaken tegengekomen. Maar in een beetje plaats van formaat zit er een Decathlon. Dus daar heb ik naast een nieuwe binnenband en een Co2 patroon, ook maar een handpompje gekocht.

Vooraf twijfelde ik of ik mijn oude, bijna lege, flesje met wax mee moest nemen, of toch mijn nieuwe volle flesje. Qua gewicht was het aantrekkelijk het oude flesje mee te nemen, maar ik heb ergen in een helder moment bedacht dat het beter was het nieuwe mee te nemen. Door het vele gravel in de route en het zoute water, kon ik om de andere dag de ketting smeren. Daarbij denk ik dat wax minder lang zijn werk doet dan olie.

Slapen

Goed slapen is voor ons belangrijk. Een redelijk bed daardoor ook. We hebben nu 7 cm dikke luchtbedjes. Dat is al veel beter dan de 2,5 cm dikke selfinflaters van daarvoor, maar aangezien we nu toch een nieuw matje moeten kopen, zal het een 10cm dik matje worden.

Inmiddels zijn er 2 naden gesprongen
Winkels

Vertrouw niet op kaarten, routeboekjes of Google maps als het om winkels aankomt. We zijn 2 keer langs een winkel gereden met het idee dat er verderop nog wel een winkel was. Als dan blijkt dat je ‘intel’ niet in orde is, heb je ineens geen eten meer. We hadden dan wel weer wat noodrantsoen in de vorm van energierepen en bananen bij ons.

Eten

Na een dag of wat was onze verbranding aardig op peil gekomen en hadden we meer nodig dan dan we met ontbijt, lunch en avondeten bij elkaar konden sprokkelen. We hebben 2 keer tegen een hongerklop aangezeten. Dat hebben we opgelost door een extra stop met banaan, crêpe of toetje (Danone vanillevla). Wat we anders altijd deden en wat we dit jaar eigenlijk niet gedaan hebben is ‘snoepen’. Met name de ‘middagborrel’ met chips, noten en harde worst is achterwege gebleven. We zijn beiden wel wat gewicht kwijtgeraakt, maar dat is voor ons niet zo erg.

Lekker en vers, maar winkels zijn wel eens schaars
Kleding

Ik had niet helemaal de juiste kleding bij me. Het was mede door de wind vrij fris. Ik heb een flinterdunne (want licht) lange broek, maar die houdt me niet warm. Gelukkig had ik die ervaring al opgedaan bij het bikepacken en dus had ik een thermobroek meegenomen. Met thermoshirt, fleece trui en (dunne) Softshell heb ik het de meeste dagen en avonden warm kunnen houden. Vooraf twijfelde ik of ik mijn donzen puffer had moeten meenemen. Dat heb ik uiteindelijk niet gedaan en daar had ik wel spijt van. De zwembroek was uiteindelijk overbodig, maar dat weet je nooit van te voren.

Schade

Elke vakantie gaat er wel wat stuk. Zo ook deze vakantie. Het vervelendste en duurste was mijn Exped Synmat UL 7 LW matje. Eigen schuld zijn 2 verroeste kettingen doordat ik zonodig over een getijdeweg meestrijden terwijl het geen eb was. Daarnaast heb ik mijn spiegeltje (rule #66) verloren door mijn fiets om te laten vallen. Ik ben een keer op een haring gestaan en die is nu onherstelbaar krom. De bidon waar ik altijd isotone drank in doe, is beschimmeld van binnen en dus aangeboden aan het recycleperron.

Wat zout water met je ketting doet

Losse vragen

Kanozak achterop

Een lezer vroeg zich af waarom mijn kanozak in de lengterichting op mijn bagagedrager ligt en niet – zoals gebruikelijk – dwars op mijn achtertassen. De vraagsteller vroeg zich af of het met aerodynamica te maken had. Op zich geen gekke gedachte, maar de echte reden is dat ik op deze manier mijn achtertassen open kan maken en er zelfs vanaf halen, zonder mijn kanozak te verwijderen. Tip: Ook kun je op deze manier de spanbandjes door de hengsels van de tassen voeren, zodat de tassen er niet zomaar af te jatten zijn.

De kanozak in de rijrichting
Reserveren

Een andere vraag, die we ook zelf hadden, was of we campings en hotels moesten reserveren. In Augustus is aan de Franse kust een hotel boeken op de dag van aankomst een hele uitdaging. Madeleine heeft het meermalen geprobeerd, maar altijd was het antwoord ‘complet’. Het woord ‘complet’ hebben we 1 keer bij een camping mogen ontvangen. Ook ‘complet’ voor zielige fietsers met een klein tentje. Het probleem aan de kust is dan weer niet zo groot, want de campingdichtheid is best hoog. Dus het reserveren van campings was niet nodig, het reserveren van hotels of Gîtes zeker wel.

Corona maatregelen

Frankrijk stond op rood in het Corona overzicht. Het heeft ons niet weerhouden. Je wordt bij bijna alle horeca gelegenheden naar je ‘pass sanitaire’ gevraagd en mondkapje zijn binnen verplicht en ook op sommige drukke punten buiten, zoals winkelstraten en toeristische trekpleisters. Op campings moet je officieel een mondkapje op in het toiletgebouw, maar niemand doet dat. Als een camping horeca heeft en/of een zwembad, zijn ze verplicht naar de ‘pass sanitaire’ te vragen. Sommigen doen dat ook. De doorreis door België en Frankrijk was geen enkel probleem. We zijn nergens aangehouden bij de grens. In de trein gelden dezelfde regels als bij ons.

Bretagne en Normandië – Etappe 18 (Caen – Flers [91km])

Op een pover hotel ontbijtje zijn we vanochtend vanuit Caen vertrokken richting het zuiden. Het was even zoeken waar we de route konden oppikken. We hebben de Route Fietsen Rond het Kanaal achter ons gelaten en pakken nu de Vélo Francette op. Toen we eenmaal de nieuwe route hadden gevonden, leidde deze ons over een mooi fietspad de stad uit. De Fransen maken er echt werk van om een paar mooie fietsroutes aan te leggen.

Wagon ter nagedachtenis aan het spoor

De eerste 40 kilometer vanuit Caen zijn makkelijk, We rijden weer over een Voie Verte die is aangelegd op een oude spoorbaan. Deze is echter pas in 2018 opengegaan en getuige de nog redelijk moderne wagon halverwege, moet het spoor nog redelijk recent gebruikt zijn. Het is ook een dubbelspoor geweest. Daar waar het fietspad nu ligt, is de rails weg, maar het andere spoor ligt er nog. Inmiddels regelmatig verscholen onder een dikke laag onkruid.

Waar in Bretagne de Voie Verte voor het grootste deel aan twee kanten werd afgeschermd door bomenrijen en je dus weinig kon zien van het landschap, is dat op deze anders. Als we langzaam het ‘Zwitserland van Normandië’ inrijden, kijken we uit op rotsen en behoorlijk hoge heuvels. Het is heerlijk fietsen met mooie uitzichten.

Voie Verte tussen Caen en Clésy

Natuurlijk is ‘Suisse Normande’ een beetje overtrokken term voor dit gebied, maar je vind er wel rotswanden waar je tegenaan kunt klimmen en een echte zomerrodelbaan. Dat begint er toch al aardig op te lijken. Jammer is wel dat de Voie Verte ten hoogte van de rodelbaan net verhoogd ligt, zonder afslag. Dus je kunt er alleen maar komen met een omweg met flink wat hoogtemeters.

https://youtu.be/0Tr12NvE7v4

Na het verlaten van de Voie Verte, volgen de hoogtemeters van de dag. Gek genoeg kruis je nog wel regelmatig het spoor, dus misschien trekken ze het ooit nog wel door. Maar voor nu moeten we het even doen met een aantal niet al te zware klimmetjes. Ze zijn wat langer dan aan de kust, maar absoluut minder steil. Dus als je maar het juiste verzet kiest, kom je wel boven.

Ook op dit stuk is genoeg te zien, zonder dat je direct gaat bellen of iets op de lijst met werelderfgoed mag. De dorpjes zijn uitgestorven. Het lijkt er wel zondag en dan rond het tijdstip dat iedereen in de kerk zit. Winkels zijn dicht en van koffie kunnen we alleen dromen. We zullen moeten wachten tot Flers.

Het einddoel van de dag is Flers. Een behoorlijke plaats met een kasteel en vele supermarkten. De onze was een hele grote Carrefour. Zo groot dat ze er geen blikje Campinggaz voor me hadden. Dat gebeurt me wel vaker bij de Carrefour, terwijl de meest lullige Intermarché er altijd 1 voor me op de plank heeft staan.

De camping ligt een beetje van de route. De weg er naartoe is druk en loopt licht omhoog. Dan loopt het morgen weer naar beneden, moeten we maar denken. De camping is rustig. Er komen nog wat fietsers druppelen, maar meer dan dat wordt het niet. Wel heb ik voor vannacht nog een uitdaging staan. Mijn matje is nu verworden tot een halve skippybal en ik vraag me af hoe lekker dat zal slapen. Tijdens mijn eerste Bikepack avontuur had ik hetzelfde probleem met een ander matje en toen heb ik echt slecht geslapen. Het voordeel is dat nu niet de middelste 2 banen zijn samengevoegd, maar 2 iets aan de zijkant. Dat biedt misschien nog wat mogelijkheden voor een stabiele zijligging.

Madeleine bood nog aan dat zij er morgen dan wel op wil liggen. Maar ik denk dat als ik er slecht op slaap, dat we de laatste nacht gewoon een hotel pakken. Hoewel het geen zekerheid is dat je dan een goed matras krijgt. De afdrukken van boxspring veren zijn nog zichtbaar op ons lijf, Madeleine loopt krom van de rugpijn en kijk vol enthousiasme uit naar een nacht op een skippybal. Alles beter dan het bed van vannacht.

Bretagne en Normandië – Etappe 14 (Bretteville – Saint Vaast la Hougue [45km])

Wat is de ideale trekkerscamping? Ik stel me deze vraag op een camping die zijn vier sterren ontleent aan een zwembad en een speeltuin. Maar wat zou voor trekkers een ‘vier sterren camping’ zijn?

Om te beginnen staan er alleen tentjes. Geen kampeerklikos, geen tuktrucks en geen foutwagens. Alleen maar tentjes op een veld. Niet met omhaagde plekken, maar lukraak, daar waar de trekker denkt goed te staan. Tussen de tentjes staan voldoende picknick banken. Het sanitair is sober maar schoon en heeft naast een heerlijk warme douche een wasruimte die niet vervuilt wordt door een stortplaats voor portapoties. In de slechtweerruimte met kleine bibliotheek staat een koelkast naast een set ‘lockers’ waarin je veilig je telefoon en navigatie kunt opladen. Om de hoek staat een professionele wasmachine met een bordje erbij dat de je met de wasknijpers in het mandje de was buiten aan de daarvoor bestemde waslijnen kunt hangen.

De vriendelijke receptionist vraagt hoeveel brood en welk soort je morgenochtend wilt hebben en wijst je op het bescheiden campingcafeetje waar niet alleen buitengewoon goede koffie wordt geschoken, maar ze ook Paix Dieu op de tap hebben. Het is tot 11 uur ‘s-avonds gezellig op de camping, waar je ervaringen en sterke verhalen uitwisselt met andere trekkers. Om 11 uur breekt iedereen op en gaat lekker pitten. Niemand snurkt.

Terwijl ik door het gaas van mijn binnentent uitkijk over het prachtige meer, schrijf ik mijn verhaaltje om het daarna te plaatsen via razendsnelle WiFi. Zo ongeveer ziet mijn ideale camping eruit.

Voor vandaag hebben we voldaan aan de tweede wet van Jaap. Waar de eerste wet van Jaap nog iets zegt over hoeveel kilometer je moet hebben gefietst voordat je appeltaart mag, zegt de tweede dat je elke vakantie 1 keer een kerk moet hebben bezocht. Vandaag was het voor ons zo’ndag.

De kerk van Neville is bekend vanwege haar hangende boot. Toen Madeleine mij de beschrijving voorlas, creëerde ik voor mezelf een beeld van een levensechte boot, die ergens onder het dak van de kerk was opgehangen. De werkelijkheid bleek een schaalmodel te zijn, die tussen de Katholieke kroonluchters door naar het altaar probeerde te varen. Wel een mooie kerk, dat wel.

Het was een toeristische etappe. De etappe was kort en niet moeilijk, hetgeen weinig hoogtemeters betekent. Het was mooi weer en er stonden een aantal ‘attracties’ op het programma, waaronder de kerk in Neville.

Vuurtoren van Gatteville Phare

Gatteville Phare heet zo, omdat ‘phare’ vuurtoren betekent. De vuurtoren van dit dorp is de hoogste van Frankrijk en daardoor een trekpleister. Het is misschien de hoogste, maar zeker niet de mooiste. Dat moet Kees Swart ook hebben gevonden, want de route hield ruimschoots afstand van het ding. Je kunt hem beklimmen, naar het schijnt, maar dat hebben we dus achterwege gelaten.

Op naar het schattige haventje van Barfleur. Een vroeger vissersdorpje dat een dramatische daling in inwonersaantal heeft gekend en nu met 600 man de plezierjachten ontvangt. Het is inderdaad wel een aardig haventje,maar om er nou een trekpleiser van de maken, vind ik wat overdreven.

Haventje van Barfleur

Op naar eindbestemming Vaast. Of Saint Vaast La Hougue zoals het officieel heet. Over de camping kunnen we kort en krachtig zijn. Veel geld voor weinig plezier, maar het plaatsje is zeker de moeite waard. Wel een beetje een hoog Frans ‘Gaastra met rode broeken’ gehalte, maar een charmant haventje met leuke tentjes. Het is niet geheel zonder reden dat in 2019 Vaast is uitgeroepen als het best leefbare dorp van Frankrijk. In de haven liggen naast de talloze plezierjachten en bootjes ook nog echte vissersboten. Met bijbehorende odeur, dat dan ook weer wel.

Verschillende gezichtspunten vanuit Vaast, inclusief veerboot dat een amfibievoertuig blijkt te zijn.

Bretagne en Normandië – Etappe 9 (Saint Benoit des Ondes – Genêts [83km])

De etappe is relatief vlak vandaag. Geen steile klimmetjes of gevaarlijke afdalingen over losliggend grind. Kees Swart vond dat blijkbaar ook wat te dol worden, dus bedacht hij nog een ommetje over Mont Dol. De Tour de Manche gaat daar gewoon rechtdoor langs de kust, dus als je ook geen zin hebt in dat ene klimmetje is dat een goede optie.

En meestal valt er wel wat te klagen over het weer. Vanochtend hebben we de laatste spetters geïncasseerd, maar dat mag eigenlijk geen naam hebben. Er stond wel een stevige wind, maar die was de eerste 60 kilometer in de rug. Dus daar kan ik ook niet over klagen. Het weer werd ook steeds beter en ik zit nu zelfs tegen een strak blauwe lucht aan te kijken.

Maar er moet toch wat zijn wat weer hopeloos in het honderd is gelopen. En dat klopt. Na een kilometer of 5 had ik een lekke band. En niet zomaar een, maar eentje waarbij je binnen een minuut geen lucht meer in je band hebt zitten. Een serieus gat dus. En dat terwijl ik er dit jaar nagelnieuwe Schwalbe Marathon Supreme antilek banden onder heb gezet.

Dit verraad al en beetje mijn onderhoudsdrift. Ronald kijkt me ook altijd een beetje afkeurend aan als ik uitleg hoe serieus ik het onderhoud aan mijn fiets neem. Mijn Santos is 11 jaar oud. De achterband heb ik na een jaar of 8 een keer vervangen door een iets minder versleten exemplaar van mijn dochters fiets. De voorband is dit voorjaar na 11 jaar voor het eerst afgekomen. Natuurlijk is de binnenband dan ook 11 jaar oud, maar deze heb ik zonder blikken of blozen gewoon weer in de nieuwe buitenband gelegd. Daar kreeg ik vandaag spijt van.

Ik was bang dat mijn antilekband minder antilek was dan ik dacht. Maar dat is vooralsnog niet waar. Het probleem was dat mijn ventiel en mijn band niet langer een eenheid vormden. Het ventiel was er finaal afgescheurd. Ouderdom, ongetwijfeld. Ik had er natuurlijk na 11 jaar preventief een nieuw binnenbandje in moeten leggen.

Ventiel volledig uit de binnenband gescheurd

En onmiddellijk diende zich een volgende onvolkomendheid in de voorbereiding aan. Ik had alleen een Co2 pomp meegenomen en al tweederde van 1 patroon besteed aan hulp aan een noodlijdende Fransman. Daarmee had ik nog 1 patroon over en die wilde ik liever niet direct verspillen. Gelukkig is Madeleine een stuk slimmer dan ik en die heeft bij een nabijgelegen huis een fietspomp geregeld. Het ding was van een leeftijd dat het een mooie plek in het museum van Louison Bobet verdiende, maar als je alle onderdelen bij elkaar hield, werkte hij nog naar behoren. 80% van de band met de handpomp en de laatste 10% met het restant uit het aangebroken Co2 patroon. De allerlaatste 10% moesten maar wachten op een benzinestation met luchtpomp.

Ondanks de relatief makkelijke etappe had ik het zwaar vandaag. De benen waren niet eens slecht, maar tussen de oren voltrok zich een verkeerd proces.

Misschien was het omdat de route een beetje saai was. We reden eigenlijk om een berg met een kerk heen. Mont Saint Michel is natuurlijk niet zomaar een berg met een kerk, of eigenlijk een klooster, maar natuurlijk een wereldberoemd Unesco werelderfgoed berg met klooster. Monniken zitten er al sinds 2001 niet meer, omdat het er wemelt van de toeristen die over het dammetje naar het eiland willen lopen. Gelijk hebben ze. Vroeger was het nog enigszins spannend, want toen liep er een getijdeweg naar de berg. Dus als je niet goed timede, hd je op zijn minst natte voeten. Ondanks dat mij dit toch een buitengewoon effectieve manier lijkt om van overtollige Japanse toeristen af te komen, heeft de Franse overheid besloten een serieuze dam aan te leggen, waar je zonder gevaar voor leven overheen kunt.

Mont Saint Michel van de zuidkant

Maar vandaag was de berg er altijd. Soms even verborgen achter een paar bomen, maar dan doemde hij weer in volle glorie op. En het is best wel een apart ding. Ik vind hem zelfs een beetje lelijk. Het heeft de vorm van een verse drol en de kerktoren lijkt er ook een beetje willekeurig op neer gepleurd. Maar goed Unesco Wereld Erfgoed, dus we vinden het mooi.

Mont Saint Michel aan de oostkant

Vandaag verblijven we op een viersterren camping. Niet omdat het kan, maar omdat het moet. Er is nog een camping in Genêts, maar die is ‘tijdelijk gesloten’. En ook onze camping was lastig te vinden, want volgens Kees Swart zijn boekje heette het ‘Coques d’Or’. Maar waarschijnlijk omdat de Engelsen hier steeds van in de lach schoten, hebben ze de camping omgedoopt tot Côte d’O. De viersterren slaan natuurlijk op het zwembad, de aanwezigheid van een min vier sterren restaurant en de onvermijdelijke animatie. De sanitaire voorzieningen van menig andere camping is beter dan deze en faciliteiten voor trekkers zoals een picknickbank bij de tentplek en een slechtweergelegenheid ontbreken volkomen. Maar met fietsen heb je niet altijd een keus en mag je het doen met de camping die de route je voorschotelt.

De wind draait lekker mee naar Noord to Noord-Oost de komende dagen, hetgeen ons verzekerd van een prettige tegenwind. Maar dat zijn zorgen van morgen. Vandaag is het genieten van eindelijk weer eens wat zon.