2.3. Welke maat fiets moet ik hebben?

Kort door de bocht
Kijk niet naar de maat, maar naar de Stack en Reach.

Waar beginnende fietsers vaak niet op letten en wat bij ervaren fietsers als cruciaal wordt ervaren is de geometrie van je frame. Geen enkel mens is gelijk en de fiets moet bij jouw lichaam passen. Niet ieder frame is geschikt voor je. Een ‘verkeerde’ fiets kan leiden tot slapende handen, slapende voeten, pijn in de knieën, pijn in de schouders en met name pijn in de rug. Een frame heeft een bepaalde verhouding en het is belangrijk dat die verhouding aansluit bij jouw lichaam.

  XSSMMLLXL
ASEAT TUBE LENGTH (INCH)16.917.718.519.320.120.9
BSEAT TUBE ANGLE74.0°73.5°73.5°73.0°73.0°73.0°
CTOP TUBE LENGTH (INCH)20.921.321.722.222.623.2
DHEAD TUBE LENGTH (INCH)4.95.35.96.57.17.7
EHEAD TUBE ANGLE70.5°70.5°70.5°71.0°71.0°71.0°
FFORK RAKE (INCH)222222
GTRAIL (INCH)2.92.92.92.82.82.8
HWHEELBASE (INCH)39.940.240.640.841.241.8
ICHAIN STAY LENGTH (INCH)16.716.716.716.716.716.7
JBOTTOM BRACKET DROP (INCH)2.82.82.82.82.82.8
KSTACK (INCH)21.62222.523.123.724.3
LREACH (INCH)14.714.81515.215.415.8
MSTAND OVER HEIGHT (INCH)28.328.929.630.230.931.6
NHANDLEBAR WIDTH (INCH)16.516.517.317.318.118.1
OSTEM LENGTH (INCH)2.83.13.53.93.93.9
PCRANK LENGTH (INCH)6.76.76.86.86.96.9
QWHEEL SIZE700C700C700C700C700C700C
Geometrie van een Giant Revolt Advanced 0 2020

Toen Madeleine en ik in 1997 onze eerste vakantiefiets kochten, werd er alleen naar de maat gekeken. De maat werd aangegeven met een nummer dat achteraf de lengte van de zitbuis bleek te zijn. In 1997 werden er nog niet veel fietsen gemaakt met een zogenaamd ‘sloping’ frame, waarbij de bovenbuis naar beneden afloopt. Het type frame met een rechte bovenbuis, wordt ook wel een A-frame genoemd. Bij een A-frame kun je de lengte van de zitbuis gebruiken als maat van de fiets. Bij een ‘sloping’ frame niet, aangezien de lengte dan afhankelijk wordt van de hellingshoek van de bovenbuis. Een merk als Giant drukt daarom tegenwoordig zijn framematen uit in T-shirt sizes.

2.3.1.    A-Fame, Sloping frame, of damesframe? 

Kort door de bocht
Sloping

Om met de deur in huis te vallen. Neem nooit een damesframe. Ook niet een sportieve variant daarop met een iets hoger lopende bovenbuis. Het maakt de fiets minder stabiel. Madeleine heeft twee keer een damesmodel gehad. Van de eerste is het frame gewoon gebroken en de tweede is vervangen als vakantiefiets wegens vermeend zwabbergedrag. Het is ook niet nodig. Dames hebben nog wel eens de neiging om af te stappen met aan beide kanten van de fiets een been. Dus met de bovenbuis tussen de benen. Dan is het niet fijn als de bovenbuis hoger is dan je benen lang zijn. Met een goed sloping frame is dat probleem verholpen. Blijft over dat als je gewend bent om op en af te stappen door je been voor het zadel langs te zwaaien, je even moet oefenen op wat meer lenigheid. Wen er maar aan, want een damesframe is echt geen optie voor een vakantiefiets.

Zoals hierboven al aangegeven heeft een sloping frame het voordeel dat je kunt afstappen zonder sterretjes te zien. Aangezien je meestal wat gewicht aan je fiets hebt hangen, is een been aan beide kanten van de fiets voor de stabiliteit aan te raden. Daarnaast zit er achterop nog wel eens wat in de weg als je een been over de achterkant van je fiets heen wilt zwaaien. Dus ook voor mannen raad ik daarom alleen al een sloping frame aan.

Een sloping geometrie maakt een frame compacter en daarmee stijver. Aangezien je bagage meestal direct aan je frame vastzit, helpt dat om een bepakte fiets stabieler te maken. Meer stabiliteit geeft een betere wegligging en dat is bijvoorbeeld bij een afdaling best prettig. Ook al ga je niet als Matej Mohorič naar beneden.

De enige uitzondering is wellicht als je zelf vrij zwaar bent (100+ kg). Dan is het wellicht verstandig om een A-Frame te kiezen. Reden daarvan is dat je met een sloping frame een lange zadelpen krijgt. Als je daar teveel gewicht op laat rusten, wordt de zadelpen instabiel en krijg je ook een zwabberkoers.

Als laatste kun je vaak lastig een zadeltoetertas monteren op een A-Frame. Niet een sterk argument als je gaat biketouren, maar als je een gravel- of racefiets koopt, wel iets om op te letten. Ik heb bijvoorbeeld een Giant Propel racefiets, waarbij het frame maar een beetje sloping is en daar past mijn zadeltoetertas maar net op.

2.3.2.    Welke geometrische cijfers zijn belangrijk?

Kort door de bocht
Stack en Reach

Als je er geen wetenschappelijke studie van wilt maken, wordt er in het algemeen 2 lengtes als maatgevend beschouwd. Dat zijn ‘stack’ en ‘reach’ (zie plaatje en tabel hierboven). De combinatie van deze lengtes geeft een goed idee van de verhoudingen van een frame. Ook zegt het veel over het comfort van de zithouding. Je kunt je voorstellen dat een hele lange ‘reach’ zorgt voor een sportieve houding. Je kunt je misschien ook voorstellen dat als je lange benen en een kort bovenlichaam hebt, dat je een langere ‘stack’ en een kortere ‘reach’ wilt hebben.

Sommige fietsenmakers die je specifieke fiets willen aanmeten, gaan dan ‘rommelen’ met de stuurpen (stem) of het zadel naar voren of naar achteren schuiven. Als je een fietsenmaker dat ziet doen, koop de fiets dan niet. De ‘reach’ + lengte stuurpen wordt ook wel de ‘riders reach’ genoemd. Door de stuurpen te verkorten of te verlengen, verander je de positie van het stuur ten opzichte van het voorwiel. Dat heeft effect op het rijgedrag. De fabrikant heeft hier over nagedacht en het heeft een reden waarom het stuur die specifieke positie heeft. Als je een zadel naar voren of naar achteren schuift, verandert de positie van je heupen en benen ten opzichte van je crank en pedalen. Dat heeft effect op de overbrenging van je kracht op de fiets, maar kan zelfs zere knieën en heupen tot gevolg hebben.

Afbeelding met tekst

Automatisch gegenereerde beschrijving
Zoom verstelbare stuurpen

Als Ronald in een van onze podcasts begint over de ‘zoompen’, dan flip ik meestal. Zoom is eigenlijk een merk, maar met name bekend geworden met hun verstelbare stuurpennen. De reden dat ik flip is omdat 9 van de 10 Zoompen bezitters dat ding maximaal omhoog zetten, zodat het stuur zo’n beetje onder hun oren zit. Mensen ervaren het als prettig, omdat ze dan met hun rug recht zitten. Maar er is een reden waarom fabrikanten meestal fietsen maken waarbij je een ieder licht voorover gebogen zit.

Het belangrijkste argument vind ik het opvangen van de klappen. Als je met een recht rug op je fiets zit, vangt de rug alle klappen van kuilen en hobbels op. Dat leidt op den duur tot blessures. Wel weer leuk voor de fietsonderdelenhandel, want er is opeens een sterke behoefte aan verende zadelpennen en meer comfort verhogende onzin. In een positie waarin je licht voorover gebogen zit, kun je de klappen opvangen met je benen, armen en buikpieren.

Het tweede argument is het overbrengen van je kracht. Dat gaat nu eenmal minder goed als je rechtop zit. Ook dat is weer goed voor de fietshandel, want dan zet je gewoon een accu op je fiets. 

2..3.3.    Moet ik een bikefitting laten doen?

Kort door de bocht
Pas als je wat ervaring hebt met wat langere afstanden fietsen.

Maar hoe kom je er nu achter welk frame het beste bij je past? Het beste antwoord hierop is niet direct leuk. Door schade en schande. Door veel te fietsen en het liefst op verschillende fietsen, krijg je wel door wat bij jou past en wat niet. Maar dat duurt lang en je loopt het risico met een verkeerde fiets te blijven zitten. Ook loop je kans op blessures.

Proefritjes maken helpt wel een beetje, maar tenzij je 100km of meer mag rijden van de fietsenmaker, heeft het ook niet bijster veel zin. Een fiets lenen van iemand met ongeveer dezelfde lengte is wel altijd een goed idee.

De professionele afkortroute voor deze ellende heet ‘bikefitting’. Een vakman met gespecialiseerde apparatuur past jou op een fiets. Je krijgt precies de geometrie door die op jouw lichaam geschreven is. Daar betaal je wel een prijs voor. Een goede bikefitting kost tussen de €200,- en €300,-.

En eerlijk gezegd geeft dat nog geen absolute garantie. Ieder mens is uniek. Ik ken legio verhalen dat fietsers naderhand toch aanpassingen hebben gedaan op de geadviseerde geometrie, omdat het echt niet goed aanvoelde of omdat ze gewoon last van een lichaamsonderdeel kregen. Ook is het wel fijn een beetje ervaring mee te nemen naar de ‘bikefitter’. Hij zal ernaar luisteren en het meenemen in zijn analyse.

2.2. Van welk materiaal moet het frame zijn?

Kort door de bocht
Aluminium

Zoals bij veel van de onderwerpen zijn de meningen verdeeld. En dat terwijl je nu ook weer niet mega veel keus hebt. Het meest voorkomende materiaal bij vakantiefietsen is aluminium. Het is relatief licht en sterk en redelijk stijf. Voordat er alu fietsen waren, was de fiets van staal. Vanuit die hoek wordt de stalen ros geprezen voor zijn surplus aan comfort. Hoewel ik het gevoel voor nostalgie waardeer, is dat naar mijn mening achterhaald.

Net zo achterhaald als een bedrijf als Santos dat zich volledig op aluminium frames toelegt. De techniek staat niet stil, dus je zou ook kunnen overwegen om frames van het lichtere carbon of titanium te maken. Om helemaal compleet te zijn, bestaan er ook frames van magnesium en bamboe. Deze laat ik voor het gemak even buiten beschouwing.

2.2.1. Comfort

Zoals aangegeven zouden stalen frames comfortabeler zijn dan alu of carbon frames. Dat is ongetwijfeld ooit waar geweest, maar ik durf dit nu met gerust hart te betwisten. Ik durf de stelling aan dat een Specialized Diverge carbon comfortabeler is dan een willekeurig stalen frame. Het hangt wel af van hoe de fabrikant omgaat met de karakteristieken van het materiaal. Je kunt het gebruiken voor meer comfort, maar ook voor stijfheid en snelheid. Met andere woorden, het materiaal zegt niet alles over het comfort.

Ik heb zelf een stalen racefiets (Koga Miyata) en een stalen vakantiefiets (Sparta Marathon) gehad en beide apparaten zou ik willen omschrijven als ‘zwabber fietsen’. Het voordeel dat een stalen frame trillingen en hobbels iet minder direct doorgeeft dan een frame van een ander materiaal, wordt onmiddellijk tenietgedaan door het gebrek aan stijfheid. Als helemaal als je er een flink aantal kilo aan bagage aanhangt. 

De autoliefhebber kan het vergelijken met het verschil tussen een Citroën DS en de Aston Martin van Max. En dan weet je ook dat er een heleboel variatie tussenin zit. De Cervélo P5 is te vergelijken met de bolide van Max en de DS moeten we misschien vergelijken met een stalen Beach Cruiser. Met beide fietsen zie ik mezelf niet op vakantie gaan. Maar er zit best wel wat tussenin dat prima geschikt kan zijn, dat comfort en stijfheid combineert, zodat je niet van je fiets aftrilt en ook niet uit de bocht zwabbert.

Aluminium zit in bovengenoemde categorie, maar tegenwoordig heb je ook carbon gravel frames die prima geschikt zijn voor een lichte vakantiefiets. Niet erg geschikt als je 40kg moet meenemen en je zelf ook niet de lichtste bent, maar voor de niet al te zware randonneur een prima optie. Het is wel een beetje voor de grammenjagers en de sportfietsers die van hele stijve frames houden. Het gewichtsverschil van bijvoorbeeld een carbon Trek Checkpoint SL5 en de alu ALR5 variant, is 500 gram. Het verschil in prijs is wel meer dan €1.000,-. Voor beide fietsen geld dat het gewicht van fiets + berijder + bagage maximaal 125kg is. De fiets is 10kg, ik ben 78kg, dus dan kan ik nog 37kg aan bagage en kleding meenemen. Met mijn huidige 21kg aan bagage kan ik dus zinken schoenen en een loden helm opzetten.

Als ik met een pistool op mijn hoofd een keuze zou moeten maken, zou ik kiezen voor aluminium. Dit materiaal heeft zich bewezen in de fietsvakantiewereld, waar carbon nog een beetje de nieuwkomer is. 

Wel wil ik aangeven dat je vraagtekens kunt zetten bij de ‘specialisten’ die zeggen dat carbon frames niet kunnen voor een vakantiefiets. Daarom vraag ik me ook af waarom een fietsenmaker als Santos een heel segment links laat liggen en ogenschijnlijk halsstarrig vasthoudt aan alleen alu.

Ook nogal richtinggevend is dat als ik een gravelfiets van Santos neem (Cross Lite) om te vergelijken met eerder genoemde Trek Checkpoint ALR5 ik niet alleen 2kg meer krijg, maar ook dat de fiets alleen uitgerust kan worden met een Rohloff naaf en dus €5.745,- moet kosten tegen €2.299,- voor de Trek met derailleur. Dan begrijp je direct waarom die Santos rijders zo bang zijn dat hun fiets gejat wordt.

2.2.2. Reparatie

Een argument die een wereldfietser nog wel eens gebruikt om zijn stalen ros te verdedigen, is dat het overal ter wereld gerepareerd kan worden. Lassen kunnen ze namelijk bijna overal. Carbon repareren kan wel, maar is veel lastiger en voor aluminium lassen heb je speciale apparatuur nodig. Het argument wordt weer een beetje ontkracht door het ChroMo staal dat meestal gebruikt wordt bij stalen frames. Dit staal is lichter dan gewoon staal, maar wel weer lastiger te lassen.

2.2.3. Titanium

Titanium heeft als voordeel dat het licht en sterk is. Het nadeel bij dit materiaal is de prijs. Titanium is duur. Daarnaast wordt er – net zoals bij carbon – getwijfeld aan de stijfheid van een titanium frame bij belasting met veel gewicht. Ook is de keuze in titanium frames niet groot. Je moet maar net een frame vinden dat ergonomisch goed bij je past. Maar als gewicht belangrijk voor je is en je beurs het toelaat, is titanium zeker een optie.

2.1. Wat mag een fiets kosten?

Kort door de bocht
Maximaal €2.500,-

Als je voor je eerste vakantiefiets gaat kijken, zou ik hem niet te duur of te specifiek maken. Vuistregel is dat alles wat je meer betaalt dan €2.500,- voor zeer specifieke elementen of voor de merknaam is. Met specifieke elementen bedoel ik zaken als elektrisch schakelen, Rohloff of Pinion  versnellingen en carbon of titanium frames. En ook al heb je €10.000,- in je portemonnaie, dan nog weet je niet of je het ene of juist het andere dure ‘speeltje’ het best bij jou past. Hou je geld nog even op zak en maak eerst 3 grote tochten met een all-round fiets.

Voor de fietsers die 3 lange tochten hebben gemaakt, hoef ik waarschijnlijk niet meer uit te leggen wat belangrijk is. Dat hebben ze zelf al ervaren. Vanuit de ervaring volgt meer een discussie over de nut en noodzaak van ‘specifieke elementen’. Het risico daarbij is altijd dat je bij mensen op de tenen gaat staan, omdat ze verknocht zijn aan hun ‘speeltje’.  Ik heb ook van dat soort ‘speeltjes’, maar als ik heel eerlijk ben, kun je best zonder.

Klik hier voor een link naar een Engelstalig artikel over hoeveel je moet uitgeven aan een gravelbike.

1. Wat is een fietsvakantie?

1.1 Kort door de bocht

Een trektocht waar je de fiets als vervoersmiddel gebruikt.

1.2. Definities en discussies

Als je ergens lid bent van een fietsvakantie Facebook groep of op internet al wat fora hebt afgeschuimd, zal je ontdekt hebben dat er verschillende termen zijn voor fietsvakanties en dat sommigen ook veel waarde hechten aan de goede naam bij het juiste beestje.

Toen wij in 1998 onze eerste serieuze tocht maakten, heette het gewoon vakantiefietsen of fietskamperen. Dat laatste gaf direct aan dat je de voorkeur gaf aan de tent als middel om te overnachten. Terwijl een fietsvakantie met hotels of B&B’s natuurlijk ook prima kan.

De term randonneren was in die tijd een voorbestemd aan de ‘wappies’ die zoveel mogelijk kilometers in een zo kort mogelijk tijdbestek af wilden leggen. Het genereerde mooie verhalen van slapen in het graanveld en na een korte nachtrust vergeten zijn welke kant je nu op moest fietsen. Wij noemden onszelf zeker geen randonneurs.

Met de introductie van bikepacken, is ook de term biketouren geïntroduceerd. Hoewel er halve oorlogen worden gevoerd op internet over wat wel en wat niet onder bikepacken mag worden geschaard, is het voor de minder emotionele lezer een beetje lood om oud ijzer. Omdat het vervelend wordt als ik iedere keer uitleg wat ik onder Bikepacken versta, doe ik het hier één keer. Dit is mijn definitie, dit is niet een algemeen geldende waarheid.

1.2.1. Bikepacken

Met een sportieve fiets (racefiets, MTB, Gravelbike) met zadeltoetertas, frametas en handelbaar bag een fietstrektocht doen. Waarbij de focus ligt op het fietsgenot en minder op het comfort en waar zeker ook een prestatie aan kan hangen.

Redelijk standaard setup van een bikepacker

1.2.2. Biketouren

Het ouderwetse vakantiefietsen met (Ortlieb) tassen voor en achter, een kanozak bovenop je achtertassen gebonden een een stuurtasje met een beugel aan je stuur. Biketouren doe je op een trekkingfiets met een krakelingenstuur.

Zo herken je de biketourder

1.2.3. Biketrucken

Hierbij introduceer ik ook het nieuwe begrip; ‘Biketrucking’. Hier schaar ik de fietsers onder die volledig voor comfort kiezen en zoveel spullen meenemen dat hun fiets meer op een truck lijkt dan op een fiets. Om je er een voorstelling van te maken denk ik aan een fietser met achtertassen met aanhangtasje (Ortlieb heeft het), 2 kanszakken op de achtertassen, een voordrager waar zowel voortassen als een kanozak bovenop kan, een frametas, een stuurtas, een buistas en een rugzak. Afgelopen zomer zijn we 2 Fransen tegengekomen waarbij hij 46kg en zij 32kg aan bagage bij zich had. Dat noem ik dan ‘biketrucken’.

1.2.4. De standplaatsfietser

Wat ik niet meeneem in deze introductie is de ‘standplaatsfietser’. Daarmee bedoel ik de fietsers die ergens naartoe rijden, daar hun camper neerzetten of een B&B boeken en van daaruit fietstochtjes maken. Er is niets mis mee, maar in mijn definitie is het geen vakantiefietser.

Podcast # 40 – Eindelijk weer live (Deel I)

Na een paar maanden van het Amerikaanse Maryland te hebben genoten, is Ronald weer even terug in Nederland. Een goede reden om even flink bij te podcasten. Gewoon weer in onze originele studio in Almere. En als we dan toch bezig zijn, zijn we niet meer te stoppen. Genoeg materiaal voor een podcast in 2 delen. Vandaag deel I.

Als Ronald dacht dat hij thuiskwam in een warm fietsbad, dan had hij buiten de staat van onderhoud van zijn Trek gerekend. Speling in zijn voorwiel, maar voornamelijk stroeflopende rem- en versnellingskabels noopten hem eerst de werkplaats op te zoeken, voordat hij eindelijk weer eens over een normaal fietspad kon rijden.

Fietsen was al populair, maar het lijkt steeds populairder te worden. Naast dat je op de fiets naar school of naar je werk kunt, zijn er inmiddels vele andere vormen bedacht. Relatief nieuw is het bikepacken. Hoewel het een sterke verwantschap heeft met het vakantiefietsen, zijn er toch verschillen aan te geven. Het traditionele vakantiefietsen of fietskamperen heet tegenwoordig biketouring. Handig, want dan begrijpt onze correspondent in de USA het tenminste ook. In deze podcast is er aan de hand van het eerste bikepack avontuur van Marc, ruim aandacht voor deze vorm van fietsgeluk.

Link naar podcast #40

Linkjes

Gadgets en vakantiespullen
Ortlieb Bikepacking
Ortlieb ‘zadeltoetertas’
Ronald’s Ortlieb handlebarbag
Ronald’s Rockbros frametas
Marc’s Ortlieb frametas
Exped Synmat UL 7 LW (slaapmatje)
MSR Mutha Hubba NX (tent)
Close the Gap bike parts (met oa de outfront mount/hidemybell)
Topeak iPhone houder
Topeak PowerBank (~6000mAh)

Campings
Camping Slangenborg

Rem- en versnellingskabels
GCN – Internal cable routing hacks (oa de stofzuigermethode)
GCN – How To Replace & Fit Gear Cables On A Road Bike
GCN – How To Fit Internal Cables On A Road Bike
GCN – Vervangen van versnellingskabels (Engels)
Sickbiker – Internal vs External cable routing (Interessante visie op de bekabeling van de moderne racefiets)
Parktool – achterderailleur afstellen (Engels)
Parktool – voorderailleur afstellen (Engels)
Mechanic Monday – Stuurlint aanbrengen