Het Frame
Zoals de pizza begint bij de bodem begint de fiets bij het frame. Of zoals de Vlaming het zou noemen; het kader. Afgezien van de kleur, niet direct het meest sexy onderdeel van je fiets. Maar net zoals de pizzabodem wel een heel belangrijk onderdeel. En ook een onderdeel dat je achteraf niet zomaar vervangt.
Het Frame – De Finish
Als je meerdaagse tochten gaat maken op een fiets adviseer ik je een aluminium trekking frame te kiezen. Die zijn comfortabel (geometrie), stevig (kunnen aardig wat bagage aan) en kunnen tegen een stootje. Ze hebben voldoende mogelijkheden om bagagedragers, spatborden en bidonhouders te kunnen monteren.
Het Frame – De Koers
De eerste vraag is altijd: “Wat ga je met de fiets doen?” Dat bepaalt eigenlijk de keuze in:
- Materiaal
Staal, Aluminium, Titanium, Carbon - Geometrie
verhoudingen van het frame voor comfort en stabiliteit - Voorvork
- Bevestigingspunten
Nokjes voor dragers, derailleurs, remmen, standaards en andere onderdelen
Ervan uitgaande dat je niet een los frame koopt en de fiets zelf gaat afmonteren, koop je een complete fiets en is er dus al wel rekening gehouden met het feit dat je met de fiets sturen en remmen wilt.
Het Materiaal
Laat ik beginnen met het materiaal. Voor meerdaagse trektochten is Carbon niet ideaal. Het is sterk en licht, maar de sterkte zit in een specifieke richting. Dat betekent dat het heel goed de krachten aankan die logisch zijn als je een fiets gebruikt. Het betekent ook dat het veel minder goed tegen krachten kan die niet normaal zijn voor een fiets. Dat kan bijvoorbeeld een grote hoeveelheid bagage zijn, maar ook of het letterlijk tegen een stootje kan. Een carbon fiets moet je niet tegen een paaltje laten vallen. Zit er een barst in het frame, dan kun je er niet meer mee verder fietsen. Reparatie van een scheur is vaak mogelijk, maar zeker niet door iedere willekeurige fietsenmaker en dus onderweg lastig.
Bij carbon wil ik geen merken of types noemen, omdat ik je echt wil afraden een carbon fiets voor meerdaagse tochten met bepakking te gebruiken.
Een stalen frame wordt over het algemeen aangeprezen vanwege zijn comfort. Dat kun je ook anders zien en dan heb je het over de gebrekkige stijfheid van een stalen frame. Voor fietsers die carbon of aluminium gewend zijn, zal een stalen frame wat ‘zwabberig’ aanvoelen. Zeker als je er veel bepakking aan hangt. Toch zijn er fietsers en fietsmerken die zweren bij een stalen frame en mijn bovenstaande ‘zwabberig’ gedrag naar het rijk der fabelen verwijzen. Een argument zou kunnen zijn dat je een stalen frame onderweg kunt lassen als het gebroken is. De meeste – zo niet alle – stalen frames zijn van zogenaamde Chro-Mo (Chroom-Molybdeen) gemaakt en dat is ook niet zomaar te lassen.
Als je op zoek bent naar een stalen frame, kijk dan eens bij Vittorio of Tout Terrain. De eerste is Nederlands (Heerhugowaard) en de tweede is gezien de naam logischerwijs Duits.
Titanium is prachtig, licht, stevig, sterk en stijf. Er zitten wat mij betreft maar 2 nadelen aan. Het heeft altijd dezelfde kleur en het is duur, heel duur. Maar als je bereid bent carbon prijzen te betalen, maar niet de nadelen ervan wilt hebben, dan is titanium het overwegen waard. Hier wil ik graag verwijzen naar Van Nicholas* fietsen. Dit is een onderdeel van Koga die zich gespecialiseerd heeft in fietsen met een titanium frame. Het is niet goedkoop, maar wel heel mooi.
*op 5 mei 2026 heeft Koga de IT nog niet op orde. Bij het bezoeken van de websites van Koga en Van Nicholas kun je aanlopen tegen certificaat problemen.
Het best scorende in prijs-kwaliteit en dus het meest voorkomende is het aluminium frame. Het is licht, sterk, stijf en kan tegen een stootje. Het haalt het op gewicht in grammen niet bij carbon of titanium, maar voor een vakantiefiets gaat dat het verschil niet uitmaken. De prijs is dan doorslaggevend. Het is een serieus stuk goedkoper dan carbon of titanium. Aluminium is de beste keus voor een vakantiefiets frame.
En goede aluminium frames zijn er in overvloed. Natuurlijk heb je Santos (NL), Koga (NL) en IDWorx (DE), maar in het meer betaalbare segment kun je ook heel goed terecht bij Stevens (DE) of Jan Jansen (NL). Doen de Belgen, de Italianen en de Fransen dan niet mee. Nou eigenlijk niet, of het moet de Van Rysel gravelbike van Decathlon zijn. Die is zo slecht nog niet. Maar als je toch overhelt naar een gravelbike, check dan de Duitse Canyon Grizl 7. Cube is natuurlijk ook een bekend merk in zowel de gravel als de trekking wereld, maar daar hoor ik veel klachten over. Met name op het gebied van de stabiliteit van het frame (zwabberen).
Zeker moet ik dan de Ridley Kalazy (toch nog een Belg) noemen omdat dit de enige gravelfiets is met nokjes voor een standaard. Die fiets hebben ze dan weer heel slecht afgemonteerd (Shimano Claris), dus je zou de fiets voor het frame moeten kopen en de rest in de oud ijzerbak moeten gooien. Een beetje zonde en dat ga je ook niet doen voor een paar nokjes voor een standaard.
De Geometrie
Bij de geometrie komt de vraag naar voren wat voor een soort fiets je wilt. Een klassieke trekkingfiets of een gravelbike. Of zoals fabrikanten het nu graag aanduiden: een “Adventure Bike”.
De geometrie geeft de verhoudingen tussen de onderdelen van het frame aan. De afstand tussen zadel en stuur, de afstand tussen de trapas en de bovenkant van de staande buis, etc.

Je kunt je voorstellen dat als je een heel lang frame hebt dat je meer voorover gebogen zit. Dat is aerodynamischer maar niet direct comfortabeler. Ook kan het uitmaken bij een gelijke totale lichaamslengte of je bovenlijf of juist je benen in verhouding langer zijn. Voor de meeste fietsers is een ‘fitting’ bij een goede fietsenmaker voldoende voor veel fietsplezier en weinig blessureleed. De specialen onder ons kunnen terecht bij een bikefitter. Let op! Iedereen kan zich bikefitter noemen. Een goede bikefitting kost je een halve dag en een paar honderd euro’s.
Je ziet ook best wat verschillen in geometrie per fietsmerk. Zo zit een Canyon geometrisch een stuk sportiever dan een Jan Jansen. Hier wordt bij de aanschaf zelden op gelet. De fietsenmaker verkoopt niet alle merken fietsen en bij de vergelijking van wat hij wel in de winkel heeft staan is geometrie zelden een onderwerp. Met name de afmontage overheerst het gesprek en dat is zonde. Niet dat de asmontage onbelangrijk is, maar van een Shimano Claris kun je altijd later nog een GRX maken. De geometrie verander je niet meer.
De klassieke trekkingfiets ken je waarschijnlijk wel. Zo’n ding met voor- en achtertassen, een stuurtas en een kanozak bovenop de achtertassen.

De andere variant ken je waarschijnlijk ook wel. Dat is de stoere bikepacker met tattoos en onvermijdelijke baard op een gravelbike.

Deze paragraaf gaat over de geometrie, dus daar moet je ook het belangrijkste verschil zoeken tussen de verschillende type fietsen. Traditioneel is een trekkingfiets gericht op comfort en het kunnen dragen van bepakking. De traditionele gravelfiets was meer een combinatie van een mountainbike en een racefiets. De fabrikanten van gravelbies – en dat zijn zo’n beetje alle grote fietsmerken – hebben echter doorgekregen dat er een grote markt is voor commuters (woon-werk verkeer) en bikepackers. Dus je ziet nu bij veel merken een tweedeling in gravelfietsen met aan de ene kant de race variant en aan de andere kant de ‘adventure’ variant.
Het verschil zit om te beginnen in de geometrie. De ‘adventure’ variant is comfortabeler dan de race. De race variant is meer gericht op aerodynamica en gewicht. Een ander verschil is het aantal bevestigingspunten, maar daar later meer over.
Ook later meer over het stuur. Dat is zelfs een apart hoofdstuk. Maar een gravelfiets heeft over het algemeen een gebogen ‘race’ stuur. Dat kan ook anders. Er zijn varianten met een recht stuur.
“Uit eigen ervaring: Als een fietsverkoper aan je vraagt of je gezien je leeftijd niet een elektrische fiets wilt, loop dan de zaak maar uit. Deze verkoper heeft je bij voorbaat al niet begrepen en zal je nooit goed kunnen adviseren.”
Al wel even genoemd, maar nog niet besproken; de mountainbike. Ik heb deze bewust niet genoemd omdat de huidige trekkingfiets eigenlijk weer een afgeleide is van de mountainbike. Zoals de gravelfiets een afgeleide is van de racefiets. Ik zou geen zinnige reden kunnen bedenken waarom je een echte mountainbike zou willen gebruiken als vakantiefiets. De geometrie is erg oncomfortabel, ze hebben een veel te breed stuur, zijn uitgerust met zware en onhandige voorvorken en missen over het algemeen de nodig nokjes voor dragers en dergelijke. Alleen als je in zeer onherbergzaam gebied gaat fietsen, is het te overwegen, maar als je gewoon de Reitsma route naar Rome fiets volstrekt misplaatst.
Voorvork
De voorvork maakt integraal deel uit van je geometrie. Dat betekent dat de vork niet los te zien is van het frame. Of anders, als je een andere vork in het frame zet, wordt het gedrag van de fiets anders.
Je ziet over het algemeen 3 verschillende vormen voorvorken. De rechte, de kromme en de geveerde voorvork. De rechte is meer gericht op direct stuurgedrag, wat door sommigen weer vertaald wordt naar ‘zenuwachtig’ en de kromme zou comfortabeler moeten zijn en een iets stabieler moeten aanvoelen. Dat is dan wel heel erg afhankelijk van hoe de vork in de steel zit, of liever, in het frame.
De geveerde voorvork is een variant apart. Ooit ontstaan vanuit de motorcross in het mountainbiken om de wegligging te verbeteren, maar bij de meeste vakantiefietsers meer gezien als een stuk comfort. Over het algemeen zijn de geveerde voorvorken op vakantiefietsen van belabberde kwaliteit en voegen ze alleen gewicht, instabiliteit en irritatie op. De vering zit echt tussen de oren. Als je toch heel graag een geveerde voorvork wilt, zoek dan een variant uit die in de betere MTB fietsen wordt gemonteerd en kijk of die in jouw frame past. Een goede geveerde voorvork is op lucht, is instelbaar op jouw gewicht, is uit te schakelen (lock) en kost honderden euros.
Bevestigingpunten
Een frame moet verschillende bevestigingspunten hebben voor:
- de bagagedrager (achtertassen)
- de lowrider (voortassen)
- de bidonhouders (minimaal 2)
- de standaard
- de buistas
- de spatborden
- de remmen (velg of schijf)
Als je – inmiddels ouderwets – gaat bikepacken kun je zonder alle bovenstaande bevestigingspunten (zie foto van gravelfiets). Er zijn natuurlijk systemen om dit allemaal te omzeilen. Die hebben allemaal hetzelfde bezwaar: Ze zijn minder stevig en stabiel.
Voor een tocht van meer dan een week zou ik toch een paar achtertasjes overwegen. Daar kan een hoop meer in en het rijdt een stuk fijner dan zo’n ‘zadeltoetertas’. Op de voorvork van veel gravel- en zeker trekkingfietsen zitten nokjes voor een voordrager. Daar heb je allerlei klassieke en ‘adventure’ achtige oplossing voor. Die nokjes mogen eigenlijk niet ontbreken. De nokjes voor de bidons spreken voor zich en iedere serieuze fiets heeft die ook. De nokjes voor een buistasje zijn handig en ontbreken (te) vaak bij trekkingfietsen. Een buistasje kan een handig alternatief zijn voor een stuurtas.
De nokjes voor een standaard ontbreken dan weer steevast bij een gravelfiets. Ik heb alleen een Ridley kunnen vinden die deze voorbereiding daadwerkelijk heeft. Er zijn natuurlijk genoeg standaards te krijgen die je op het frame kunt monteren (dus zonder de nokjes), maar als je schijfremmen hebt – en die heb je – dan zit de achterrem in de weg. Gelukkig is er weer een standaard die je aan de rechterkant van de fiets kunt monteren, maar dat is wel even wennen. Hierbij dus een oproep aan de fabrikanten van ‘adventure’ bikes om ook nokjes voor een standaard op te nemen.
De keuze
De keuze is aan jou. Dat klinkt wellicht een beetje flauw, maar er is voor mij geen overtuigend bewijs te vinden waarom je voor een trekking of een gravel variant zou moeten kiezen. Wel zou ik je aanraden om aluminium variant te kopen met voldoende bevestigingspunten voor dragers en andere onderdelen.
Een gravelfiets is iets lichter en ziet er – zeer persoonlijk – stoerder uit. Je ziet over het algemeen meer jonge mensen op een gravelfiets rijden en meer mensen van zekere leeftijd op een trekkingfiets. De trekkingfiets is over het algemeen wat stabieler en zwaarder, maar is helemaal gericht op meerdaagse trektochten. Dat verschil is echter met de komst van de ‘adventure’ gravelfiets gereduceerd tot wat extra nokjes voor een standaard.
Het Frame – De Nabeschouwing
Zoals eerder aangeven, de nabeschouwing is voor de echte die-hards. Hier wordt het toch wat techie en nerdie. Best kans dat je snel afhaakt. Dat is helemaal niet erg. Ga dan snel op zoek naar de knop onderaan deze pagina voor het volgende onderwerp.
Belangrijke begrippen bij de geometrie van de fiets zijn ‘Stack’ en ‘Reach’. Ik heb hierzelf al eens een artikel aan gewijd, maar ik vind de uitleg in de YouTube video van MyVeloFit ook heel goed.
Het gaat bij de vakantiefiets wat mij betreft over het comfort van de fiets en niet zo zeer over de aerodynamica. Vaak zit je een hele dag op je fiets, je doet niet mee aan een wedstrijd en je wilt ook nog wat van de omgeving zien. Het is dan niet lekker om helemaal voorover over je stuur gebogen te liggen. Aan de andere kant zie je veel (oudere) fietsers bijna in verticale positie op hun fiets zitten. Dat is ook niet aan te raden, want dan vangt je rug alle klappen van hobbels en oneffenheden in de weg op. Het is die positie ook lastiger je kracht over te brengen op je pedalen, dus bij een eventuele klim heb je er ook last van.
Dus in mijn optiek de juiste positie op een vakantiefiets is licht voorover gebogen. Een vuistregel is dat je nog goed in staat moet zijn om je armen te buigen (knik in de ellebogen), maar als je de armen volledig strekt je niet volledig verticaal komt te zitten. Hoever je voorover gebogen wilt zitten is een persoonlijke voorkeur. Ik zit wat meer voorover dan Madeleine. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik aan een racefiets gewend ben en Madeleine niet.
Wat je zeker wilt voorkomen zijn blessures. Natuurlijk kan een bikefir daarbij helpen, maar er is ook wel een aantal aspecten waar je zelf rekening mee kunt houden.
Ten eerste is dat eventuele pijnlijke schouders of ellebogen. Dat duidt erop dat je teveel met gestrekte armen zit, je de klappen opvangt met armen en schouders en dat gaat op den duur zeer doen. De beste houding is met licht gebogen armen je stuur losjes vasthouden. Dat vergt wel wat van je core, maar dat is trainbaar. Een stuur die je op verschillende manieren kunt vasthouden – en zo je Grip-Reach veranderdt- kan hierbij heel goed helpen.
Een ander probleem kan de nek vormen. Als je in een soort Triatlon houding over je stuur ligt en continue op moet kijken om niet tegen weer een prachtig monumentaal paaltje aan te rijden, dan vergt dat veel van je nek. En bij het opkijken span je de nekspieren aan. een hobbel in de weg komt dan extra hard aan. Een beetje een whiplash achtig effect.
Wat je zeker moet voorkomen is je Reach aanpassen door middel van je zadelpositie. Je kunt je zadel naar voren en naar achteren schuiven, maar die optie is er niet om aan je Reach te sleutelen. Deze optie is er om de juiste hoek tussen je heupen en de Bottom Bracket te creëren. Dit heeft met de optimale krachtoverbrenging te maken, maar meer nog voor de amateur fietser met wel of geen knieblessures. Een goede fietsenmaker meet dit op en stelt het zadel in. Blijf daar dus vanaf en sleutel aan je Reach door middel van je stuurpen (stem).
Op een trekkingfiets is een zogenaamde ‘zoompen’ een goede optie om de juiste Stack en Reach te krijgen. Het ding heet zo, omdat de eerste van het merk Zoom was, maar feitelijk is het een verstelbare stuurpen. Ik moet er direct bij zeggen dat die dingen niet bedoeld zijn om het stuur op ooghoogte te stellen om in een soort van barkruk houding op je fiets te kunnen zitten. Als je fiets helemaal op jouw maat is, dan heeft de stuurpen een horizontale positie (zie video).
Dus de andere kant op geredeneerd, als jouw fietsenmaker hele rare fratsen moet uithalen om de fiets op jouw lichaam aan te passen, is het misschien niet de goede fiets voor jou. Het kan ook best zo zijn dat je door de Stack en met name de Reach verhouding van het ene merk een maat L moet hebben en bij de andere een maat M. Zelfs binnen een merk kan dat zo zijn. Als je een Koga Colmaro vergelijkt met een Koga Worldtraveler Classic, kan daar zo maar een maatje tussen zitten.
