Het Stuur

Als je net het hoofdstuk Het Frame hebt overleefd, ben je nu zeker aan een tweede kop koffie toe. Daarom heb ik het tweede hoofdstuk gewijd aan een wat kleiner onderwerp: het stuur.

Het Stuur – De Finish

Zorg voor een stuur waarbij verschillende handposities mogelijk zijn. Bij een race stuur (dropbar) op een gravelfiets zit je goed, bij een gewoon stuur (flatbar) moet je zorgen voor goede bar-ends. Kies bijvoorbeeld voor de Ergon GP5.

Het Stuur – De Koers

Het type fiets bepaalt in grote mate het type stuur. Een gravelfiets zal normaal gesproken een racestuur (drop bar) hebben en een trekkingfiets een recht stuur (flat bar). Maar het is zeker mogelijk om een gravelfiets uit te rusten met een recht stuur of een trekkingfiets met een racestuur. De vraag hierbij is wat je persoonlijke voorkeur is. Ik zie dat vakantiefietsers vaak alleen voor een racestuur kiezen als ze die al gewend zijn van hun race- of gravelfiets.

Een recht stuur (flatbar)

Fietsers die thuis alleen een stadsfiets hebben staan, neigen toch meer naar een recht stuur. Met een recht stuur zit je iets breder uit. Dat betekent dat je iets meer controle over je stuur hebt en het zal stabieler aanvoelen. Let wel op dat je geen MTB stuur van 80cm breed aangesmeerd krijgt. Dat zit na verloop van tijd echt niet lekker en aerodynamisch is het natuurlijk een ramp. Hou een stuurbreedte van tussen de 60cm en 65cm aan.

Een racestuur (doopbar)

Bij racesturen heb je iets vergelijkbaars, al zijn de verschillen minder groot. Als je ooit Harry Lavreysen op de wielerbaan hebt zien rijden, is je ongetwijfeld opgevallen wat voor een kinderstuurtje hij heeft. Alles voor de aerodynamica, maar moeilijk en zenuwachtig sturen is het wel. De vuistregel bij een racestuur op een vakantiefiets is Stuurbreedte = Schouderbreedte.

Flared dropbar

Een fenomeen uit de gravelwereld is de ‘Flare’. Dat is in hoeverre het onderste deel van je racestuur naar buiten staat. Hippe gravelfietsers hebben naast tattoos en een baard, een ‘flared’ stuur en een leren stuurtasje er tussen. Een beetje ‘Flare’ kan goed zijn voor het comfort. Zeker als het stuur breder is dan je schouders. Als laatste kun je bij een racestuur rekening met de hoogte van de ‘drop’. Zeg maar het verschil tussen boven- en onderkant van je stuur. Wat groter de ‘drop’ wat meer je voorover komt te zitten als je ‘in de beugels’ gaat. Verder voorover is aerodynamisch beter, maar wordt meestal als minder comfortabel ervaren.

De shifters

Belangrijk om te weten is dat het type stuur bepalend is voor de schakelapparaten (shifters) die je kunt gebruiken en daarmee welk type of welke groep versnelling je kunt monteren. Een recht stuur heeft duim- of draaishifters. Deze zijn niet op een racestuur te monteren. Een racestuur heeft ‘brifters’. Dat is een combinatie van rem en shifter in een. Deze kun je we niet op een recht stuur monteren.

De kabelverhouding

Tot zover geen probleem, gewoon een paar andere shifters monteren. Maar dat werkt helaas niet altijd. Als je een derailleur versnelling hebt, dan is de derailleur afgestemd op de shifter. Het treklengteverschil of kabelverhouding is niet bij elke shifter of derailleur gelijk. Het treklengteverschil (of kabelverhouding) tussen shifters is de hoeveelheid kabel die een shifter intrekt of vrijgeeft voor elke versnelling die wordt geschakeld. Als dit niet overeenkomt met de achterderailleur, zal de fiets niet goed schakelen. Je kunt dus niet zo maar een duimshifter op een GRX groep monteren. Dat is waarom je waarschijnlijk geen gravelfietsen zult vinden met een recht stuur en een GRX groep.

Uitzonderingen op de regel zijn elektrische groepen zoals de Di2 van Shimano en de Cues groepset, eveneens van Shimano. Bij die laatste heeft de fabrikant er bewust voor gekozen de kabelverhouding tussen alle shifters en all derailleurs in die groep hetzelfde te houden.

Naafversnelling en versnellingsbak

Heb je een Rohloff of Alfine naaf of een Pinion versnellingsbak, dan heb je in principe een draaishifter en dus een recht stuur. In het hoofdstuk ‘De Versnelling’ ga ik dieper in op de vraag of een draaishifter handig is, maar voor het stuur lijkt het versnellingsapparaat bepalend voor het type stuur. Gelukkig zijn er gespecialiseerde oplossingen om een Rohloff of Pinion aan te sturen met een brifter. Er worden ook gewoon gravelfietsen met een Rohloff naaf aangeboden.

Het triatlonstuur

Om super aerodynamisch op je fiets te zitten, kun je een triatlonstuur monteren. Dat zijn armsteunen waardoor je het lijf en ledenmaten in 1 lijn brengt met elkaar en daarmee de meest aerodynamische houding creëert. Dat lijkt misschien een overdreven attribuut, maar het zorgt bij tegenwind voor een voelbaar verschil.

Het krakelingen of vlinder stuur

Een hele aparte combinatie van vlinderstuur, brifters en grips

Dit stuurtype is een beetje een klassieker aan het worden. Je ziet ze niet veel meer op nieuwe fietsen. Een recht stuur met goede bar-ends levert hetzelfde resultaat. Ook zijn er inmiddels stuur types op de markt die andere behoefte afdekken zoals de ‘Double Trouble’ en de Senqi Pro.

De grips

Ergon GP5 Grips en Bar-ends

Bij een racestuur op een vakantiefiets kies je een comfortabel, zacht en vocht absorberend stuurlint. Bij een recht stuur moet je handvatten kiezen. De meest gebruikelijk zijn dan de ergonomische handvatten van bijvoorbeeld Ergon. Ergon heeft er ook mooie bar-ends bij en speciale types voor draaishifters. Nadeel van deze handvatten is dat ze van kurk of kunststof zijn en je dus kans hebt op zweethandjes. Dat is weer makkelijk te verhelpen met een paar fietshandschoenen. Let er wel op dat de ergonomische handvatten goed gemonteerd zijn. De meeste staan teveel naar beneden. De bedoeling is dat het handvat ervoor zorgt dat je de polsen niet of minder knikt. Dat voorkomt pijn in de schouders en tintelende vingers en slapende handen. Dan moet het brede gedeelte niet te ver naar bededen staan, want dan is het effect weg.

De stuurpen

Verstelbare stuurpen

Al bij de geometrie aangestipt is de stuurpen het middel om de Stack en Reach goed te krijgen. Een kortere of langere stuurpen zorgt voor een langere of kortere ‘Grip Reach’. Stuurpen in hoogte aanpassen met bijvoorbeeld een verstelbare stuurpen heeft weer effect of je ‘Grip Stack’. En ook hier nog maar eens aangegeven, het is niet de bedoeling dat je verstelbare stuurpen recht naar de hemel wijst. Je ziet het veel (oudere) mensen doen om rechter op de fiets te zitten. Dat rechtop zitten wordt dan weer als comfortabel ervaren. Dat betekent wel dat de klappen van hobbels en kuilen allemaal met de onderrug worden opgevangen en dus de behoefte ontstaat aan geveerde zadelpennen en meer van dat soort ‘comfortpleisters’.

Het Stuur – De Nabeschouwing

Ja, heel technisch kan ik niet worden bij een stuur. Het is een handig stuk aluminium dat wel of niet gebogen staat. Het is – net zoals een zadel – nogal persoonlijk wat je als prettig ervaart. Ik heb zowel een trekkingfiets met een recht stuur als een gravelfiets met een racestuur. Op beide fietsen kan ik comfortabel 100km fietsen. Op beide fietsen kan ik mijn positie in hoogte en lengte variëren, wat voor de afwisseling wel lekker is. Op mijn racefiets heb ik ook nog een triatlonstuur. Dat zorgt voor nog meer mogelijke zitposities en voor minder last van tegenwind bij soloritjes. Het vergt wel wat techniek om te sturen met een triatlonstuur en je hebt niet direct toegang tot je remmen en shifters. Dus door een drukke stad fietsen met je armen in een triatlonstuur is misschien geen goed idee.

Voor diegene die overweegt een carbon stuur op zijn vakantiefiets te monteren heb ik de tip dit niet te doen. Met eigenlijk dezelfde motivatie als waarom een carbon frame niet handig is. De kans op schade en zelfs breuk is groot en het voordeel in gewicht en aerodynamica verwaarloosbaar. Een titanium stuur op een titanium fiets met titanium zadelpen en titanium ventieldopjes is net zo overdreven en nutteloos als het carbon stuur, maar wel 3 keer zo vet en 5 keer zo cool.

Rondom Raalte

Ik reed het betonpad af. Een mooi breed pad wat er neerlegt was voor zowel fietsers als tractoren. Het zag er nieuw uit, wat verklaarde waarom het pad op mijn kaart nog een gestippelde witte weg was. Doorgaans zijn die wegen onverhard. Nu dus vervangen door een mooi betonpad met uitzicht op de uiterwaarden van de IJssel die prachtig bedekt waren door een bouquet aan veldbloemen.

Bij een boerderij kende het betonpas een abrupt einde. Zoals een Belgisch fietspad abrupt kan oplossen in het niets. Ik zag wandelaars hun weg vervolgen over een graspad. Nog een keer de kaart bekijkend, moest dat het pad zijn zoals het er vroeger had uitgezien, toen het nog geen betonpad was. Ik zat niet voor de kat zijn viool op een gravelbike, dus een graspad kon mij niet afschrikken.

Mooi grasland met vaak veldbloemen

Voorzichtig om de wandelaars heen manoeuvrerend en ze daarbij een fijne dag wensend, vervolgde ik mijn route over het graspad. Nog geen kilometer verderop eindigde dit pad bij een hek. Vlak voor dat hek lag een enorm wildrooster. Zo zag ik me geconfronteerd met de eerste uitdaging van de dag. Op je fietsschoenen, op een wildrooster, met je fiets in je hand een hek openen. Toen ik na wat glibberen en glijden het hek door was, keek ik nog een keer om. Daar stond een minuscuul blauw bordje. Het type infobord wat je ook van Staatsbosbeheer kent in groene uitvoering. Te klein om in het voorbijgaan te kunnen lezen en vol met verwarrende informatie. Op dit blauwe exemplaar stond duidelijk: “Verboden voor paarden en (brom)fietsen.” Ik had hier dus niet mogen fietsen.

De route rondom Raalte was een echte ’tegel’ route. Zorgvuldig werden alle nog missende tegeltjes afgevinkt. Daarbij had ik wel gezocht naar de leukste paadjes en dit keer speciaal gezocht naar onverharde wegen. Dat is – om een stuk boerenland in het midden van de route – vrij aardig gelukt. Buiten het graspad langs de IJssel, was het allemaal nog legaal ook. Ervan uitgaande dat bordjes met de tekst “Verboden voor paarden en bromfietsen” betekent dat ik er met mijn fiets wel in mag.

De variëteit aan verharde en onverharde wegen was groot. Uiteraard heb ik de nodige kilometers op onvervalst asfalt versleten, maar heb ik ook oerlelijke betonklinkers gezien en fraaie gebakken exemplaren. Alleen al om dit soort ondergrond ben je blij dat je niet op 8 bar staat. Ook ben ik een aantal goed aangelegde fietspaden van asfalt of beton tegengekomen.

Zand- en bospaden

Maar het ging natuurlijk om de onverharde wegen. En ook daar wisselde het sterk. Het meest extreem was een aantal stukje single track MTB parcours met hindernissen. Daarnaast heb ik fijne en wat grovere gravel gevonden en behoorlijk wat zandpaden. De een wat muller dan de ander, maar allemaal prima te doen met 40mm bandjes. Een graspad had ik dus ook, maar die was dus illegaal. Vreemd genoeg fietste het bospas vol met dennennaalden het zwaarst. Dat inspanning wordt dan weer ruimschoots goedgemaakt door het uitzicht. Ik houd van de bossen.

Maar ook het nodige aan gravel

En er was de hele weg wel wat te beleven. Ook het boerenland is niet saai. Zo rond kilometer 40 gleden mijn gedachten even weg. Dat omschrijf ik veelal als de “Noord-Oost Polder state of mind”. Mijn brein past zich dan aan de omgeving aan en denkt dan aan helemaal niets. Maar in deze route heeft dat maar een paar kilometer geduurd. Dan was er wel weer wat te zien, of werd je weer een zandpad opgestuurd.

Boerenland kan ook leuk zijn

In de route zit een enkel heen-en-weertje en een lusje bij Heino. Dat is duidelijk om de benodigde tegels te halen. Hoewel het lusje bij Heino nog we een leuk stukje onverhard in zich heeft.

De “wet van Jaap” zegt dat je bij een rit van boven de 100km appelgebak mag nemen bij de koffie. Nu wilde ik daar niet direct na 30km mee beginnen, maar dat had ik misschien wel moeten doen. Ik had echter in mijn hoofd gezet dat het appelgebak mij beter zou smaken na een kilometer of 75 tot 80. Dan moet er natuurlijk wel een tent zijn die dat heeft.

Na ruim 90km reed ik Raalte in. Als je ooit een bestemming zoekt voor een stedentrip, schrap Raalte dan van je lijstje. Het is een lelijk dorp. Zoals de meeste dorpen op de Sallandse heuvelrug niet uitblinken in schoonheid. In Raalte had ik toch echt wel zin in koffie en dus streek ik neer bij de lokale bakker annex ijssalon. Op het tafeltje naast me zag ik een te keurig appelpuntje met een plastic folietje eromheen. Het soort appelpuntje dat nog bevroren is van binnen. Ik heb het bij een koffie en een Spa rood gehouden. En om nu niet alleen maar te droeftoeteren; de koffie was heerlijk.

Na Raalte had ik de hoop op een mooi vervolg eigenlijk opgegeven. Maar tot mijn verbazing leidde de route langs een kanaal over een mulle zandweg. Alleen maar rechtdoor, dat wel, maar toch een zandweg. Een onverwacht cadeautje.

De route eindigde zoals hij begonnen was. Een beetje draaien en keren over boeren landweggetjes bij Wesepe. En als de boeren landweggetjes maar klein en rustig zijn, is dat ook niet verkeerd. De lokale kroeg in Wesepe was hartstikke dicht, dus was er geen mogelijk om af te pilsen. Dus maar rechtstreeks naar de auto om daar te genieten van een slok van mijn inmiddels opgewarmde sportdrank.