Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 3 (Borkel – Diest) [69km]
In het Diester Begijnhof ontmoette wij de voormalige tandarts van het plaatsje die druk doende was een randje groen tegenover zijn huis te onderhouden. Hij vroeg waar we vandaan kwamen, maar het was hem allang duidelijk dat het om ‘Hollanders’ ging. Ons antwoord was alsof je er een kwartje ingooide. Met passie en plezier begon hij stukken geschiedenis van zijn Diest naar boven te halen. Over het Begijnhof natuurlijk, maar ook over de graanmarkt waar vroeger zijn praktijk had gezeten. Hij bejubelde de Nederlandse kruisheren die zeer lange tijd het plaatsje bedolven hadden onder hun goedaadigheid en hij noemde Philips Willem die hier als lid van de Oranjes begraven ligt. Nadat hij zich voor de vijf of zesde keer verontschuldigd had voor alle informatie die hij over ons uitstortte, namen we afscheid van de gewezen tandarts. Leuke mensen, die Belgen.

Rond een uur of zeven werden we wakker van het geluid van een bezinebrander die overuren stond te maken. Gisteren was er nog een gezin op de fiets op de camping aangekomen en die gingen er blijkbaar vroeg vandoor. Moet ook wel, want ze wilden aanstaande vrijdag in Parijs zijn. Dat is dan even doortrappen. Wij doen het deze vakantie wat rustiger aan en zetten de wekker op half acht. Meestal halen we dat niet aangezien we heel vroeg gaan slapen en Madeleine wakker wordt van de mijn-rug-wil-niet-meer-op-dit-matje-liggen-wekker.
Het ontbijt is wel eens van hogere kwaliteit geweest. Oud brood met voorverpakte kaas, waarbij niet meer duidelijk is of de verpakking er af is of niet en 2 krentenbollen, weggespoeld met oploskoffie die ik nog over had van vorig jaar. Een beter campinggevoel kun je niet krijgen. Nog voor het gezin met de vele kilometers voor de boeg verlieten we de camping. Op weg naar Diest.

Ik weet niet of het fenomeen nog bestaat, maar als de grenspalen challenge nog in leven is, dan heb ik er weer eentje bij.

Nu wordt mij wel eens verweten dat ik sommige verhalen wat aandik. Jort noemt dat ‘piratenverhalen’. Maar de Limburgers aan de andere kant van de grens kunnen er ook wat van. Zo wordt leuk fietsen over een oud spoorlijntje in een keer een ‘Limburgs Fietsparadijs’. Wel deze Adam en Eva vinden spoorlijntjes vrij snel saai en plukken graag hun appeltje langs wat bochtige landweggetjes of in een mooi bos. Gelukkig had Paul Benjaminse goed op tijd door dat hij niet de hele route in een rechte lijn kon laten lopen en sloegen we rechtsaf een kronkelig landweggetje op.

Het landweggetje werd al snel gevolgd door een bos. Maar zoals zoveel donkere bossen, is dit bos niet zonder gevaar. Als je het fietspad verlaat, kan er op je gejaagd worden. Een snelle plaspauze kan zo catastrofale gevolgen hebben.

Bij Beringen rijden we langs het Mijnmuseum. Leuk en interessant om te bekijken, maar een beetje te veel en te groot om dat op een fietsdag te doen. Dat moet maar een keer als we een lang weekendje Eindhoven doen.

Het is nog relatief vroeg als we het einde van de etappe naderen en we besluiten eerst Diest te veroveren, voordat we onze trekkershut opzoeken. Er is helaas geen camping op befietsbare afstand van Diest maar het Provinciaal Domein verhuurt 2 trekkershutten. Reserveren is in Augustus wel aan te raden.
In Diest gaan we eigenlijk direct voor het Begijnhof. Door Paul Benjaminse beschreven als een van de mooiste en meest authentieke exemplaren van België. En inderdaad, het is een plaatje. Het Begijnhof is wel anders dan die ik ken uit Nederland. Van een hofje mag je hier zeker niet spreken. Met een grote witte kerk in het midden en dan omzoomd met toch wel hoge gebouwen. Een van de gebouwen is uit 1662 en 3 verdiepingen hoog. Dat was in die tijd gewoon een flat.

We gaan straks voor de avondetappe naar de Grote Markt in Diest. Kijken of ik daar het eerste biertje van de vakantie kan scoren.
Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 2 (Megen – Borkel) [88km]
Zijtaart. Ik verwacht niet dat je direct opveert met een ‘oh ja’. Ik verwacht niet dat je weet wat het is, waar het is of hoe het ooit is gekomen. Het is een niet al te opzichtig plaatsje nabij Veghel met een grote kerk een oude pastorie me vernuftig weggewerkte rolluiken en een WTC Zijtaart met leden die na afloop van de rit meer bier drinken dan dat er ooit in hun bidon heeft gepast. In zijn geheel niet echt noemenswaardig, waar het niet dat de brug vanuit Veghel naar Zijtaart was afgesloten. Het zoeken naar een alternatief en het de omleiding die daarop volgde kostte ons ongeveer 10 kilometer extra. We begrijpen inmiddels waarom de plaats VegHEL heet.

En de dag was nog we zo goed begonnen. We hadden prima geslapen en we hadden een ontbijtje bij de camping geregeld. Best handig zo op zondagochtend. Toch een beetje ‘glamping’ op het natuurkampeerterrein.

Het doel van vandaag was om in Eindhoven aansluiting op de officiële route te krijgen. Tot daar was de route blijkbaar nog wat beperkt, want pas vanaf Eindhoven kun je onbegrensd fietsen naar Parijs. Dat ik een route had gepland die ons zo snel mogelijk in Eindhoven bracht, bleek al snel. Een beetje saai en vrij veel fietspad lang de weg. Maar zeker geen klaagzang. Met een licht briesje tegen en af en toe een faal zonnetje was het uitstekend fietsweer. Niet te warm, niet te koud. Af en toe een vleugje varkensstal of de dieselwalm van een antieke trekker. Het voordeel van dit boerenland is dat het er allerminst druk is. Weinig fietsers of ander verkeer, dus dit was meer het stukje ‘Onbezorgd fietsen naar Parijs’.

Bij Son en Breugel moest Madeleine even op de foto met haar naamplaatje. Eigenlijk had Jort erbij moeten staan voor ‘Son and Breugel’.
Door onze detour in VegHEL was ons lunchschema ook wat in de war geraakt. Van de weeromstuit hadden we in Zijtaart alvast maar koffie met appeltaart gepakt, hoewel dat volgens de eerste wet van Jaap pas mag boven de 100km. Ik ga het hem niet vertellen. In Son en Breugel hebben we pas de lunch in kunnen kopen en die hebben we op de campus van de TU Eindhoven soldaat gemaakt. De campus ligt vlak achter het Centraal Station van Eindhoven, dus zo rond 2 uur hadden we het doel van de dag gehaald. We zijn bij de start.
Al snel bleek dat ze het in Eindhoven wel begrepen hebben. Er loopt in ieder geval Noord-Zuid een snelfietspad de stad in en ook weer uit. Te herkennen aan het rode asfalt en de ‘S’ in de middenstreep. Elk voordeel moet zijn nadeel hebben, dus ook hier. Racefietsers en elektrische fietsen minderen nauwelijks vaart op dit pad, terwijl ze toch gewoon door een drukke stad rijden.

Na Eindhoven bleek ook maar weer eens waarom je beter een route van Paul Benjaminse kan volgen dan een van Marc Zijlstra. Gelijk reden we een oud spoorlijntje op en bracht een mooi natuurgebied ons bijna tot in Borkel. Alleen nog even het dorpje door wat meer horeca heeft dan heel Almere-Buiten om bij de camping te komen.

Camping ‘De Kapel’ is een eenvoudige maar verder uitstekende camping. Geen broodjesservice, geen receptie of supermarktje, maar we rust en ruimte en een douche voor 50 cent.
Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 6 (Dinant – Chimay) [66km]
Paradijsvogels, zottekoppen en levensgenieters. Op een fietsvakantie kom je vaak meer tegen dan dat er in 1 ‘showroom’ passen. Gisteravond had Madeleine iets te diep in het Cola Zero glaasje gekeken, waardoor zij midden in de nacht een tocht naar het toiletgebouw moest ondernemen. Daar vond zij op de grond voor een toiletpot een laveloze vrouw. Toch maar even checken of alles okay was. Na wat geschut aan de haar voeten, kreeg ze haar aandacht. ‘Je suis malade’ was haar relaas. En als ze dat niet was, dan werd ze dat vanzelf wel gezien de vloer hygiëne op deze camping.
Het eerste deel van de route voert lans de Maas en is lang niet verkeerd. Het is weliswaar bewolkt, maar de temperatuur is prima en er is genoeg te zien. Niet alles is mooi, maar ook minder mooie dingen kunnen best interessant zijn. Mijn oog viel op een oud salonbootje voor een landhuis.

Een paar keer staken we de Maas over. Een pontje dat Madeleine voorzien had was pas vanaf 10 uur in de vaart en dus staken we over bij een van de vele ‘ecluses’ die dit deel van de Maas kent.
Terwijl ik de oversteek aan he filmen was, hoorde ik van achteren ‘doorrijden!’. Niet alle planken zaten meer op z’n plek en Madeleine had weinig vertrouwen in het Waalse keurmerk voor bruggen en sluizen.
Best abrupt verlieten we de Maas en vervolgden we onze weg over een – driemaal raden – omgetoverd spoorlijntje ‘all the way to Chimay’. We hebben inmiddels een best spoorfobie opgelopen. Natuurlijk is het mooi dat overheden veel tijd, geld en energie steken in het aanleggen van dit soort paden en natuurlijk is het makkelijk fietsen, maar het is ook wel saai om kilometers lang rechtuit te fietsen met als enige afleiding een hek of een paal om te waarschuwen dat er een kruising volgt.
Geluncht hebben we in Mariënbourg. Daar kunnen we kort over zijn. Als je er nooit geweest bent, houden zo. Niets te beleven anders dan een vriendelijke vrouw in een ouderwetse kruidenierswinkel.
Even na 1 uur denderen we Chimay al binnen. We doen boodschappen bij onze favoriete supermarktketen en glijden via het spoorlijnfietspad zo naar de camping. De lucht trekt langzaam open en de zon laat zich zien. Niet dat het rot weer was, maar zelfs de wolken wijken nu wat en laten wat zonnestraaltjes door.
Na het douchen is het tijd voor het hoogtepunt van de dag. Een bezoek aan het terras in Chimay waar je alle kleuren van de regenboog aan Chimay kunt drinken. Ik kies eerst voor een Dorée en dan voor een blauwe. ‘Whatever Chimay holds for me’.

Chimay Brouwerij

Er zijn slechts 14 abdijen wereldwijd, waarvan 6 in België, die authentieke trappistenbieren met het label “trappist” mogen brouwen. Chimay is daar één van. De trappistenbieren worden nog gebrouwen volgens de regels voor hoge kwaliteit van deze eeuwenoude brouwtradities.
In 1850 vestigde een tiental monniken van Westvleteren zich op het plateau van Scourmont om te doen wat ze tot op de dag van vandaag nog steeds doen: “de regio rond Chimay helpen”.
Om deze taak te volbrengen, besloten ze om een bier te produceren op basis van het water dat ze in overvloed konden halen uit de natuur van deze moerasachtige plateaus. Enkele jaren later openden ze de kaasmakerij…In deze prachtige regio kan u genieten van een ware ontdekkingstocht, maar ook van ontspannende momenten of momenten van pure rust op het binnenplein of in de tuinen en de kerk van de abdij.
Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 1 (Apeldoorn – Megen) [73km]
“We wachten nog wel een uurtje.” We zouden om tien uur vertrekken, maar Buienradar overtuigt ons het vertrek uit te stellen. Prima keus, want als we daadwerkelijk in Apeldoorn de voordeur achter ons dichtrekken, miezert het nog wat, maar de echte dikke druppels zijn overgewaaid.
Het blijft voor ons altijd speciaal om vanuit huis ergens naartoe te fietsen. Ik vind het moeilijk te beschrijven wat dat precies is, maar het voelt altijd goed.
Het eerste stopje is Ugchelen. Daar leveren we de huissleutel in zoals je dat doet na je wintersport met de sleutel van je chalet. Jaap kijkt met enige verbazing naar mijn outfit. Een helm met een pet eronder een oranje sportbril met een inzetbrilletje een kek regenjack een MTB kortebroek en een paar fietsschoenen met daaroverheen overschoenen. Ik vroeg hem of hij verkering met me wilde, maar dat sloeg hij beleefd af.

Wat is de Veluwe toch mooi. Zelfs als het niet eens zo bijzonder weer is. Wij houden van bossen en die heb je hier voldoende, maar de afwisseling met de heidevelden en af en toe een dorpje maakt het compleet. Wat ook meehelpt is dat het hier glooit. Dat is misschien wat zwaarder fietsen, maar het geeft meer elan aan de omgeving.

“Ik ruik een piekbelaster”, klonk het plots achter mijn rug. En inderdaad, de stikstof gierde door onze neuzen en de ammonia drong diep door in de linker hersenkwab. We zagen bij elke omwenteling van onze pedalen de brandnetels en bramen centimeters groeien door de stikstof emissie. Toch apart dat je die lucht nu direct associeert met klimaatverandering. Vroeger rook het gewoon naar koeienstront.
Onder Ede verlaten we de Veluwe en wisselen de beboste heuvels in voor het rivierenlandschap. Het land van Rijn, Waal en Maas. Voor de afwisseling zeker goed. Dat is ook het mooie van Nederland. Iedere 100 kilometer weer een ander type landschap. Het verassende aan dit deel van Nederland is dat je eigenlijk door wat saai ogend boerenlandschap rijdt en dan opeens kasteeltjes, landhuizen en oude steenfabrieken tegenkomt.
Het is de dag van de drie pontjes. Je kunt natuurlijk een brug in het routeplan gooien, maar pontjes zijn altijd leuker. Zeker omdat de brug van de A50 de meest logische keuze zou zijn.
Op het eerste pontje kwam ik aan de praat met een mountainbiker die geïnteresseerd naar onze fietsen keek. Het is altijd leuk als er iemand geïnteresseerd naar je fiets kijkt. Tenzij hij van plan is hem ‘gratis’ van je over te nemen natuurlijk. Nu zijn onze fietsen al meer dan 10 jaar oud en hebben ze geen van de moderne snufjes waarmee de nieuwe modellen zijn uitgerust. Geen Pinion, geen bandaandrijving en zelfs geen schijfremmen. Toch ziet er blijkbaar indrukwekkend uit als je een fiets volhangt met tassen en er wat modder opspettert.

De blikken die je krijgt wisselen. De een kijkt met een blik van “Mijn hemel, mij niet gezien”, de ander kijkt meer als “Zou ik ook wel willen in plaats van mijn stacaravan in EuroParc”. En soms, maar steeds minder de blik “Ach, wat stoer dat ze zelfs als ze geen geld hebben toch op vakantie gaan.”

Onze landingsplek voor vanavond is Megen. Natuurkampeerterrein de Maasakker om precies te zijn. Een leuk klein campinkje met veel tentjes en trekkers. En dus met uitzicht over de Maasakkers en de toren van Appeltern.

Ons veldje staat vol, maar al onze buren besluiten uit eten te gaan, dus we hebben het rijk voor ons alleen. De campingeigenaar heeft het echt begrepen, want er staan 2 picknickbanken voor ons klaar. We beginnen de vakantie met ons groentepotje van spekjes, uit, paprika, champignons, mais en per ongeluk een beetje lokaal gras, maar dat weet Madeleine niet. We kunnen in een heerlijk avondzonnetje genieten van ons campingvoer. Uiteraard hebben we er weer lauwe cola bij om het weg te spoelen.