Bretagne en Normandië – Etappe 6 (Porz Hir – Binic [78km])

Er zitten dagen tussen dat je een beetje aan het overleven bent. De benen willen niet, of er zijn andere ongemakken als zadel- of hoofdpijn. De route is niet interessant of loodzwaar en het weer werkt ook niet mee. Vandaag was zo’n dag.

Wij dachten buiten het seizoen te zitten en dus kon accommodatie geen probleem zijn. Bij voorkeur een camping en als het weer te slecht was een hotel, of een vage afgeleide daarvan.

Ook met minder weer kom je nog wel fotowaardige plekken tegen

Het weer zat met een terugkerende miezer niet echt mee vandaag, dus was zo rond het middaguur het besluit een hotel te boeken. Madeleine heeft er een stuk of 7 geprobeerd. Allemaal ‘complet’. Uiteindelijk toch maar uitgeweken naar een camping. Dan wel weer een uitgezocht waar je iets kon eten en waar ze ‘s-ochtends ontbijt serveren.

Want zo was de dag begonnen. In de tent met een heerlijke ‘pain au chocolat’ en ‘pain au raisin’ en 2 stokbroden. Voor de niet fietsers; dat lijkt veel voor twee personen, maar daar haal je amper de lunch mee. Eten in de tent geeft altijd rommel. Zeker als je stokbrood gaat eten. Dat doe je dus alleen als het echt niet anders kan. En vanochtend kon het echt niet anders vanwege een hardnekkig aanhoudende miezer.

Dus morgenochtend vermijden we het stokbrood-in-de-tent-maakt-veel-rommel gedoe door een ‘petite dejeuner’ te reserveren. Als ie net zo goed is als de pizza van vanavond, dan is een goed geoutilleerd toilet geen overbodige luxe.

We zitten helaas op drie sterren camping ‘Paranomic’. Met drie sterren heb je dus geen WC papier in het toilet en ook geen WC bril. Onze ‘panoromaic’ bestaat uit een uitzicht op een ‘Route Nationale’ met navenant geluid en de 3 sterren WiFi moet apart worden afgerekend.

Maar we mogen niet klagen. Ze maken hier een prima diepvriespizza voor je klaar en plaatsen je op een plekje tussen een krijsend kind en een happy-klappie koor. Dat, tezamen met het onophoudende ‘Route Nationale’ geluid , geeft een potpourri aan akoestische prikkels, waarvan zelfs een slak van op hol zou slaan.

Verlate lunchplek tussen twee buien door

Door het weer hebben we ook niet veel foto’s gemaakt. En toch was het ook vandaag helemaal geen verkeerde route die Kees Swart ons voorgeschoteld heeft. Ergens zat een heel raar ruig pad, waarvan je niet verwacht dat daar iemand ooit met een fiets overheen zou willen. Voor de rest waren er mooie vergezichten over zee en kabbelde de route tussen de panoramische hoogtepunten door Bretonse huisjes met bloemrijke tuinen, met altijd weer Hortensia’s.

Leuk om te noemen zijn de vele fiets- en wandelbruggen in Bretagne. Regelmatig steken we een watertje over via een brug die duidelijk niet bedoeld is voor auto’s.

Een van de vele voetgangersbruggen

Gelukkig kreeg ik aan het einde van de tocht de erkenning die ik verdien. Eindelijk een gemeente die het begrepen heeft en een straat naar mij vernoemd heeft.

Eindelijk erkenning

We zitten nog een beetje bij te komen van onze pizza. Madeleine is tegen beter weten in op zoek naar onderdak voor morgen en ik ben druk de WiFi te overtuigen dat ik betaald heb, dus dat uploaden ook tot de taken behoort, als het meisje van de animatie vriendelijk komt vragen of we meedoen an de karaoke van die avond. Dat is onze cue.  

Bretagne en Normandië – Etappe 5 (Lucquirec – Porz Hir [67km])

We rijden met dubbele navigatie. Ik heb een Garmin met de route erop en Madeleine heeft het routeboekje met aanwijzingen. Beide opties hebben hun voordeel en soms heb je wat aan de navigatie op de Garmin en soms is een aanwijzing ook erg prettig. Zo kon Madeleine mij steeds vertellen als er een klim aankwam. Dat kan ik dan weer niet goed zien op mijn Garmin. De moeilijkheidsgraad van de klim is aangegeven in de hoeveelheid ‘groterdan’ tekens (>). We hadden gister al een >> klim gehad, maar vandaag mochten we tegen een >>> op.

De kust van Bretagne bij Côtes des Ajoncs is buitengewoon prachtig. Het wordt ook wel de granieten kust genoemd. Het levert mooie uitzichten op, met als hoogtepunt het huis tussen de rotsen. Hier wonen ook daadwerkelijk mensen en die zijn de toeristen die een fotootje van hun huis komen schieten meer dan zat. Daarom zetten ze vaak expres hun auto’s voor de deur, zodat het perfecte plaatje niet mogelijk is.

Het huis tussen de rotsen met auto’s

De route bij Gu Mortier kent een stukje getijdeweg. Die kun je eigenlijk alleen maar over als het eb is. En dat was het niet toen we daar aankwamen. Er is een alternatief, maar die is over een extra klim en lang zo leuk niet als toch over de getijdeweg rijden. Dus schoenen uit en slippers aan, voortassen achterop binden en fietsen maar.

Getijde weg op verkeerde tijdstip

Ik weet niet of het echt Bretons is, maar in iedere tuin staan hier Hortensia’s. En niet van die kleintjes ook. Het moet haast wel de nationale bloem van Bretagne zijn. Daarnaast zie je ook veel Crocosmia. Ze zetten in ieder geval flink de bloemetjes buiten, waardoor het geheel er behoorlijk Engels uitziet.

De meeste Franse tuinen worden gekenmerkt door een flink aantal lelijke stoeptegels met een zielige Bougainville in het hoekje, naast een gedeukte witte bestelbus. Die heb je in Bretagne ook, maar de meeste tuinen zijn hier keurig verzorgd en behoorlijk fleurig.

Hortensia’s

Vandaag was door al het geklim (797 hoogtemeters) niet de makkelijkste dag. Maar ik kan ook niet zeggen dat het afzien was. Natuurlijk zat er die ene supersteile klim in, maar als je dat onverhoopt niet haalt, kun je altijd een stukje lopen. Morgen meer klimwerk, maar dat is morgen.

De camping is verder prima, al staan we in de voortuin van een stacaravan. Maar ook die is best fleurig, zodat dit ook wel weer meevalt. De camping heeft een bar en broodservice, dus we zitten helemaal goed.

Ik wil het niet teveel over het weer hebben. Als je naar Bretagne gaat, kies je bewust voor minder dan 40 graden in de schaduw. Wat me opvalt is de koude wind. Zonder wind is het prima, zonder wind met een zonnetje is het heerlijk, maar zonder zon en met wind is het guur.

Bretagne en Normandië – Etappe 4 (Scrignac – Locquirec [72 km])

Naast de gister al genoemde en geroemde lokale bieren, hebben ze hier ook lokale cola, met de toepasselijke naam Breizh Cola. Voor hen die geen Bretons verstaan, Bretagne op z’n Bretons is Breizh.

Het Bretons lijkt in de verste verte niet op het Frans. Het heeft meer weg van het Welsh. We hebben het steeds over de Britten die hun naam aan Bretagne hebben gegeven, maar het waren veelal Welshmen.

Er zijn ongeveer 200.000 Bretonners die het Bretons machtig zijn, het is een ‘dingetje’ op de scholen en heel diep zit er nog het verlangen om onafhankelijk te zijn van Frankrijk. Bretagne is daarmee een beetje het Friesland van Frankrijk.

We hebben Bretagne doorklieft. We hebben er een ‘streep’ doorgezet. Wat achterblijft is een herinnering aan een glooiend landschap met graanvelden en bossages, leuke typisch Franse dorpjes en natuurlijk de spoorlijntjes. Waar zou de huidige fietser zijn, zonder de vroegere trein?

Bospad langs een zeearm bij Morlaix

We zijn blij met de verandering in landschap. Na tweeënhalve dag spoortreintje spelen, komen we aan de kust. We ruiken het nog voordat we het zien. De typisch zilte lucht, het stinkende zeewier. Op een bospad langs een zeearm zien we hoe ver de zee zich hier terugtrekt.

De Bretonse kust

We genieten van het uitzicht op zee, of eigenlijk de baai val Morlaix. Ooit een belangrijke havenstad, nu vooral bezig met toerisme. De haven is niet meer gevuld met koopvaardij maar met plezierjachten.

Langs de kust fietsen we van het ene naar het andere fotomoment. Daar moeten we wel wat voor doen. De gelijkmatige stijging van de voie verte hebben we achter ons gelaten en we zijn nu overgedragen aan de grillen van de Bretonse kust. Dit leidt tot de eerste serieuze klimmetjes van deze vakantie. Nog altijd ruim binnen de gezelligheidsmarges. We zien 3 jongens lopen met hun volbepakte fiets. Waarom lopen als je een fiets hebt?

Te laat kom ik erachter dat ik eerder had moeten eten. Chagrijnig knijp ik vlak voor een klim hard in de remmen. Madeleine spot een mooi plekje aan zee en de lunch is nabij. Na de lunch duurt het toch nog even voordat de ingenomen energie ook daadwerkelijk in mijn benen is aangeland. De eerst klim is nog geen pretje, maar na de derde loopt alles weer soepel.

Lunch aan zee

De bakker in Morlaix had mijn ‘pain cereal’ opgevat als een off-white stokbroodje. Best lekker, maar niet bijzonder voedzaam. Dus mochten we op zoek naar een supermarkt. We vonden er een in Plougasnou. Een Casino dit keer, maar wel een beetje een vervallen exemplaar, met sterren in de winkelruiten en gebroken tegeltjes op de vloer. We hebben er snel te dure kaas ingeslagen en zijn toen gevlucht naar de bakker op de hoek. Daar heeft Madeleine een heerlijk broodje gescoord.

Brexit deelt harde klap uit aan Franse visserij

Bij een van de dorpjes reden we tegen twee scheepswrakken aan. Ze lagen daar een beetje willekeurig, maar het geheel zag er eigenlijk best leuk uit. We waren in ieder geval niet de enigen die er even stopten om er een foto van te nemen.

Onze overnachting stond gepland op de camping municipal van Locquirec. Daar ging kort na aankomst een flinke streep door. ‘Complet’, ook voor 2 zielige fietsers. Misschien de volgende camping. ‘Je suis désolé’.

Na de nodige rechtszaken over wie schuldig was aan dit debacle, hadden we bedacht eerst maar eens te gaan bellen met ‘de volgende camping’. En voor de tweede keer deze vakantie deed een telefoonnummer het gewoon niet. Dus dan maar de volgende camping bellen. Daar deed de telefoon het wel, maar kregen we een antwoordapparaat. Een beetje ontgoocheld zijn we op de fiets geklommen en op zoek gegaan naar ‘de volgende camping’.

Na 300 meter hadden we het bordje van camping Rucanay al gespot. Dat de pijl landinwaarts wees, beloofde weinig goeds. Een felle klim van boven de 10% moest worden overwonnen om op dit stacaravanparadijs te komen. Gelukkig hadden ze hier wel plek voor twee zielige fietsers. Dit jaar heeft onze camping zijn zesenvijftigste verjaardag gevierd. Ik weet zeker dat het sanitairgebouw er sinds de geboorte staat. Douches met prachtig jaren 70 oranje wanden en kleine bruin gemêleerde tegeltjes. Het is bijna weer hip.

Ons plan om ook maar op de camping te eten, was met de ferme ‘Complet’ ook in rook opgegaan. Deze senioren opbergplaats had geen restaurant en ook geen broodservice voor morgenochtend. Dus dan toch maar even terug naar Locquirec voor een restaurant en een supermarkt.

En dan zit het mee. Als we de afdaling inzetten zien we over de weg een ‘epicerie’. Het blijkt het winkeltje van de camping municipal te zijn n we konden er zonder probleem een pain cereal en twee croissantjes bestellen voor morgen. Achter de ‘epicerie’ lag het restaurantje van de camping, waar we met uitzicht op zee een heerlijke maaltijd hebben kunnen gebruiken.

Uitzicht vanaf het terras van het restaurant

Heel warm is het niet. Dat komt met name door de wind. Na het eten besluiten we ons snel terug te trekken in de tent. Nog maar wat lezen en een verhaaltje typen. Voor het eten heeft Madeleine alvast online een reservering voor ‘de volgende camping’ gedaan. Nog even afwachten of die is doorgekomen.

Podcast # 40 – Eindelijk weer live (Deel I)

Na een paar maanden van het Amerikaanse Maryland te hebben genoten, is Ronald weer even terug in Nederland. Een goede reden om even flink bij te podcasten. Gewoon weer in onze originele studio in Almere. En als we dan toch bezig zijn, zijn we niet meer te stoppen. Genoeg materiaal voor een podcast in 2 delen. Vandaag deel I.

Als Ronald dacht dat hij thuiskwam in een warm fietsbad, dan had hij buiten de staat van onderhoud van zijn Trek gerekend. Speling in zijn voorwiel, maar voornamelijk stroeflopende rem- en versnellingskabels noopten hem eerst de werkplaats op te zoeken, voordat hij eindelijk weer eens over een normaal fietspad kon rijden.

Fietsen was al populair, maar het lijkt steeds populairder te worden. Naast dat je op de fiets naar school of naar je werk kunt, zijn er inmiddels vele andere vormen bedacht. Relatief nieuw is het bikepacken. Hoewel het een sterke verwantschap heeft met het vakantiefietsen, zijn er toch verschillen aan te geven. Het traditionele vakantiefietsen of fietskamperen heet tegenwoordig biketouring. Handig, want dan begrijpt onze correspondent in de USA het tenminste ook. In deze podcast is er aan de hand van het eerste bikepack avontuur van Marc, ruim aandacht voor deze vorm van fietsgeluk.

https://soundcloud.com/user-540787362/pc-40-eindelijk-weer-live-deel-i

Link naar podcast #40

Linkjes

Gadgets en vakantiespullen
Ortlieb Bikepacking
Ortlieb ‘zadeltoetertas’
Ronald’s Ortlieb handlebarbag
Ronald’s Rockbros frametas
Marc’s Ortlieb frametas
Exped Synmat UL 7 LW (slaapmatje)
MSR Mutha Hubba NX (tent)
Close the Gap bike parts (met oa de outfront mount/hidemybell)
Topeak iPhone houder
Topeak PowerBank (~6000mAh)

Campings
Camping Slangenborg

Rem- en versnellingskabels
GCN – Internal cable routing hacks (oa de stofzuigermethode)
GCN – How To Replace & Fit Gear Cables On A Road Bike
GCN – How To Fit Internal Cables On A Road Bike
GCN – Vervangen van versnellingskabels (Engels)
Sickbiker – Internal vs External cable routing (Interessante visie op de bekabeling van de moderne racefiets)
Parktool – achterderailleur afstellen (Engels)
Parktool – voorderailleur afstellen (Engels)
Mechanic Monday – Stuurlint aanbrengen

Fiets door Unesco’s Koloniën van Weldadigheid

Op 26 juli heeft het Werelderfgoedcomité van Unesco de Koloniën van Weldadigheid op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Nederland diende de nominatie in samen met België. Het gaat in Nederland om de drie koloniën Veenhuizen, Frederiksoord en Wilhelminaoord. En in Vlaanderen om de Wortel-Kolonie.

De Nederlandse Koloniën liggen op de route van het Rondje Drenthe. Een relatief nieuwe route die je langs de grenzen van Drenthe brengt en dus ook door de Koloniën van Weldadigheid. Drenthe zit vol met ‘vergeten’ historie en leuke verassingen. Door de Koliniën fietsen is een prettige manier om een stukje van die historie op te snuiven.

Bord met uitleg langs de route

In België ligt de Wortelkolonie op de Grensroute. Ook deze route zit boordevol historie, met name over de Dodendraad, maar dus ook over de wortelkolonie. Uiteraard komt er in iedere goede route een ‘bierkot’ voor. In België kun je natuurlijk overal goed bier krijgen, maar de route voert je langs de Achelse Kluis.

Lees hier ons reisverslag van de Grensroute.

In elke route zit een goede ‘bierkot’

Lichtgewicht knijpers

Na een dag zwoegen op het zadel is je fietsbroek wel toe aan een wasbeurt. En niet alleen om je medeweggebruikers een plezier te doen, maar ook voor je eigen gezondheid. Moet je maar eens aan een langeafstandsfietser vragen wat er gebeurt als bacteriën de vrij hand krijgen in je zeem. Dus wassen die broek.

Maar dan moet ie ook weer drogen. Als je geluk hebt, schijnt het zonnetje. Maar bij iets minder weer, is het drogen van je fietsbroek een uitdaging. Ophangen in het toiletgebouw kan, meenemen in je slaapzak kan, maar ideaal is het niet.

Wij hebben nog oude outdoor knijpers. Helaas kun je deze niet meer krijgen, maar vroeger waren ze gewoon te koop bij de Bever. We hebben 2 van die knijpertjes aan lusjes in de tent gehangen en daarmee een droogplek voor onze broeken gecreëerd.

Knijpers waren ooit bij Bever te koop. Nu kun je ze krijgen via Amazon.

Fietserpad etappe 8 – We zijn ‘uitgemergeld’

Ik hou niet van drukte. Ik ben niet op mijn gemak in mensenmassa’s. En ik was niet voorbereid op Maastricht op zaterdag. Mijn hele zijn wilde maar één ding; zo snel mogelijk die stad uit. Veel. Te snel om het nog leuk te noemen zoefde ik door hartje Maastricht. Even buiten de drukte verontschuldigde ik me tegenover Madeleine. Ik had kunnen weten dat het druk was en toch overviel het me.

Een laatste klim naar de St. Pietersberg deed mijn gemoed weer tot rust komen. Het Fietserpad eindigt aan de rand van de voormalige Enci groeve. Nu omgebouwd tot natuurgebied. Ik vond het Oost-Duits mooi. Rauw met een zeer recente geschiedenis. De fabriek staat er nog. Ik denk dat het over 10 jaar een trekpleister voor natuurliefhebbers is.

De dag was in relatieve rust begonnen. Hoewel ons natuurkampeerterreintje met 90 plaatsen tot zijn nokkie gevuld was. Dus vormde er zich een Zuid-Frans rijtje van geduldige campinggasten met een boodschappentas voor de bus van de lokale bakker. Hoewel de broodjes meer Duits waren en de bakker nog wel wat aan zijn ‘croissant skills’ mag werken, voelde de hele omgeving Zuid-Europees aan.

De echte ‘bergen’ liggen wat oostelijker in Limburg. Dus heel pittig werd het niet vandaag. Een drietal klimmetjes als ik die naar de St. Pietersberg meetel. Toch zit er voldoende hoogte in om mooie vergezichten te krijgen. Het mooiste deel liep over een gravelpad. Wel even opletten dat je op je fiets blijft zitten in de afdaling. 

Gravelweg met uiteindelijk linke afdaling

Bij Houthem begon het dagjes toerisme. De parkeerplaatsen stonden vol met fietsendragers en her en der zag he mensen met fietsen of kinderen slepen. De laatste paar dagen had ik de indruk gekregen dat Limburg bezet was door 70 plussers. Een invasie van omroep Max, een kolonisatie door de ANBO. Nu zag ik weer mensen met kinderen. Die zijn blijkbaar door de oudjes naar de stad verbannen en mogen daar alleen in het weekend even uitkomen. Maastricht is eigenlijk een strafkolonie voor jeugdigen.

De mergelgroeve had me goed gedaan. Ik was klaar voor Maastricht. Laat maar komen die meute. Madeleine was lief voor me en hield me aan de rand bij een lokaal terras staande. ‘Zullen we hier wat eten, voordat we de drukte ingaan?’

Aan het tafeltje tegen de muur zat een ‘keurig’ stel. Hij had een mooie kaki broek aan met bijpassende hippe gebreide instappers en een geruit overhemd die het Zeeman niveau duidelijk ontsteeg. Zij had net iets teveel glimmers voor het mooie. Glimmers op haar sandalen, een glimmend schouderbandje van haar handtasje en uiteraard het nodige ‘generatie’ goud om nek, polsen en vingers. Ze zaten naast elkaar, hoorden bij elkaar, maar wisselden geen woord. Er viel blijkbaar niets meer te zeggen. Om toch niet helemaal nutteloos te zijn in deze setting, keken ze om beurten wat minachtend naar die twee fietsbroeken van twee tafels verderop. En naar goed Limburgs gebruik gooiden ze beiden om half twee ‘s-middags nog maar eens een Chardonnay naar achteren. 

Vanavond is het feest. Onze kinderen komen ons halen met de auto en wij maken daar dan een gezellige avond van met overnachting in de stad. Er komt een tijd dat je kroost niet meer met je op vakantie wil. Dat is eigenlijk maar goed ook. Maar als ouder is er niets leuker dan af en toe je nageslacht bij elkaar te hebben in een gezellige setting. 

De Finish

Fietserpad etappe 7 – Een dag met ondertiteling (’n dag mit ondertiteling)

Op Karmeliet gaat het niet. De verleiding was te groot op het verrassend gezellige marktplein in Sittard. Gezien het aantal kilometers van de dag was het tempo gedaald naar niveau lanterfanten en dus konden we de terras mogelijkheid niet laten glippen. En natuurlijk was ik verstandig en bestelde ik een bitter lemon, maar de ober verstond Tripel Karmeliet. Toen ie voor me stond dacht ik ‘het is ook bitter en er zit ook citroen in’ dus het is een soort bitter lemon.

Verrassend gezellig marktplein in Sittard

Op het terras was het ook geen probleem geweest. Het waren de kilometers tussen Sittard en Schinnen die in combinatie met mijn bitter lemon minder goed vielen. Ondanks dat ik het Noorden een beetje kwijt was, kon ik zeker nog genieten van het glooiende landschap. Het zijn ook akkers, net zoals in Flevoland, maar toch is het anders. 

De dag was rustig begonnen. Nadat we waren ontwaakt in ons sociale experiment, kwam al snel het eerste teken van waardering. ‘Mooie fietsen’. ‘Hoe ver rijd je op een dag?’ En vervolgens ‘Zo dat is ver!’ Helaas dan besloten met ‘Nou ja, toen ik jong was, reed ik nog veel meer kilometers op een dag en dat was door de Alpen’. Ik keek naar zijn bierbuik en dacht: ‘dat is dan wel heel vroeger geweest.’

Waarom lijken niet alleen mannen, maar ook normale  mensen, altijd te moeten bewijzen dat zij ook kunnen wat jij kan of liefst nog beter. Ik vermoede dat dit onderdeel was van het experiment waarin wij ons bevonden en besloot niet te reageren. Ik onderdrukte mijn opwellende testosteron en antwoordde met de vraag: ‘Wat knap van je, op wat voor een fiets reed je toen?’

Een fietser die door de Alpen is gecrosst weet nog op welke fiets hij dat heeft gedaan. Meestal met merk, kleur en type aanduiding erbij. Altijd een goede checkvraag of de duim niet nog groter is dan de bierbuik. Deze bierbuik wist het niet meer, want het was al te lang geleden.

Een fietskampeerder is altijd aan het grammen jagen. Wat kan minder, wat kan lichter en wat kan ik bij mijn vriendin in haar tas stoppen. Je hebt de bekende verhalen over afgezaagde tandenborstels en de fiets als tentstok gebruiken. Maar het effect van mijn afgezaagde tandenborstel is compleet verdwenen als ik op dag vier een glazen potje oploskoffie in mijn achtertas jas.

Zo heb ik een prachtige lichtgewicht zip-off outdoor broek van 306 gram. Werkelijk een heerlijke broek voor in de zomer, maar niet in September als het ‘s-avonds wat frisser wordt. Een thermobroek van 153 gram, but who is counting, is daar weer de perfecte oplossing voor. Heb je niet een dikkere broek nodig en heb je het toch warm. Tot zover de nutteloze fashion tips. 

Eenmaal onderweg vallen ons de plaatsnaambordjes op. Zodra je Limburg inrijdt begint de ondertiteling. Nou is ondertiteling in Limburg geen overbodige luxe. Maar als je plaats ‘Ech’ heet, of ‘Swoalme’ noem het dan ook zo. Den Hollander went wel aan die namen en de meesten wisten niet eens van het bestaan van Echt en Swalmen.

Plaatsnamen en hun ondertiteling

Iets wat niet typisch Limburgs is, maar wel opvalt, is dat er altijd iemand is die zich niet kan bedwingen en toch met zijn fiets of brommer over het nog zachte beton moet rijden, zodat zijn spoor nog jaren in het pad gegraveerd zal blijven staan. Ook in Limburg hebben ze , net zoals in Almere, milieuvriendelijk beton gebruikt. Wat er zo milieuvriendelijk aan is, weet ik ook niet. Het zal wel in een kleinere verpakking hebben gezeten. Wat ik wel weet is dat dit type beton zeer langzaam droogt, dus voordat het is uitgehard al volledig is dicht getatoeëerd met alle merken en type banden die je bedenken kunt. Daarnaast is het poreus. Dat is dan weer extra hilarisch als het fietspad door een paard met hoge nood is gebruikt. Dat levert bruine vlekken op in het beton, die er niet meer uitgaan. Ik verwacht binnenkort dat de gemeentereiniging in de weer moet met Vanish Active Oxygel om het fietspad weer schoon te krijgen. 

Creatieve geesten

Wij volgen voor een groot deel het Pieterpad. Het Pieterpad is niet zelden de bron van inspiratie geweest voor menig huisdichter. ‘Voor lopers van het Pieterpad, hebben wij een bed en een warm bad’ was een wervende tekst van een B&B. En wat dacht je van ‘Je loop de volgende 5 kilometer op gemak, op onze koffie met gebak’. Creatiever vond ik een uitrustbankje bij een boerderij met de inscriptie ‘Powerbank’.

Terrassencamping in Schinnen

Ik hou van verhalen. Daarom vind ik wielrennen ook zo leuk. Dat is een soort van GTST maar dan voor mannen. Ik kan me nog herinneren hoe Jean Nelissen de titanenstrijd tussen Henny Stamsnijder en Roland Liboton versloeg. Hij benoemde steeds letterlijk wat hij zag, daarbij steeds gebruik makend van zelfverzonnen aanduidingen als ‘onze kleine Belg’. Werkelijk te erg om naar te luisteren. Maar nu krijg ik door jongens als Maarten Ducrot en Karsten Kroon 198 kilometer lang heroïsche verhalen voorgeschoteld over het wel en wee van de renner in beeld. 

Uitzicht vanaf de camping

Vandaag hebben we een camping met verhaal. Haar opa is hier na de tweede wereldoorlog komen wonen en bood passanten een plek om hun tentje op te slaan op een plek waar de koeien het gras kaal hadden gegraasd. Haar ouders hebben het boerenbedrijf overgenomen en de camping geprofessionaliseerd. Sinds 2017 heeft zij, na omzwervingen in binnen- en buitenlandse, het stokje overgenomen en runt zij deze prachtige terassencamping in Schinnen. 

Het verhaal maakt de camping nog leuker dan hij al is. Het is inderdaad een prachtige, bijna Zuid-Franse locatie met soms prachtig uitzicht. En door het verhaal vergeet je ook wat sneller dat je nog steeds de weg hoort en dat je de tent precies voor een aangegeven tegel moet opzetten, zodat er tussen alle tenten 7 meter ruimte zit. Dan hebben we gelijk antwoord op de vraag in welk buitenland de omzwerving heeft plaatsgevonden. 

Nog steeds blijft het de mooiste camping van onze tocht. We staan op een strook met alleen maar tentjes en er staat een fietskampeerder naast ons. Dus al te hard klagen zal ik maar niet.

Morgen alweer de laatste dag. Nog maar een kleine 35 kilometer tot aan de meet. Maastricht. Dat wordt vast gezellig. 

Fietserpad etappe 6 – Crossen door de bossen met nimfen, kabouters en een asfaltprinses

Mijn asfaltprinses reed een beetje mopperend achter me aan. Bij Landgoed Geijsteren loopt de route behoorlijk onverhard door het bos met als ultiem hoogtepunt een half vergaan bruggetje over een beekje. Voor de één de hemel, voor de ander de hel. Madeleine verzint de titel van de dag: ‘crossen door de bossen’.

Het was in ieder geval de dag van de onverharde weg. Langs de Duitse grens hebben we het blijkbaar niet aangedurfd een fatsoenlijk stukje ZOAP neer te leggen. Misschien in de veronderstelling dat onze Oosterburen er een kilometer verderop wel een vierbaans Autobahn neer zullen kwakken. Maar ja, onberekenbaar die Duitsers.

Half vergaan bruggetje bij Landgoed Geijsteren

Bij Landgoed Geijsteren rijden we eerst tegen een brug aan die toe is aan een klein onderhoudsbeurtje. Even twijfel ik of ik het in één keer over de rechterbalk zal proberen, maar de consequenties als het fout gaat, wegen zwaarder dan de ‘coolness’ trofee die ik er mee winnen kan. Daarna rijden we tegen een raar Kapelletje aan, die van bovenaf bezien op een zessprong ligt. De Willibrordus kapel krijgt daardoor een spannend jongensboek karakter, waarin duistere krachten alleen kunnen worden bestreden als over alle 6 de wegen gelijktijdig 2 bosnimfen en een kabouter de kapel benaderen. We rijden verder op zoek naar het benodigde sprookjes personeel. 

Willibrordus kapel, hier nog zonder bosnimfen

De etappe vliegt voorbij. Geholpen door het mooie weer en de goede benen staan we veel te vroeg voor Venlo. We hadden al bedacht de geplande camping rechts te laten liggen en door te rijden naar de volgende camping op de route. Die lag mooi tegen de Duitse grens aan. Daar aangekomen, was het nog steeds vroeg en de camping zag er ook niet heel aantrekkelijk uit. Dus door naar het natuurkampeerterrein in Boukoul.

Daar werden wij het middelpunt van een sociaal experiment. Wij werden met onze tentjes midden op een SVR veldje met rondom caravans gepositioneerd. De woonwagenbewoners gingen er eens rustig voor zitten. De rugleuningen ging omhoog en de voetensteunen naar beneden. Annie haalde haastig nog een biertje voor Joop. Elk moment verwachtte ik de boerenzoon die met de pet langs zou gaan voor zulk een kostelijk vermaak. 

Als middelpunt van het sociaal experiment

Nu vind ik het ook leuk om te kijken naar iemand die een Decatlon tentje uit de nieuwverpakking rukt om er als een ware toreador mee in gevecht te geraken. Nog leuker is als dan een stoere buurman wel even gaat demonstreren hoe het wel moet. 

Maar wij gaven geen krimp. Wij werkten rustig ons protocol af en creëerde onze slaap- en verblijfplaats in volstrekte harmonie. Weinig lol voor de omstanders. De boerenzoon bleef weg en Annie ging weer terug haar Knaus in om de aardappelen te schillen.

Vermeldenswaardig is de Kip Tandoori van die avond. We reden al een week met de mix rond, maar vanavond was het feest. In Swalmen hadden we bij Jan Linders een prima stukje bio kip, een uit, een paprika en worteltjes gescoord, die samen met de Tandoori mix van Beltane de lekkerste campingmaaltijd van de vakantie vormden.

Door het ontbreken van een wolkendek, werd het snel te koud om buiten te zitten. In onze warme slaapzakken hebben we nog zeker tien bestemmingen liggen bedenken waar we volgend jaar kunnen fietsen. 

Fietserpad etappe 5 – Niet van de lucht

Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar de Podcast van afgelopen vrijdag. Een zadeltoetertas, een frametasje en iets aan je stuur. Nu ik ergens in de negorij van Gelderland werd geconfronteerd met iets dat de laatste ijstijd ons geschonken heeft, voelde ik de onbedwingbare drang tot minder. En niet op de negatieve manier. Gewoon minder luxe, dus minder gewicht en dus minder moeite om boven te komen drijven. We slepen gewoonweg teveel bagage mee in het leven.

Teveel?

Oke, even een iets luchtiger onderwerp. Misschien herken je het. Vanochtend had ik mijzelf in het enige afsluitbare toilet van ons Boerheemse Paradijs net ontdaan van de pannenkoeken van gisteravond, toen ik een mevrouw ‘mijn’ toilet in zag schuifelen. Een enorme walm van schaamte kwam over mij heen. Als ik al een chemische oorlog wilde beginnen, dan toch niet tegen deze aardige mevrouw. Ik twijfelde ook net te lang om haar nog te waarschuwen. Hoewel ik in mijn hoofd uitriep: ‘nee, niet doen!’, bleven mijn lippen op elkaar. Tot overmaat van ramp had haar blik bij het sluiten van deur de mijne gevangen. Haar ogen straalde de enig denkbare vraag uit: ‘was jij het?’

Geen regen, maar wind tegen. Met dat motto kon ik wel leven. De wind kwam wisselend frontaal en over de rechterflank. Vaak genoeg werd zij van kracht ontdaan door een simpel houtwalletje of een paar verloren struikjes. Goed uit te houden.

Bij Terborg reden we langs een lokaal bedevaartsoord. Een holle ijk werd hier voor iets anders aangezien dan een zieke boom met een rottend hart. Er hingen kruizen en relikwieën. Vooral de ‘artefacts’ die achter waren gelaten door ‘Pieterpadters’ maakten van hen in een klap pelgrims. De ratio in mij overwon het en ik herinnerde mij het bordje dat mijn aandacht nog maar een paar kilometer terug had getrokken: ‘milieuverontreiniging, bel 0…’. Wat was het nummer ook alweer.

Milieuverontreiniging in het religieuze circuit

Plaatsen hebben vaak logische namen. De naam Coevorden is afgeleid van een doorwaadbare plek waar men de koeien door de Vorde konden voeren. Maar toch zijn er maar weinig plaatsen met een allesomvattende naam als ‘Berg en Dal’.

Niets aan toe te voegen

Even voor de klim hadden we de rust opgezocht van de achtertuin van Daan, één van onze volgende Podcast gasten. Daan is van de zomer in 3 dagen naar Berlijn gefietst. Weer zo’n kilometervreter met weinig bagage. Wat doe ik toch verkeerd?

Ik houd van klimmen. Ik vind het echt leuk. Een beetje afzien en de voldoening als je boven bent. De route die ons door Berg en Dal naar Groesbeek leidde, had alles in zich om – voor Nederlandse begrippen dan – de klimgeit in mij los te maken. Was het niet dat de vele auto’s en bijbehorende luchten dat beletten. Wat is klimmen verschrikkelijk als je dat moet doen aan het infuus van een Porsche 911 uit negentien kruik, met een bestuurder die het ontstaan van deze stuwwal nog actief had meegemaakt. Laat hem alsjeblieft op een e-bike kruipen.

Omdat het mogelijk zou gaan regenen, hebben we in Gennep een B&B geboekt. We blijken de vijfde gast ever te zijn in dit prachtige appartement even buiten de stad. Wat een luxe al mis ik de Boerheemse stijl al wel een beetje.