De hele dag buiten spelen

Een rit door Drenthe, Friesland en Flevoland.

Vandaag ben ik vroeg op pad. Althans, voor mijn doen. Het is oktober en acht uur ’s morgens. Net een half uur licht, maar het is nog wat schemerig. Voor de zekerheid maar de lampjes aan. De zon gaat schijnen en met open mond fiets ik door het Dwingelderveld. Niet omdat ik buiten adem ben, maar het schouwspel van mist, natuur, kleuren en opkomende zon is zo mooi! Ik stop voor de vijftiende keer om een foto te maken. Dit is geluk op de fiets, prachtig! En ik ben nog maar net op pad. Gelukkig heb ik het niet koud, maar ik moet niet te lang stilstaan merk ik. Ik zoef weer door het bos over een slingerend fietspaadje, de zon aan mijn rechterkant…

Zonsopkomst bij het Dwingelderveld

Adrenaline

Na het Dwingelderveld volgt het Hijkerzand. Een wat open terrein met veel riet en weinig bomen. Er lopen Heckrunderen. Wanneer een paar van die beesten iets verderop over het fietspad slenteren, ben ik relatief dichtbij. Een grote met een fors stel horens en enkele kleinere varianten. Ze zijn toch best imposant, zeker als je ziet dat een van die kleinere  een jong is en het rund-met-de-grote-horens (ik denk papa-rund) ineens stopt en jou aankijkt… Ik denk dat-ie me niet eerder opmerkte en nu plotseling een vreemd rechtop staand wezen voor zich ziet. Alles staat stil. Ik ook. Maar ik wil wel graag verder. Dan maar omlopen door de greppel. Fiets optillend loop ik door wat runderpoep, takjes, blaadjes en hoog gras… Het jong rent ineens hard weg van het fietspad. Ik denk dat het schrok, omdat ik beweeg en voor hem of haar onverwachte geluiden maak… Als papa-rund nu maar niet…

Mijn adrenaline zet me op scherp om elk moment op mijn fiets te kunnen springen en heel hard te gaan fietsen. Niet dat dat zin heeft, want ik sta van het pad af, op het fietspad liggen bladeren, ik moet inklikken als ik op mijn fiets zou springen en bovenal: de ketting ligt op het buitenblad. No way dat ik als een profrenner uit een peloton zou kunnen wegdemarreren van papa-rund. Bij de tijd dat ik op de fiets zou zitten en mijn schoenen in een vloeiende prof-reflex ingeklikt zou hebben, zou grote-papa-met-de-horens al naast mijn fietsje staan… Gelukkig gaat alles goed en blijft het rustig in het bos, op mijn adrenaline-niveau en hartslag na dan…

Hijkerzand (nu nog zonder Heckrunderen)

Ik rijd door een buitenwijk van Assen. Vinex, geen mooi centrumpje of pleintje. Daarvoor had ik in Assen zelf moeten zijn. Een mooi centrum, maar niet voor vandaag. Mijn route slingert verder om de stad heen door het mooie Noord-Drentse landschap. Na een bruggetje over de Drentse Aa rijd ik door Amerika en daarna de gemeente Groningen in. Al nadenkend hierover is het wel een vreemde gewaarwording en het klinkt als een slechte woordgrap. Ik weet dat er meer plaatsen in Nederland zijn met namen van landen of buitenlandse steden. Zo liggen Egypte en Moskou in Friesland. Misschien een idee voor een route die langs dit soort plaatsjes voert? Al mijmerend over nieuwe routes rijd ik ongemerkt Friesland binnen.

Jarig

Gisteren zei mijn agenda dat Ed, een vriend van mij, vandaag jarig is. Ik wil hem even een berichtje sturen. Even later kom ik langs een straatnaambordje ‘Jarig van der Wielen Wei’. Gedachteloos rijd ik er voorbij en een kilometer of wat later denk ik plots “hee, jarig?” Te laat! Zo’n straatnaam bedenk je toch niet? Ik heb geen zin om terug te rijden, dus dan maar een foto van het plaatsnaambord Bakkeveen (Bakkefaen) met groeten uit Fryslan… ook leuk.

In Bakkeveen vind ik ondanks de lockdown een snackbar die open is en koffie heeft mét warme appeltaart. Ze willen ook mijn bidon bijvullen. Buiten in het zonnetje verorber ik mijn koffie met gebak, zittend op een plantenbak aan een parkeerplaats. Het is een graad of 10, maar in de zon is het heerlijk warm. Ik neem een hap. Proficiat Ed! 

Ik ga weer verder over leuke bospaadjes. Het is hier werkelijk prachtig. Overal liggen goede fietspaden met af en toe wat goed berijdbaar gravel of een zandpaadje. Ik hou vooral van afwisseling in de omgeving en dat is hier volop. Een mooie bomenrij, dan weer een slingerend pad tussen weilanden, een smal zandpad door het bos, een weg langs een akker met vergezicht, en gravel langs afgelegen kerkjes in het groen. Geen verveling. Dit is genieten, geluk op de fiets!

Een ‘verstopt’ gravelpaadje

In Jubbega rijd ik in het gezellige mini-centrum langs een viskraam. Het ruikt lekker, zal ik hier wat eten? Ik heb nog niet echt honger dus ik rijd door. Even later krijg ik spijt, want stiekem heb ik eigenlijk toch best trek in een bakje kibbeling. Ik zeg tegen mezelf dat er in het volgende dorp ook vast een viskraam staat, maar meteen zegt een stemmetje: “Jaja, nou, de kans op weer een viskraam is net zo groot als een tweede bordje ‘Jarig van der Wielen Wei’”. Het volgende dorp is Oldeberkoop. Een bakker! Voor een fietser ook een prima pleisterplaats. Ik koop een chocoladeroombroodje dat ik op een bankje bij de kerk opeet.

Mentaal dingetje

Het is vandaag een lange rit. Dat weet ik, want ik heb hem zelf gepland en weet de totaalafstand: 210km. Mijn sporthorloge legt mijn afgelegde route en afstand vast. Op mijn stuur zit mijn telefoon met enkel de route en het pijltje dat aangeeft waar ik ben. Ik weiger vanaf nu op mijn horloge te kijken om te zien hoever ik al heb gefietst. Dat gaat altijd tegenvallen is mijn ervaring. Ik ga dan rekenen hoever het nog is en ga de route dan verdelen in stukken. 85km is bijv naar mijn werk en terug. 100km is mijn vaste rondje Loosdrechtse plassen. Ik onderdruk de mentale drang om toch te kijken, ook als mijn horloge piept om aan te geven dat ik alweer 5 km verder ben en mij lonkt “kijk, kijk dan toch!”. Ik neem mij voor dat ik pas in Flevoland kijk, want dan heb ik ruim de helft afgelegd.

Het helpt, ik kijk veel meer rond en houd me niet bezig met afstanden. Ik zie wel en luister naar mijn benen. Dit voelt lekker. Als het te vermoeid voelt, ga ik gewoon langzamer fietsen. Als gevolg geniet ik oprecht van het fietsen en de omgeving.

Zandpaadje door het bos

Vanaf Wolvega volgt een fietspad langs de Linge (of Lenge op z’n Fries). Dit riviertje kronkelt door het landschap en vormt voor een deel de grens met Overijssel. Geen auto’s, alleen maar fietspad. Heerlijk in alle rust op m’n fiets. En de hele dag schijnt de zon! Het fietspad wordt even later een bredere weg. Er rijdt gelukkig weinig verkeer en het uitzicht en het slingerende dijkje blijven. Voor ik het weet moet ik afbuigen naar het zuiden. Hier houdt Friesland op en rijdt ik een klein stukje door Overijssel. Daarna ben ik al in Flevoland. Nou ja, de Noordoostpolder dan. “Almere is nog ver” denk ik. Leuke tekst voor op een T-shirt. Mijn horloge houd ik nog afgedekt onder mijn mouw.

Na Kuinre rijd ik de Noordoostpolder in. Ik volg eerst een aardig fietspad door een stukje bos. Feitelijk is dit uitstel van executie, want de NOP heeft veel, heel veel rechte wegen en daar is echt geen ontkomen aan. Toch heb ik bij het plannen nóg een kronkelig fietspad gevonden door een stukje mooie natuur, vlak boven Emmeloord: De Burchttocht. Via een park rijd ik Emmeloord in. 

Herrie

In het centrum van Emmeloord zoek ik naar een afhaalkoffietent. Die is er! Er staat een bord buiten met ‘afhalen’. Daar moet ik zijn. Ik zet mijn fiets tegen een bloembak op slot en merk nu pas dat er niet alleen een flinke beat met stevige bassen uit dit etablissement komt, maar dat ook iemand heeft bedacht om in de winkelstraat twintig meter verderop een draaiorgel aan te zwengelen. Niet mijn ding. Tot overmaat van ramp hoor ik dat de ‘beat’ uit het café van het Smartlap-genre is. Oók niet mijn ding. Deze overweldigende herrie wordt me teveel. Ik zie me al staan met koffie en gevulde koek in mijn handen, mezelf afvragend waar ik hier in ’s hemelsnaam rustig van mijn versnapering ga genieten. Ik bedenk me instantaan, haal mijn fiets weer van slot en vervolg mijn weg. Weg hier! Ik stop nog even bij de kerk verderop, maar er is geen bankje, geen koffie en teveel verkeer. 

In Nagele is het rustiger en hier eet ik wat. Ik besluit op mijn horloge te kijken. 155km gehad. Mijn brein begint meteen te ratelen “Dat is nog 55km te gaan…” en direct erachteraan: “Man, dat is nog twee uur fietsen!”. Het is maar goed dat ik niet eerder heb gekeken. Ik herinner mezelf er aan dat het de rest van de dag ook goed ging door gewoon rond te kijken en te genieten van het fietsen zelf. Dat moet hier toch ook lukken? Gewoon doen.

Herfst in Lelystad

Het is nog een relatief klein stuk naar de Ketelbrug (twee rechte stukken en een haakse bocht, typisch polderpatroontje) en dan volgt na de brug nog een heel leuk fietspad dat ik ken van mijn eerdere ritten: Piets pad. Een lieflijk gravel- en betonpad langs een sloot en weilanden, helemaal tot aan Lelystad. Helaas blijkt er halverwege Piets pad een bruggetje te liggen waarvan men blijkbaar heeft bedacht dat het té krakkemikkig is om overheen te fietsen en heeft men het afgesloten. Nu moet ik dus toch over het fietspad langs de doorgaande weg naar Lelystad. Rustig peddelend door wat woonwijken en bossen met mooie herfstkleuren ben ik even later voor het donker alweer thuis. 

Moe? Zeker! Voldaan? Absoluut! Ik ben de hele dag buiten geweest en heb mezelf prima vermaakt. Topdag.

Fietsen in Drenthe in de herfst

Ik neem mij regelmatig voor om bij het krieken van de dag op pad te gaan. In het half donker gaan rijden, genieten van de nog slapende dorpjes en Nederland zien ontwaken. Maar het is me nog niet gelukt en vandaag is geen uitzondering. De wekker ging om half zeven en in plaats van een half uur deed ik er ruim drie keer zo lang over om weg te komen. Toch maar ‘even’ koffie zetten en rustig mijn broodje en yoghurt eten. Ook heerlijk, want het is tenslotte vakantie. Om negen uur ben ik dan toch eindelijk op weg.

De route van vandaag voert naar het oosten van Drenthe en een stukje Groningen. De wind is noordoost bij 10 graden, dus het kan koud aanvoelen. Ik heb maar wat extra kleding aangetrokken. Het is wel een prima timing, want de terugweg wordt wind mee. Het is echter vandaag de eerste dag in de tweede intelligente lockdown en alle horeca is vanaf vandaag vier weken lang dicht. Ik verwacht dus onderweg geen koffie met gebak te kunnen scoren. Daarom heb ik genoeg eten meegenomen: vier reuzenkrentenbollen met kaas, een banaan, wat repen en een stroopwafel. Hier moet ik het wel op redden vandaag.

Wat me misschien nog het meest bezorgt is de ‘Overweldigende Weidsheid’ van Groningen. Dat is Gronings voor ‘Het Grote Niets’. Andere woorden, zelfde beleving. Ik hoor regelmatig in ‘fietskringen’ dat het nogal heftig is daar. Kaal en open, altijd wind, het klinkt niet erg aantrekkelijk. Als de wind maar niet draait vandaag…

Drentse kasseien op de VAM-berg

Eerst de VAM-berg. Je kan dit object beschrijven als een opgeleukte vuilnisberg voor fietsers. Zoiets hebben we in Almere ook (Braambergen), maar dat is enkel een parcours voor de MTB. De VAM-berg heeft naast een MTB-route ook mooi en breed asfalt voor dat andere aluminium en carbon. De klimmetjes zijn leuk om te doen. Het zijn er dus meer, waarvan een deel zelfs met heuse Drentse kasseien (zogenaamde Flinten). Maar eerlijk gezegd ben je boven voor je goed en wel stevig hebt aangezet. Natuurlijk moet je dit niet vergelijken met de Vogezen of zelfs Ardennen, maar het is erg leuk gedaan met steile stukken tot 15%. Het is er als ik aankom, ontzettend rustig. Bovenaan de kasseienstrook op de top neemt een fietser met korte wielrenbroek een selfie bij de paal waarop staat ‘Selfie-spot’. Is dat een woordgrap? Ik besluit mee te doen aan de hype en maak ook een selfie. Ook maak ik een foto van de kasseien. Ze zien er schoongespoten uit, net als alles eigenlijk op deze vuilnisberg… Nog één keer de kasseienstrook beklimmen en naar beneden suizen. Daarna vervolg ik mijn route naar Emmen

Het stuk naar Emmen is afwisselend. Open akkerland, maar ook bomenrijen en stukjes bos. Links- en rechtsaf door het landschap en dus niet constant de wind op kop. Het is minder zwaar dan ik aanvankelijk had verwacht. Het valt me op dat er erg weinig mensen op de been of op de fiets zijn. Ik haal een vrij forse man in op een racefiets met aanhanger, in wielrenkleding. Ik groet. Dat is de tweede racefietser vandaag in 40km. 

Na Emmen eet ik mijn eerste krentenbol. Eigenlijk te laat, want ik ben al dik twee uur onderweg. Maar het gaat nog goed. “Genoeg eten en drinken, ook als het kouder is”, zei iemand laatst tegen me. Ik neem mij voor erop te letten. Het is maar goed dat ik zelfvoorzienend ben vandaag, want echt alles is dicht. Er is zelfs geen afhaalkoffie te vinden, laat staan een stuk appeltaart en daar heb ik eigenlijk best trek in. Hopelijk moet de horeca nog even schakelen en gaan ze eerdaags op de afhaalmodus over.

Alsof het gebrek aan koffie nog niet erg genoeg is, ben ik door mijn fietsvrienden gewaarschuwd voor nog iets anders: “Ter Apel en Stadskanaal zijn triest en treurig”, en “Neem genoeg Prozac mee!”. Tegelijkertijd werd mij wel de Jumbo in Ter Apel warm aanbevolen. Geprezen werd hij vanwege de koffie, warme broodjes en ubervriendelijk personeel. Ieder nadeel heb z’n voordeel, zeg maar…

Bruggetjesfietspad voorbij Stadskanaal

Hoewel ik het pas verwachtte bij Ter Apel begonnen de meedogenloze vlaktes al na Emmen. Eén lange rechte weg. Langs lintbebouwing, dat wel. Dus iets minder wind dan op open terrein, maar er komt geen einde aan. Tot Ter Apel. De fietsvriendjes hadden niets teveel gezegd. Niet de meest bruisende, gezellige plek om te zijn. Om het nog wat erger te maken mis ik ook nog de zo bejubelde Jumbo! Gewoon niet meer aan gedacht; ontzettend jammer. Na Ter Apel vind je langs het kanaal weer veel huizen. Ik zie bordjes voorbij komen en denk dat het kanaal hier Ter Apelkanaal heet, maar zo heet de plaats hier! Zo is er het plaatsje Mussel en het plaatsje Musselkanaal. De bekendste in dit Gronings mantra is natuurlijk Stadskanaal. Hoe het kanaal zelf eigenlijk heet, heb ik nergens gezien… 

Stadskanaal valt voor mij gelukkig erg mee. Mijn route heb ik precies om de plaats heen gelegd en ik rijd door een mooi park, door bos en over gravel(!). Mooi dus. Het pittoreske stadscentrum heb ik helaas hierdoor gemist. Verder door naar het noordwesten. Daar zal ik de Overweldigende Weidsheid recht in de poeperd gaan kijken! Maar nee, ik rijd over een lieflijke, rustige polderweg en even verderop over een landelijk, smal bruggetjesfietspad. Niks mis mee. Inmiddels heb ik de wind op de zij van rechts.

Prachtige herfstkleuren

Na het oversteken van het kanaal gaat de route zuidwest en rijd ik Drenthe weer in. Bossen, slingerende fietspaden en akkers wisselen elkaar af. Prachtig! Het valt me ineens op dat het bos langzaam geel en oranje kleurt. Dat is natuurlijk logisch, want het is herfst. Maar ik realiseer het me nu pas. De variatie van begroeiing maakt het bijzonder mooi. Voor ik het weet ben ik alweer terug op de uitvalsbasis. Ofschoon ik blij ben weer terug te zijn, leek het laatste stuk  sneller te gaan dan de rest en ook een deel van Groningen viel nog erg mee. Fietsen in Drenthe is in elk geval erg mooi. Het enige dat wellicht nóg mooier is dan dat, is fietsen in Drenthe in de herfst.

Het Grote Niets

Het overviel me. Niet dat ik onwetend was over het bestaan, of dat ik niet wist dat het in mijn route zat. Nee, ik had me veel meer gericht op het deel verderop in mijn route, het stuk dat ik nog niet kende en waar ik nieuwe wegen ging ontdekken. Maar het was er wel en ik zou het gaan tegenkomen.

Ik realiseerde het me pas toen ik halverwege Lelystad was en tegen mezelf zei “straks komt het stuk door de polder naar Kampen, het Grote Niets”. Het is een stuk waar je slechts op éën manier van kan genieten: met wind mee. Dat geluk ontbrak me vandaag. Zuid-Oostenwind. Het fietspad loopt langs de enige doorgaande weg door de Flevopolder naar Kampen en alles, maar dan ook alles is recht en vlak. Zelfs de bochten.

Het stuk begint na Lelystad en eindigt pas op de brug als je Overijssel inrijdt en wordt enkel onderbroken door het plaatsje Dronten. Als je daar doorheen rijdt voelt het als een ware oase. Even wat bedrijvigheid anders dan denderend verkeer. Ik zie huizen, mensen, andere fietsers en… voel even geen wind! Meteen verdenk ik de planners van deze zogenaamde ‘kern’ ervan ook het Grote Niets bewust gepland te hebben om de fietser het dorp extra positief te laten ervaren. Gelukkig voor de masochisten onder ons kun je ook gewoon de N-weg langs Dronten blijven volgen, zodat je ononderbroken van al dat moois kan blijven genieten. Na het eten van mijn meegebrachte lunch verlaat ik het rustige Dronten en vecht ik mij weer door het polderlandschap. Op naar Kampen.

Eenmaal Flevoland uit, voelt het landschap als bij toverslag anders. Een slingerend fietspad langs een dijkje, een niet-recht slootje, huizen langs de dijk waar het fietspad lieflijk langs is gelegd. Moeilijk uit te leggen, maar het voelt totaal anders. Hier begint het Grote Genieten. Kampen ken ik. een oude Hanzestad aan de IJssel met een prachtig plein in het centrum. Een mooie plek voor een koffiestop, maar niet vandaag. Het is nog te vroeg.

Nationaal Park Weerribben-Wieden

Na Kampen volgt de route het fietspad langs de dijk naar Genemuiden. Er is hier geen bos, maar toch geniet ik volop van het uitzicht. Zou het contrast met het Grote Niets daar aan bijdragen? Na een verdiende koffiestop met koek fiets ik na een onverwacht pontje bij Het Zwarte Water (gelukkig vaart hij), door het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Het is hier rustig en af en toe doen de doorkijkjes tussen het riet mij denken aan het uitzicht op de Oostvaardersplassen.

Na een Giethoorn-achtig dorpje (erg mooi!) met smal fietspad achter de huizen langs en met veel bruggetjes is Meppel het begin van mijn doel-provincie: Drenthe. Na Meppel volgen eigenlijk alleen maar erg rustige wegen langs watertjes door het Drentse landschap. De zon die eigenlijk de hele dag bij me was, staat laag. Dit is genieten! Eenmaal aangekomen bij B&B De Blokhut, ons heerlijk knus onderkomen voor deze week, denk ik ongemerkt nog even terug naar die lege plek in mijn gedachten. Zou het ook zo’n heerlijke dag zijn geweest zonder Het Grote Niets?

Het Drentse landschap met laagstaande zon

Download GPX

De Wereldfietser – Forum

De Wereldfietser is een vereniging van en voor fietsreizigers die degelijke informatie over het reizen op de fiets uitwisselt en hier voorlichting over geeft. Daarnaast brengen we contacten tot stand tussen fietsers in binnen- en buitenland, en we ondersteunen zo veel mogelijk de activiteiten van fietsreizigers.

Op deze website kun je diverse informatie vinden, onderverdeeld in fiets- en landeninformatie. Daarnaast hebben ze een uitgebreid forum, een interessant tijdschrift, en ze organiseren diverse activiteiten voor hun leden.

Fietserpad etappe 8 – We zijn ‘uitgemergeld’

Ik hou niet van drukte. Ik ben niet op mijn gemak in mensenmassa’s. En ik was niet voorbereid op Maastricht op zaterdag. Mijn hele zijn wilde maar één ding; zo snel mogelijk die stad uit. Veel. Te snel om het nog leuk te noemen zoefde ik door hartje Maastricht. Even buiten de drukte verontschuldigde ik me tegenover Madeleine. Ik had kunnen weten dat het druk was en toch overviel het me.

Een laatste klim naar de St. Pietersberg deed mijn gemoed weer tot rust komen. Het Fietserpad eindigt aan de rand van de voormalige Enci groeve. Nu omgebouwd tot natuurgebied. Ik vond het Oost-Duits mooi. Rauw met een zeer recente geschiedenis. De fabriek staat er nog. Ik denk dat het over 10 jaar een trekpleister voor natuurliefhebbers is.

De dag was in relatieve rust begonnen. Hoewel ons natuurkampeerterreintje met 90 plaatsen tot zijn nokkie gevuld was. Dus vormde er zich een Zuid-Frans rijtje van geduldige campinggasten met een boodschappentas voor de bus van de lokale bakker. Hoewel de broodjes meer Duits waren en de bakker nog wel wat aan zijn ‘croissant skills’ mag werken, voelde de hele omgeving Zuid-Europees aan.

De echte ‘bergen’ liggen wat oostelijker in Limburg. Dus heel pittig werd het niet vandaag. Een drietal klimmetjes als ik die naar de St. Pietersberg meetel. Toch zit er voldoende hoogte in om mooie vergezichten te krijgen. Het mooiste deel liep over een gravelpad. Wel even opletten dat je op je fiets blijft zitten in de afdaling. 

Gravelweg met uiteindelijk linke afdaling

Bij Houthem begon het dagjes toerisme. De parkeerplaatsen stonden vol met fietsendragers en her en der zag he mensen met fietsen of kinderen slepen. De laatste paar dagen had ik de indruk gekregen dat Limburg bezet was door 70 plussers. Een invasie van omroep Max, een kolonisatie door de ANBO. Nu zag ik weer mensen met kinderen. Die zijn blijkbaar door de oudjes naar de stad verbannen en mogen daar alleen in het weekend even uitkomen. Maastricht is eigenlijk een strafkolonie voor jeugdigen.

De mergelgroeve had me goed gedaan. Ik was klaar voor Maastricht. Laat maar komen die meute. Madeleine was lief voor me en hield me aan de rand bij een lokaal terras staande. ‘Zullen we hier wat eten, voordat we de drukte ingaan?’

Aan het tafeltje tegen de muur zat een ‘keurig’ stel. Hij had een mooie kaki broek aan met bijpassende hippe gebreide instappers en een geruit overhemd die het Zeeman niveau duidelijk ontsteeg. Zij had net iets teveel glimmers voor het mooie. Glimmers op haar sandalen, een glimmend schouderbandje van haar handtasje en uiteraard het nodige ‘generatie’ goud om nek, polsen en vingers. Ze zaten naast elkaar, hoorden bij elkaar, maar wisselden geen woord. Er viel blijkbaar niets meer te zeggen. Om toch niet helemaal nutteloos te zijn in deze setting, keken ze om beurten wat minachtend naar die twee fietsbroeken van twee tafels verderop. En naar goed Limburgs gebruik gooiden ze beiden om half twee ‘s-middags nog maar eens een Chardonnay naar achteren. 

Vanavond is het feest. Onze kinderen komen ons halen met de auto en wij maken daar dan een gezellige avond van met overnachting in de stad. Er komt een tijd dat je kroost niet meer met je op vakantie wil. Dat is eigenlijk maar goed ook. Maar als ouder is er niets leuker dan af en toe je nageslacht bij elkaar te hebben in een gezellige setting. 

De Finish

Fietserpad etappe 7 – Een dag met ondertiteling (’n dag mit ondertiteling)

Op Karmeliet gaat het niet. De verleiding was te groot op het verrassend gezellige marktplein in Sittard. Gezien het aantal kilometers van de dag was het tempo gedaald naar niveau lanterfanten en dus konden we de terras mogelijkheid niet laten glippen. En natuurlijk was ik verstandig en bestelde ik een bitter lemon, maar de ober verstond Tripel Karmeliet. Toen ie voor me stond dacht ik ‘het is ook bitter en er zit ook citroen in’ dus het is een soort bitter lemon.

Verrassend gezellig marktplein in Sittard

Op het terras was het ook geen probleem geweest. Het waren de kilometers tussen Sittard en Schinnen die in combinatie met mijn bitter lemon minder goed vielen. Ondanks dat ik het Noorden een beetje kwijt was, kon ik zeker nog genieten van het glooiende landschap. Het zijn ook akkers, net zoals in Flevoland, maar toch is het anders. 

De dag was rustig begonnen. Nadat we waren ontwaakt in ons sociale experiment, kwam al snel het eerste teken van waardering. ‘Mooie fietsen’. ‘Hoe ver rijd je op een dag?’ En vervolgens ‘Zo dat is ver!’ Helaas dan besloten met ‘Nou ja, toen ik jong was, reed ik nog veel meer kilometers op een dag en dat was door de Alpen’. Ik keek naar zijn bierbuik en dacht: ‘dat is dan wel heel vroeger geweest.’

Waarom lijken niet alleen mannen, maar ook normale  mensen, altijd te moeten bewijzen dat zij ook kunnen wat jij kan of liefst nog beter. Ik vermoede dat dit onderdeel was van het experiment waarin wij ons bevonden en besloot niet te reageren. Ik onderdrukte mijn opwellende testosteron en antwoordde met de vraag: ‘Wat knap van je, op wat voor een fiets reed je toen?’

Een fietser die door de Alpen is gecrosst weet nog op welke fiets hij dat heeft gedaan. Meestal met merk, kleur en type aanduiding erbij. Altijd een goede checkvraag of de duim niet nog groter is dan de bierbuik. Deze bierbuik wist het niet meer, want het was al te lang geleden.

Een fietskampeerder is altijd aan het grammen jagen. Wat kan minder, wat kan lichter en wat kan ik bij mijn vriendin in haar tas stoppen. Je hebt de bekende verhalen over afgezaagde tandenborstels en de fiets als tentstok gebruiken. Maar het effect van mijn afgezaagde tandenborstel is compleet verdwenen als ik op dag vier een glazen potje oploskoffie in mijn achtertas jas.

Zo heb ik een prachtige lichtgewicht zip-off outdoor broek van 306 gram. Werkelijk een heerlijke broek voor in de zomer, maar niet in September als het ‘s-avonds wat frisser wordt. Een thermobroek van 153 gram, but who is counting, is daar weer de perfecte oplossing voor. Heb je niet een dikkere broek nodig en heb je het toch warm. Tot zover de nutteloze fashion tips. 

Eenmaal onderweg vallen ons de plaatsnaambordjes op. Zodra je Limburg inrijdt begint de ondertiteling. Nou is ondertiteling in Limburg geen overbodige luxe. Maar als je plaats ‘Ech’ heet, of ‘Swoalme’ noem het dan ook zo. Den Hollander went wel aan die namen en de meesten wisten niet eens van het bestaan van Echt en Swalmen.

Plaatsnamen en hun ondertiteling

Iets wat niet typisch Limburgs is, maar wel opvalt, is dat er altijd iemand is die zich niet kan bedwingen en toch met zijn fiets of brommer over het nog zachte beton moet rijden, zodat zijn spoor nog jaren in het pad gegraveerd zal blijven staan. Ook in Limburg hebben ze , net zoals in Almere, milieuvriendelijk beton gebruikt. Wat er zo milieuvriendelijk aan is, weet ik ook niet. Het zal wel in een kleinere verpakking hebben gezeten. Wat ik wel weet is dat dit type beton zeer langzaam droogt, dus voordat het is uitgehard al volledig is dicht getatoeëerd met alle merken en type banden die je bedenken kunt. Daarnaast is het poreus. Dat is dan weer extra hilarisch als het fietspad door een paard met hoge nood is gebruikt. Dat levert bruine vlekken op in het beton, die er niet meer uitgaan. Ik verwacht binnenkort dat de gemeentereiniging in de weer moet met Vanish Active Oxygel om het fietspad weer schoon te krijgen. 

Creatieve geesten

Wij volgen voor een groot deel het Pieterpad. Het Pieterpad is niet zelden de bron van inspiratie geweest voor menig huisdichter. ‘Voor lopers van het Pieterpad, hebben wij een bed en een warm bad’ was een wervende tekst van een B&B. En wat dacht je van ‘Je loop de volgende 5 kilometer op gemak, op onze koffie met gebak’. Creatiever vond ik een uitrustbankje bij een boerderij met de inscriptie ‘Powerbank’.

Terrassencamping in Schinnen

Ik hou van verhalen. Daarom vind ik wielrennen ook zo leuk. Dat is een soort van GTST maar dan voor mannen. Ik kan me nog herinneren hoe Jean Nelissen de titanenstrijd tussen Henny Stamsnijder en Roland Liboton versloeg. Hij benoemde steeds letterlijk wat hij zag, daarbij steeds gebruik makend van zelfverzonnen aanduidingen als ‘onze kleine Belg’. Werkelijk te erg om naar te luisteren. Maar nu krijg ik door jongens als Maarten Ducrot en Karsten Kroon 198 kilometer lang heroïsche verhalen voorgeschoteld over het wel en wee van de renner in beeld. 

Uitzicht vanaf de camping

Vandaag hebben we een camping met verhaal. Haar opa is hier na de tweede wereldoorlog komen wonen en bood passanten een plek om hun tentje op te slaan op een plek waar de koeien het gras kaal hadden gegraasd. Haar ouders hebben het boerenbedrijf overgenomen en de camping geprofessionaliseerd. Sinds 2017 heeft zij, na omzwervingen in binnen- en buitenlandse, het stokje overgenomen en runt zij deze prachtige terassencamping in Schinnen. 

Het verhaal maakt de camping nog leuker dan hij al is. Het is inderdaad een prachtige, bijna Zuid-Franse locatie met soms prachtig uitzicht. En door het verhaal vergeet je ook wat sneller dat je nog steeds de weg hoort en dat je de tent precies voor een aangegeven tegel moet opzetten, zodat er tussen alle tenten 7 meter ruimte zit. Dan hebben we gelijk antwoord op de vraag in welk buitenland de omzwerving heeft plaatsgevonden. 

Nog steeds blijft het de mooiste camping van onze tocht. We staan op een strook met alleen maar tentjes en er staat een fietskampeerder naast ons. Dus al te hard klagen zal ik maar niet.

Morgen alweer de laatste dag. Nog maar een kleine 35 kilometer tot aan de meet. Maastricht. Dat wordt vast gezellig. 

Fietserpad etappe 6 – Crossen door de bossen met nimfen, kabouters en een asfaltprinses

Mijn asfaltprinses reed een beetje mopperend achter me aan. Bij Landgoed Geijsteren loopt de route behoorlijk onverhard door het bos met als ultiem hoogtepunt een half vergaan bruggetje over een beekje. Voor de één de hemel, voor de ander de hel. Madeleine verzint de titel van de dag: ‘crossen door de bossen’.

Het was in ieder geval de dag van de onverharde weg. Langs de Duitse grens hebben we het blijkbaar niet aangedurfd een fatsoenlijk stukje ZOAP neer te leggen. Misschien in de veronderstelling dat onze Oosterburen er een kilometer verderop wel een vierbaans Autobahn neer zullen kwakken. Maar ja, onberekenbaar die Duitsers.

Half vergaan bruggetje bij Landgoed Geijsteren

Bij Landgoed Geijsteren rijden we eerst tegen een brug aan die toe is aan een klein onderhoudsbeurtje. Even twijfel ik of ik het in één keer over de rechterbalk zal proberen, maar de consequenties als het fout gaat, wegen zwaarder dan de ‘coolness’ trofee die ik er mee winnen kan. Daarna rijden we tegen een raar Kapelletje aan, die van bovenaf bezien op een zessprong ligt. De Willibrordus kapel krijgt daardoor een spannend jongensboek karakter, waarin duistere krachten alleen kunnen worden bestreden als over alle 6 de wegen gelijktijdig 2 bosnimfen en een kabouter de kapel benaderen. We rijden verder op zoek naar het benodigde sprookjes personeel. 

Willibrordus kapel, hier nog zonder bosnimfen

De etappe vliegt voorbij. Geholpen door het mooie weer en de goede benen staan we veel te vroeg voor Venlo. We hadden al bedacht de geplande camping rechts te laten liggen en door te rijden naar de volgende camping op de route. Die lag mooi tegen de Duitse grens aan. Daar aangekomen, was het nog steeds vroeg en de camping zag er ook niet heel aantrekkelijk uit. Dus door naar het natuurkampeerterrein in Boukoul.

Daar werden wij het middelpunt van een sociaal experiment. Wij werden met onze tentjes midden op een SVR veldje met rondom caravans gepositioneerd. De woonwagenbewoners gingen er eens rustig voor zitten. De rugleuningen ging omhoog en de voetensteunen naar beneden. Annie haalde haastig nog een biertje voor Joop. Elk moment verwachtte ik de boerenzoon die met de pet langs zou gaan voor zulk een kostelijk vermaak. 

Als middelpunt van het sociaal experiment

Nu vind ik het ook leuk om te kijken naar iemand die een Decatlon tentje uit de nieuwverpakking rukt om er als een ware toreador mee in gevecht te geraken. Nog leuker is als dan een stoere buurman wel even gaat demonstreren hoe het wel moet. 

Maar wij gaven geen krimp. Wij werkten rustig ons protocol af en creëerde onze slaap- en verblijfplaats in volstrekte harmonie. Weinig lol voor de omstanders. De boerenzoon bleef weg en Annie ging weer terug haar Knaus in om de aardappelen te schillen.

Vermeldenswaardig is de Kip Tandoori van die avond. We reden al een week met de mix rond, maar vanavond was het feest. In Swalmen hadden we bij Jan Linders een prima stukje bio kip, een uit, een paprika en worteltjes gescoord, die samen met de Tandoori mix van Beltane de lekkerste campingmaaltijd van de vakantie vormden.

Door het ontbreken van een wolkendek, werd het snel te koud om buiten te zitten. In onze warme slaapzakken hebben we nog zeker tien bestemmingen liggen bedenken waar we volgend jaar kunnen fietsen. 

Fietserpad etappe 5 – Niet van de lucht

Onwillekeurig gaan mijn gedachten terug naar de Podcast van afgelopen vrijdag. Een zadeltoetertas, een frametasje en iets aan je stuur. Nu ik ergens in de negorij van Gelderland werd geconfronteerd met iets dat de laatste ijstijd ons geschonken heeft, voelde ik de onbedwingbare drang tot minder. En niet op de negatieve manier. Gewoon minder luxe, dus minder gewicht en dus minder moeite om boven te komen drijven. We slepen gewoonweg teveel bagage mee in het leven.

Teveel?

Oke, even een iets luchtiger onderwerp. Misschien herken je het. Vanochtend had ik mijzelf in het enige afsluitbare toilet van ons Boerheemse Paradijs net ontdaan van de pannenkoeken van gisteravond, toen ik een mevrouw ‘mijn’ toilet in zag schuifelen. Een enorme walm van schaamte kwam over mij heen. Als ik al een chemische oorlog wilde beginnen, dan toch niet tegen deze aardige mevrouw. Ik twijfelde ook net te lang om haar nog te waarschuwen. Hoewel ik in mijn hoofd uitriep: ‘nee, niet doen!’, bleven mijn lippen op elkaar. Tot overmaat van ramp had haar blik bij het sluiten van deur de mijne gevangen. Haar ogen straalde de enig denkbare vraag uit: ‘was jij het?’

Geen regen, maar wind tegen. Met dat motto kon ik wel leven. De wind kwam wisselend frontaal en over de rechterflank. Vaak genoeg werd zij van kracht ontdaan door een simpel houtwalletje of een paar verloren struikjes. Goed uit te houden.

Bij Terborg reden we langs een lokaal bedevaartsoord. Een holle ijk werd hier voor iets anders aangezien dan een zieke boom met een rottend hart. Er hingen kruizen en relikwieën. Vooral de ‘artefacts’ die achter waren gelaten door ‘Pieterpadters’ maakten van hen in een klap pelgrims. De ratio in mij overwon het en ik herinnerde mij het bordje dat mijn aandacht nog maar een paar kilometer terug had getrokken: ‘milieuverontreiniging, bel 0…’. Wat was het nummer ook alweer.

Milieuverontreiniging in het religieuze circuit

Plaatsen hebben vaak logische namen. De naam Coevorden is afgeleid van een doorwaadbare plek waar men de koeien door de Vorde konden voeren. Maar toch zijn er maar weinig plaatsen met een allesomvattende naam als ‘Berg en Dal’.

Niets aan toe te voegen

Even voor de klim hadden we de rust opgezocht van de achtertuin van Daan, één van onze volgende Podcast gasten. Daan is van de zomer in 3 dagen naar Berlijn gefietst. Weer zo’n kilometervreter met weinig bagage. Wat doe ik toch verkeerd?

Ik houd van klimmen. Ik vind het echt leuk. Een beetje afzien en de voldoening als je boven bent. De route die ons door Berg en Dal naar Groesbeek leidde, had alles in zich om – voor Nederlandse begrippen dan – de klimgeit in mij los te maken. Was het niet dat de vele auto’s en bijbehorende luchten dat beletten. Wat is klimmen verschrikkelijk als je dat moet doen aan het infuus van een Porsche 911 uit negentien kruik, met een bestuurder die het ontstaan van deze stuwwal nog actief had meegemaakt. Laat hem alsjeblieft op een e-bike kruipen.

Omdat het mogelijk zou gaan regenen, hebben we in Gennep een B&B geboekt. We blijken de vijfde gast ever te zijn in dit prachtige appartement even buiten de stad. Wat een luxe al mis ik de Boerheemse stijl al wel een beetje. 

Fietserpad etappe 4 – Van een heater in Holten naar een Boerheems Paradijs

Motregen is het thema voor de dag. Het is niet veel, maar steeds kleine buitjes van aerosolen. Je wordt niet eens nat, maar het voelt gewoon niet prettig. De ervaring zorgt er voor dat we alvast nadenken over ons onderkomen van die avond. Er is een trekkershut in de buurt van Zelhem, maar de beoogde Camping Brugginck heeft speciaal voor fietsers en wandelaars een slechtweer voorziening. Gisteren nog noemde we dat een Boheems Paradijs. Gezien de agrarische achtergrond  van de camping nu omgedoopt tot een Boerheems Paradijs.

Ons Boerheems paradijs

Als je van bos en heide houdt, is de Sallandse heuvelrug een aanrader. Ik kreeg een opmerking van een lezer dat zij juist genoten had van het weidse van opper Groningen. Zo zie je maar hoe mensen anders tegen dingen aan kunnen kijken. Maar ik kan ook genieten van een verhaal van een fietser die een psychische inzinking beleefd in en voornamelijk door de Zweedse bossen. 

Wat je weer niet vindt op de Sallandse Heuvelrug is een winkel die je een redelijk fietsbroekje wil verkopen. De meeste fietswinkels hebben zich begrijpelijk gespecialiseerd in e-bikes en daar ga je niet met een gezeemde broek op zitten. Dat blijft dan toch voorbehouden aan de speciaalzaak en internet. Madeleine moet nu door op een half zeem.

Je hebt zo je eigen geniet momenten. In Holten is een bakker met terras. Dat terras was voorzien van ‘heaters’. Als je dan uit de motregen komt en in een stoel met kussen zakt en de straling van de ‘heater’ op je natte bovenbenen voelt, dan slaak je zomaar een kreet van genot, waar het tafeltje naast je van schrikt.

Het stel achter ons gebruikte de bakker om tijdens lunchtijd snel 3 Chardonnays (zij) en 3 Grimbergens (hij) naar achter te gooien. Ik hoop niet dat we die straks nog tegen komen op een e-bike. 

Toch was het broodje gezond en het broodje filet met uitjes niet voldoende om rond een uur of 4 een lichte hongerklop te voorkomen. En dan is het vervelend dat het even duurt voordat de snel naar binnen gewerkte krentenbol zijn werk doet. Ik heb een kilometer of tien zwijgend voort getrapt. Tot vlak voor Zelhem als bij een wonder de energie langzaam mijn lichaam weer invloeide. 

Landgoed bij Lochem

SVR camping Brugginck is nog maar een jaartje actief. Jaap en Maron hebben 12 plekjes en als je wilt kun je bij Maron teken en schilderles nemen. De deel is ingericht als gemeenschappelijke ruimte en bij slecht weer ideaal voor fietskampeerders. Als je de kinderziektes van een startende camping voor lief neemt, een aanrader.

Het stuk oud ijzer waarmee ik het moet doen

Mijn moeder maakte pannenkoekenbeslag van bloem, eieren melk en zout. Ik maak pannenkoeken door kant en klare pannenkoekenbeslag samen met 2 eitjes en een kleine liter melk in een kom te donderen en het dan flink te mishandelen met een mixer. Aangezien een lichtgewicht garde niet tot onze standaard fietskampeer uitrusting behoort, hebben we een bus instant pannenkoekenbeslag gekocht en een half litertje melk. De beschrijving van de bereiding is zorgvuldig, hilarisch en volledig dummy proof. Maar het werkt als een dolle.

Na negen is het droog gebleven. De tent is al bijna droog gewaaid en volledig klaar voor de nacht. Niets slaapt beter dan in mijn slaapzakkie in mijn tentje.  

Fietserpad Etappe 3 – Ain’t no mountain high enough

Sapperdeflap, wat heb ik lekker geslapen zeg. Mamalou staat al naast haar bed. Ik vraag haar naar het weer buiten. Ze antwoord dat ze het niet kan zien, omdat alle ramen beslagen zijn. Ze zwaait het deurtje open en mompelt “zwaar bewolkt”. 

Another day in Bohemian Paradise. Maar het kan snel gaan. Ik sta ook op en steek ongeveer een minuut na Mamaloe mijn hoofd uit de deur om te zien dat het ineens licht bewolkt is. Het is een wonder. 

Alle Bohemen hebben het paradijs verlaten. We hebben het alleenrecht op de gemeenschappelijke ruimte, doneren 1 Euro voor 2 eitjes, omdat we niet kleiner hebben en proberen onze choco speculaas koekjes op brood. Waar gewone speculaasjes een beetje droog, maar best lekker zijn op brood is de toevoeging van cacao fantasie geen verbetering.

Overijssels fietspad na Hardenberg

De route maakt het mindere weer voor een deel goed. We kennen het hier nog van ons Rondje Drenthe en even verder van ons weekendje Sallandse Heuvelrug. Bij Coevorden wordt het minder en na Hardenberg weer beter. Hoewel we gisteren hebben geleerd dat de meningen hier over verdeeld zijn. Wat zal die kerel uit Sleen blij zijn met al die koeien en weilanden. 

Molen De Bente

In Nederland noemen we iets waar je staand net niet overheen kan kijken ‘een berg’. Dat moet ook wel, anders heb je hier niets aan een mountain bike. Zo tref je bij Lemele vanzelfsprekend de Lemelerberg aan. Als er geen bord en een frietkraam bovenop zouden staan, zou je niet eens weten dat het om iets speciaals ging. Dus we hebben vandaag één van de vele bergen op onze route met succes beklommen. Het was afzien. 

Het natuurkampeerterrein De Lucashoeve ligt aan de voet van de zojuist bedwongen Lemelerberg. Door onze timing in het seizoen heeft het de uitstraling van een SVR camping. Allemaal caravans met een enkel campertje er tussendoor, zonder uitzondering bewoont door 2 pesionados. Naast de caravan staan 2 Stella e-bikes geparkeerd, die ‘s-avonds netjes worden afgedekt met bijpassende hoes. Onze camping telt naast de onze, slechts 1 tent. Weliswaar een schitterende De Waard, maar het blijft er maar 1. 

Eindelijk weer kamperen

De weergoden doen hun best en we kunnen genieten van de zon. Heerlijk weer koken op de grond en slapen in een tent. Het simpele leven is niet zelden het beste.