Bretagne en Normandië – Etappe 10 (Genêts – Coutances [73km])

Zand, zee en zout hebben hun tol geëist. De fietsen zien er ‘goed gebruikt’ uit en met name de ketting zou wel een poetsbeurt verdienen. Maar het is vakantie, dus nu even niet.

Ketting na anderhalve week fietsen

Granville is in het bezit van een Decathlon. De plek om onszelf te verwennen met een nieuwe binnenband, een Co2 patroon en toch maar een handpompje. Ook gelijk maar met de huidige band bijgeblazen met een geleende BTwin voetpomp.

Afscheid van Mont Saint Michels

De etappe begon vandaag onder een strak blauwe lucht. Met nog wat koelte in de lucht was het heerlijk fietsen. De voorspelde wind bleef nog even uit daarmee was een ideaal fietsweertje ontstaan.

Lang konden we niet genieten van de blauwe lucht. Vanaf het land kwamen al snel wolken aangedreven, die steeds grijzer werden. We keken nog een keer achterom en namen afscheid van Mont Saint Michel.

Op weg naar Granville. Een minder bekend stadje dat verrassend veel historie in zich herbergt. Uiteraard iets met Engelsen en Duitsers, maar het is ook de thuishaven geweest van Piet Piraat. Wij hadden echter meer oog voor de Decathlon, de Carrefour City en de lokale boulangerie.

Uitgestrekt strand bij Donville les Bains

Na Granville heeft onze lieve heer een handvol onbeduidende dorpen over een vlak zanderig land gestrooid. Eigenlijk is er tot aan Regnéville is er weinig te beleven. Regnéville is dan ineens uitgerust met een ruïne van een middeleeuws kasteel, wat in voegere tijden weer van hand tot hand ging tijdens de vele Frans-Engelse oorlogen. Tegenwoordig kijk je aan tegen de courtage van een makelaar, maar in die tijd was het gebruikelijk om het pand gewoon te kraken.

Ruïne Middeleeuws kasteel
Crêpe voor de laatste 2 klimmetjes (Caramel, beure sallé)

Eindbestemming Coutances heeft een opzichtige Kathedraal. Hetgeen prijsgeeft, dat het in vroegere tijden nogal belangrijk moet zijn geweest. De geschiedenis gaat helemaal terug naar de Romeinen en de Noormannen. Wickie de Viking vond het nodig de hele stad te slopen. Niet omdat het moest, maar omdat het kon.

Kathedraal van Coutances

Eigenlijk willen we op fietsvakantie niets plannen. Op de bonnefooi. We hebben echter gemerkt dat in deze tijd van het jaar de hotels en B&B’s volgeboekt zijn. Dus toch maar even kijken en plannen hoe dat moet in een campingarm stukje Nomandië bij Cap La Hague. Verschillende pogingen om een onderkomen in Auderville te bemachtigen liepen op niets uit. Dus hebben we besloten de twee relatief zware etappes in drieën te knippen.

Bretagne en Normandië – Etappe 9 (Saint Benoit des Ondes – Genêts [83km])

De etappe is relatief vlak vandaag. Geen steile klimmetjes of gevaarlijke afdalingen over losliggend grind. Kees Swart vond dat blijkbaar ook wat te dol worden, dus bedacht hij nog een ommetje over Mont Dol. De Tour de Manche gaat daar gewoon rechtdoor langs de kust, dus als je ook geen zin hebt in dat ene klimmetje is dat een goede optie.

En meestal valt er wel wat te klagen over het weer. Vanochtend hebben we de laatste spetters geïncasseerd, maar dat mag eigenlijk geen naam hebben. Er stond wel een stevige wind, maar die was de eerste 60 kilometer in de rug. Dus daar kan ik ook niet over klagen. Het weer werd ook steeds beter en ik zit nu zelfs tegen een strak blauwe lucht aan te kijken.

Maar er moet toch wat zijn wat weer hopeloos in het honderd is gelopen. En dat klopt. Na een kilometer of 5 had ik een lekke band. En niet zomaar een, maar eentje waarbij je binnen een minuut geen lucht meer in je band hebt zitten. Een serieus gat dus. En dat terwijl ik er dit jaar nagelnieuwe Schwalbe Marathon Supreme antilek banden onder heb gezet.

Dit verraad al en beetje mijn onderhoudsdrift. Ronald kijkt me ook altijd een beetje afkeurend aan als ik uitleg hoe serieus ik het onderhoud aan mijn fiets neem. Mijn Santos is 11 jaar oud. De achterband heb ik na een jaar of 8 een keer vervangen door een iets minder versleten exemplaar van mijn dochters fiets. De voorband is dit voorjaar na 11 jaar voor het eerst afgekomen. Natuurlijk is de binnenband dan ook 11 jaar oud, maar deze heb ik zonder blikken of blozen gewoon weer in de nieuwe buitenband gelegd. Daar kreeg ik vandaag spijt van.

Ik was bang dat mijn antilekband minder antilek was dan ik dacht. Maar dat is vooralsnog niet waar. Het probleem was dat mijn ventiel en mijn band niet langer een eenheid vormden. Het ventiel was er finaal afgescheurd. Ouderdom, ongetwijfeld. Ik had er natuurlijk na 11 jaar preventief een nieuw binnenbandje in moeten leggen.

Ventiel volledig uit de binnenband gescheurd

En onmiddellijk diende zich een volgende onvolkomendheid in de voorbereiding aan. Ik had alleen een Co2 pomp meegenomen en al tweederde van 1 patroon besteed aan hulp aan een noodlijdende Fransman. Daarmee had ik nog 1 patroon over en die wilde ik liever niet direct verspillen. Gelukkig is Madeleine een stuk slimmer dan ik en die heeft bij een nabijgelegen huis een fietspomp geregeld. Het ding was van een leeftijd dat het een mooie plek in het museum van Louison Bobet verdiende, maar als je alle onderdelen bij elkaar hield, werkte hij nog naar behoren. 80% van de band met de handpomp en de laatste 10% met het restant uit het aangebroken Co2 patroon. De allerlaatste 10% moesten maar wachten op een benzinestation met luchtpomp.

Ondanks de relatief makkelijke etappe had ik het zwaar vandaag. De benen waren niet eens slecht, maar tussen de oren voltrok zich een verkeerd proces.

Misschien was het omdat de route een beetje saai was. We reden eigenlijk om een berg met een kerk heen. Mont Saint Michel is natuurlijk niet zomaar een berg met een kerk, of eigenlijk een klooster, maar natuurlijk een wereldberoemd Unesco werelderfgoed berg met klooster. Monniken zitten er al sinds 2001 niet meer, omdat het er wemelt van de toeristen die over het dammetje naar het eiland willen lopen. Gelijk hebben ze. Vroeger was het nog enigszins spannend, want toen liep er een getijdeweg naar de berg. Dus als je niet goed timede, hd je op zijn minst natte voeten. Ondanks dat mij dit toch een buitengewoon effectieve manier lijkt om van overtollige Japanse toeristen af te komen, heeft de Franse overheid besloten een serieuze dam aan te leggen, waar je zonder gevaar voor leven overheen kunt.

Mont Saint Michel van de zuidkant

Maar vandaag was de berg er altijd. Soms even verborgen achter een paar bomen, maar dan doemde hij weer in volle glorie op. En het is best wel een apart ding. Ik vind hem zelfs een beetje lelijk. Het heeft de vorm van een verse drol en de kerktoren lijkt er ook een beetje willekeurig op neer gepleurd. Maar goed Unesco Wereld Erfgoed, dus we vinden het mooi.

Mont Saint Michel aan de oostkant

Vandaag verblijven we op een viersterren camping. Niet omdat het kan, maar omdat het moet. Er is nog een camping in Genêts, maar die is ‘tijdelijk gesloten’. En ook onze camping was lastig te vinden, want volgens Kees Swart zijn boekje heette het ‘Coques d’Or’. Maar waarschijnlijk omdat de Engelsen hier steeds van in de lach schoten, hebben ze de camping omgedoopt tot Côte d’O. De viersterren slaan natuurlijk op het zwembad, de aanwezigheid van een min vier sterren restaurant en de onvermijdelijke animatie. De sanitaire voorzieningen van menig andere camping is beter dan deze en faciliteiten voor trekkers zoals een picknickbank bij de tentplek en een slechtweergelegenheid ontbreken volkomen. Maar met fietsen heb je niet altijd een keus en mag je het doen met de camping die de route je voorschotelt.

De wind draait lekker mee naar Noord to Noord-Oost de komende dagen, hetgeen ons verzekerd van een prettige tegenwind. Maar dat zijn zorgen van morgen. Vandaag is het genieten van eindelijk weer eens wat zon.

Bretagne en Normandië – Etappe 8 (Plurien – Saint Benoit des Ondes [92km])

Laat. Dat is het woord dat het beste past bij deze dag. Laat van de camping vertrokken en laat bij de camping aangekomen, laat gegeten en laat een stukje geschreven.

Het is allemaal de schuld van de regen. Het is altijd de schuld van de regen. Toen vanochtend de wekker ging, hoorden wij het spetteren op het tentdoek. Als er regen voorspeld wordt, heeft Météo France het altijd bij het rechte eind, En dus trad het regenprotocol in werking,

Alles in de tent inpakken. Eén naar buiten om onder andere de afwas te doen, brood te halen en koffie te zetten. De ander in het MSR commando centrum om de organisatie op touw te zetten. Na het regelen van afwas, brood en koffie mocht ik weer de tent in, waar een gastronomisch ontbijt werd geserveerd.

Als je niet in een tent wilt slapen, kun je op deze camping ook in een Cabana. Het is een soort van openlucht bedstee of een vogelhuisje voor mensen. Het ziet er wel grappig uit, maar is volgens mij helemaal niet praktisch. De binnenruimte wordt volledig in beslag genomen door een matras en de luifel voor je Cabana is niet groot genoeg om onder te schuilen tegen de regen,

Eenmaal op de fiets kwamen de eerste droge momenten. Het incontinente weertype leek langzaam zinnelijk te worden. We koersten langs de kust van het schiereiland van Cap Fréhel en dat is een lust voor het oog. De heide stond in bloei bovenop de ruige rotsen.

Prachtige heide in bloei. Jammer dat er net een fietser door het beeld rijdt
Kust bij Cap Fréhel

En we kwamen langs twee ‘rijksmonumenten’. Een van de vuurtorens waar Bretagne bekend om staat en Fort La Latte. Om het fort daadwerkelijk te kunnen zien, was een wandeling vereist. Die hebben we overgeslagen, want Madeleine had meer dan 80 km op het spoorboekje van vandaag gezet en we waren door de regen al laat vertrokken.

Er moet nog wat Europees geld naar dit rijksmonument

Als je in Bretagne bent, moet je crêpes hebben gegeten. Morgen is de laatste dag dat we in Bretagne zijn, dus hebben we de lokale Crêperie van Matignon verrast met een staatsbezoek. De zaak liep prima en nadat we van onze crêpes geproefd hadden, begrepen we waarom. Prima binnen te houden. Even later schoof een Italiaanse delegatie aan, die ook met de fiets door Bretagne aan het trekken was. Uiteraard worden er dan wat tips en trucs en de nodige sterke verhalen uitgewisseld. En zeg nou eerlijk, Italiaanse vakantiefietsers kom je ook niet iedere dag tegen.

Na de lunch stevende we langzaam maar zeker af op Saint Malo. Al ligt er nog wel 33 km aan relatief oninteressante weg tussen Matignon en Dinard, Bij Dinard begon het duidelijk te worden dat het wel eens een heksenketel kon worden. We kwamen in een stadsfile terecht en er liepen ineens complete gezinnen met wandelwagen en oma in rolstoel over een promenade. Op enkele stukken had de promenade geen hekwerk en lag je bij een verkeerde beweging een meter of vijf lager op de uitstekende rotsen. Ik zag de schoonzoon die oma aan het duwen was vanuit zijn ooghoek zoeken naar een geschikt plekje om oma een zetje naar rechts te geven.

De ‘bus’m want zo heet de veerboot daar, vertrekt vanaf 2 plekken. De eerste is haast niet te bereiken met je fiets, vanwege een aantal steile en smalle trappen. De tweede is wat verder lopen, maar kent weer geen trappen. Dus hebben wij gekozen voor de tweede.

Saint Malo vanaf de ‘bus’

Saint Malo heeft een ommuurde oud deel, dat overigens volledig opnieuw is opgetrokken nadat de geallieerden het nog na de invasie hebben platgebombardeerd, omdat er nog een stelletje Duitsers verstoppertje aan het spelen waren. Bij TussenKunst & Kitsch zou dit onmiddellijk leiden not vermindering van waarde, maar de Saint Malo lijkt toeristisch niet te lijden onder het feit dat het eigenlijk een soort Batavia Stad is.

Het was er in ieder geval te druk voor ons. En zoals eerder aangegeven, hadden we een strak schema. De kilometers na Saint Malo, waren minstens net zo saai als de kilometers ervoor. Daarbij kwam een plots opgestoken tegenwind. Na een pauze om wat te eten en een korte stop bij een Intermarché, volgden nog een aantal zware kilometers naar onze Camping Municipal in Saint Benoit.

Rond half zeven aankomen op de camping is voor ons wat aan de late kant. We moeten dan nog eten, wassen en douchen. Gelukkig scheen de zon, zodat onze kletsnatte tent kon drogen en we staan weer eens op een recht plekje, zodat ik morgenochtend zeker ben dat ik naast Madeleine wakker wordt en niet ben afgegleden naar de buurman.

Bretagne en Normandië – Etappe 7 (Binic – Plurien [63km])

In 1998 was de Groene Route naar de Middellandse zee onze eerste kennismaking met fietsland Frankrijk. Hoewel het netwerk aan kleine weggetjes Frankrijk toen al tot een prima fietsland maakten, hebben de Fransen sindsdien niet stilgezeten.

Steeds meer voorzieningen voor de fiets

Ook Frankrijk wil zich profileren als fietsvriendelijk land. Dat predicaat krijg je echter niet cadeau. Vele kilometers oude spoorlijn zijn omgetoverd tot (onverhard) fietspad of ‘voie verte’ zoals de Fransen het zelf noemen. Daarnaast worden lange afstandsroutes aangelegd, waarbij er aandacht wordt besteed aan veilige passages voor fietsers. Natuurlijk is het nog niet op het Nederlandse Niveau, maar als ik het met 20 jaar geleden vergelijk, dan is de vooruitgang duidelijk merkbaar.

Wat ook opvalt is het aantal Franse vakantiefietser. Was dat in 1998 welgeteld nul, dan kom je nu meer Franse fietsers tegen dan Nederlandse.

Sommigen hebben het fietskamperen net ontdekt en hebben daardoor nog geen uitgebalanceerde uitrusting. Ik heb tentstokken als een zadeltoetertas onder het zadel gezien en een Quechua tentje bovenop een paar fietstassen die duidelijk van oma zijn geleend. Ik zie heel veel regenhoezen. En een beetje ervaren fietskampeerder weet dat die dingen niet werken. En ik zie mandjes aan het stuur met vaak een rugzakje daarin gepropt.

Maar ik kwam ook een uber hippe bikepacker tegen. Je kent ze wel met baard en opscheer kapsel en een klein buikje van het speciaal bier. Deze Franse variant zat op een Pinarello Grevil met al zijn spulletjes netjes in Revelate Design tasjes. Het merk van zijn tenue kon ik in het voorbijgaan niet direct achterhalen, maar het was zorgvuldig uitgezocht. Zijn zwart leren fietsschoenen met vetersluiting maakte het een perfect plaatje. Hij was helaas al weer uit zicht voordat ik mijn telefoon uit mijn stuurtas kon trekken om dat plaatje te schieten.

Tot mijn grote vreugde en ook wel een beetje tot mijn opluchting, komen we ook regelmatig jonge biketourders tegen. Ik was een beetje bang dat deze tak van sport voorbehouden was aan 50 plussers en dat als je die magische grens nog niet had bereikt, je gedoemd was te moeten bikepacken, maar dat blijkt dus niet waar. En dan ook niet van die gelegenheids biketourders op geleende fietsen en een vuilniszak achterop, maar met serieuze Ortlieb tassen en kanozak achterop.

Wat ik ook al 3 keer ben tegengekomen en hier moet ik een foto van maken, is een tandem met een ligfietser voorop en een rechtopfietser achter. De eerste indruk is wel dat het hier gaat om het vervoer van fysiek of geestelijke beperkten, maar dat is geenszins het geval. Dit is een grappig alternatief voor een traditionele tandem.

De route meanderde vandaag door Bretons landschap dat bestaat uit graanvelden, bos en leuke Bretonse huisjes. Aan de kust wordt het vaak wat ruiger, met rotsen en onverwacht steile klimmetjes. Het getijdeverschil is bij eb heel duidelijk zichtbaar. De zee valt honderden meters droog en zeearmen landinwaarts zien er uit als opgedroogde rivieren, met her en der een naar een kant omgevallen bootje.

Bij eb valt er een flink stuk droog

Om het nu spectaculair te noemen, gaat te ver, maar mooi fietsen is het zeker. Het is zeker niet dat je van hoogtepunt naar hoogtepunt fietst, maar het is ook niet vaak te lelijk om je ogen open te doen. Als je van lekker fietsen houdt en niet teveel hecht aan musea en bezienswaardigheden, dan is dit een goede route. Ik neem aan dat de museumdichtheid rondom de invasiestranden van Normandië wel toe zal nemen.

Over de spoorbrug bij Les Ponts Neufs

De lezers die geen interesse hebben in fietstechniek, kunnen direct door naar de volgende alinea. Voor hen die zijn gebleven, zou ik willen adviseren een paar stevige banden te monteren voor deze route. Ik heb wielrenbandjes (25mm) gezien, maar het lijkt me geen feest. De route gaat veel over gravelwegen, wat vaak netjes aangestampte fijnkorrelige gravel is, maar ook soms grove en vooral scherpe gravel, of mul grind of modder. Dus behalve brede banden, zeker 40mm, raad ik ook antilek banden aan. Als je met flinterdunne tubeless gravelbandjes over deze paden crosst, zal het ‘latex’ je om de oren spuiten. Ik zeg; Schwalbe Marathon monteren.

Camping Les Salines is een verademing ten opzichte van gisteren. Rustig en bezet met mensen die je niet direct in een uitzending van ‘Showroom’ verwacht. Animatie is hier ook, maar dat wordt dan niet vormgegeven door Karaoke, maar kindertoneel met een Franse ‘monsieur’ en een ‘diable’.

Toneel op de camping Les Salines

We staan op een nette plek met gras als ondergrond. De campingeigenaar begrijpt wat trekkers zoeken. Er is een tent waar je kunt zitten als het slecht weer is en als je elektra wilt, kun je daar een stekker en verlengsnoer bij krijgen. De eigenaar spreekt Frans, maar langzaam en verstaanbaar, zodat ook de goedbedoelende buitenlander er nog chocola van kan maken. En…… ze hebben er in een alleraardigst klein barretje heerlijk lokaal Blond Bier.

Bretagne en Normandië – Etappe 6 (Porz Hir – Binic [78km])

Er zitten dagen tussen dat je een beetje aan het overleven bent. De benen willen niet, of er zijn andere ongemakken als zadel- of hoofdpijn. De route is niet interessant of loodzwaar en het weer werkt ook niet mee. Vandaag was zo’n dag.

Wij dachten buiten het seizoen te zitten en dus kon accommodatie geen probleem zijn. Bij voorkeur een camping en als het weer te slecht was een hotel, of een vage afgeleide daarvan.

Ook met minder weer kom je nog wel fotowaardige plekken tegen

Het weer zat met een terugkerende miezer niet echt mee vandaag, dus was zo rond het middaguur het besluit een hotel te boeken. Madeleine heeft er een stuk of 7 geprobeerd. Allemaal ‘complet’. Uiteindelijk toch maar uitgeweken naar een camping. Dan wel weer een uitgezocht waar je iets kon eten en waar ze ‘s-ochtends ontbijt serveren.

Want zo was de dag begonnen. In de tent met een heerlijke ‘pain au chocolat’ en ‘pain au raisin’ en 2 stokbroden. Voor de niet fietsers; dat lijkt veel voor twee personen, maar daar haal je amper de lunch mee. Eten in de tent geeft altijd rommel. Zeker als je stokbrood gaat eten. Dat doe je dus alleen als het echt niet anders kan. En vanochtend kon het echt niet anders vanwege een hardnekkig aanhoudende miezer.

Dus morgenochtend vermijden we het stokbrood-in-de-tent-maakt-veel-rommel gedoe door een ‘petite dejeuner’ te reserveren. Als ie net zo goed is als de pizza van vanavond, dan is een goed geoutilleerd toilet geen overbodige luxe.

We zitten helaas op drie sterren camping ‘Paranomic’. Met drie sterren heb je dus geen WC papier in het toilet en ook geen WC bril. Onze ‘panoromaic’ bestaat uit een uitzicht op een ‘Route Nationale’ met navenant geluid en de 3 sterren WiFi moet apart worden afgerekend.

Maar we mogen niet klagen. Ze maken hier een prima diepvriespizza voor je klaar en plaatsen je op een plekje tussen een krijsend kind en een happy-klappie koor. Dat, tezamen met het onophoudende ‘Route Nationale’ geluid , geeft een potpourri aan akoestische prikkels, waarvan zelfs een slak van op hol zou slaan.

Verlate lunchplek tussen twee buien door

Door het weer hebben we ook niet veel foto’s gemaakt. En toch was het ook vandaag helemaal geen verkeerde route die Kees Swart ons voorgeschoteld heeft. Ergens zat een heel raar ruig pad, waarvan je niet verwacht dat daar iemand ooit met een fiets overheen zou willen. Voor de rest waren er mooie vergezichten over zee en kabbelde de route tussen de panoramische hoogtepunten door Bretonse huisjes met bloemrijke tuinen, met altijd weer Hortensia’s.

Leuk om te noemen zijn de vele fiets- en wandelbruggen in Bretagne. Regelmatig steken we een watertje over via een brug die duidelijk niet bedoeld is voor auto’s.

Een van de vele voetgangersbruggen

Gelukkig kreeg ik aan het einde van de tocht de erkenning die ik verdien. Eindelijk een gemeente die het begrepen heeft en een straat naar mij vernoemd heeft.

Eindelijk erkenning

We zitten nog een beetje bij te komen van onze pizza. Madeleine is tegen beter weten in op zoek naar onderdak voor morgen en ik ben druk de WiFi te overtuigen dat ik betaald heb, dus dat uploaden ook tot de taken behoort, als het meisje van de animatie vriendelijk komt vragen of we meedoen an de karaoke van die avond. Dat is onze cue.  

Bretagne en Normandië – Etappe 5 (Lucquirec – Porz Hir [67km])

We rijden met dubbele navigatie. Ik heb een Garmin met de route erop en Madeleine heeft het routeboekje met aanwijzingen. Beide opties hebben hun voordeel en soms heb je wat aan de navigatie op de Garmin en soms is een aanwijzing ook erg prettig. Zo kon Madeleine mij steeds vertellen als er een klim aankwam. Dat kan ik dan weer niet goed zien op mijn Garmin. De moeilijkheidsgraad van de klim is aangegeven in de hoeveelheid ‘groterdan’ tekens (>). We hadden gister al een >> klim gehad, maar vandaag mochten we tegen een >>> op.

De kust van Bretagne bij Côtes des Ajoncs is buitengewoon prachtig. Het wordt ook wel de granieten kust genoemd. Het levert mooie uitzichten op, met als hoogtepunt het huis tussen de rotsen. Hier wonen ook daadwerkelijk mensen en die zijn de toeristen die een fotootje van hun huis komen schieten meer dan zat. Daarom zetten ze vaak expres hun auto’s voor de deur, zodat het perfecte plaatje niet mogelijk is.

Het huis tussen de rotsen met auto’s

De route bij Gu Mortier kent een stukje getijdeweg. Die kun je eigenlijk alleen maar over als het eb is. En dat was het niet toen we daar aankwamen. Er is een alternatief, maar die is over een extra klim en lang zo leuk niet als toch over de getijdeweg rijden. Dus schoenen uit en slippers aan, voortassen achterop binden en fietsen maar.

Getijde weg op verkeerde tijdstip

Ik weet niet of het echt Bretons is, maar in iedere tuin staan hier Hortensia’s. En niet van die kleintjes ook. Het moet haast wel de nationale bloem van Bretagne zijn. Daarnaast zie je ook veel Crocosmia. Ze zetten in ieder geval flink de bloemetjes buiten, waardoor het geheel er behoorlijk Engels uitziet.

De meeste Franse tuinen worden gekenmerkt door een flink aantal lelijke stoeptegels met een zielige Bougainville in het hoekje, naast een gedeukte witte bestelbus. Die heb je in Bretagne ook, maar de meeste tuinen zijn hier keurig verzorgd en behoorlijk fleurig.

Hortensia’s

Vandaag was door al het geklim (797 hoogtemeters) niet de makkelijkste dag. Maar ik kan ook niet zeggen dat het afzien was. Natuurlijk zat er die ene supersteile klim in, maar als je dat onverhoopt niet haalt, kun je altijd een stukje lopen. Morgen meer klimwerk, maar dat is morgen.

De camping is verder prima, al staan we in de voortuin van een stacaravan. Maar ook die is best fleurig, zodat dit ook wel weer meevalt. De camping heeft een bar en broodservice, dus we zitten helemaal goed.

In de voortuin van een stacaravan

Ik wil het niet teveel over het weer hebben. Als je naar Bretagne gaat, kies je bewust voor minder dan 40 graden in de schaduw. Wat me opvalt is de koude wind. Zonder wind is het prima, zonder wind met een zonnetje is het heerlijk, maar zonder zon en met wind is het guur.

Bretagne en Normandië – Etappe 4 (Scrignac – Locquirec [72 km])

Naast de gister al genoemde en geroemde lokale bieren, hebben ze hier ook lokale cola, met de toepasselijke naam Breizh Cola. Voor hen die geen Bretons verstaan, Bretagne op z’n Bretons is Breizh.

Het Bretons lijkt in de verste verte niet op het Frans. Het heeft meer weg van het Welsh. We hebben het steeds over de Britten die hun naam aan Bretagne hebben gegeven, maar het waren veelal Welshmen.

Er zijn ongeveer 200.000 Bretonners die het Bretons machtig zijn, het is een ‘dingetje’ op de scholen en heel diep zit er nog het verlangen om onafhankelijk te zijn van Frankrijk. Bretagne is daarmee een beetje het Friesland van Frankrijk.

We hebben Bretagne doorklieft. We hebben er een ‘streep’ doorgezet. Wat achterblijft is een herinnering aan een glooiend landschap met graanvelden en bossages, leuke typisch Franse dorpjes en natuurlijk de spoorlijntjes. Waar zou de huidige fietser zijn, zonder de vroegere trein?

Bospad langs een zeearm bij Morlaix

We zijn blij met de verandering in landschap. Na tweeënhalve dag spoortreintje spelen, komen we aan de kust. We ruiken het nog voordat we het zien. De typisch zilte lucht, het stinkende zeewier. Op een bospad langs een zeearm zien we hoe ver de zee zich hier terugtrekt.

De Bretonse kust

We genieten van het uitzicht op zee, of eigenlijk de baai val Morlaix. Ooit een belangrijke havenstad, nu vooral bezig met toerisme. De haven is niet meer gevuld met koopvaardij maar met plezierjachten.

Langs de kust fietsen we van het ene naar het andere fotomoment. Daar moeten we wel wat voor doen. De gelijkmatige stijging van de voie verte hebben we achter ons gelaten en we zijn nu overgedragen aan de grillen van de Bretonse kust. Dit leidt tot de eerste serieuze klimmetjes van deze vakantie. Nog altijd ruim binnen de gezelligheidsmarges. We zien 3 jongens lopen met hun volbepakte fiets. Waarom lopen als je een fiets hebt?

Te laat kom ik erachter dat ik eerder had moeten eten. Chagrijnig knijp ik vlak voor een klim hard in de remmen. Madeleine spot een mooi plekje aan zee en de lunch is nabij. Na de lunch duurt het toch nog even voordat de ingenomen energie ook daadwerkelijk in mijn benen is aangeland. De eerst klim is nog geen pretje, maar na de derde loopt alles weer soepel.

Lunch aan zee

De bakker in Morlaix had mijn ‘pain cereal’ opgevat als een off-white stokbroodje. Best lekker, maar niet bijzonder voedzaam. Dus mochten we op zoek naar een supermarkt. We vonden er een in Plougasnou. Een Casino dit keer, maar wel een beetje een vervallen exemplaar, met sterren in de winkelruiten en gebroken tegeltjes op de vloer. We hebben er snel te dure kaas ingeslagen en zijn toen gevlucht naar de bakker op de hoek. Daar heeft Madeleine een heerlijk broodje gescoord.

Brexit deelt harde klap uit aan Franse visserij

Bij een van de dorpjes reden we tegen twee scheepswrakken aan. Ze lagen daar een beetje willekeurig, maar het geheel zag er eigenlijk best leuk uit. We waren in ieder geval niet de enigen die er even stopten om er een foto van te nemen.

Onze overnachting stond gepland op de camping municipal van Locquirec. Daar ging kort na aankomst een flinke streep door. ‘Complet’, ook voor 2 zielige fietsers. Misschien de volgende camping. ‘Je suis désolé’.

Na de nodige rechtszaken over wie schuldig was aan dit debacle, hadden we bedacht eerst maar eens te gaan bellen met ‘de volgende camping’. En voor de tweede keer deze vakantie deed een telefoonnummer het gewoon niet. Dus dan maar de volgende camping bellen. Daar deed de telefoon het wel, maar kregen we een antwoordapparaat. Een beetje ontgoocheld zijn we op de fiets geklommen en op zoek gegaan naar ‘de volgende camping’.

Na 300 meter hadden we het bordje van camping Rucanay al gespot. Dat de pijl landinwaarts wees, beloofde weinig goeds. Een felle klim van boven de 10% moest worden overwonnen om op dit stacaravanparadijs te komen. Gelukkig hadden ze hier wel plek voor twee zielige fietsers. Dit jaar heeft onze camping zijn zesenvijftigste verjaardag gevierd. Ik weet zeker dat het sanitairgebouw er sinds de geboorte staat. Douches met prachtig jaren 70 oranje wanden en kleine bruin gemêleerde tegeltjes. Het is bijna weer hip.

Ons plan om ook maar op de camping te eten, was met de ferme ‘Complet’ ook in rook opgegaan. Deze senioren opbergplaats had geen restaurant en ook geen broodservice voor morgenochtend. Dus dan toch maar even terug naar Locquirec voor een restaurant en een supermarkt.

En dan zit het mee. Als we de afdaling inzetten zien we over de weg een ‘epicerie’. Het blijkt het winkeltje van de camping municipal te zijn n we konden er zonder probleem een pain cereal en twee croissantjes bestellen voor morgen. Achter de ‘epicerie’ lag het restaurantje van de camping, waar we met uitzicht op zee een heerlijke maaltijd hebben kunnen gebruiken.

Uitzicht vanaf het terras van het restaurant

Heel warm is het niet. Dat komt met name door de wind. Na het eten besluiten we ons snel terug te trekken in de tent. Nog maar wat lezen en een verhaaltje typen. Voor het eten heeft Madeleine alvast online een reservering voor ‘de volgende camping’ gedaan. Nog even afwachten of die is doorgekomen.

Fiets door Unesco’s Koloniën van Weldadigheid

Op 26 juli heeft het Werelderfgoedcomité van Unesco de Koloniën van Weldadigheid op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Nederland diende de nominatie in samen met België. Het gaat in Nederland om de drie koloniën Veenhuizen, Frederiksoord en Wilhelminaoord. En in Vlaanderen om de Wortel-Kolonie.

De Nederlandse Koloniën liggen op de route van het Rondje Drenthe. Een relatief nieuwe route die je langs de grenzen van Drenthe brengt en dus ook door de Koloniën van Weldadigheid. Drenthe zit vol met ‘vergeten’ historie en leuke verassingen. Door de Koliniën fietsen is een prettige manier om een stukje van die historie op te snuiven.

Bord met uitleg langs de route

In België ligt de Wortelkolonie op de Grensroute. Ook deze route zit boordevol historie, met name over de Dodendraad, maar dus ook over de wortelkolonie. Uiteraard komt er in iedere goede route een ‘bierkot’ voor. In België kun je natuurlijk overal goed bier krijgen, maar de route voert je langs de Achelse Kluis.

Lees hier ons reisverslag van de Grensroute.

In elke route zit een goede ‘bierkot’

Greenbrier River trail, VS

13 juli 2021, dag 2

Ik schrijf dit onderweg. Waarom, dat vertel ik zo. Het plan was vandaag om een route te pakken iets ten westen van de rivier waar ik gisteren langs naar het zuiden reed. Over de weg dus. Ik kan de route van gisteren natuurlijk ook gewoon terugfietsen (en dat is zeker geen straf), maar -dacht ik- zo zie je nog eens wat anders van de omgeving, ontdek je nieuwe wegen en heb je ook nog wat extra tegeltjes.

De Greenbrier highlands

Ik merk al snel dat de route -hoewel deze zo’n 150 meter hoger ligt dan de rivier- geenszins vlak is. Er zijn hier twee soorten kuitenbijters. De eerste soort is van de categorie 7-10% klimmen en dalen. Ook al zijn de klimmen dan niet lang, ze zijn wel steil en ik bedenk me al snel dat ik dit niet 120km vol ga houden. De andere soort kuitenbijters zijn van de categorie viervoeter: honden! Op de wegen in dit stukje zie je nauwelijks verkeer of mensen, maar dus wel dit soort beesten. Geblaf links en rechts zodra je maar in de buurt van huizen komt. Op het moment dat ik twee van deze mormels plotseling achter mij en mijn fiets aan heb rennen, is de maat vol. Met meer geluk dan wijsheid kan ik ze afschudden, want net op dat moment gaat de weg weer naar beneden. Het is genoeg geweest, hier beleef ik geen plezier aan mijn rit. Dus de eerstvolgende bail-out (tip: maak altijd een plan B) terug naar de rivier via een prachtige afdaling door het groen. Geen huizen, geen honden.

Op de trail voelt het een beetje als thuiskomen. Lekker rustig, vlak, mooi gravel, en schaduw. Nu kan je natuurlijk zeggen dat dezelfde route heen- en terugfietsen wel een beetje saai is, en dat zo’n spoortracé niet echt spannende bochten of technical trail features heeft, om over het klimpercentage van gemiddeld nog geen 1% maar te zwijgen. Maar ik zie eigenlijk alleen maar voordelen. Ten eerste komt het mij vandaag na mijn darmavontuur van gisteren erg goed uit om geen klimmetjes meer te hoeven doen. Hoewel de eerste 16km op en af best goed gingen en ik graag klim, voelen de benen toch slap. Ik moet daarom ook goed eten en drinken vandaag. Daar heb ik gelukkig allerlei spulletjes voor bij me. Een ander groot voordeel is dat er bijna alleen maar schaduw is op deze trail, en dat is fijn op een zonnige dag met 30 graden. Bovendien heeft de trail waterpompen waarmee je vers drinkwater uit de grond kan pompen. Tot slot heb je hier schitterende vergezichten over de rivier, iets wat ik boven op de weg ook had verwacht, maar niet ben tegengekomen.

Met de adrenaline nog in de benen vervolg ik mijn weg over de oude spoorbaan. De benen voelen slap, trillerig. Waarschijnlijk door de kuitenbijters. Ik besluit om het even rustig aan te doen en de adrenaline wat te laten zakken. Tot overmaat van ramp voel ik nu ook dat mijn kont zeer doet. Dit wordt een hele lange dag vrees ik. Ik neem me voor om bij elke campsite of picknick plaats langs de trail even te stoppen en het verslag van de dag stukje bij beetje op te schrijven. Ik merk dat het helpt om af en toe even te gaan staan op de pedalen. Als ik daarna ga zitten, voel ik de pijn even niet en geniet ik echt van de omgeving. Ik ben nog maar op mijl 12 van de 80…

Na een tijdje gaat het beter. De benen voelen eigenlijk wel goed. Wel vermoeid, maar met veel korte stops, repen, koek uit het ontbijtbuffet van het hotel en bergwater red ik mij prima. Mijn tempo gaat langzaam omhoog naar dat van gisteren en ik kan meer en meer genieten van de omgeving. De vergezichten over de rivier met daarin enorme rotsblokken, en de rotsformaties aan de andere kant die stijl omhoog gaan als ware het klimwanden, zijn indrukwekkend. Ben ik even blij dat ik deze route alwéér fiets!

Het is erg leuk om onderweg mede-fietsers te groeten en een praatje te maken (ook iets wat je daar boven op de wegen niet ziet, daar lijkt geen hond te willen fietsen…). Zo wijst een stel mij op het hert dat de rivier oversteekt, terwijl een andere al aan de overkant is. Of een man die uitgebreid aan het lunchen is aan een picknicktafel vlakbij de spoorbrug. Chips, hotdogs, cola, van alles ligt er op tafel. Of ik ook een hotdog wil. Ik bedank, maak een praatje en stap weer op. “Misschien kom ik je straks nog wel tegen” zegt hij. Blijkbaar gaat hij dezelfde richting op als ik. Ik groet en rij de spoorbrug op.

Overstekend wild…

Het enige kleine plaatsje op de trail en in de wijde omgeving van dit 4G-loze gebied ligt op mijl 56: Marlinton. Daar was ik gisteren natuurlijk ook al en het fietscafé DirtBean Cafe&Bike (met wifi) beviel zó goed, dat ik er opnieuw langs ga, dit keer voor iets zoets. De koffie (vers gemalen) blijkt van een kwaliteit waar een Italiaan jaloers op wordt, en ik bestel een dubbele espresso en twee home-made cakes. Ik zie in mijn ooghoek een tap met lokale bieren. Ik registreer het in mijn lange-termijngeheugen en probeer het verder maar te negeren. Ooit als ik hier nog eens terugkom… Boven op het balkon in de schaduw en met wat verkoelende wind, kijk ik uit over het dorpje en geniet. Hier kan ik echt de hele dag blijven zitten. Maar ja, dat kan natuurlijk niet, want ik moet weer terug naar de auto en moet dan nog 5½ uur rijden naar huis. Ik dwing mezelf uit de stoel, vraag de vriendelijke serveerster Kayla om mijn bidons met water te vullen (heel lief: ze doet er ook ijs in) en ga weer op pad.

Ik kom weer in de buurt van de tunnel waar ik gisteren van de andere kant doorheen ben gefietst. Ik zie de lunch-man weer, hij heeft zichzelf en zijn fiets op een campsite in de schuilpIek genesteld. Vreemd, want het is prachtig, zonnig weer. Ik zwaai naar hem en rijd verder. Bij de tunnel maak ik een foto vanaf de brug die met een lichte bocht onherroepelijk naar de tunnel leidt, en hoor achter mij geraas. Wind? Ik draai me om en concludeer: Nee, geen wind, maar regen. Hevige regen en het komt erg snel dichterbij! In een flits denk ik aan de lunch-man. De tunnel! Ik klik in en net als ik de tunnel inrijd, barst het los. Hoeveel mazzel kan je hebben?

Spoorbrug vlak voor de tunnel

Mijl 80, het einde van de trail. Ik ben niet ingestort en heb het gered! Dit is werkelijk een prachtige trail. 250km gravel (als je hem heen en terug fietst tenminste) dwars door de natuur en langs een heerlijke rivier. Als ik nog een keer terugkom, neem ik een hotel in Marlinton. Héél dicht bij het fietscafé.

Mijl 80, eindpunt van deze trail

Rondom Raalte

Ik reed het betonpad af. Een mooi breed pad wat er neerlegt was voor zowel fietsers als tractoren. Het zag er nieuw uit, wat verklaarde waarom het pad op mijn kaart nog een gestippelde witte weg was. Doorgaans zijn die wegen onverhard. Nu dus vervangen door een mooi betonpad met uitzicht op de uiterwaarden van de IJssel die prachtig bedekt waren door een bouquet aan veldbloemen.

Bij een boerderij kende het betonpas een abrupt einde. Zoals een Belgisch fietspad abrupt kan oplossen in het niets. Ik zag wandelaars hun weg vervolgen over een graspad. Nog een keer de kaart bekijkend, moest dat het pad zijn zoals het er vroeger had uitgezien, toen het nog geen betonpad was. Ik zat niet voor de kat zijn viool op een gravelbike, dus een graspad kon mij niet afschrikken.

Mooi grasland met vaak veldbloemen

Voorzichtig om de wandelaars heen manoeuvrerend en ze daarbij een fijne dag wensend, vervolgde ik mijn route over het graspad. Nog geen kilometer verderop eindigde dit pad bij een hek. Vlak voor dat hek lag een enorm wildrooster. Zo zag ik me geconfronteerd met de eerste uitdaging van de dag. Op je fietsschoenen, op een wildrooster, met je fiets in je hand een hek openen. Toen ik na wat glibberen en glijden het hek door was, keek ik nog een keer om. Daar stond een minuscuul blauw bordje. Het type infobord wat je ook van Staatsbosbeheer kent in groene uitvoering. Te klein om in het voorbijgaan te kunnen lezen en vol met verwarrende informatie. Op dit blauwe exemplaar stond duidelijk: “Verboden voor paarden en (brom)fietsen.” Ik had hier dus niet mogen fietsen.

De route rondom Raalte was een echte ‘tegel’ route. Zorgvuldig werden alle nog missende tegeltjes afgevinkt. Daarbij had ik wel gezocht naar de leukste paadjes en dit keer speciaal gezocht naar onverharde wegen. Dat is – om een stuk boerenland in het midden van de route – vrij aardig gelukt. Buiten het graspad langs de IJssel, was het allemaal nog legaal ook. Ervan uitgaande dat bordjes met de tekst “Verboden voor paarden en bromfietsen” betekent dat ik er met mijn fiets wel in mag.

De variëteit aan verharde en onverharde wegen was groot. Uiteraard heb ik de nodige kilometers op onvervalst asfalt versleten, maar heb ik ook oerlelijke betonklinkers gezien en fraaie gebakken exemplaren. Alleen al om dit soort ondergrond ben je blij dat je niet op 8 bar staat. Ook ben ik een aantal goed aangelegde fietspaden van asfalt of beton tegengekomen.

Zand- en bospaden

Maar het ging natuurlijk om de onverharde wegen. En ook daar wisselde het sterk. Het meest extreem was een aantal stukje single track MTB parcours met hindernissen. Daarnaast heb ik fijne en wat grovere gravel gevonden en behoorlijk wat zandpaden. De een wat muller dan de ander, maar allemaal prima te doen met 40mm bandjes. Een graspad had ik dus ook, maar die was dus illegaal. Vreemd genoeg fietste het bospas vol met dennennaalden het zwaarst. Dat inspanning wordt dan weer ruimschoots goedgemaakt door het uitzicht. Ik houd van de bossen.

Maar ook het nodige aan gravel

En er was de hele weg wel wat te beleven. Ook het boerenland is niet saai. Zo rond kilometer 40 gleden mijn gedachten even weg. Dat omschrijf ik veelal als de “Noord-Oost Polder state of mind”. Mijn brein past zich dan aan de omgeving aan en denkt dan aan helemaal niets. Maar in deze route heeft dat maar een paar kilometer geduurd. Dan was er wel weer wat te zien, of werd je weer een zandpad opgestuurd.

Boerenland kan ook leuk zijn

In de route zit een enkel heen-en-weertje en een lusje bij Heino. Dat is duidelijk om de benodigde tegels te halen. Hoewel het lusje bij Heino nog we een leuk stukje onverhard in zich heeft.

De “wet van Jaap” zegt dat je bij een rit van boven de 100km appelgebak mag nemen bij de koffie. Nu wilde ik daar niet direct na 30km mee beginnen, maar dat had ik misschien wel moeten doen. Ik had echter in mijn hoofd gezet dat het appelgebak mij beter zou smaken na een kilometer of 75 tot 80. Dan moet er natuurlijk wel een tent zijn die dat heeft.

Na ruim 90km reed ik Raalte in. Als je ooit een bestemming zoekt voor een stedentrip, schrap Raalte dan van je lijstje. Het is een lelijk dorp. Zoals de meeste dorpen op de Sallandse heuvelrug niet uitblinken in schoonheid. In Raalte had ik toch echt wel zin in koffie en dus streek ik neer bij de lokale bakker annex ijssalon. Op het tafeltje naast me zag ik een te keurig appelpuntje met een plastic folietje eromheen. Het soort appelpuntje dat nog bevroren is van binnen. Ik heb het bij een koffie en een Spa rood gehouden. En om nu niet alleen maar te droeftoeteren; de koffie was heerlijk.

Na Raalte had ik de hoop op een mooi vervolg eigenlijk opgegeven. Maar tot mijn verbazing leidde de route langs een kanaal over een mulle zandweg. Alleen maar rechtdoor, dat wel, maar toch een zandweg. Een onverwacht cadeautje.

De route eindigde zoals hij begonnen was. Een beetje draaien en keren over boeren landweggetjes bij Wesepe. En als de boeren landweggetjes maar klein en rustig zijn, is dat ook niet verkeerd. De lokale kroeg in Wesepe was hartstikke dicht, dus was er geen mogelijk om af te pilsen. Dus maar rechtstreeks naar de auto om daar te genieten van een slok van mijn inmiddels opgewarmde sportdrank.