C&O Canal trail, VS

Dag 1: Watermanagement

De trail die ik de komende twee dagen rijd, heeft vele namen en die zijn allemaal logisch en correct. De Chesapeake & Ohio Canal Company heeft hier in 1828 een kanaal, of eigenlijk een trekvaart, aangelegd om hout, kolen en andere handige zaken te transporteren. Vandaar de namen C&O canal trail of C&O towpath trail. Vorige keer dat ik hier was hing ik op m’n gravelbike aan een sleeptouw achter een stel mtbers omdat m’n derailleur was afgebroken. Heel toepasselijk zo’n sleep op deze plek en ook spannend, maar dat is een ander verhaal (zie Op Sleeptouw). Ik ben dus weer terug op de C&O trail, ook wel CO genoemd, want Amerikanen houden van kort. De trail loopt van Washington naar Cumberland, een slordige 185 mijl (297km). In het verlengde ervan loopt de Great Allegheny Passage -ook wel GAP genoemd- die nog eens 150 mijl doorloopt naar Pittsburgh. Samen zijn de trails goed voor 540km gravel plezier. 

De hele GAPCO. Mijn route tussen 35 (Point of Rocks) en 90 (Williamsport)

Terug naar de route van vandaag. Ik doe een stukje van de CO oost-west langs Harpers Ferry naar Williamsport. De route (en dus ook het kanaal) volgt de Potomac rivier. “Maar wacht! Een trekvaart aanleggen terwijl er een een rivier gratis en voor niks naast stroomt?” bedacht ik me onderweg. Ja, en daar zijn een paar goede redenen voor. Allereerst is de Potomac op veel plaatsen nogal ondiep en bezaaid met rotsen en stroomversnellingen. Werkelijk prachtig om te zien, maar niet direct ideaal om je spulletjes en jezelf veilig over te vervoeren. Áls het je al zou lukken, wordt het behoorlijk lastig als je ook nog stroomopwaarts wil met je handelswaar. Dus bedacht men een trekvaart die de handel zou stimuleren tussen de oostkust en het binnenland. 

Het kanaal moest in hoogte natuurlijk meevariëren met de rivier, dus moesten er ook sluizen (‘Locks’) in komen. Die zijn overigens allemaal (74 stuks) nog steeds genummerd. Van de rivier werd handig gebruikt gemaakt om het kanaal gecontroleerd van water te voorzien. Een ingenieus systeem van sluizen, buffers, basins, dammen én natuurlijk het trekpad was het gevolg. Maar ook aquaducten om de trekvaart over de grote stromen die uitmonden in de Potomac te leiden. Al met al een aardig stukje watermanagement. Die kennis is schijnbaar verwaterd, want bijvoorbeeld dijken kennen ze hier in de VS niet echt. Maar overstromingen hebben ze wel…daar zou die kennis toch best handig voor zijn geweest denk ik dan. Voordat het kanaal gereed was, was er ook een spoorlijn waar uiteindelijk niet tegen kon worden geconcurreerd, waardoor het kanaal niet erg lang is gebruikt. Het C&O Canal ligt nu bijna overal droog en er groeien inmiddels veel bomen langs, maar gelukkig hebben ze er een Nationaal Park van gemaakt waardoor het pad onderhouden wordt en ik er nu heerlijk overheen kan fietsen. 

Ik ben blij dat ik nog deze herfst de trail heb gekozen, want het is hier werkelijk heerlijk rustig en schitterend. De herfstkleuren blinken je tegemoet en de trail is bijna geheel en al een tapijt van bladeren. En hoewel het vanmorgen regende, schijnt de rest van de dag de zon uitbundig. Heerlijk. Zo om de paar kilometer ligt er zoals gezegd een sluis waar het pad even een paar meter omhoog gaat en weer vlak verdergaat over het bladerdek.

Naast het graven van een kanaal en het bouwen van een spoorlijn, is er hier ook nogal uitbundig gevochten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Harper’s Ferry, een mooi plaatsje dat hoog boven de rivier uitsteekt en waar de Shenandoah rivier samenkomt in de Potomac, is een van de bekendere plaatsen uit de civil war geschiedenis. Onderweg kom ik nog veel meer plekken tegen waar allerlei veldslagen hebben plaatsgevonden. Alle generaals uit de Amerikaanse schoolboekjes komen in mijn beleving voorbij op de vele informatieborden onderweg:  Robert E. Lee, A.P. Hill, Jubal A. Early, ’Stonewall’ Jackson,… het gaat maar door.

Het mooie aan de trail voor wandelaars en fietsers, is dat -ondanks dat het er overwegend rustig is- er veel voorzieningen zijn. Er zijn redelijk wat campsites, uitgerust met picknicktafels, Dixies (Gotügo), een waterpomp en een vuurplaats. Verder zijn er -zeker voor de fietser- genoeg uitvalplaatsen om te eten en drinken, en overnachtingsmogelijkheden anders dan kamperen. Ik slaap in een simpel hotel in Williamsport. Ze serveren er geen ontbijt, maar vlak naast het hotel staat een WaffleHouse, 24/7 open. Dat wordt een goed ontbijt morgen. 

Dag 2: Harpers Ferry, file op de trap en homeopathische espresso

Mocht je denken dat het weer in Nederland als enige slecht voorspeld wordt, wees dan gerust, het is hier niet anders. Gisteren was er veel regen voorspeld en regende het alleen voor een deel in de ochtend, daarna volop zon. Vandaag zou zonnig zijn, en… tja… Na een uurtje begon het al. De app zei “over een half uur begint het licht te regenen. Dat duurt een half uur”. En dat klopte! Na een half uur hield de lichte regen op en ging over in forse regen. Maar het werd al snel droog, waardoor ik Velominati rule #9 toch niet echt aan mezelf kon toerekenen vandaag.

Ik rijd vandaag dezelfde weg terug over het oude trekvaartpad. Zoals ik al eerder heb ervaren, is dat met deze routes geen straf. Prachtige vergezichten over de rivier, bossen en rotspartijen. Wat me opvalt is dat de rivier hier heel puur is. Wild. Ongecultiveerd. Terwijl ik ernaar kijk, besef ik dat in Nederland werkelijk alles is geïnfrastructuurd. Alles is aangeplant, afgerasterd of op zijn minst ingetoomd en onder controle. Hier niet en dat maakt het adembenemend mooi om naar te kijken. 

Ik krijg al vroeg honger, dus eet ik mijn ‘doggie-bag pizza’ van gisteravond op. Dat was een mazzeltje. Bij het Italiaanse restaurant dacht ik “laat ik eens een medium pizza bestellen in plaats van een small”. Ik kreeg een pizza van 50cm op tafel geschoven waarna ik met grote ogen starend naar de pizza aan de serveerster vroeg “is dit medium?”. Een onbewogen “Yep” was het enige dat ze antwoordde. Maar de pizza was goed en lunch voor morgen was vanzelf geregeld. 

Ook iets wat heel tof is aan de VS: “Wil je alvast wat drinken bestellen?”. “Ja, graag. Hebben jullie bier?”. “Nee, maar je kan zelf bier kopen bij de slijterij hier vlak naast, hij is tot 10 uur open. Als je maar niet overdreven veel gaat drinken…”. Geweldig! En bedenk dat bier hier altijd koud staat bij de liquor store…

De Potomac rivier vormt de grens tussen de staat Maryland, waar de C&O trail doorheen loopt, en de staten Virginia en West-Virginia. Harper’s Ferry ligt in West-Virginia, vlakbij het 3-statenpunt van deze staten. Het ligt dus aan de overkant van de rivier (op een of andere manier moet ik altijd denken aan Drs. P; er is hier alleen geen pontje). Gisteren ben ik er gewoon langs gefietst, maar vandaag wil ik het dorpje bezoeken. De enige manier om van de trail naar Harper’s Ferry te komen is het voetpad langs de spoorbrug. Een steile stalen trap leidt omhoog en onderaan zijn plekken waar je je fiets kan neerzetten. Dat ga ik natuurlijk niet doen, dus de fiets moet mee naar boven. Je mag je fiets gewoon meenemen, net als honden en kinderwagens. Veel, heel veel mensen doen dat ook enthousiast. Het gevolg: een enorme drukte op de trap, want er is een continue stroom mensen in beide richtingen. Die gaan natuurlijk niet allemaal netjes op elkaar wachten, dus -hup- fiets/kinderwagen/hond trekken en sleuren de trap op (of af) en jezelf en je spullen langs de andere mensen zien te wurmen. Erg gezellig. Gelukkig is mijn gravelbike inclusief bepakking relatief licht en met wat geduld ben ik even later boven.

Op de brug een prachtig uitzicht over de Shenandoah rivier die hier uitmondt in de Potomac. Indrukwekkend. 

De spoorbrug over de Potomac naar Harper’s Ferry
Uitzicht op Potomac (li) en Shenandoah (re) rivieren

Het dorpje is nogal toeristisch. Veel winkeltjes en restaurantjes. Bij een koffiezaak beproef ik mijn geluk. Ik koop 2 muffins en bestel een flat white (small uiteraard). Ik krijg een latte, “want de melkschuimer doet het niet goed”. Binnen is het te druk, dus ga ik naar buiten om van mijn tweede lunch te genieten. Dat komt goed uit, want ik wil nog wat genieten van het hoge uitzicht op de rivier. Ergens moeten die 2 shots espresso in mijn beker zitten, maar ik proef er geen reet van. Blijkbaar verkoopt een goede koffie hier niet, want het moet nu eenmaal veel zijn. Veel melk in dit geval. Ik beschouw het als een beker hete melk, wat niet verkeerd is bij een koude wind bij 7 graden. Na de ‘koffie’ nog wat heen en weer fietsen door de straatjes, wat foto’s maken en terug over de brug en mijn favoriete, nog net zo drukke trap terug naar de trail. Onderaan de trap nog wat dringen, veel mensen. Ik stap op en na 1 kilometer ben ik weer helemaal alleen op de trail. Wat een heerlijk gevoel.

Podcast # 41 – Going North met Bas Belder

Ergens van de zomer volgde we via Strava Bas Belder op een avontuur van 4.000 kilometer naar de Noordkaap. Nu volgen we wel meer fietsers die ‘idiote’ afstanden afleggen, maar bij Bas vielen ons twee dingen op. Hij is wars van enige vorm van luxe en hij vertelde ons niet waar hij naartoe ging, alleen vaag de richting:

“Going North”

Het is zondagavond en het is koud, guur en nat. De herfst is in volle gang. Voor Ronald is het wennen om vanuit zijn zonneschijn-warm-weer-indian-summer met 25 graden, in Nederland vriendelijk te worden verwelkomd door een pissende-regen-harde-wind-4-graden-herfst. Kortom, we zijn dus weer live en Ronald doet verwoede pogingen om te acclimatiseren.

Gelukkig zorgt de gast aan tafel ervoor dat ze niet zelf de ontberingen hoeven te doorstaan. En warmen Ronald en Marc zich aan de verhalen, hoogte- en dieptepunten van deze reis die op de live-tafel voorbij komen. Met grote ogen en open mond luisteren we naar de verhalen van een Noordkaapfietser… Over wolken van terror-muggen, slapen in winkelportieken en lachen om je eigen selfies.

Op tafel staat een grote, 5 jaar gerijpte Belg die de Grand Prestige symboliseert waar Ronald en Marc alleen maar van kunnen dromen. Samen met de Amerikaanse Dragon’s Milk zorgen de schuimende Belgen voor verwarming van dit stoute avontuur…

Beeldverslag van Bas

Linkjes

Bas Belder kun je op Strava vinden:
https://www.strava.com/athletes/16128332

Velominati rule#95 (We vergeven het Bas 😉 )
https://www.velominati.com/

Race Around The Netherlands
https://www.adventurebikeracing.com/ratn/

Techniek
Pirelli Cinturato
Unior Cassette Lockring (cassette-afnemer; Engelse site)
SON naafdynamo
Cycle2Charge
Filter bidon
Het matje (maar die raadt Bas niemand aan…)

Podcast # 40 – Eindelijk Weer Live (Deel II Lost Track)

Het zat even tegen. De laptop was gecrasht met daarop deel II van onze nieuwe podcast. Daarbij is ook het vodje met onderwerpen in rook opgegaan. Helemaal jammer, omdat het een ‘live’ opname betrof toen Ronald even in Nederland was.

Het heeft daarom even geduurd. Maar nu is er een nieuwe podcast. Uiteraard in de inmiddels vertrouwde 45 minuten versie, maar aangezien we heel wat in te halen hadden, is er ook een lange versie beschikbaar. De laatste heeft natuurlijk wat extra onderwerpen.

Extended Version
Radio Edit
Zoom Studio in Nederland

Linkjes

Bretagne en Normandië – Etappe 10 (Genêts – Coutances [73km])

Zand, zee en zout hebben hun tol geëist. De fietsen zien er ‘goed gebruikt’ uit en met name de ketting zou wel een poetsbeurt verdienen. Maar het is vakantie, dus nu even niet.

Ketting na anderhalve week fietsen

Granville is in het bezit van een Decathlon. De plek om onszelf te verwennen met een nieuwe binnenband, een Co2 patroon en toch maar een handpompje. Ook gelijk maar met de huidige band bijgeblazen met een geleende BTwin voetpomp.

Afscheid van Mont Saint Michels

De etappe begon vandaag onder een strak blauwe lucht. Met nog wat koelte in de lucht was het heerlijk fietsen. De voorspelde wind bleef nog even uit daarmee was een ideaal fietsweertje ontstaan.

Lang konden we niet genieten van de blauwe lucht. Vanaf het land kwamen al snel wolken aangedreven, die steeds grijzer werden. We keken nog een keer achterom en namen afscheid van Mont Saint Michel.

Op weg naar Granville. Een minder bekend stadje dat verrassend veel historie in zich herbergt. Uiteraard iets met Engelsen en Duitsers, maar het is ook de thuishaven geweest van Piet Piraat. Wij hadden echter meer oog voor de Decathlon, de Carrefour City en de lokale boulangerie.

Uitgestrekt strand bij Donville les Bains

Na Granville heeft onze lieve heer een handvol onbeduidende dorpen over een vlak zanderig land gestrooid. Eigenlijk is er tot aan Regnéville is er weinig te beleven. Regnéville is dan ineens uitgerust met een ruïne van een middeleeuws kasteel, wat in voegere tijden weer van hand tot hand ging tijdens de vele Frans-Engelse oorlogen. Tegenwoordig kijk je aan tegen de courtage van een makelaar, maar in die tijd was het gebruikelijk om het pand gewoon te kraken.

Ruïne Middeleeuws kasteel
Crêpe voor de laatste 2 klimmetjes (Caramel, beure sallé)

Eindbestemming Coutances heeft een opzichtige Kathedraal. Hetgeen prijsgeeft, dat het in vroegere tijden nogal belangrijk moet zijn geweest. De geschiedenis gaat helemaal terug naar de Romeinen en de Noormannen. Wickie de Viking vond het nodig de hele stad te slopen. Niet omdat het moest, maar omdat het kon.

Kathedraal van Coutances

Eigenlijk willen we op fietsvakantie niets plannen. Op de bonnefooi. We hebben echter gemerkt dat in deze tijd van het jaar de hotels en B&B’s volgeboekt zijn. Dus toch maar even kijken en plannen hoe dat moet in een campingarm stukje Nomandië bij Cap La Hague. Verschillende pogingen om een onderkomen in Auderville te bemachtigen liepen op niets uit. Dus hebben we besloten de twee relatief zware etappes in drieën te knippen.

Bretagne en Normandië – Etappe 9 (Saint Benoit des Ondes – Genêts [83km])

De etappe is relatief vlak vandaag. Geen steile klimmetjes of gevaarlijke afdalingen over losliggend grind. Kees Swart vond dat blijkbaar ook wat te dol worden, dus bedacht hij nog een ommetje over Mont Dol. De Tour de Manche gaat daar gewoon rechtdoor langs de kust, dus als je ook geen zin hebt in dat ene klimmetje is dat een goede optie.

En meestal valt er wel wat te klagen over het weer. Vanochtend hebben we de laatste spetters geïncasseerd, maar dat mag eigenlijk geen naam hebben. Er stond wel een stevige wind, maar die was de eerste 60 kilometer in de rug. Dus daar kan ik ook niet over klagen. Het weer werd ook steeds beter en ik zit nu zelfs tegen een strak blauwe lucht aan te kijken.

Maar er moet toch wat zijn wat weer hopeloos in het honderd is gelopen. En dat klopt. Na een kilometer of 5 had ik een lekke band. En niet zomaar een, maar eentje waarbij je binnen een minuut geen lucht meer in je band hebt zitten. Een serieus gat dus. En dat terwijl ik er dit jaar nagelnieuwe Schwalbe Marathon Supreme antilek banden onder heb gezet.

Dit verraad al en beetje mijn onderhoudsdrift. Ronald kijkt me ook altijd een beetje afkeurend aan als ik uitleg hoe serieus ik het onderhoud aan mijn fiets neem. Mijn Santos is 11 jaar oud. De achterband heb ik na een jaar of 8 een keer vervangen door een iets minder versleten exemplaar van mijn dochters fiets. De voorband is dit voorjaar na 11 jaar voor het eerst afgekomen. Natuurlijk is de binnenband dan ook 11 jaar oud, maar deze heb ik zonder blikken of blozen gewoon weer in de nieuwe buitenband gelegd. Daar kreeg ik vandaag spijt van.

Ik was bang dat mijn antilekband minder antilek was dan ik dacht. Maar dat is vooralsnog niet waar. Het probleem was dat mijn ventiel en mijn band niet langer een eenheid vormden. Het ventiel was er finaal afgescheurd. Ouderdom, ongetwijfeld. Ik had er natuurlijk na 11 jaar preventief een nieuw binnenbandje in moeten leggen.

Ventiel volledig uit de binnenband gescheurd

En onmiddellijk diende zich een volgende onvolkomendheid in de voorbereiding aan. Ik had alleen een Co2 pomp meegenomen en al tweederde van 1 patroon besteed aan hulp aan een noodlijdende Fransman. Daarmee had ik nog 1 patroon over en die wilde ik liever niet direct verspillen. Gelukkig is Madeleine een stuk slimmer dan ik en die heeft bij een nabijgelegen huis een fietspomp geregeld. Het ding was van een leeftijd dat het een mooie plek in het museum van Louison Bobet verdiende, maar als je alle onderdelen bij elkaar hield, werkte hij nog naar behoren. 80% van de band met de handpomp en de laatste 10% met het restant uit het aangebroken Co2 patroon. De allerlaatste 10% moesten maar wachten op een benzinestation met luchtpomp.

Ondanks de relatief makkelijke etappe had ik het zwaar vandaag. De benen waren niet eens slecht, maar tussen de oren voltrok zich een verkeerd proces.

Misschien was het omdat de route een beetje saai was. We reden eigenlijk om een berg met een kerk heen. Mont Saint Michel is natuurlijk niet zomaar een berg met een kerk, of eigenlijk een klooster, maar natuurlijk een wereldberoemd Unesco werelderfgoed berg met klooster. Monniken zitten er al sinds 2001 niet meer, omdat het er wemelt van de toeristen die over het dammetje naar het eiland willen lopen. Gelijk hebben ze. Vroeger was het nog enigszins spannend, want toen liep er een getijdeweg naar de berg. Dus als je niet goed timede, hd je op zijn minst natte voeten. Ondanks dat mij dit toch een buitengewoon effectieve manier lijkt om van overtollige Japanse toeristen af te komen, heeft de Franse overheid besloten een serieuze dam aan te leggen, waar je zonder gevaar voor leven overheen kunt.

Mont Saint Michel van de zuidkant

Maar vandaag was de berg er altijd. Soms even verborgen achter een paar bomen, maar dan doemde hij weer in volle glorie op. En het is best wel een apart ding. Ik vind hem zelfs een beetje lelijk. Het heeft de vorm van een verse drol en de kerktoren lijkt er ook een beetje willekeurig op neer gepleurd. Maar goed Unesco Wereld Erfgoed, dus we vinden het mooi.

Mont Saint Michel aan de oostkant

Vandaag verblijven we op een viersterren camping. Niet omdat het kan, maar omdat het moet. Er is nog een camping in Genêts, maar die is ‘tijdelijk gesloten’. En ook onze camping was lastig te vinden, want volgens Kees Swart zijn boekje heette het ‘Coques d’Or’. Maar waarschijnlijk omdat de Engelsen hier steeds van in de lach schoten, hebben ze de camping omgedoopt tot Côte d’O. De viersterren slaan natuurlijk op het zwembad, de aanwezigheid van een min vier sterren restaurant en de onvermijdelijke animatie. De sanitaire voorzieningen van menig andere camping is beter dan deze en faciliteiten voor trekkers zoals een picknickbank bij de tentplek en een slechtweergelegenheid ontbreken volkomen. Maar met fietsen heb je niet altijd een keus en mag je het doen met de camping die de route je voorschotelt.

De wind draait lekker mee naar Noord to Noord-Oost de komende dagen, hetgeen ons verzekerd van een prettige tegenwind. Maar dat zijn zorgen van morgen. Vandaag is het genieten van eindelijk weer eens wat zon.

Bretagne en Normandië – Etappe 8 (Plurien – Saint Benoit des Ondes [92km])

Laat. Dat is het woord dat het beste past bij deze dag. Laat van de camping vertrokken en laat bij de camping aangekomen, laat gegeten en laat een stukje geschreven.

Het is allemaal de schuld van de regen. Het is altijd de schuld van de regen. Toen vanochtend de wekker ging, hoorden wij het spetteren op het tentdoek. Als er regen voorspeld wordt, heeft Météo France het altijd bij het rechte eind, En dus trad het regenprotocol in werking,

Alles in de tent inpakken. Eén naar buiten om onder andere de afwas te doen, brood te halen en koffie te zetten. De ander in het MSR commando centrum om de organisatie op touw te zetten. Na het regelen van afwas, brood en koffie mocht ik weer de tent in, waar een gastronomisch ontbijt werd geserveerd.

Als je niet in een tent wilt slapen, kun je op deze camping ook in een Cabana. Het is een soort van openlucht bedstee of een vogelhuisje voor mensen. Het ziet er wel grappig uit, maar is volgens mij helemaal niet praktisch. De binnenruimte wordt volledig in beslag genomen door een matras en de luifel voor je Cabana is niet groot genoeg om onder te schuilen tegen de regen,

Eenmaal op de fiets kwamen de eerste droge momenten. Het incontinente weertype leek langzaam zinnelijk te worden. We koersten langs de kust van het schiereiland van Cap Fréhel en dat is een lust voor het oog. De heide stond in bloei bovenop de ruige rotsen.

Prachtige heide in bloei. Jammer dat er net een fietser door het beeld rijdt
Kust bij Cap Fréhel

En we kwamen langs twee ‘rijksmonumenten’. Een van de vuurtorens waar Bretagne bekend om staat en Fort La Latte. Om het fort daadwerkelijk te kunnen zien, was een wandeling vereist. Die hebben we overgeslagen, want Madeleine had meer dan 80 km op het spoorboekje van vandaag gezet en we waren door de regen al laat vertrokken.

Er moet nog wat Europees geld naar dit rijksmonument

Als je in Bretagne bent, moet je crêpes hebben gegeten. Morgen is de laatste dag dat we in Bretagne zijn, dus hebben we de lokale Crêperie van Matignon verrast met een staatsbezoek. De zaak liep prima en nadat we van onze crêpes geproefd hadden, begrepen we waarom. Prima binnen te houden. Even later schoof een Italiaanse delegatie aan, die ook met de fiets door Bretagne aan het trekken was. Uiteraard worden er dan wat tips en trucs en de nodige sterke verhalen uitgewisseld. En zeg nou eerlijk, Italiaanse vakantiefietsers kom je ook niet iedere dag tegen.

Na de lunch stevende we langzaam maar zeker af op Saint Malo. Al ligt er nog wel 33 km aan relatief oninteressante weg tussen Matignon en Dinard, Bij Dinard begon het duidelijk te worden dat het wel eens een heksenketel kon worden. We kwamen in een stadsfile terecht en er liepen ineens complete gezinnen met wandelwagen en oma in rolstoel over een promenade. Op enkele stukken had de promenade geen hekwerk en lag je bij een verkeerde beweging een meter of vijf lager op de uitstekende rotsen. Ik zag de schoonzoon die oma aan het duwen was vanuit zijn ooghoek zoeken naar een geschikt plekje om oma een zetje naar rechts te geven.

De ‘bus’m want zo heet de veerboot daar, vertrekt vanaf 2 plekken. De eerste is haast niet te bereiken met je fiets, vanwege een aantal steile en smalle trappen. De tweede is wat verder lopen, maar kent weer geen trappen. Dus hebben wij gekozen voor de tweede.

Saint Malo vanaf de ‘bus’

Saint Malo heeft een ommuurde oud deel, dat overigens volledig opnieuw is opgetrokken nadat de geallieerden het nog na de invasie hebben platgebombardeerd, omdat er nog een stelletje Duitsers verstoppertje aan het spelen waren. Bij TussenKunst & Kitsch zou dit onmiddellijk leiden not vermindering van waarde, maar de Saint Malo lijkt toeristisch niet te lijden onder het feit dat het eigenlijk een soort Batavia Stad is.

Het was er in ieder geval te druk voor ons. En zoals eerder aangegeven, hadden we een strak schema. De kilometers na Saint Malo, waren minstens net zo saai als de kilometers ervoor. Daarbij kwam een plots opgestoken tegenwind. Na een pauze om wat te eten en een korte stop bij een Intermarché, volgden nog een aantal zware kilometers naar onze Camping Municipal in Saint Benoit.

Rond half zeven aankomen op de camping is voor ons wat aan de late kant. We moeten dan nog eten, wassen en douchen. Gelukkig scheen de zon, zodat onze kletsnatte tent kon drogen en we staan weer eens op een recht plekje, zodat ik morgenochtend zeker ben dat ik naast Madeleine wakker wordt en niet ben afgegleden naar de buurman.

Bretagne en Normandië – Etappe 6 (Porz Hir – Binic [78km])

Er zitten dagen tussen dat je een beetje aan het overleven bent. De benen willen niet, of er zijn andere ongemakken als zadel- of hoofdpijn. De route is niet interessant of loodzwaar en het weer werkt ook niet mee. Vandaag was zo’n dag.

Wij dachten buiten het seizoen te zitten en dus kon accommodatie geen probleem zijn. Bij voorkeur een camping en als het weer te slecht was een hotel, of een vage afgeleide daarvan.

Ook met minder weer kom je nog wel fotowaardige plekken tegen

Het weer zat met een terugkerende miezer niet echt mee vandaag, dus was zo rond het middaguur het besluit een hotel te boeken. Madeleine heeft er een stuk of 7 geprobeerd. Allemaal ‘complet’. Uiteindelijk toch maar uitgeweken naar een camping. Dan wel weer een uitgezocht waar je iets kon eten en waar ze ‘s-ochtends ontbijt serveren.

Want zo was de dag begonnen. In de tent met een heerlijke ‘pain au chocolat’ en ‘pain au raisin’ en 2 stokbroden. Voor de niet fietsers; dat lijkt veel voor twee personen, maar daar haal je amper de lunch mee. Eten in de tent geeft altijd rommel. Zeker als je stokbrood gaat eten. Dat doe je dus alleen als het echt niet anders kan. En vanochtend kon het echt niet anders vanwege een hardnekkig aanhoudende miezer.

Dus morgenochtend vermijden we het stokbrood-in-de-tent-maakt-veel-rommel gedoe door een ‘petite dejeuner’ te reserveren. Als ie net zo goed is als de pizza van vanavond, dan is een goed geoutilleerd toilet geen overbodige luxe.

We zitten helaas op drie sterren camping ‘Paranomic’. Met drie sterren heb je dus geen WC papier in het toilet en ook geen WC bril. Onze ‘panoromaic’ bestaat uit een uitzicht op een ‘Route Nationale’ met navenant geluid en de 3 sterren WiFi moet apart worden afgerekend.

Maar we mogen niet klagen. Ze maken hier een prima diepvriespizza voor je klaar en plaatsen je op een plekje tussen een krijsend kind en een happy-klappie koor. Dat, tezamen met het onophoudende ‘Route Nationale’ geluid , geeft een potpourri aan akoestische prikkels, waarvan zelfs een slak van op hol zou slaan.

Verlate lunchplek tussen twee buien door

Door het weer hebben we ook niet veel foto’s gemaakt. En toch was het ook vandaag helemaal geen verkeerde route die Kees Swart ons voorgeschoteld heeft. Ergens zat een heel raar ruig pad, waarvan je niet verwacht dat daar iemand ooit met een fiets overheen zou willen. Voor de rest waren er mooie vergezichten over zee en kabbelde de route tussen de panoramische hoogtepunten door Bretonse huisjes met bloemrijke tuinen, met altijd weer Hortensia’s.

Leuk om te noemen zijn de vele fiets- en wandelbruggen in Bretagne. Regelmatig steken we een watertje over via een brug die duidelijk niet bedoeld is voor auto’s.

Een van de vele voetgangersbruggen

Gelukkig kreeg ik aan het einde van de tocht de erkenning die ik verdien. Eindelijk een gemeente die het begrepen heeft en een straat naar mij vernoemd heeft.

Eindelijk erkenning

We zitten nog een beetje bij te komen van onze pizza. Madeleine is tegen beter weten in op zoek naar onderdak voor morgen en ik ben druk de WiFi te overtuigen dat ik betaald heb, dus dat uploaden ook tot de taken behoort, als het meisje van de animatie vriendelijk komt vragen of we meedoen an de karaoke van die avond. Dat is onze cue.  

Bretagne en Normandië – Etappe 3 (Mûr de Bretagne – Scrignac [77 km])

Je hebt altijd dingen bij je tijdens je fietsvakantie, die je thuis weer ongebruikt uitpakt. Voor het gewicht wil je dat fenomeen tot het minimum beperken. Toch zijn er artikelen die je graag na je vakantie ongebruikt uitpakt. Ik noem; de regenjas.

Er was zon en 27 graden voorspeld door Météo France en dus miezerde het vanochtend bij vertrek. Een beetje tussen te weinig voor een regenjas en teveel om te negeren. Later werd dat probleem opgelost. Na een kilometer of 15 viel er duidelijk voldoende om zonder gêne een regenjas aan te trekken.

Onze gite

Met vooruitziende blik hadden we een week geleden alvast een gite gereserveerd met de prachtige naam gite d’étape la Gare Scrignac. De gite wordt geëxploiteerd door de bewoners van Scrignac en de opbrengsten komen ten goede aan de gemeenschap.

Een verlaten seinhuisje

De route leidde ons over de oude spoorlijn en een klein stukje langs de Blauvet. De propaganda van de Franse VVV klopte als een bus. De route was makkelijk en geschikt voor het hele gezin. Tot onze vreugde kwamen we vele fietsende gezinnen tegen, met uiteenlopende uitrusting. Ik zwaai altijd naar de kinderen, maar dat is niet altijd een goed idee. Het nodigt namelijk uit tot terugzwaaien en voor sommige jonge fietsers is zwaaien en het besturen van een tweewieler een te grote aanslag op hun coördinatie. Een beetje uitkijken dus, want voor je het weet heb je een frontale botsing.

Het woord ‘uitrusting’ is gevallen en ik moet het echt even kwijt. Onze vriendelijke Franse camping buren van gisteren, waren ook fietsers. In ieder geval een soort van. Vanochtend waren ze om half zeven al hun krakende plastic zakken aan het inpakken. Dat was, zo bleek later, geen overbodige luxe om op tijd weg te zijn. Ik heb zelden fietsen zwaarder beladen gezien dan deze 2. De buurman vertelde me dat hij 46kg aan bagage bij zich had en zijn vrouw 32kg. Voor de niet fietskamperende lezers, wij hebben respectievelijk 21 en 12 kilogram bij ons. Gelukkig zat er een dikke accu op beide fietsen, waardoor ze wel vooruit kwamen, maar geen ruimte meer hadden voor een bidon. Gelukkig hadden ze allebei nog niets op hun rug, dus daar paste dan mooi een Camelbak.

Dat Madeleine en ik een setje zijn, mag niet echt meer een verrassing zijn, maar we toonden vandaag opvallend veel ANWB-stelletjes gedrag. Op hetzelfde moment schakelen, op hetzelfde moment een regenjasje aan, of juist weer uit en op hetzelfde moment een opkomende hongerklop. Straks gaan we nog hetzelfde denken….

Bij Kervallon reden we spontaan tegen een uitspanning aan. We hadden net een Frans gezin geholpen met het oppompen van een achterband, dus we waren wel aan een beloning toe. De uitspanning bleek een keurig bij elkaar geraapt zooitje te zijn, dat gerund werd door een Zwitser. Maar de koffie was prima en ze hadden er Cola Zero en dat is niet altijd een zekerheidje hier.

Na Zwitsers grondgebied te hebben verlaten, hadden we nog maar een kilometer of 8 langs het riviertje Squiriou voor de wielen. Ook deze waren niet zwaar en precies na 77,5 km stonden we voor onze gite. Hier werden we vriendelijk ontvangen door een Belgische dame die geen Nederlands sprak, maar met ons beperkte Frans zijn we er toch uitgekomen. En nog veel belangrijker, ze verkocht er koud lokaal bier!

Niet slecht lokaal Bio Amber bier

Weer iets wat we in Nederland toch echt niet meer kunnen bedenken, geen bereik. En ik bedoel niet alleen geen 4G, gewoon helemaal geen G en ook geen telefoon signaal. Alsof ooit iemand nog belt. Gelukkig gaat onze gite met haar tijd mee en heeft het behoorlijke WiFi.

In een extra ingelaste plenaire vergadering hebben Madeleine en ik geconcludeerd, dat het fietsen over een spoorbaan naast een aantal voordelen ook nadelen kent. Zo mis je leuke dorpjes, want de trein ging altijd langs het dorpje en zelden er doorheen. Even van de route afwijken voor een schaarse bezienswaardigheid is ook niet altijd even makkelijk, want dan moet de spoorbaan toevallig een weg kruisen. Zo hebben we ergens een leuke kleine abdij gemist. Wij vinden de afwisseling van mooi fietsen en af en toe een schattig dorpje ideaal. Het mooie fietsen is op deze route dik in orde, de leuke dorpjes moeten we maar van de foto’s geloven.

Bretagne en Normandië – Etappe 2 (St Méen le Grand – Mûr de Bretagne [79 km])

Mooi gravelpad op een oud spoorlijntje

Soms maak je het in je hoofd spannender dan het is. De route leidde ons naar Mûr de Bretagne. Een plek waar ik een compleet prof peloton omhoog had zien zwoegen. En zij hebben fietsjes van 7,1kg. Die van mij is schoon aan de haak 17,2 kg en daar komt nog eens de bepakking van 21kg bovenop. Dus ik zette me bij voorbaat schrap.

Maar een mens lijdt het meest…. Bijna de complete route liep over een oud spoorlijntje. Soms een beetje omhoog en soms een beetje naar beneden. Nooit moeilijk en nooit zwaar. Ik denk dat ze in Nederland een moord zouden doen voor een gravelpad van 70 km lang. En ik moet zeggen dat het prima fietsen is. Niet alleen de stijgingspercentages, maar ook de schaduw en de omgeving doen de fietsvreugde vergroten. Tussen de bomen door zien we in de coulisse een saai Noord-Frans landschap van heuvels, graanvelden en her en der een verloren boom. Dan is het oude spoorlijntje nog niet zo slecht.

Veel ‘highlights’ zijn we niet tegengekomen. Geen graven van tovenaars en geen stadions waar we shirtjes voor Jort kunnen kopen. Vanuit dat oogpunt kun je de route als ‘saai’ bestempelen, maar ik zie het liever als een echte fietsroute. Waar je van het fietsen kunt genieten, waar het rustig is, waar je weinig auto’s tegenkomt en waar je af en toe een wandelaar of vakantiefietser vriendelijk mag begroeten.

Mooie plek om je verhaaltje te typen

Camping Le Point De Vue heeft zijn best gedaan om het predikaat ‘Trekkerscamping’ te krijgen. We staan op een tentenplaats, niet te verwarren met een tentenveld. We hebben een keurig afgebakend stukje gras, waar je makkelijk 2 of 3 van ons soort tentjes kwijt kan.

Faciliteiten voor trekkers is in orde

Als een camping het trekkersleven begrepen heeft, staan er een paar picknickbanken. Op deze camping hebben ze die een beetje geconcentreerd onder een tent bij het sanitairgebouw. Daarbij hebben ze een ‘Office randonneurs’ ingericht, waar alles staat wat je als trekker niet mee kunt nemen., zoals een magnetron en een koelkast.