Stad & Land – Etappe 6

Deventer – Drie (105km)

De laatste etappe leidt van Hanzestad Deventer door de Hanzesteden Elburg en Harderwijk om dan aan het einde naar het oosten af te buigen richting de eindbestemming in Drie.

KmTypeBeschrijving
295,5Jeff’s Farmhouse
296🏕️16. De Polmate
296,5Campspace ’t Swarte Peerd
298🛏️B&B De Matanze
298,5Brasserie Kriebels
299Campspace De Meintjes
305🅿️Opstapplaats Carpool Vaasen (A50)
309🏰Kasteel Cannenburch
309’t Koetshuis
315,5🏕️17. De Toekomst
320🍦🅿️IJswagen Gortel Rozenboom
325Diverse resaturants en cafes
325🛏️De Foreesten
325🛏️De Vossenberg
325,5🅿️Opstapplaats Vierhouten
326🛏️Fletcher De Mallejan
328🛏️Villa Woudstee
333🏊‍♀️De Zandenplas
333,5🅿️Opstapplaats Zandenbos (A28)
335🏕️18. Nieuw Soerel
335🅿️Opstapplaats Pas-Opweg
340,5🅿️Opstapplaats Gortelseweg
349Diverse resaturants en cafes
349,5🚉🅿️Station ’t Harde
352🏰Zwaluwenburg
353,5🏰Schouwenburg
356🏕️19. Landgoed Old Putten
357,5Diverse resaturants en cafes
357,5🗝️Elburg
358🍺Brouwerij Vos
358🛏️De Kleine Vesting
360🏛️Sint-Ludgeruskerk
363De Vlierefluiter
365🍦IJsboerderij Bonestroo
375⛺☕De Peperkamp
383🗝️Harderwijk
384🚉🅿️Station Harderwijk
385🏊‍♀️Zuiderzeestrand
389,5🚉🅿️Station Ermelo
390Diverse resaturants en cafes
392,5🏕️20. Veluwe Bush Camp
de mini-woestijn Beekhuizerzand bij Harderwijk

Stad & Land – Etappe 5

Beltrum – Deventer (64km)

Tussen Beltrum en Deventer kom je in etappe 5 heel wat moois tegen. Het is nog steeds genieten van het afwisselende landschap en plaatsen als Borculo, Lochem en natuurlijk Deventer zorgen voor de nodige afstapmomenten.

KmTypeBeschrijving
231🏕️12. ’t Scharreveld
234Oetdoor (geen natuurkampeerterrein, wel leuk)
235🏊‍♀️Borculo
237,5🍺Proeflokaal01
237,5Campspace Borculo
241🏊‍♀️Galgenveld
241,5🏛️☕Boerderijmuseum De Lebbenbrugge
247t Fleerhof
251🏕️🛏️13. Olthuys
256NTKC Valkenbelt
260🛏️Fletcher De Lochemse Heuvels
261🛏️Fletcher De Scheperkamp
262,5Diverse resaturants en cafes
263,5🚉🅿️Station Lochem
265🏰Kasteel Ampsen
268Lieftink
271🛏️De Achterhoek
271Diverse resaturants en cafes
272🏕️14. Nijveld
275🏕️🏊‍♀️15. De Vrolijk
277☕🛏️Gebakhuus
289🅿️Opstapplaats Carpool Deventer (A1)
290Fietslokaal De Meet
290,5🚉Station Deventer
291Diverse resaturants en cafes
292⛴️Deventer De Welle – De Worp
292,5Stadscamping Deventer
Deventer

Stad & Land – Etappe 4

Lichtenvoorde – Beltrum (47km)

In etappe 4 bereik je het meest oostelijke puntje van de route en heb je nog net niet je paspoort nodig. De route loopt door Winterswijk en Groenlo. Vooral Groenlo is het afstappen waard.

KmTypeBeschrijving
185Beneman
188Minicamping ’t Voorde
189,5Theetuin Krossenbrink
192🅿️Opstapplaats Rommelgebergte
195Diverse resaturants en cafes
200,5🏕️11. Lutje Kössink
202,5NTKC Masterveld
217Haak en Hoek
220,5🍺Brouwersnös
227,5🅿️Opstapplaats Beltrum
De Achterhoek

Stad & Land – Etappe 3

Doesburg – Lichtenvoorde (43km)

Met de derde etappe duiken we duidelijk de Achterhoek in. Het landschap is nu duidelijk meer agrarisch en de koffiestops komen wat minder frequent. Na alle bossen van de Veluwe is dit landschap wel weer een mooie afwisseling. In Doetinchem kun je rustig bijkomen in wielercafe ‘Parijs is nog ver’.

KmTypeBeschrijving
144,5🅿️Opstapplaats Hoog Keppel
151,5🏰Kasteel De Kelder
154Wielercafe Parijs is nog ver
155,5🚉Doetinchem
156De Vijverberg (De Graafschap)
157🅿️Opstapplaats Koekendaal
160,5🏕️8. Pluk de Dag
162🏰Kasteel Slangenburg
163🏕️9. Distelheide
169,5🏕️10. Hessenoord
175🔭Vennebulten
181Diverse resaturants en cafes
Schaapskooi en uitkijktoren Vennebulten

Stad & Land – Etappe 2

Harskamp – Doesburg (98km)

De tweede etappe strekt zich voor het grootste deel uit over de Veluwe om aan het eind de IJssel over te steken naar de prachtige stadjes Bronkhorst en Doesburg.

En je komt noga wat tegen onderweg. En dan bedoel ik niet alleen de nodige Horeca. Kastelen, musea, monumenten, oorlogsgraven, bierbrouwerijen, uitzichtpunten en een complete dierentuin.

Om niet voor een onaangename verrassing komen te staan vermeld ik maar even dat de etappe over de Posbank loopt. Tandje terug en rustig aan, in de wetenschap dat er aan het einde van de etappe goed bier wacht.

KmTypeBeschrijving
40,5🅿️Opstapplaats Molenweg Harskamp
42SVR Camping  Het Kikkergat
43,5🏛️Het Rode Kruis Monument
44🅿️Opstapplaats Otterlo
44☕🛏️Hotel Kruller
45🏕️3. Beek en Hei
48De Mossel
53Planken Wambuis
53🅿️Opstapplaats Planken Wambuis
55🛏️De Buunderkamp
60🏕️4. De Bosbeek
61,5🏕️5. Landgoed Quadenoord
63Airborne
68🅿️Opstapplaats P+R Station Wolfheze (A12/A50)
68🚉Wolfheze
68Pannenkoekenhuis De Tijd
72🪦Oorlogs Begraafplaats Oosterbeek
77,5🐘Burgers Zoo
77,5🏛️Nederlands Openlucht Museum
82🅿️Opstapplaats Wageningse Hek
82,5🏰Kasteel Rosendael
88🅿️Opstapplaats Posbank
89🔭Posbank
89De Posbank
89🏛️De Natuurtafel/ Bezoekerscentrum Veluwezoom
97🔭De Elsberg
105🏕️6. Zegenoord
106,5Bike & Eat
108De Korenmolen
108🛏️Hotel Huis te Eerbeek
112,5🏕️7. Het Hallse Hull
118🏰Kasteel Groot Engelenburg
119🚉Brummen
119🅿️Opstapplaats Brummen
120Diverse resaturants en cafes
120🚲Bike Totaal Bleumink
121🏰Spaensweerd
121,5⛴️Bronkhorsterveer
123🗝️Bronkhorst
126,5🍺Bronckhorster Brouwerij
132Brasserie Havenzicht
138🗝️Doesburg
138🚲Sonneveld Rijwielen
154Diverse resaturants en cafes
138🍺Stadsbierhuys De Waag

Planken Wambuis

Een wambuis is een kledingstuk dat niet bij veel mensen in de kast zal hangen. Het is een historisch, vaak gewatteerd mannenbovenkleed uit de middeleeuwen tot de 17e eeuw, gedragen tussen de hals en het middel (soms tot op de heupen).

Een planken wambuis zou kunnen refereren aan een eenvoudige hut. Niet veel groter dan een wambuis, maar dan van hout. Met dat idee zou het ook kunnen verwijzen naar een doodskist. Toch is het waarschijnlijker dat het verwijst naar een houten hut waar later een herberg is verrezen. De herberg kwam op de plek van ‘de planken wambuis’ en ging in ieder geval in de volksmond dus zo heten.

Restaurant Planken Wambuis

Het huidige restaurant Planken Wambuis is in 1926 gebouwd op de plek van de oude herberg. Het gebied eromheen heette oorspronkelijk Reemsterveld, maar is in de loop van de tijd de naam van de herberg gaan dragen. Planken Wambuis is een prachtig natuurgebied op de Veluwe.

Erebegraafplaats Oosterbeek

Anders dan de Amerikanen, die er de voorkeur aan gaven al hun gesneuvelden zoveel mogelijk op een centrale begraafplaats bijeen te brengen, huldigden de Britten de opvatting, dat de gevallenen een laatste rustplaats moesten krijgen die dichtbij de plaats lag waar zij sneuvelden. Dit verschil in opvatting verklaart waarom ons land slechts één Amerikaans militair ereveld telt en meerdere Britse, terwijl ook nog een groot aantal militairen – met name vliegtuigbemanningen – uit het British Empire op burgerbegraafplaatsen door het gehele land liggen. Dat er in de omgeving van Arnhem – Oosterbeek een Britse militaire begraafplaats zou komen, lag gezien de aanmerkelijke verliezen die daar in september 1944 en in april 1945 werden geleden, wel voor de hand.

Bronkhorst

De naam Bronckhorst was vroeger een begrip dat de samenging met strijd en onlust. In de 14e eeuw stonden de Bronckhorsten tegenover de Heeckerens in de Gelderse burgeroorlog. Beide partijen werden gesteund door een wisselend verbond van edelen en steden. Deze oorlog betrof niet alleen de adel maar werd ook ingegeven door sociale spanningen. Het was de tijd van veranderende krachtsverhoudingen tussen adel, kerk en burgerij. Ook elders in Nederland waren soortgelijke twisten. Dit leidde aan het eind van de 14e eeuw tot grotere invloed van de steden die een bemiddelende rol hadden gespeeld bij de twisten; in deze regio de Gelderse kwartierhoofdstad Zutphen. Bij de herindeling van de gemeenten ten tijde van Keizer Napoleon werd Bronckhorst onder bestuur van Steenderen gesteld. De stad werd in 1813 door Willen I weer zelfstandig gemaakt, maar in 1817 opnieuw herenigd met Steenderen. Anno 2005 telt Bronckhorst ca 155 inwoners, waarmee het de kleinste stad van Nederland is. De stad Bronkhorst valt vanaf 1 januari 2005 onder de gemeente Bronckhorst. Deze gemeente is ontstaan door het samenvoegen van de volgende gemeenten: Hengelo, Hummelo & Keppel, Steenderen, Vorden en Zelhelm. De gemeente telt ongeveer 38.000 inwoners, heeft een oppervlakte van ca 30.000 hectare en is daarmee de grootste plattelandsgemeente van Nederland.

Bronkhorst in de gemeente Bronckhorst

Doesburg

Als je de geschiednis van Doesburg induikt kom je markante namen tegen. Want wie heet er tegenwoordig nog Wemberich van Bergchem, Frederick Alexander Adolf Gregory of Theodoor Adriaan Christiaan Colenbrander?

Iets recenter is de naam Johan Bernard Ubbink tegen. Naast zevende in de rij Ubbink was hij in de Tweede Wereldoorlog Engelandvaarder en geheim agent en raakte verwikkeld in het zogenaamde Englandspiel.

In de nacht van 30 november op 1 december 1942 vertrokken Ubbink en Herman Overes met een bommenwerper naar Nederland. Ze werden bij Leersum geparachuteerd, samen met zes containers en twee radiosets. Het ontvangstcomité werkte echter voor de Sicherheitsdienst (SD). Ze waren slachtoffer geworden van het Englandspiel. Ubbink en Overes werden in Den Haag door de SD ondervraagd. Daarbij bleek dat de Duitsers van alles op de hoogte waren. Op 4 december 1942 werd Ubbink naar Kamp Haaren gebracht. Tien weken later werd Overes zijn celgenoot.

Op 31 augustus is Ubbink met Pieter Dourlein ontsnapt. Ze liepen naar Tilburg, waar een priester hen in contact bracht met Van Bilsen, een voormalig politiechef die in het verzet zat. Via een geheime zender lieten ze Engeland weten wat er gebeurd was. Ubbink en Dourlein gingen via Zwitserland naar Spanje en vlogen van daar op 1 februari 1944 naar Engeland. Na aankomst werden zij verhoord en aanvankelijk zelfs vastgezet op verdenking van contraspionage.

Doesburg

Burgers Zoo

Pas op voor buren die fazanten in hun achtertuin houden. Voor je het weet lopen er olifanten, tijgers en orang-oetans rond. Johan Burgers hield als hobby fazanten. Die hobby is inmiddels uitgegroeid tot een 45-hectare groot professioneel dierenpark met het predicaat Koninklijk.

En misschien – als je net zoals ik ‘net’ de dertig voorbij bent – ken je Antoon van Hooff nog wel. Een dochter van Johan Burgers trouwt met een van Hooff en de rest is geschiedenis.

Nederlands Openlucht Museum

Er komt geen eind aan deze etappe. Heb je net de uitgang van de jungle gevonden en is je navigatie systeem weer net uit de slaapstand, blunder je tegen het volgende onvermijdelijke, niet te missen en grootschalige bezienswaardigheid aan. Het Nederlands Openlucht Museum.

Het is alles wat in de openbare ruimte Nederland tot Nederland maakt in compacte vorm. Leuk voor de haastige Amerikaan, maar waar bij de oprichting gevreesd werd voor de teloorgang van sommige Nederlandse pareltjes, blijkt in praktijk dat de originelen vaak bijzonder goed geconserveerd zijn. Amsterdam zou je in die zin ook een openlucht museum kunnen noemen.

Dus opdoeken en er een woonwijk neerplempen? Nou nee, het is als promo van Nederland nog steeds waardevol voor Duitsers en talloze andere buitenlanders die ‘een brug te ver’ zijn en na het herdenken van hun voorouders nog een vleugje Nederlandse cultuur willen opsnuiven.

Kasteel Rosendael

Wat moet ik zeggen. Als ik onderstaande video bekijk en vooral beluister dan komt het woord ‘voornaam’ naar boven. Of zoals mijn studerende kinderen zouden zeggen ‘prominent’.

Het is natuurlijke een mooi gebouw met geschiedenis. Zeker een kiekje waard en waarschijnlijk een prachtige trouwgelegenheid voor een ‘prominent’ stel. Maar na Burgers Zoo en het Nederlands Openlucht Museum ben je wel toe aan natuurkampeerterrein Zegenoord.

Dan moet ik je teleurstellen, want je zal eerst de Posbank nog moeten bedwingen.

Hotel Huis te Eerbeek

Het is ‘maar’ een Fletcher hotel, maar wel eentje die prachtig gelegen is aan de rand van Eerbeek. En als je niet direct met het avondeten vast zit aan het hotel, kun je zeer goed terecht in het nabij gelegen restaurant De Korenmolen.

Het hotel zelf is een jaren 80, jaren 90 gebouw, maar het ligt naast het oude Huis te Eerbeek dat nog in gebruik is voor feesten en partijen.

Huis te Eerbeek (📷 Marc Zijlstra)

Stad & Land – Etappe 1

Drie – Harskamp (40km)

Vanuit startpunt natuurkampeerterrein Drie gaat de eerste etappe volledig over de Veluwe. Je komt veel bossen tegen, maar ook stukken heide en natuurlijk het pittoreske dorpje Hoog Soeren. Midden op de heide rijdt je tegen het imposante gebouw van Radio Kootwijk aan.

Km Type Beschrijving
0 🏕️ 1. Drie
0,5 Boshuis Drie
1 🅿️ Opstapplaats Drieseberg
5 🐎 Nationaal Hypisch Centrum
7,5 🏊‍♂️☕ Buitenplaats Het Loo
14 Het Aardhuis
16,5 🏡⛪ Hoog Soeren
16,5 🅿️ Opstapplaats Hoog Soeren
16,5 Het Jachthuis
16,5 🛏️ Boetique Hotel Nr15 
20,5 Halte Assel
24,5 🏛️ Radio Kootwijk
29 🅿️ Kootwijkerduin (A1)
29,5 Pannenkoekenhuis Kootwijkerduin
31 ☕🛏️ Gasterij ’t Hilletje
32 🏕️ 2. Zanderdennen
33 🅿️ Opstapplaats Houtvester van ’t Hofweg
36 Harskamperdennen
36 🅿️ Opstapplaats Harskamp
40 🚲 Hoi Tweewielers
40 De Vergulde Leeuw

Het Uddelermeer

Het Uddelermeer is het grootste bekende pingoruïne op de Veluwe. In het geval van het Uddelmeer gebeurde dit tijdens het Saalien, een van de laatste ijstijden. Na het smelten van de ijskern bleef alleen het gat over dat tegenwoordig het meer vormt. Het meer heeft een diepte van circa 17 meter. Het smeltwaterdal ligt ingeklemd tussen de stuwwallen van Ermelo en Apeldoorn.

Doordat het Uddelermeer in een relatief droog gebied ligt is het gebied rond het Uddelermeer mogelijk al in de ijzertijd gecultiveerd. Zeker is in ieder geval dat vanaf de 7e eeuw in de omgeving ijzer werd geproduceerd. Ten oosten van het meer ligt de Hunenschans, een verdedigingswerk uit vermoedelijk de tiende eeuw.

De oudst bekende vermelding is uit 792-793 als het in een schenkingsoorkonde vermeld wordt als ‘Uttiloch’. Een oorkonde uit 950 waarin een schenking van Keizer Otto I de Grote aan het klooster Engern is vastgelegd heeft vermoedelijk ook betrekking op het Uddelermeer.

Als je wat minder van de geschiedenis bent; Je kunt ook gewoon heerlijk zwemmen in het meer.

Aardhuispark

Het Aardhuispark is een prachtig stuk natuur rondom Het Aardhuis. In het Aardhuispark is gemarkeerde route uitgezet van 3 km. Ideaal voor een korte wandeling of om even tot rust te komen. Met wat geluk zie je edelherten en damherten. In Het Aardhuis kun je terecht om iets te eten en te drinken. Op de eerste verdieping vind je het bezoekerscentrum van Kroondomein Het Loo.

Hoog Soeren

Misschien het het mooiste dorp op de Veluwe ligt te midden van de zuidelijke bossen van de Koninklijke Houtvesterij Het Loo. Hoog Soeren ligt prachtig in een glooiend landschap met een fraai en beschermd dorpsgezicht van boerderijen een leuk wit kerkje en niet onbelangrijk een Jachthuis waar je kunt genieten van een drankje op het terras of in het sfeervolle Jachthuis zelf. Voor de hongerige en koolhydraat slurpende fietser is er ook een pannenkoekenhuis met de toepasselijke naam Berg en Dal. 

De belangrijkste bezienswaardigheden van het dorp zijn de kapel uit 1904, het beeld “Paula in kamerjas” van Maïté Duval en de verschillende historische in de typische stijl uit het begin van de vorige eeuw. Schuin tegenover de ingang van de Golfbaan ligt de brandweerkazerne van Hoog Soeren. Deze is nog gevestigd in een historisch oude houten schuur, zoals er meerdere in het dorp te vinden zijn. Het brandweerkorps van het dorp is gespecialiseerd in bosbranden, die helaas met regelmaat voorkomen in de directe omgeving van het dorp.

Kapel Hoog Soeren

Wie geen genoeg kan krijgen van dit dorp is er de mogelijkheid te overnachten in boutique hotel No 15.

Radio Kootwijk

Het monumentale voormalige zendstation Radio Kootwijk verrijst in het hart van de Veluwe, waar de bomen plaats maakten voor een open gebied van heidevelden en zandverschuivingen. Eenmaal de afrit naar Radio Kootwijk genomen, begint de verwondering. Een slingerend pad door de imposante bossen leidt via het kleine gelijknamige dorp naar het voormalige zendstation. Een karakteristiek imposant gebouw dat middenin een natuurlijke omgeving staat. Hier is ruimte voor zowel ontspanning als zakelijke ontmoetingen en evenementen.

Radio Kootwijk

Voor de meesten is het een imposant en karakteristiek gebouw, voor de ander een brok beton en unheimisch. Het is een bijzonder stukje Cultureel Erfgoed en is hoe dan ook: Ruimte die je raakt!

Het verhaal van Hans Suijling

Johannes Diederick Suijling werd op 10 januari 1906 te Den Haag geboren. Hij groeit op in een gezin met een ouder en een jonger zusje. Zijn vader is een gerespecteerd rechtsgeleerde en buitengewoon hoogleraar in het volkenrecht in Leiden. Hans kiest na de middelbare school voor een technische studie, vermoedelijk in Delft. Dat wil eerst niet erg vlotten. De studie wordt voortgezet en afgerond aan de Technische Hogeschool in Dresden, de stad waar zijn opa van moederskant vandaan komt.

Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht gaat hij als ingenieur werken bij de PTT. In 1938 trouwde hij met Frieda Fehrmann; in 1939 werd dochter Anneke geboren. In datzelfde jaar werd hij gemobiliseerd als 1e luitenant bij de Genietroepen, bij de zoeklichtafdeling tegen luchtdoelen. Zijn werkgever Radio Scheveningen werd in mei 1940 werd op last van de bezetter gesloten voor de communicatie met koopvaardijschepen. Onder Duits toezicht bleef hij er werken, maar er werd tegelijkertijd de basis voor zijn verzetsactiviteiten gelegd. In 1943 is Hans zowel voor zijn werkgever als voor het verzet meer nodig op de Veluwe. Hij werd overgeplaatst naar het radiozendstation Kootwijk, dat door de Duitsers voor allerlei oorlogsdoeleinden wordt ingezet. Ook hier werkte het Nederlandse personeel onder streng toezicht.

Met zijn gezin verhuist hij van Den Haag naar het dorp Kootwijk. Hij werd commandant van de lokale afdeling van de Ordedienst (OD) en gebruikte hiervoor de schuilnaam ‘de Egel’. De leiding van het Veluws verzet vroeg Suijling alles te doen om de hele installatie van het zendstation na het vertrek van de Duitsers ongeschonden te kunnen overnemen. Ook bouwde hij in het dorp Kootwijk een kortegolfzender die bedrijfsklaar moest zijn als de Duitsers bij hun vertrek het zendstation toch nog zouden opblazen. De villa van A. Heijnen (`Kerkendel’) met de zender werd door de Duitsers gevorderd, waarna Hans in het zendstation Radio Kootwijk op een verborgen plek twee zenders bouwde. Onder dreiging van de geallieerde opmars begonnen de Duitsers het zendstation te ontmantelen en kwamen zij de twee zenders van Suijling tegen.

Hans is dan met zijn gezin al ondergedoken bij de dames Van Beek en De Jong op een boerderij achter de Puurveense molen in Kootwijkerbroek. Een gearresteerde verzetsmedewerker vertelde na wrede en sadistische verhoringen dat onderduikadres. Op 1 november 1944 werd hij door de Hollandse SS’er Van de Wal en de Sicherheitsdienst Apeldoorn gearresteerd en gevangengezet in de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn, in die tijd een beruchte gevangenis van de Sicherheitsdienst. Daar zitten op dat moment vele belangrijke verzetsmensen gevangen. Vanwege een mislukte verkenningspoging als voorbereiding voor een bevrijdingsacties door het landelijk verzet willen de Duitsers een afschrikwekkend voorbeeld stellen. In de vroege ochtend van 2 december 1944 werden twaalf Nederlandse verzetsstrijders en een Amerikaanse piloot op het voetbalveld even buiten de kazerne geëxecuteerd.

De 38-jarige Hans Suijling is één van hen. Hij werd begraven op Heidehof, vervolgens herbegraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag en tenslotte herbegraven op het Ereveld Loenen. Zijn naam leeft voort op het Keienmonument aan de Sportlaan en op het monument in Radio Kootwijk, met de namen van de andere omgekomen medewerkers van het zendstation.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 11 (Parijs) [33]

Parijs. Stad van de romantiek, stad van de Eiffeltoren en de Notre-Dame fumée. De stad waar Édith Piaf geboren is, de stad met illustere theaters als de Folie Begère en de Moulin Rouge. De stad van Stade de France en Roland Garros, maar bovenal de stad waar ieder jaar ongeveer 150 man zichzelf en hun fiets uit elkaar trekken op de kasseien van Avenues des Champs-Élysées. Iedere sprinter wil hier winnen, iedere klassementsrenner wil hier zijn geel tonen, iedere wielertoerist wil de heilige grond van het belangrijkste criterium in de wielersport onder zijn wielen gevoeld hebben.

Parijs zit vol met geschiedenis. Het zit zelfs zo vol dat Joke Radius er 3 dagtochten op de fiets voor nodig denkt te hebben om ons het meeste van Parijs te tonen. Die tijd hebben we niet, dus kiezen wij een deel van de groene route die ten noorden van de Seine ligt.

Het is bewonderenswaardig hoe Joke van iedere steen een bezienswaardigheid kan maken. Je staat om de 10 meter stil, omdat er wel weer wat te zien moet zijn. Als je aan het einde van de straat stopt om de volgende aanwijzing te lezen, heb je al weer 3 belangrijke relikwieën gemist. We besluiten dan ook maar dat het okay is als we wat missen. Sommige dingen willen we zien, andere zijn mooi als we ze toevallig tegenkomen.

De eerste foto wordt geschoten op Rue de Belleville 72. Ons appartement zit aan een zijstraatje van de Rue de Belleville en wij kennen de straat met name van de Monoprix voor je dagelijkse boodschappen en het lokale bistrootje waar je goed kan eten. Maar nummer 72 is speciaal. Hier werd op 19 december 1915 Édith Piaf geboren. Niet in het huis, maar op de trappen van het huis.

De groene tour begint bij Les Halles, wat in vroegere tijden een voedselmarkt was, in de jaren 70 omgetoverd werd tot winkelcentrum, in de jaren 90 verpauperde, maar wat niet in die tijd, en nu is gerestaureerd tot architectonisch hoogstaand…….. winkelcentrum.

Op het plein staat naast een onooglijke kerk een fraai beeld van Henri de Miller dat luistert naar de naam L’ Écoute.

Al snel missen we de toren van Jan de Onbevreesde, een paar art nouveau serres en een brasserie met een interessant interieur. Er is echt teveel om op te noemen, maar voor ons gevoel ook teveel om te bekijken.

Dat is misschien ook wel nodig, want na een kilometer of 10 is de conclusie dat de straten van Parijs allemaal op elkaar lijken. Dat is wellicht vloeken in de kerk, maar daar heb je er hier genoeg van. Het straatbeeld is typisch wat je van Parijs kent, maar het lijkt met contol-c en control-v verderop zo neer te zijn geplakt. De ene straat is wat beter onderhouden dan de ander en soms wordt het straatbeeld wat ontsierd door een jaren 70 betonkolos, maar eigenlijk zit er weinig variatie in de winkels en woningen. Het vormt het decor voor de pracht en praal van bouwwerken uit het verleden en het heden. Het heeft een beetje het effect alsof je Amsterdam-Zuid over heel Amsterdam zou uitsmeren.

Het komt wellicht door meneer Haussmann, die in het begin van de 19e eeuw het Middeleeuwse Parijs heeft gesloopt en er een moderne stad op heeft gesticht. Op de belangrijke monumenten na, is bijna alles gesloopt en daarom vind je in Parijs ook nog maar weinig terug van vestingmuren of oude verdedigingswerken. Het doet een beetje aan Barcelona denken, maar dan met een iets ander sausje.

De Arc de Triomphe is de rode draad in deze tour. Steeds komen we het ding tegen. De eerste keer neem je er nog een foto van, maar pas als we aan het einde van de rit de Arc zien vanaf de Champs-Élysées kan ik niet nog een foto weerstaan.

Parijs is in verbouwing en dat kun je wel zien. Volgend jaar is hier de Olympische Spelen en dan moet alles er natuurlijk tip top uitzien. Verschillende keren moeten we de route een beetje verleggen of staat ‘het object’ in de steigers. Zo ook bij de Place du Maréchal de Lattre de Tassigny. Het is aan de kant van Avenue Foch opengebroken, waardoor de enige nog authentieke Metro ingang van Parijs er een beetje verloren bijstaat tussen de rood-wiite afzetting en de oranje hesjes van de wegwerkers. Alsnog is het een plaatje.

Hier besluiten we ook de groene route wat in te korten. Het miezert lichtjes en onze monumentenspons is ook al aardig vol. Gelukkig zijn er allemaal ‘Ikea’ doorgangetjes waarmee je de route naar believe kunt aanpassen.

We zien nog een paleis van de achterkant waarvan ons niet duidelijk wordt waarom het er staat en even later hetzelfde paleis maar dan van voren. Dan beseffen we ook waarom het daar staat. Het heeft een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren, wat toch een indrukwekkend bouwwerk blijft. De vraag is alleen wat er eerder was, het paleis of de toren.

Winkelstraatjes met dure kledingmerken waar de winkel een parkeerplaatsje vrijhoudt voor belangrijke klanten, zijn niet te vermijden in Parijs. Het is ook de stad van de blingbling en het gezien worden. Voor mensen die iets minder besmet zijn met het Gucci virus, is het een prachtige poppenkast.

We komen terug bij Les Halles en moegestreden keren we huiswaards. Eigenlijk het zwaarste deel van de route, want het loopt flink omhoog. Tijd voor een koude cola in ons beschutte stulpje niet ver van waar Édith het levenslicht zag. Een vermoeiende dag, maar ‘ je ne regrette rien‘.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 10 (Saint-Witz – Parijs) [68]

De extraverte stedentripper wordt geadviseerd de volgende alinea over te slaan.

Wat een drukte, wat een chaos, wat een berg door elkaar krioelende mensen op een veel te klein stukje aarde. Wat een ergernis, wat een stress van voorbij schietende elektrische stepjes en poserende invloedwensers voor bouwwerken waarvan ze de historische betekenis moeten Googelen omdat ze tijdens Geschiedenis hun nagels zaten te vijlen. Wat een verzameling aan stadscampings onder bruggen en op verscholen kades met niet al te kansrijke Parijsenaren die voor hun onderkomen aangewezen zijn op een tent. Waarom lopen er duizenden mensen rondom een ijzeren bouwwerk zich af te vragen waarom ze er tegenwoordig niet meer gewoon bij kunnen, maar een kaartje moeten kopen voor het ‘Eiffelpark’. Waar vind je rust in deze heksenketel, in dit superdiverse mierennest van mensen die klaarblijkelijk de stad verkiezen boven hun vrijheid, die niet beter weten dan dat de wereld ruikt naar een mengeling van Kebab en urine, en die geen idee hebben dat bomen ook lukraak door elkaar kunnen staan en niet altijd netjes in een rij om een stenen kolos op te sieren.

Voor ons introverte rustzoekers is er ‘Le Grand Maulnes’. Een verscholen B&B even buiten het drukke centrum van Parijs. In een keer ben je ver weg van de drukte en kun je bijkomen in een heerlijk appartement of gewoon op het terrasje in de tuin. Madeleine is aardig bedreven in het vinden van dit soort pareltjes en ik moet zeggen dat ze zichzelf weer heeft overtroffen.

Vanochtend zag het er helemaal niet zo idyllisch uit. Overnachten in een parkeerplaatshotel is best okay, maar de kenmerkende DDR uitstraling van de betonnen complexen hebben de charme van een transformatorhuisje.

Maar het Campanile hotel waar we verbleven was niet slecht. De bedden waren prima en er was zelfs airco. Het ontbijt was boven verwachting en de service niet gek. Onze fietsen werden keurig gestald in een technische ruimte en ze schonken er koude cola en fris Weiss bier.

De eerste kilometers waren vandaag op zijn zachtst gezegd bijzonder. We wisten dat we in een snelweghotel zaten, maar toen we de tolpoortjes voor ons op zagen doemen, dachten we even dat we ook daadwerkelijk de Péage op zouden rijden. Er was vlak voor het tolhuisje echter nog een afslag naar links die voorkwam dat we met onze vakantiefietsen op de Autoroute du Nord terecht waren gekomen.

Het landschap is in deze streek niet bijzonder enerverend en de lucht wordt continue vervuild door overvliegende jumbojets. Soms ruik je ze zelfs. We reden half op mijn Wahoo en half op het boekje van Paul Benjaminse omdat de route en de GPX niet helemaal overeen kwamen. Bij Nantouillet ging het mis.

We kwamen een wegafsluiting tegen, die duidelijk aangaf dat we er niet door konden. Maar eigenwijs als we zijn, hielden we koers. We waren wel vaker blokkades tegengekomen die inderdaad onoverkomelijk waren voor autoverkeer, maar voor fietsers niet veel meer om het lijf hadden dan 20 meter lopen. Tenzij er natuurlijk ergens een brug uit ligt. En dat was precies wat hier aan de hand was. We konden Saint-Mesmes zien liggen, maar er was geen doorkomen aan.

Dat betekent dan dat je met opgeheven hoofd je verlies moet pakken en terug moet keren naar waar de Fransen hadden aangegeven dat je een ander pad moest volgen. Op Strava ziet er altijd zo ‘Messy’ uit.

Nadat we via Thieux en Compans de weg naar Gressy weer gevonden hadden, reden we na een stukje MTB parcours vrij snel tegen hét fietspad aan. Hét fietspad zou ons in 21 kilometer langs een kanaal naar de binnenstad van Parijs leiden. En dat deed het feitelijk ook, al waren we door ‘langs het kanaal’ wel op het verkeerde been gezet. Dan denk je toch aan een redelijk vlak parcours, misschien iets stijgend omdat water ook van A naar B moet stromen, maar niks heftigs. Helaas hadden de Franse parcoursbouwers daar andere ideeën bij. Het kanaal ligt verdiept en er is niet al teveel ruimte langs het kanaal. Het voormalig jaagpad werd gebruikt als voetpad en de fietsers werden steeds met steile klimmetjes omhoog gestuurd. Dat zorgde toch best voor wat zuur in de benen.

Eenmaal in Parijs zelf wordt het steeds gekker. Er zijn fietspaden, maar iedereen doet maar wat. Door rood rijden komt vaker voor dan door groen en links inhalen is van een vorige generatie. Stepjes, racefietsen, bakfietsen en zelfs moderne Riksha’s scheuren door elkaar heen. Voetgangers gooien zich er met een schijnbare doodswens voor, hopend dat de fietser uitwijkt of remt. Dat laatste is eigenlijk geen optie.

Maar ik moet het de Fransen nageven. Overal in Parijs vind je fietspaden. Meestal zijn het met lijnen aangegeven stroken op de weg waar niemand zich een hol van aantrekt, maar meer dan eens is het een gescheiden fietsstraat waar je in betrekkelijke rust en met verhoogde kans op overleven overheen kunt. Als je af en toe een Koreaan op een huurfiets ontwijkt, ben je okay.

Een dergelijk fietspad loopt er ook langs de Seine. Als je niet continue hoeft op te letten of je misschien door een of twee taxi’s wordt overreden, heb je de tijd om de omgeving in je op te nemen. Het eerste bekende gebouw dat ik zie is de Notre Dame. Zeer herkenbaar door de steigers die er staan na de brand in 2019.

Als je het fietspad maar blijft volgen kom je vanzelf bij de Eiffeltoren. We gaan op zoek naar een plekje voor de ‘eindfoto’, want een rit in lijn met aansprekende bestemming verdient een eindfoto. Ergens om een stukje gras vinden wij een Brabantse bereid een foto van ons te maken. Veel later, tijdens ons diner in het lokale bistrootje van een van de quartiers van het 19e arrondisement, verzuchte Madeleine dat het eindpunt wel bij iets minder opzichtig en druk dan de Eiffeltoren had mogen zijn. Maar dat is makkelijk praten als je er al eens een keer op hebt gestaan.

Het is nu tijd om wat verkoeling op te zoeken, want overal in Frankrijk waarschuwen ze voor een hittegolf. Het is hier met een ventilator warm, maar wel te doen. Morgen maar meer verder kijken. We hebben nog 3 leuke dagtochten door Parijs van Joke Radius op de rol staan. Ik hoop dat het te doen is, want fietsen door Parijs is wel een avontuur.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 9 (Attichy – Saint-Witz) [65km]

Laten we het vandaag eens chronologisch doen. De foto boven is hoe we er vanochtend bij stonden rond een uur of half acht. We hebben wel eens rotter gestaan. Attichy is wat ons betreft al helemaal een geslaagde stop. Naast de braderie en de live muziek van gisteravond is het sanitair prima. Zo is er bijvoorbeeld weer eens WC papier en is er zeep om je handen te wassen en een handdroger. Een WC bril ontbreekt dan weer. De camping heeft ook 2 wasmachines en 2 drogers. Het zou dus ook een prima stop voor een rustdag kunnen zijn. Daarnaast heeft Attichy een kruideniertje en een bakker. En die laatste verdient een extra vergulde vermelding. Wat een lekker brood bakt deze man. We hadden een baquette en een pain de campagne en beide waren uitmuntend.

We hadden gisteren besloten wat vroeger op te staan, zodat we wat meer kilometers in de ochtend konden maken. Dit in verband met onze ervaring dat het ‘s-middags wel wat te warm is voor het mooie en je beter in de koelte van de ochtend kunt rijden.

De ochtendetappe bestond uit een afwisseling van bos en – vaak schattige – dorpjes. Het eerste dat we tegen kwamen was een megalomaan Disney kasteel bij Pierrefonds. Uiteraard weer met een Disney achtig verhaal van een favoriete maîtresse van de Franse koning die op mysterieuze wijze kwam te overlijden vlak voordat de Franse koning met haar kon trouwen. Uiteraard leidde dit bij de Franse haantjes weer tot een halve oorlog, waarbij de vader van de overleden maîtresse van de Franse koning zijn kasteel verloor aan diezelfde Franse koning. Als je me nog volgt. Ik vind Funda toch een stuk makkelijker.

St. Jean-aux-Bois is een prachtig voorbeeld van een schattig dorpje. Ik classificeerde het als Zuid-Frans, Madeleine gaf het meer de indicatie Engels. Maar een schattig dorpje is het zeker. En zoals zo vaak in deze streek ergens een groot landhuis, een kasteel, een abdij of een ander soort psychiatrische inrichting uit vervlogen tijden.

In hetzelfde St. Jean vind je een oude wasplaats waar in vroegere tijden de was werd gedaan. Deze wasplaats is volledig overbodig geworden door de wasmachines op Camping Municipal Attichy en de wasmachines die je steeds vaker bij de supermarkt ziet.

Ergens midden in een weiland ligt een oud Romeins theater. Geen enkel idee waarom het nu precies daar ligt. Er lijkt niet direct een oude Romeinse stad of zelfs maar een nederzetting in de buurt. Ooit zal het iets bloeddorstigs zijn geweest met Gladiatoren, leeuwen en veel dood en verderf. Nu ziet het er een beetje uit als een eco theater. Kun je heel ‘sustainable’ met je reet op het gras zitten.

Veel verder in Montepilloy kwamen we een herinnering aan Jeanne d’Arc tegen. Ons Frans is niet geweldig, maar na wat puzzelen kwamen we erachter dat Jannie hier een nacht was verbleven nadat zij de Engelsen had verslagen. Alsof je een tegel op je huis plakt met ‘Gordon was here’ als je een concert van de Toppers hebt overleeft.

Onze overnachting is in een hotel vannacht. En niet zomaar een, het is een heuse Campanile. Niet dat we geen keuze hadden, want hotels vertonen hier kuddegedrag en klonteren als schapen bijeen. Bij het Novotel om de hoek hadden we een zwembad gehad en we hadden ook een zelfreinigend toilet kunnen hebben als we voor het F1 concept hadden gekozen. Dit alles speelt zich af in Saint-Witz (hier Saint weer volluit en bij St. Jean dan weer afgekort. Ik word gek van die Fransen). Dat ligt aan de snelweg en tactisch ten opzicht van de luchthaven van Parijs en het pretpark van Asterix & Obelix.

Met andere woorden, gisteren was ons laatste dagje op de camping en ons laatste nachtje in de tent. Vanaf nu alleen nog maar hotels en een B&B. Of zoals Madeleine dat noemt; “Vanaf vandaag begint de vakantie.”

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 8 (Laon – Attichy) [59km]

“Non, aujourd’hui seulement manger.” Hadden we eindelijk in dit godverlaten gebied een terrasje gevonden dat open leek te zijn, was dit het antwoord op mijn beleefde vraag of we iets konden drinken. Maar ze was duidelijk genoeg om niet aan te dringen, dus zwaaiden we het been maar weer over het zadel op zoek naar een volgend terrasje.

Het plaatsje Coucy-le-Château-Auffrique heeft buiten haar prachtige naam veel te bieden aan de passerende reiziger. Het is een zorgvuldig aan puin geschoten vesting, die dan weer zorgvuldig en artistiek is ‘gereconstrueerd’, zodat er zomaar horden toeristen op af zouden kunnen komen. En blijkbaar gebeurt dat en willen ze allemaal op zondag lunchen in “La Pomme d’Or”.

Maar ‘Auffrique’ is meer de uitzondering op de regel. Meestal zien we verlaten barretjes in verlaten straatjes. De gebouwen zijn te weinig ward om het ‘Bar-Tabac’ eraf te halen, laat staan enige vorm van onderhoud te plegen. Verpaupering ligt niet eens meer op de loer, het komt snel op je af.

Even verderop waren we bijna een ongenode gast op een bruiloft. Uit een ooghoek zag ik picknicktafels in de schaduw van een mooie grote boom. Ik stuurde mijn Santos het gras in, op weg naar een soort van terras, al was het zonder koud drankje, om halverwege mijn benadering erachter te komen dat er overal witte en roze bloempjes waren gestoken er een soort huwlijksprieel was neergezet en alles in gereedheid leek te zijn gebracht om bruid en bruidegom te verwelkomen. Dus ben ik in allerijl maar weer omgedraaid. En dus hadden we weer geen terrasje.

Het lukte wel bij de ‘Marie’ van Pont-Saint-Mar. Niet dat daar een ober gereed stond om ons onderkoelde Cola Zero te serveren, maar er was wel een picknickbank in de schaduw, waar ik Franse hotdogs kon maken. Een bijna ideale plek, ware het niet dat het aan de voet van de derde klim van de dag lag.

Klimmen blijft een wonderlijk fenomeen. Er zijn er die het absoluut haten, maar wij hebben er wel schik in. Niet dat je ons tot de Vingegaards van deze wereld moet rekenen, maar klimmen is geen straf.

Klimmen hebben we ook moeten leren. Je wil als vlaklander snel te hard naar boven en dat gaat niet als je geen Tadeij van voren heet. En zeker niet met al die bepakking. Je moet het gewoon heel rustig aan doen. Een simpele tip, maar oh zo moeilijk om uit te voeren. Slotsom; tot 7% is het leuk, daarboven wordt het afzien. Maar ook dat kan leuk zijn, vraag me niet waarom.

Met de warmte is de middagetappe meestal wat lastiger dan de ochtend editie. Ook lijkt het landschap ‘s-ochtends steeds aantrekkelijker dan ‘s-middags. We proberen er dus steeds voor te zorgen dat we de meeste kilometers voor de lunch hebben gemaakt.

De Camping Municipal in Attichy is een feest. Het ligt best leuk aan een visvijvertje en het toiletgebouw is een positieve uitschieter in ons sanitaire leven. Maar het feest wordt gecompleteerd door een heuse braderie. Ineens blijkt er toch nog leven in Noord-Frankrijk te zitten. Campinggasten vermengen zich met lokalen en de campingeigenaar genereert inkomen door de verkoop van hamburgers, cola en lokaal bier.

Als je aan een willekeurige Nederlander vraagt wat een Fransman drinkt, dan denk ik dat ‘wijn’ het meest gehoorde antwoord zal zijn. En toch heb ik in Frankrijk nu al twee keer beter bier gedronken dan in België. Gisteravond was het hoogtepunt. Een lokaal in Laon gebrouwen meesterwerkje van brouwerij BMC.

En wederom vallen we met onze neus in de boter. Een geëmigreerd stel uit Engeland brengt gevoelige country songs ten gehore. Het is misschien te kneuterig voor woorden, maar het is ook wel een soort gezellig.

Als laatste wil ik jullie de avondetappe van de rustdag niet onthouden. Laon, of ‘Loun’ zoals de Fransen het uitspreken, is een stad in twee delen. Benden is de schoonheid bedenkelijk, maar bovenop de berg in de oude stad is het prachtig en gezellig. We waren er rond Franse etenstijd en dus zaten de terrasjes vol en was er helaas geen plaats voor de slechts drinkende passant. Maar dat bracht ons ertoe een wandelingetje te maken met wat aardige foto’s tot gevolg.

Attichy

De plaats verschijnt in de geschiedenis onder de naam Attipiacum villa (met de oprichter van een Gallo-Romeinse Attipius). Clotaire eerste het verhogen van het naar Soissons, de hoofdstad, tot 560, een klooster ter ere van St. Medard, bisschop van Noyon, de plechtige processie die het lichaam van de prelaat nodig is om zijn nieuwe huis, het oversteken van de Aisne te Attichy.

Het land was eigendom uit de 12e eeuw, het huis van Montmorency. Mathieu ik, Constable van Frankrijk, verlaten tot 1132, de abdij van Premontre, sommigen die wilden weiland zijn kasteel. Hij stemde toe, als heer, in 1137, die van Hadvide Attichy donatie aan dezelfde abdij, vrijgevigheid gevonden door Gorlin, bisschop van Soissons te genezen, en bevestigd door koning Lodewijk de Dikke. De kuur was geplaatst onder het aanroepen van St. Medard.

Mathieu in de tweede acte van 1202, erfde het landgoed in 1160. Hij gaf zijn titel en zijn land op de vijfde Bouchard de Montmorency, zijn oudere broer.

Na een opeenvolging van heren, was de aarde verdeeld. Gevonden in de titels van de 16e eeuw Bochart, de Mazancourt, Sacqueville titels van een aantal van Attichy, het grootste deel van het landgoed behoorde tot de heren naam Hacqueville, en werd afgestaan ​​door hen aan de Marillac Marshal.

Attichy bleef in het huis van Tremouille tot de revolutie van 1789.

Het kasteel was enorm, omringd door sloten, samen met uitgebreide tuin, park, water …

Het landgoed werd opgebroken in 1789, en het kasteel, na het doorlopen verschillende handen, werd gesloopt rond 1796.

Het grondgebied van Attichy bevat, als het hele district, vele overblijfselen van Keltische en Romeinse tijd. Op 29 november 1838, werd ontdekt in dezelfde stad, een sarcofaag gemaakt van stenen gebracht, van waaruit we terugtrokken nietjes en keizerlijke medailles.