C&O Canal trail, VS

Dag 1: Watermanagement

De trail die ik de komende twee dagen rijd, heeft vele namen en die zijn allemaal logisch en correct. De Chesapeake & Ohio Canal Company heeft hier in 1828 een kanaal, of eigenlijk een trekvaart, aangelegd om hout, kolen en andere handige zaken te transporteren. Vandaar de namen C&O canal trail of C&O towpath trail. Vorige keer dat ik hier was hing ik op m’n gravelbike aan een sleeptouw achter een stel mtbers omdat m’n derailleur was afgebroken. Heel toepasselijk zo’n sleep op deze plek en ook spannend, maar dat is een ander verhaal (zie Op Sleeptouw). Ik ben dus weer terug op de C&O trail, ook wel CO genoemd, want Amerikanen houden van kort. De trail loopt van Washington naar Cumberland, een slordige 185 mijl (297km). In het verlengde ervan loopt de Great Allegheny Passage -ook wel GAP genoemd- die nog eens 150 mijl doorloopt naar Pittsburgh. Samen zijn de trails goed voor 540km gravel plezier. 

De hele GAPCO. Mijn route tussen 35 (Point of Rocks) en 90 (Williamsport)

Terug naar de route van vandaag. Ik doe een stukje van de CO oost-west langs Harpers Ferry naar Williamsport. De route (en dus ook het kanaal) volgt de Potomac rivier. “Maar wacht! Een trekvaart aanleggen terwijl er een een rivier gratis en voor niks naast stroomt?” bedacht ik me onderweg. Ja, en daar zijn een paar goede redenen voor. Allereerst is de Potomac op veel plaatsen nogal ondiep en bezaaid met rotsen en stroomversnellingen. Werkelijk prachtig om te zien, maar niet direct ideaal om je spulletjes en jezelf veilig over te vervoeren. Áls het je al zou lukken, wordt het behoorlijk lastig als je ook nog stroomopwaarts wil met je handelswaar. Dus bedacht men een trekvaart die de handel zou stimuleren tussen de oostkust en het binnenland. 

Het kanaal moest in hoogte natuurlijk meevariëren met de rivier, dus moesten er ook sluizen (‘Locks’) in komen. Die zijn overigens allemaal (74 stuks) nog steeds genummerd. Van de rivier werd handig gebruikt gemaakt om het kanaal gecontroleerd van water te voorzien. Een ingenieus systeem van sluizen, buffers, basins, dammen én natuurlijk het trekpad was het gevolg. Maar ook aquaducten om de trekvaart over de grote stromen die uitmonden in de Potomac te leiden. Al met al een aardig stukje watermanagement. Die kennis is schijnbaar verwaterd, want bijvoorbeeld dijken kennen ze hier in de VS niet echt. Maar overstromingen hebben ze wel…daar zou die kennis toch best handig voor zijn geweest denk ik dan. Voordat het kanaal gereed was, was er ook een spoorlijn waar uiteindelijk niet tegen kon worden geconcurreerd, waardoor het kanaal niet erg lang is gebruikt. Het C&O Canal ligt nu bijna overal droog en er groeien inmiddels veel bomen langs, maar gelukkig hebben ze er een Nationaal Park van gemaakt waardoor het pad onderhouden wordt en ik er nu heerlijk overheen kan fietsen. 

Ik ben blij dat ik nog deze herfst de trail heb gekozen, want het is hier werkelijk heerlijk rustig en schitterend. De herfstkleuren blinken je tegemoet en de trail is bijna geheel en al een tapijt van bladeren. En hoewel het vanmorgen regende, schijnt de rest van de dag de zon uitbundig. Heerlijk. Zo om de paar kilometer ligt er zoals gezegd een sluis waar het pad even een paar meter omhoog gaat en weer vlak verdergaat over het bladerdek.

Naast het graven van een kanaal en het bouwen van een spoorlijn, is er hier ook nogal uitbundig gevochten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog. Harper’s Ferry, een mooi plaatsje dat hoog boven de rivier uitsteekt en waar de Shenandoah rivier samenkomt in de Potomac, is een van de bekendere plaatsen uit de civil war geschiedenis. Onderweg kom ik nog veel meer plekken tegen waar allerlei veldslagen hebben plaatsgevonden. Alle generaals uit de Amerikaanse schoolboekjes komen in mijn beleving voorbij op de vele informatieborden onderweg:  Robert E. Lee, A.P. Hill, Jubal A. Early, ’Stonewall’ Jackson,… het gaat maar door.

Het mooie aan de trail voor wandelaars en fietsers, is dat -ondanks dat het er overwegend rustig is- er veel voorzieningen zijn. Er zijn redelijk wat campsites, uitgerust met picknicktafels, Dixies (Gotügo), een waterpomp en een vuurplaats. Verder zijn er -zeker voor de fietser- genoeg uitvalplaatsen om te eten en drinken, en overnachtingsmogelijkheden anders dan kamperen. Ik slaap in een simpel hotel in Williamsport. Ze serveren er geen ontbijt, maar vlak naast het hotel staat een WaffleHouse, 24/7 open. Dat wordt een goed ontbijt morgen. 

Dag 2: Harpers Ferry, file op de trap en homeopathische espresso

Mocht je denken dat het weer in Nederland als enige slecht voorspeld wordt, wees dan gerust, het is hier niet anders. Gisteren was er veel regen voorspeld en regende het alleen voor een deel in de ochtend, daarna volop zon. Vandaag zou zonnig zijn, en… tja… Na een uurtje begon het al. De app zei “over een half uur begint het licht te regenen. Dat duurt een half uur”. En dat klopte! Na een half uur hield de lichte regen op en ging over in forse regen. Maar het werd al snel droog, waardoor ik Velominati rule #9 toch niet echt aan mezelf kon toerekenen vandaag.

Ik rijd vandaag dezelfde weg terug over het oude trekvaartpad. Zoals ik al eerder heb ervaren, is dat met deze routes geen straf. Prachtige vergezichten over de rivier, bossen en rotspartijen. Wat me opvalt is dat de rivier hier heel puur is. Wild. Ongecultiveerd. Terwijl ik ernaar kijk, besef ik dat in Nederland werkelijk alles is geïnfrastructuurd. Alles is aangeplant, afgerasterd of op zijn minst ingetoomd en onder controle. Hier niet en dat maakt het adembenemend mooi om naar te kijken. 

Ik krijg al vroeg honger, dus eet ik mijn ‘doggie-bag pizza’ van gisteravond op. Dat was een mazzeltje. Bij het Italiaanse restaurant dacht ik “laat ik eens een medium pizza bestellen in plaats van een small”. Ik kreeg een pizza van 50cm op tafel geschoven waarna ik met grote ogen starend naar de pizza aan de serveerster vroeg “is dit medium?”. Een onbewogen “Yep” was het enige dat ze antwoordde. Maar de pizza was goed en lunch voor morgen was vanzelf geregeld. 

Ook iets wat heel tof is aan de VS: “Wil je alvast wat drinken bestellen?”. “Ja, graag. Hebben jullie bier?”. “Nee, maar je kan zelf bier kopen bij de slijterij hier vlak naast, hij is tot 10 uur open. Als je maar niet overdreven veel gaat drinken…”. Geweldig! En bedenk dat bier hier altijd koud staat bij de liquor store…

De Potomac rivier vormt de grens tussen de staat Maryland, waar de C&O trail doorheen loopt, en de staten Virginia en West-Virginia. Harper’s Ferry ligt in West-Virginia, vlakbij het 3-statenpunt van deze staten. Het ligt dus aan de overkant van de rivier (op een of andere manier moet ik altijd denken aan Drs. P; er is hier alleen geen pontje). Gisteren ben ik er gewoon langs gefietst, maar vandaag wil ik het dorpje bezoeken. De enige manier om van de trail naar Harper’s Ferry te komen is het voetpad langs de spoorbrug. Een steile stalen trap leidt omhoog en onderaan zijn plekken waar je je fiets kan neerzetten. Dat ga ik natuurlijk niet doen, dus de fiets moet mee naar boven. Je mag je fiets gewoon meenemen, net als honden en kinderwagens. Veel, heel veel mensen doen dat ook enthousiast. Het gevolg: een enorme drukte op de trap, want er is een continue stroom mensen in beide richtingen. Die gaan natuurlijk niet allemaal netjes op elkaar wachten, dus -hup- fiets/kinderwagen/hond trekken en sleuren de trap op (of af) en jezelf en je spullen langs de andere mensen zien te wurmen. Erg gezellig. Gelukkig is mijn gravelbike inclusief bepakking relatief licht en met wat geduld ben ik even later boven.

Op de brug een prachtig uitzicht over de Shenandoah rivier die hier uitmondt in de Potomac. Indrukwekkend. 

De spoorbrug over de Potomac naar Harper’s Ferry
Uitzicht op Potomac (li) en Shenandoah (re) rivieren

Het dorpje is nogal toeristisch. Veel winkeltjes en restaurantjes. Bij een koffiezaak beproef ik mijn geluk. Ik koop 2 muffins en bestel een flat white (small uiteraard). Ik krijg een latte, “want de melkschuimer doet het niet goed”. Binnen is het te druk, dus ga ik naar buiten om van mijn tweede lunch te genieten. Dat komt goed uit, want ik wil nog wat genieten van het hoge uitzicht op de rivier. Ergens moeten die 2 shots espresso in mijn beker zitten, maar ik proef er geen reet van. Blijkbaar verkoopt een goede koffie hier niet, want het moet nu eenmaal veel zijn. Veel melk in dit geval. Ik beschouw het als een beker hete melk, wat niet verkeerd is bij een koude wind bij 7 graden. Na de ‘koffie’ nog wat heen en weer fietsen door de straatjes, wat foto’s maken en terug over de brug en mijn favoriete, nog net zo drukke trap terug naar de trail. Onderaan de trap nog wat dringen, veel mensen. Ik stap op en na 1 kilometer ben ik weer helemaal alleen op de trail. Wat een heerlijk gevoel.

Bretagne en Normandië – Etappe 4 (Scrignac – Locquirec [72 km])

Naast de gister al genoemde en geroemde lokale bieren, hebben ze hier ook lokale cola, met de toepasselijke naam Breizh Cola. Voor hen die geen Bretons verstaan, Bretagne op z’n Bretons is Breizh.

Het Bretons lijkt in de verste verte niet op het Frans. Het heeft meer weg van het Welsh. We hebben het steeds over de Britten die hun naam aan Bretagne hebben gegeven, maar het waren veelal Welshmen.

Er zijn ongeveer 200.000 Bretonners die het Bretons machtig zijn, het is een ‘dingetje’ op de scholen en heel diep zit er nog het verlangen om onafhankelijk te zijn van Frankrijk. Bretagne is daarmee een beetje het Friesland van Frankrijk.

We hebben Bretagne doorklieft. We hebben er een ‘streep’ doorgezet. Wat achterblijft is een herinnering aan een glooiend landschap met graanvelden en bossages, leuke typisch Franse dorpjes en natuurlijk de spoorlijntjes. Waar zou de huidige fietser zijn, zonder de vroegere trein?

Bospad langs een zeearm bij Morlaix

We zijn blij met de verandering in landschap. Na tweeënhalve dag spoortreintje spelen, komen we aan de kust. We ruiken het nog voordat we het zien. De typisch zilte lucht, het stinkende zeewier. Op een bospad langs een zeearm zien we hoe ver de zee zich hier terugtrekt.

De Bretonse kust

We genieten van het uitzicht op zee, of eigenlijk de baai val Morlaix. Ooit een belangrijke havenstad, nu vooral bezig met toerisme. De haven is niet meer gevuld met koopvaardij maar met plezierjachten.

Langs de kust fietsen we van het ene naar het andere fotomoment. Daar moeten we wel wat voor doen. De gelijkmatige stijging van de voie verte hebben we achter ons gelaten en we zijn nu overgedragen aan de grillen van de Bretonse kust. Dit leidt tot de eerste serieuze klimmetjes van deze vakantie. Nog altijd ruim binnen de gezelligheidsmarges. We zien 3 jongens lopen met hun volbepakte fiets. Waarom lopen als je een fiets hebt?

Te laat kom ik erachter dat ik eerder had moeten eten. Chagrijnig knijp ik vlak voor een klim hard in de remmen. Madeleine spot een mooi plekje aan zee en de lunch is nabij. Na de lunch duurt het toch nog even voordat de ingenomen energie ook daadwerkelijk in mijn benen is aangeland. De eerst klim is nog geen pretje, maar na de derde loopt alles weer soepel.

Lunch aan zee

De bakker in Morlaix had mijn ‘pain cereal’ opgevat als een off-white stokbroodje. Best lekker, maar niet bijzonder voedzaam. Dus mochten we op zoek naar een supermarkt. We vonden er een in Plougasnou. Een Casino dit keer, maar wel een beetje een vervallen exemplaar, met sterren in de winkelruiten en gebroken tegeltjes op de vloer. We hebben er snel te dure kaas ingeslagen en zijn toen gevlucht naar de bakker op de hoek. Daar heeft Madeleine een heerlijk broodje gescoord.

Brexit deelt harde klap uit aan Franse visserij

Bij een van de dorpjes reden we tegen twee scheepswrakken aan. Ze lagen daar een beetje willekeurig, maar het geheel zag er eigenlijk best leuk uit. We waren in ieder geval niet de enigen die er even stopten om er een foto van te nemen.

Onze overnachting stond gepland op de camping municipal van Locquirec. Daar ging kort na aankomst een flinke streep door. ‘Complet’, ook voor 2 zielige fietsers. Misschien de volgende camping. ‘Je suis désolé’.

Na de nodige rechtszaken over wie schuldig was aan dit debacle, hadden we bedacht eerst maar eens te gaan bellen met ‘de volgende camping’. En voor de tweede keer deze vakantie deed een telefoonnummer het gewoon niet. Dus dan maar de volgende camping bellen. Daar deed de telefoon het wel, maar kregen we een antwoordapparaat. Een beetje ontgoocheld zijn we op de fiets geklommen en op zoek gegaan naar ‘de volgende camping’.

Na 300 meter hadden we het bordje van camping Rucanay al gespot. Dat de pijl landinwaarts wees, beloofde weinig goeds. Een felle klim van boven de 10% moest worden overwonnen om op dit stacaravanparadijs te komen. Gelukkig hadden ze hier wel plek voor twee zielige fietsers. Dit jaar heeft onze camping zijn zesenvijftigste verjaardag gevierd. Ik weet zeker dat het sanitairgebouw er sinds de geboorte staat. Douches met prachtig jaren 70 oranje wanden en kleine bruin gemêleerde tegeltjes. Het is bijna weer hip.

Ons plan om ook maar op de camping te eten, was met de ferme ‘Complet’ ook in rook opgegaan. Deze senioren opbergplaats had geen restaurant en ook geen broodservice voor morgenochtend. Dus dan toch maar even terug naar Locquirec voor een restaurant en een supermarkt.

En dan zit het mee. Als we de afdaling inzetten zien we over de weg een ‘epicerie’. Het blijkt het winkeltje van de camping municipal te zijn n we konden er zonder probleem een pain cereal en twee croissantjes bestellen voor morgen. Achter de ‘epicerie’ lag het restaurantje van de camping, waar we met uitzicht op zee een heerlijke maaltijd hebben kunnen gebruiken.

Uitzicht vanaf het terras van het restaurant

Heel warm is het niet. Dat komt met name door de wind. Na het eten besluiten we ons snel terug te trekken in de tent. Nog maar wat lezen en een verhaaltje typen. Voor het eten heeft Madeleine alvast online een reservering voor ‘de volgende camping’ gedaan. Nog even afwachten of die is doorgekomen.

Greenbrier River trail, VS

13 juli 2021, dag 2

Ik schrijf dit onderweg. Waarom, dat vertel ik zo. Het plan was vandaag om een route te pakken iets ten westen van de rivier waar ik gisteren langs naar het zuiden reed. Over de weg dus. Ik kan de route van gisteren natuurlijk ook gewoon terugfietsen (en dat is zeker geen straf), maar -dacht ik- zo zie je nog eens wat anders van de omgeving, ontdek je nieuwe wegen en heb je ook nog wat extra tegeltjes.

De Greenbrier highlands

Ik merk al snel dat de route -hoewel deze zo’n 150 meter hoger ligt dan de rivier- geenszins vlak is. Er zijn hier twee soorten kuitenbijters. De eerste soort is van de categorie 7-10% klimmen en dalen. Ook al zijn de klimmen dan niet lang, ze zijn wel steil en ik bedenk me al snel dat ik dit niet 120km vol ga houden. De andere soort kuitenbijters zijn van de categorie viervoeter: honden! Op de wegen in dit stukje zie je nauwelijks verkeer of mensen, maar dus wel dit soort beesten. Geblaf links en rechts zodra je maar in de buurt van huizen komt. Op het moment dat ik twee van deze mormels plotseling achter mij en mijn fiets aan heb rennen, is de maat vol. Met meer geluk dan wijsheid kan ik ze afschudden, want net op dat moment gaat de weg weer naar beneden. Het is genoeg geweest, hier beleef ik geen plezier aan mijn rit. Dus de eerstvolgende bail-out (tip: maak altijd een plan B) terug naar de rivier via een prachtige afdaling door het groen. Geen huizen, geen honden.

Op de trail voelt het een beetje als thuiskomen. Lekker rustig, vlak, mooi gravel, en schaduw. Nu kan je natuurlijk zeggen dat dezelfde route heen- en terugfietsen wel een beetje saai is, en dat zo’n spoortracé niet echt spannende bochten of technical trail features heeft, om over het klimpercentage van gemiddeld nog geen 1% maar te zwijgen. Maar ik zie eigenlijk alleen maar voordelen. Ten eerste komt het mij vandaag na mijn darmavontuur van gisteren erg goed uit om geen klimmetjes meer te hoeven doen. Hoewel de eerste 16km op en af best goed gingen en ik graag klim, voelen de benen toch slap. Ik moet daarom ook goed eten en drinken vandaag. Daar heb ik gelukkig allerlei spulletjes voor bij me. Een ander groot voordeel is dat er bijna alleen maar schaduw is op deze trail, en dat is fijn op een zonnige dag met 30 graden. Bovendien heeft de trail waterpompen waarmee je vers drinkwater uit de grond kan pompen. Tot slot heb je hier schitterende vergezichten over de rivier, iets wat ik boven op de weg ook had verwacht, maar niet ben tegengekomen.

Met de adrenaline nog in de benen vervolg ik mijn weg over de oude spoorbaan. De benen voelen slap, trillerig. Waarschijnlijk door de kuitenbijters. Ik besluit om het even rustig aan te doen en de adrenaline wat te laten zakken. Tot overmaat van ramp voel ik nu ook dat mijn kont zeer doet. Dit wordt een hele lange dag vrees ik. Ik neem me voor om bij elke campsite of picknick plaats langs de trail even te stoppen en het verslag van de dag stukje bij beetje op te schrijven. Ik merk dat het helpt om af en toe even te gaan staan op de pedalen. Als ik daarna ga zitten, voel ik de pijn even niet en geniet ik echt van de omgeving. Ik ben nog maar op mijl 12 van de 80…

Na een tijdje gaat het beter. De benen voelen eigenlijk wel goed. Wel vermoeid, maar met veel korte stops, repen, koek uit het ontbijtbuffet van het hotel en bergwater red ik mij prima. Mijn tempo gaat langzaam omhoog naar dat van gisteren en ik kan meer en meer genieten van de omgeving. De vergezichten over de rivier met daarin enorme rotsblokken, en de rotsformaties aan de andere kant die stijl omhoog gaan als ware het klimwanden, zijn indrukwekkend. Ben ik even blij dat ik deze route alwéér fiets!

Het is erg leuk om onderweg mede-fietsers te groeten en een praatje te maken (ook iets wat je daar boven op de wegen niet ziet, daar lijkt geen hond te willen fietsen…). Zo wijst een stel mij op het hert dat de rivier oversteekt, terwijl een andere al aan de overkant is. Of een man die uitgebreid aan het lunchen is aan een picknicktafel vlakbij de spoorbrug. Chips, hotdogs, cola, van alles ligt er op tafel. Of ik ook een hotdog wil. Ik bedank, maak een praatje en stap weer op. “Misschien kom ik je straks nog wel tegen” zegt hij. Blijkbaar gaat hij dezelfde richting op als ik. Ik groet en rij de spoorbrug op.

Overstekend wild…

Het enige kleine plaatsje op de trail en in de wijde omgeving van dit 4G-loze gebied ligt op mijl 56: Marlinton. Daar was ik gisteren natuurlijk ook al en het fietscafé DirtBean Cafe&Bike (met wifi) beviel zó goed, dat ik er opnieuw langs ga, dit keer voor iets zoets. De koffie (vers gemalen) blijkt van een kwaliteit waar een Italiaan jaloers op wordt, en ik bestel een dubbele espresso en twee home-made cakes. Ik zie in mijn ooghoek een tap met lokale bieren. Ik registreer het in mijn lange-termijngeheugen en probeer het verder maar te negeren. Ooit als ik hier nog eens terugkom… Boven op het balkon in de schaduw en met wat verkoelende wind, kijk ik uit over het dorpje en geniet. Hier kan ik echt de hele dag blijven zitten. Maar ja, dat kan natuurlijk niet, want ik moet weer terug naar de auto en moet dan nog 5½ uur rijden naar huis. Ik dwing mezelf uit de stoel, vraag de vriendelijke serveerster Kayla om mijn bidons met water te vullen (heel lief: ze doet er ook ijs in) en ga weer op pad.

Ik kom weer in de buurt van de tunnel waar ik gisteren van de andere kant doorheen ben gefietst. Ik zie de lunch-man weer, hij heeft zichzelf en zijn fiets op een campsite in de schuilpIek genesteld. Vreemd, want het is prachtig, zonnig weer. Ik zwaai naar hem en rijd verder. Bij de tunnel maak ik een foto vanaf de brug die met een lichte bocht onherroepelijk naar de tunnel leidt, en hoor achter mij geraas. Wind? Ik draai me om en concludeer: Nee, geen wind, maar regen. Hevige regen en het komt erg snel dichterbij! In een flits denk ik aan de lunch-man. De tunnel! Ik klik in en net als ik de tunnel inrijd, barst het los. Hoeveel mazzel kan je hebben?

Spoorbrug vlak voor de tunnel

Mijl 80, het einde van de trail. Ik ben niet ingestort en heb het gered! Dit is werkelijk een prachtige trail. 250km gravel (als je hem heen en terug fietst tenminste) dwars door de natuur en langs een heerlijke rivier. Als ik nog een keer terugkom, neem ik een hotel in Marlinton. Héél dicht bij het fietscafé.

Mijl 80, eindpunt van deze trail

Zit de oplossing in de koffie of zit de koffie in de oplossing?

Oploskoffie

Fietsen en koffie. De twee culturen lijken in elkaar verstrengeld. Met enige regelmaat zie ik goed gearrangeerde foto’s van profwielrenners sippend aan een lokaal espressootje op een Italiaans bergterrasje. Links of rechts op de foto zie je dan nog net dat ze hun fiets van 10 ruggen nonchalant tegen een muurtje hebben gezet of gewoon de heg in hebben gesmeten. Als ik de verhalen mag geloven, leefde Thomas Dekker is een soort Illy droom. En het is niet voor niets dat Laurens zijn eigen koffiemerk heeft. De koffie representeert het ‘live slow’ gedeelte.

Ik hou ook van koffie. Ik heb thuis een espressomachine. Je kent ze wel, zo een waar je bonen en water ingooit en waar je dan met een hoop herrie koffie uitkrijgt. Heerlijk! Maar op vakantie heb ik oploskoffie. Het type dat je in poedervorm in suikerzakjes vindt en in korrels in grote glazen potten. Niet te drinken dat spul! Een Coffee-Crême toetje van Dr. Oetker smaakt meer naar koffie dan dit spul. Maar de geur en smaak van oploskoffie is voor mij eeuwig verbonden aan kamperen. Als ik oploskoffie ruik, dan ruik ik vakantie.

Vakantie Oploskoffie

En het moet ook niet in een porseleinen kopje zitten, maar in een plastic beker. Of in een roestvrijstalen mok. Zo een waar je ook in kookt, uit eet en je scheerkwast in doopt. Zo een dat als je een stuk worst in je koffie vindt, je weet dat je die avond erwtensoep hebt gegeten. Dat is de juiste mok voor oploskoffie.

Maar als ik voor mijn tent met mijn handen om een Mepal beker met hete oploskoffie zit, zie ik bij andere fietskampeerders vele variaties op het thema ‘koffie’. De Sea To Summit X-Brew Coffeedripper voor de campingvariant van filterkoffie. De Bo-Camp Espresso Maker voor een fijn kopje percolator koffie. En zelfs een Rubytec Portable Koffiemolen om je delicate koffieboontjes ter plaatse te kunnen malen. Met als klap op de vuurpijl de Nanopresso. Een portable Nespresso apparaat waar je zo je milieuverontreinigende alu cupjes in kan knallen. Wat een moeite voor een ‘bakkie pleur’.

De Nanopresso

En voor mij past het ook niet. Kamperen en goede koffie gaan gewoon niet samen. Het zal ongetwijfeld kunnen. Net zoals een elektrische koeltas op je naafdynamo, zodat je bij aankomst op de camping eerst een prettig koele Tripel uit je Ortlieb koeltas kan trekken, voordat je de tent gaat opzetten. Het zal kunnen, maar het hoort niet bij een fietsvakantie.

En dan het gewicht van al die techniek. Ik las dat een Nanopresso ongeveer 350 gram weegt. Als ik dan 350 gram zou uitgeven, dan zou ik dat besteden aan bijvoorbeeld een stoel.

Het gebrek aan goede koffie is ook een goed excuus om met enige regelmaat op een terrasje plaats te nemen. Daar kun je dan rustig op een slecht zittend Italiaans klapstoeltje genieten van een intens bittere espresso met een enorm glas water ernaast. En het maakt ook niet meer uit of het Illy of Segafredo is. Na de oploskoffie van die ochtend smaakt alles goed.

TT staat toch voor Toer Tocht?

Triathlonstuur

De fiets met de meeste namen moet wel de tijdritfiets zijn. Deze Time Trial bike, ofwel TT bike, heet ook wel een triathlonfiets of kortweg een tri bike. Het doel is daarmee wel gelijk duidelijk; een fiets speciaal ontworpen voor tijdrijden. Het kenmerkende stuur kent zijn oorsprong in de triathlon sport en wordt daarom ook wel een triatlonstuur genoemd. Maar tegenwoordig zie je het stuur op steeds meer type fietsen. Daar waar het stuur speciaal ontworpen is om een aerodynamische houding te kunnen aannemen om zo hard mogelijk te kunnen fietsen, lijkt het ding op een trekking fiets met de Zoom pen omhoog en de punt van het triathlonstuur de lucht in, behoorlijk misplaatst.

Update 21-06-2021 – Sanne Goosen : Een TT fiets moet UCI goedgekeurd zijn, een triathlonfiets niet.

Triatlonfiets vs racefiets met triathlonstuur

Een paar jaar geleden deed ik aan triathlon. Ik ben zelfs nog steeds lid van de lokale triathlonvereniging, al komt er van trainen niet zoveel door Corona en een knieblessure. In mijn triathlontijd heb ik een nieuwe fiets gekocht. Tot een echte triathlonfiets is het niet gekomen. Dat vond ik te veel geld voor een zeer gespecialiseerd stuk gereedschap. Maar met een Giant Propel met trathlonstuur kom ik een heel eind.

Behalve het stuur zijn er duidelijke verschillen tussen een racefiets en een triathlonfiets. De geometrie van een triathlonfiets is veel agressiever. De wielbasis is korter en je zit op een triathlonfiets meer naar voren. De aerofiets, zoals de Giant Propel, zit een beetje tussen een racefiets en een triathlonfiets in. Als je ze naast elkaar ziet, dan zie je het ook.

Wat direct opvalt in de geometrie is de ‘sloping’ bovenbuis bij het race model, waarbij de andere 2 modellen de bovenbuis bijna waterpas is. In het prof peloton zie je renners, afhankelijk van het profiel van de etappe, op een andere fiets rijden. Als de fietssponsor tenminste verschillende fietsen levert. Bij een vlakke etappe een aerodynamisch model en als er cols beklommen moeten worden een racefiets die zo licht mogelijk is.

Uitleg verschil Triathlonfiets en Racefiets

Als je geïnteresseerd bent in de positie op de fiets, dan geeft onderstaande video een mooi beeld. Ook wordt dan duidelijk dat het veel meer is dan gewoon een stuurtje.

Positie op een racefiets vs de positie op een triathlonfiets

Je kunt een triathlonstuur op vele wijze monteren en stellen. Als je naar een echte tijdritfiets kijkt, zie je dat het stuur lager ligt dan bij een opzetstuur op een traditionele racefiets. Dat komt natuurlijk doordat het stuur van een racefiets nu eenmaal hoger is dan van een tijdritfiets, maar ook omdat de geometrie van de fietsen nogal verschilt. Doordat de zitbuis van een tijdritfiets rechter staat is het kantelen van het lichaam naar een meer voorovergebogen positie eenvoudiger dan op een racefiets. Ga je met een racefiets geometrie tocht in een diepe tijdrithouding, dan heb je kans dat je last krijgt van je rug, je benen of je scrotum. Toch levert de ‘echte’ tijdrithouding de meeste voordelen op. Als je dieper wilt zitten met een opzetstuurtje, kies er dan een waarbij de bar-ends onder je stuur zitten en je armsteunen er boven (bijvoorbeeld de Profile Design Airstrike II). Bij de meeste stuurtjes – ook mijn mooie Pro stuur – zitten de bar-ends tussen het stuur en de armsteunen. Op deze manier wordt het geheel onnodig hoog.

Verkort Zadel

Een (ver)kort zadel kan helpen bij de diepe zit. Bijvoorbeeld de Specialized Sitero Expert of the Pro Stealth zijn special ontworpen voor een ‘aerodynamische’ zit. Concreet betekent dit dat de zadels wat korter zijn en dat er iets meer hoek in het zitvlak zit. Het loopt als het ware een beetje op naar de achterkant van het zadel. Dat leidt er wel toe dat sommige fietsers met een dergelijk zadel ervaren dat ze in gewone positie wat naar voren glijden. Omdat ik het fijn vind om steeds hetzelfde zadel te hebben, heb ik zelfs zo’n zadel op mijn gravelfiets gemonteerd. Daar zit ik relatief recht op, maar heb nog steeds geen last van naar voren glijden.

Triathlonstuur voor andere doeleinden

Op dit moment ben ik uitsluitend aan het ‘toeren’ op mijn racefiets. Geen wedstrijden en geen ‘blokjes’ trainingen. Toch ben ik nog steeds blij met mijn halve tijdritfiets.

De aerodynamica van de fiets, en dan met name het ligstuurtje, moet er natuurlijk voor zorgen dat je met dezelfde energie harder kan. Maar andersom werkt het ook; met minder energie, dezelfde snelheid. Ik tour veel solo of met een fietsmaat. Dan zit je veel met je kop in de wind. Dan is een aerodynamische houding een fijne remedie tegen al te veel pijn in je benen. Geloof me, het scheelt echt een slok op een borrel.

Naast de aerodynamica zorgt het ligstuurtje ook voor extra mogelijkheden om je positie te veranderen. Ik vind het fijn om op een lange rit te ‘verzitten’. Normaal gesproken heb je 3 posities; handen in de beugels, handen op de remhendels en handen boven op het stuur. Nu komt daar een positie bij. De positie is even wennen, maar als je eenmaal comfortabel en ontspannen bent in deze positie, is het een hele fijne. Door de houding is bijvoorbeeld de constante druk op je benen die je hebt als je tegen de wind in fietst, beter te verdragen. Een fysio moet nog maar eens uitleggen waarom dat is, maar waar ik altijd na verloop van tijd last krijg van mijn bilspier in de reguliere houdingen, heb ik daar ‘liggend’ nooit last van.

Een nadeel is dat de ruimte die je hebt voor de positie met je handen op het stuur beperkt wordt door de armsteunen van het triathlonstuur. Het is niet dat ik daarom mij Pro stuurtje ga vervangen, maar als ik hem ooit moet vervangen, dan toch voor exemplaar met opklapbare armsteunen. Bijvoorbeeld de Profile Design Airstrike II.

Profile Design Airstryke II met opklapbare armsteunen

Ik zie met enige regelmaat triatlonstuurtjes op trekking- en stadsfietsen en zelfs op e-bikes. Het liefst dan met het stuur op maximale hoogte en daar boven op het triathlonstuur met de punt omhoog. Ik moet daar altijd een beetje om lachen, maar dat is niet zo aardig. Aerodynamisch doet het stuur dan niet zoveel meer, of in ieder geval veel minder dan als je het op ‘de juiste’ manier gebruikt. Maar misschien zorgt het wel voor het nodige fietscomfort en is het de betreffende fietser daarom te doen. Wie ben ik om daar wat van te vinden.

Ik heb overwogen om ook een triatlonstuur op mijn gravelfiets te zetten. Ik weet niet hoeveel Velominati regels ik daarmee overtreed en het is zeker geen verfraaiing van je fiets, maar met ‘function over form’ als uitgangspunt, is de overweging valide. Het stuur op mijn gravelfiets heeft echter een lichte Ù vorm, waardoor de bar-ends van het ligstuur naar buiten komen te staan. Dat zit gewoon niet lekker.

Gravelfietsen zijn ontworpen op meer comfort. Net zoals de categorie Endurance fietsen. Dat betekent dat naast wat verende en schokabsorberende elementen, je ook wat rechterop de fiets zit. In technische termen is de ‘stack’ wat hoger en de ‘reach’ wat korter. Daarnaast heeft het stuur van een gravelfiets vaak een zogenaamde ‘backsweep’. Het stuur heeft dan van bovenaf gezien een omgekeerde V vorm of loopt het stuur bovenop naar achteren. Op een dergelijk stuur is eigenlijk niet goed een triathlon opzetstuur te monteren.

Gravelstuur met backsweep

Ik heb ook nog een MTB en een vakantiefiets. Daar kan toch ook een ligstuur op? Bij de MTB lijkt me dat een no-brainer. Op welk MTB parcours kun je even rustig op je stuur liggen? Bij de vakantiefiets is het minder evident. Het lijkt wellicht een goed idee. En soms zie ik wel vakantiefietsers – biketouring heet dat tegenwoordig – fietsen met een ligstuur. Vaak in eerder gememoreerde ‘senioren’ stand, maar ook wel in de origineel bedoelde houding. En waarom ook niet? Hoewel ik me afvraag of het ligstuur veel invloed heeft op de belabberde aerodynamica van een beladen vakantiefiets. En ik zou iets moeten verzinnen voor mijn stuurtas.

Als er heel veel geld voor over hebt, kun je je fiets uitrusten met een elektronisch schakelsysteem. Dat heeft dan weer het voordeel dat je de ‘shifters’ dubbel kan uitvoeren. Dus zowel in de remhendels als aan het uiteinde van je bar-ends.

Shimano Di2 Triathlon Shifters zijn slechts €200,- En dan moet je fiets al Di2 zijn.

Nadelen van een triatlonstuur

Naast het nadeel dat de armsteunen de ruimte voor je handen voor je handen op het stuur beperken, is ook een nadeel dat je iets moet met je fietscomputer. Een gewone ‘out front mount’ past er niet meer op. Gelukkig zijn daar wel oplossingen voor, zoals de Gamin Edge Time Trial Mount of de Zipp TT Garmin GPS Mount. De neiging is echter om die houder ver naar buiten te zetten. Dus richting het einde van je bar-ends. Dan heb je in liggende positie het beste zicht op je scherm. Daarnaast ligt het eerste deel van je bar-end ongeveer waterpas en heb je dus veel last van de zon op je scherm. Bij de meeste ligsturen loopt de bar-end aan het einde (licht) op, waardoor het scherm iets van de zon afkantelt. Als dit voor jou de juiste positie van je fietscomputer is, zorg dan voor een stevige mount. De trillingen zijn aan het einde van de bar-end best fors. Iedere keer als je door een kuiltje gaat krijgt de mount een behoorlijke klap. Mijn kunststof Zipp mount lag binnen 3 maanden in tweeën. Het kunststof was gewoon gescheurd door de trillingen en klappen. Dan is een K-Edge sport TT wel een hele investering, maar ben je niet halverwege de rit je Garmin kwijt.

Veiligheid bij een tiathlonstuur

Een beetje onderaan in dit artikel wat opmerkingen over de veiligheid. Het spreekt vanzelf dat je niet in de tijdrit houding door Amsterdam centrum scheurt. Er zitten geen remhendels op (wel een goed idee) en je zicht is toch wat beperkt. Ik woon in Flevoland en daar kun je kilometers achter elkaar rijden zonder iemand tegen te komen en zonder een bocht te maken. Bochten maken kan wel in ligstand, maar scherpe bochten is een kunst.

En als je met een groep gaat rijden, is het al helemaal een gevaarlijk ding. Ik kan me niet voorstellen dat ik al hangend in mijn ligstuur midden in een peloton rijd. Zelfs als ik met Ronald fiets en met tegenwind lekker achter hem schuil, gebruik ik het ligstuur niet. Als hij ineens remt, is er geen houden meer aan.

En de bar-ends van een echt ligstuur steken nogal uit. Een beetje als een bajonet op een geweer. Dus kun je een botsing niet voorkomen, dan is de impact ook nog een keer groot als je één of meer van je fietsmaten perforeert. Dus een triathlonstuur is echt een no-go in een grotere groep. Voor stayer wedstrijden zijn er overigens aangepaste ligsturen te krijgen. Die zijn korter en dus minder ‘perforeer’ gevaarlijk. Blijft wel dat het ook met een dergelijk stuur lastig remmen is.

Tot slot

Al met al heeft een opzetstuurtje best wel wat voordelen. Maar je moet er eerst wel goed over nadenken, anders is de kans dat je ‘experiment’ mislukt best groot. Goede opzetstuurtjes zijn ook niet echt goedkoop. Hoewel het altijd nog weer goedkoper is dan een complete triathlonfiets ernaast. Ook vinden velen het onprettig of onveilig aanvoelen. Je moet wel de juiste balans hebben op je fiets.

Het 10 punten plan van de Fietsersbond

De Fietsersbond lanceert een 10 puntenplan voor de Nederlandse fietser richting de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Gezien de vermeende invloed die de Fietsersbond heeft in de politiek, is het interessant om eens te kijken wat het plan inhoudt.

1 – Investeer in de fiets
Daar kan moeilijk iemand tegen zijn. De bewoording die de bond hier gebruikt is wel wat lastig; ‘Daarom is het nodig dat de fiets een volwaardig onderdeel is van het nationale mobiliteitsbeleid’. En ‘De schaalsprong in het fietsbeleid die wij voorstaan sluit naadloos aan op de Agenda 2.0 van de Tour de Force, op het Deltaplan van de Mobiliteitsalliantie, op het Klimaatakkoord, het Preventieakkoord en het Strategisch Plan Verkeersveiligheid.’

Het deel dat ik wél begrijp is ‘Budgetten moeten in overeenstemming komen met het aandeel van de fiets in de verplaatsingen’. Dat lijkt me een goed streven, maar kun je dan ook niet stellen dat de inkomsten in overeenstemming moeten zijn. Ik lees niets over ‘fietsbelasting’, terwijl de automobilist een flinke duit in het zakje doet met zijn wegenbelasting.

2 – Zet voetgangers en fietsers op 1
De kop doet een Trumpiaans ‘Bikers First’ vermoeden, maar inhoudelijk gaat dit punt in op de ruimte die de fiets nodig heeft in de infrastructuur. Bij stedelijke ontwikkeling moet daar rekening mee worden gehouden, is de stelling.

Waar het punt een beetje op hint is dat de ruimte in grotere steden toegankelijker wordt gemaakt voor fietsers en minder voor auto’s. Nu lijkt de Fietsersbond sowieso een hekel aan auto’s te hebben, dus dat is niet verrassend. Maar in dit geval lijkt het wel logisch om in krappe, oude steden de schaarse ruimte efficiënt en milieuvriendelijk te benutten. Een fietser neemt minder ruimte in dan een auto.

Zou het wel weer fijn zijn als alle fietsers zich ook een beetje aan de regels zouden houden. Anders hebben we straks een 10 puntenplan van de Voetgangersbond nodig om de fietsers de stad uit te schoppen.

3 – Investeer in Snelfietsroutes
Dat lijkt me een prima idee. Als je wel eens een speed pedelec bent tegengekomen op je gewone fiets, weet je dat het snelheidsverschil groot is. In mijn optiek te groot om lekker samen te gaan. Het is daarom in mijn optiek ook te beargumenteren dat speed pedelecs dezelfde regels volgen als brommers met een geel kenteken. Ik kan me wel voorstellen dat we in het kader van het milieu het woon-werk verkeer op de (elektrische) fiets willen bevorderen. Dan zijn veilige snelfietsroutes zeker een optie. Daarbij opgemerkt dat deze dan ook voor ‘snelfietsers’ zijn en je er dus niet moet gaan wandelen of met een kind naast je moet gaan fietsen.

4 – Fiets en ov, een gouden combinatie
Bij het lezen van deze kop, schiet ik onmiddellijk in de weerstand. Probeer je fiets maar eens mee te nemen in de trein. Dat is geen feest. Maar gelukkig gaat dit punt inhoudelijk daar niet over. Het gaat over de parkeergelegenheid voor fietsers bij een station. Natuurlijk is dat een goed idee, maar dan is wel weer de vraag wie dat moet gaan betalen. Fietspakhuizen zoals bij Utrecht centraal zijn schreeuwend duur.

Als je mazzel hebt kan je fiets mee in de trein.

5 – Stimuleer de fiets
Een punt naar mijn hart. Daar kunnen we als Fietsen Natuurlijk ! volledig achter staan. Of toch maar even lezen wat er onder dit kopje staat. Het gaat weer over geld. De Fietsersbond vraagt weer om de fietser financieel voor te trekken. Het is niet dat ik per se tegen ben op deze stelling, maar het kopje doet zoveel meer vermoeden. Er valt zoveel meer te stimuleren dan alleen een financiële prikkel.

6 – Fietsen zonder hindernissen
Hier moet ik echt een beetje gokken wat de bond precies bedoeld. ‘Ga het ontstaan van barrières voor fietsers en voetgangers door aanleg van nieuwe infrastructuur tegen en gebruik de kansen voor de fiets bij nieuwe ontwikkelingen.’

Als ik de zin goed lees ontstaan er volgens de bond barrières voor fietsers door de aanleg van nieuwe infrastructuur. Het kan zijn dat de bond hier bedoelt dat je tegen een nieuwe snelweg aanrijdt en dat je bij een drukke kruising moet wachten bij een verkeerslicht. Meestal zie ik echter het omgekeerde. Bij nieuwe snelwegen worden vele tunnels en bruggen aangelegd om lokaal (fiets)verkeer soepel over te laten steken en ook zie je dat drukke kruisingen steeds meer ondertunneld worden voor fietsers en voetgangers.

Fietstunnel onder de Oude Maas bij Heinenoord

7 – Lagere snelheid, minder fietsers als slachtoffer
Dit is het punt waar ik altijd ‘overhoop’ lig met de Fietsersbond. In mijn optiek is dit niet alleen een ‘auto’ probleem. De Fietsersbond stelt dat fietsen intrinsiek veilig is en daar ben ik het niet mee eens. Zelfs op een autoloze zondag is fietsen een hachelijk avontuur. Je bent kwetsbaar op een fiets, als er blaadjes op de weg liggen of het heeft gesneeuwd, dan ga je makkelijk onderuit. Als je ergens tegenaan rijdt, ben je zelf de kreukelzone. De bescherming die je hebt, als je die al gebruikt, is beperkt.

Dus dan maar het probleem bij de automobilist leggen, zal het probleem niet oplossen. Natuurlijk moet het streven zijn om het aantal verkeersslachtoffers naar nul te brengen. Maar begin dan bij jezelf. Zorg dat je een helm op je pan hebt, je verlichting in orde is en dat je je aan simpele regels houdt als stoppen voor rood. Tegen de tijd dat 90% van ons fietsende volk zich daaraan houdt, mogen we gaan zeuren dat auto’s te weinig rekening met ons houden en dat ‘we’ beschermd moeten worden tegen autoverkeer.

Als ik dan het kopje weer lees, dan denk ik dat dit op fietsers kan slaan. Pas je snelheid aan. Rij niet als een idioot over drukke fietspaden met je racefiets of speed pedelec. Glip niet nog even langs een stel fietsers als er al tegemoetkomend verkeer is. Pas je snelheid aan. En als je lekker wilt knallen op de fiets, kom naar Flevoland. Hier is de ruimte om eindeloos 45 km/u te racen zonder dat je ergens voor hoeft te stoppen.

8 – Fietsen als medicijn
Met dit punt kan ik het dan weer helemaal eens zijn. Hoewel ik in een NOS artikel weer las dat fietsen en hardlopen vooral door hoogopgeleiden wordt gedaan. Dus misschien nog iets opnemen om een divers publiek te bereiken. Misschien in het plan de term ‘Nederlandse Fietser’ ook vervangen door gewoon ‘Fietser’.

9 – Weg met fossiele tweewielers
Dat is snel te regelen. Ik ken niet heel veel fietsen die gemaakt zijn van versteende resten van planten of dieren. Hoewel het milieutechnisch wel een goed idee zou kunnen zijn.

Wat er natuurlijk bedoeld wordt is tweewielers die op fossiele brandstof rijden. En eigenlijk is dat ook geen goede term, want dan zou je wel op biogas of zonnebloemolie kunnen karren. Dus het gaat hier om het verbannen van verbrandingsmotoren.

Een oplossing levert de bond hier niet bij. Gaan we tweewielers zonder verbrandingsmotor stimuleren, of de verbrandingsmotor verbieden? Of beide natuurlijk. En gaan we dan zo ver dat de elektra van de speed pedelec dan uit groene stroom moet komen? En wat doe je met de Kreidler verzamelaars? Nostalgische oude brommers die er leuk uitzien, maar verschrikkelijk stinken.

10 – Fietsen voor iedereen
In het laatste punt lijkt de bond politiek te willen bedrijven door woorden als ‘inclusief’ en ‘participatie’ te gebruiken. Het is altijd een beetje link om woorden te gebruiken waarvan je weet dat er een bepaalde gevoelswaarde aan hangt.

Wat er – denk ik – bedoeld wordt, is dat het mooi is dat er een diversiteit van fietsen ontstaat en dat er ruimte moet zijn voor alle soorten fietsen. Nu val ik met het woord ‘diversiteit’ in dezelfde valkuil als de bond.

De vraag is wat de bond er allemaal onder wil laten vallen. Ik kan me extremen voorstellen die ik liever vandaag dan morgen van de weg zie verdwijnen. De bierfiets bijvoorbeeld.

De bierfiets, alsof bier drinken tijdens het fietsen een goed idee is.

Conclusie

Ik ken de Fietsersbond als een ‘anti-auto’ bond en dat blijkt nog maar eens uit dit 10 puntenplan. Liever zou ik een meer gebalanceerd plan zien waarin de verantwoordelijkheid óók bij de fietser wordt gelegd. Niet alleen in het dagelijks gebruik van het ding, maar ook financieel.

Te makkelijk komt de bond met het belasten van de maatschappij – dat zijn wij, by the way – door het toekennen van middelen ten faveure van de fiets, zonder ook maar ergens te benoemen hoe de fietser hieraan gaat bijdragen.

Natuurlijk is het geen gek plan om als maatschappij een milieuvriendelijke manier van transport te stimuleren en daar wat extra geld voor uit te trekken, maar iets meer balans mag wel.

Ik zou me kunnen vinden in een ‘fietsbelasting’ om bij te dragen aan al deze mooie plannen. Bijvoorbeeld door een belasting op de aanschaf van een fiets. Dat geeft je als fietser ook legitimiteit om te ‘zeuren’ over de infrastructuur. Nu wordt het allemaal betaald door de automobilist.

Daarnaast moet de bond zich toch realiseren dat het in Nederland best wel goed gesteld is met de fietsinfra. Anders moeten ze echt eens de fiets pakken en een rondje door Brussel fietsen.

En misschien is het disproportionele in hun plan alleen om de boel scherp te houden. Dat kan. Dat laat mij in ieder geval de ruimte toch positief tegen dit plan aan te kijken. 

De wereld is niet plat, zelfs Flevoland niet

Tot aan mijn assen in de modder. En daar is niets aan gelogen. Jaap en ik waren het spinnen in de winter een beetje zat, hadden een mountainbike gekocht en stonden we in het Kotterbos met onze ‘poten’ in de modder.

Niet doorheen te komen. Stukje fietsen, stukje lopen en even uithijgen. Jaap op zijn Trek 7000 en ik op mijn mooie tweedehands B-One. We hadden geen idee wat we moesten verwachten bij mountainbiken in Nederland, dus dachten we dat het heel normaal was dat de helft van het parcours onbegaanbaar was.

Mijn B-One MTB in 2004 na een rondje Kotterbos

Zo zag het mountainbike pad in het Kotterbos in Almere er 15 jaar geleden uit. En als je denkt dat dit weer specifiek iets is voor Almere of de polder, dan heb je het mis. Als het geregend had, was het parcours bij Lage Vuursche ook onbegaanbaar. Modderpoelen en plassen waren meer regel dan uitzondering. Dat hoorde bij mountainbiken in het begin van deze eeuw.

De eerste kwaliteitsslag heb ik nog meegemaakt. Staatsbosbeheer was klaar met de kap van een deel van het Kotterbos en heeft het mountainbike pad weer hersteld en een beetje omgelegd. Nu kon ik zomaar een heel rondje op mijn fiets blijven zitten. Tenminste als ik niet op mijn snufferd ging op de spekgladde klei.

Want dat was wat het was. Gras en klein en een compleet vlak parcours. De enige hindernis die je had was de haag aan brandnetels waar je tussendoor moest manoeuvreren. Halverwege de herfst kwam er dan iemand met een bosmaaier en dan was de route weer voor een week of wat te fietsen zonder overal jeuk te krijgen.

Om de een of andere reden heb ik toen mijn mountainbike – de BeOne inmiddels ingeruild voor een keurige Specialized Stumpjumper – een tijd aan de muur gehangen. Ik heb een huis gebouwd en daarna werd ik gepakt door het triathlon virus. Dus de volgende kwaliteitsslag heb ik even gemist.

De verbazing kwam toen ik bedacht had te gaan hardlopen op het mountainbike pad. Inmiddels was de term ’trail’ geïntroduceerd en ben ik naderhand terecht gewezen dat het niet zo’n strak plan was om te gaan rennen op een MTB trail. Sorry daarvoor!

Wat ik merkte, was dat de aardkorsten onder de polder blijkbaar waren gaan schuiven en dat de ‘Flevoplaat’ her en der omhoog was gedrukt door de ‘Stichtse plaat’, want er zat opeens hoogteverschil in de route. En in het tweede gedeelte kwam ik zelfs een paar kunstmatige hindernissen tegen, gevolgd door een voorloper van de kombocht.

Al lopend bedacht ik me dat ik mijn Stumpjumper maar eens moest afstoffen voor een hernieuwde kennismaking met het Kotterbos. Helaas is dat er nog niet van gekomen, maar ik heb inmiddels al wel een rondje over de Hoge Vuursche ’trail’ gemaakt en – weliswaar met mijn gravelbike – een stuk van de Amerongen route gepakt. Mountainbiken is niet meer wat het geweest is.

We hebben het er al met boswachter Rein Zwaan over gehad en binnenkort volgt een podcast met MTB parcours bouwer Patrick Jansen. Maar Fietsen Natuurlijk ! heeft haar thuisbasis in Almere en daarom besteden we af en toe wat extra aandacht aan onze eigen omgeving. In dit geval aan de MTB tracks die Almere rijk is.

En dan kun je niet om Braambergen heen. De stichting MTB & More heeft daar een modern MTB trail neergelegd die er voor ons in ieder geval uitdagend genoeg uitziet en maar liefst 200 hoogtemeters kent. Een Oostenrijker lacht daarom, maar een Flevolander moet dan al uitkijken voor hoogteziekte.

Gerko van der Graaf, storyteller & trail inspector heeft ons op voordracht van MTB & More uitgenodigd te komen kijken bij Braambergen en een mooie podcast op te nemen vol verhalen over mountainbike routes in de polder. Graag gaan wij op deze uitnodiging in en eigenlijk willen we dit jaar nog zien dat we de 200 hoogtemeters overwinnen.

Om alvast een beetje in de stemming te komen, alvast een paar sfeer beelden van de Braambergen en Kemphaan trails.

De hele dag buiten spelen

Een rit door Drenthe, Friesland en Flevoland.

Vandaag ben ik vroeg op pad. Althans, voor mijn doen. Het is oktober en acht uur ’s morgens. Net een half uur licht, maar het is nog wat schemerig. Voor de zekerheid maar de lampjes aan. De zon gaat schijnen en met open mond fiets ik door het Dwingelderveld. Niet omdat ik buiten adem ben, maar het schouwspel van mist, natuur, kleuren en opkomende zon is zo mooi! Ik stop voor de vijftiende keer om een foto te maken. Dit is geluk op de fiets, prachtig! En ik ben nog maar net op pad. Gelukkig heb ik het niet koud, maar ik moet niet te lang stilstaan merk ik. Ik zoef weer door het bos over een slingerend fietspaadje, de zon aan mijn rechterkant…

Zonsopkomst bij het Dwingelderveld

Adrenaline

Na het Dwingelderveld volgt het Hijkerzand. Een wat open terrein met veel riet en weinig bomen. Er lopen Heckrunderen. Wanneer een paar van die beesten iets verderop over het fietspad slenteren, ben ik relatief dichtbij. Een grote met een fors stel horens en enkele kleinere varianten. Ze zijn toch best imposant, zeker als je ziet dat een van die kleinere  een jong is en het rund-met-de-grote-horens (ik denk papa-rund) ineens stopt en jou aankijkt… Ik denk dat-ie me niet eerder opmerkte en nu plotseling een vreemd rechtop staand wezen voor zich ziet. Alles staat stil. Ik ook. Maar ik wil wel graag verder. Dan maar omlopen door de greppel. Fiets optillend loop ik door wat runderpoep, takjes, blaadjes en hoog gras… Het jong rent ineens hard weg van het fietspad. Ik denk dat het schrok, omdat ik beweeg en voor hem of haar onverwachte geluiden maak… Als papa-rund nu maar niet…

Mijn adrenaline zet me op scherp om elk moment op mijn fiets te kunnen springen en heel hard te gaan fietsen. Niet dat dat zin heeft, want ik sta van het pad af, op het fietspad liggen bladeren, ik moet inklikken als ik op mijn fiets zou springen en bovenal: de ketting ligt op het buitenblad. No way dat ik als een profrenner uit een peloton zou kunnen wegdemarreren van papa-rund. Bij de tijd dat ik op de fiets zou zitten en mijn schoenen in een vloeiende prof-reflex ingeklikt zou hebben, zou grote-papa-met-de-horens al naast mijn fietsje staan… Gelukkig gaat alles goed en blijft het rustig in het bos, op mijn adrenaline-niveau en hartslag na dan…

Hijkerzand (nu nog zonder Heckrunderen)

Ik rijd door een buitenwijk van Assen. Vinex, geen mooi centrumpje of pleintje. Daarvoor had ik in Assen zelf moeten zijn. Een mooi centrum, maar niet voor vandaag. Mijn route slingert verder om de stad heen door het mooie Noord-Drentse landschap. Na een bruggetje over de Drentse Aa rijd ik door Amerika en daarna de gemeente Groningen in. Al nadenkend hierover is het wel een vreemde gewaarwording en het klinkt als een slechte woordgrap. Ik weet dat er meer plaatsen in Nederland zijn met namen van landen of buitenlandse steden. Zo liggen Egypte en Moskou in Friesland. Misschien een idee voor een route die langs dit soort plaatsjes voert? Al mijmerend over nieuwe routes rijd ik ongemerkt Friesland binnen.

Jarig

Gisteren zei mijn agenda dat Ed, een vriend van mij, vandaag jarig is. Ik wil hem even een berichtje sturen. Even later kom ik langs een straatnaambordje ‘Jarig van der Wielen Wei’. Gedachteloos rijd ik er voorbij en een kilometer of wat later denk ik plots “hee, jarig?” Te laat! Zo’n straatnaam bedenk je toch niet? Ik heb geen zin om terug te rijden, dus dan maar een foto van het plaatsnaambord Bakkeveen (Bakkefaen) met groeten uit Fryslan… ook leuk.

In Bakkeveen vind ik ondanks de lockdown een snackbar die open is en koffie heeft mét warme appeltaart. Ze willen ook mijn bidon bijvullen. Buiten in het zonnetje verorber ik mijn koffie met gebak, zittend op een plantenbak aan een parkeerplaats. Het is een graad of 10, maar in de zon is het heerlijk warm. Ik neem een hap. Proficiat Ed! 

Ik ga weer verder over leuke bospaadjes. Het is hier werkelijk prachtig. Overal liggen goede fietspaden met af en toe wat goed berijdbaar gravel of een zandpaadje. Ik hou vooral van afwisseling in de omgeving en dat is hier volop. Een mooie bomenrij, dan weer een slingerend pad tussen weilanden, een smal zandpad door het bos, een weg langs een akker met vergezicht, en gravel langs afgelegen kerkjes in het groen. Geen verveling. Dit is genieten, geluk op de fiets!

Een ‘verstopt’ gravelpaadje

In Jubbega rijd ik in het gezellige mini-centrum langs een viskraam. Het ruikt lekker, zal ik hier wat eten? Ik heb nog niet echt honger dus ik rijd door. Even later krijg ik spijt, want stiekem heb ik eigenlijk toch best trek in een bakje kibbeling. Ik zeg tegen mezelf dat er in het volgende dorp ook vast een viskraam staat, maar meteen zegt een stemmetje: “Jaja, nou, de kans op weer een viskraam is net zo groot als een tweede bordje ‘Jarig van der Wielen Wei’”. Het volgende dorp is Oldeberkoop. Een bakker! Voor een fietser ook een prima pleisterplaats. Ik koop een chocoladeroombroodje dat ik op een bankje bij de kerk opeet.

Mentaal dingetje

Het is vandaag een lange rit. Dat weet ik, want ik heb hem zelf gepland en weet de totaalafstand: 210km. Mijn sporthorloge legt mijn afgelegde route en afstand vast. Op mijn stuur zit mijn telefoon met enkel de route en het pijltje dat aangeeft waar ik ben. Ik weiger vanaf nu op mijn horloge te kijken om te zien hoever ik al heb gefietst. Dat gaat altijd tegenvallen is mijn ervaring. Ik ga dan rekenen hoever het nog is en ga de route dan verdelen in stukken. 85km is bijv naar mijn werk en terug. 100km is mijn vaste rondje Loosdrechtse plassen. Ik onderdruk de mentale drang om toch te kijken, ook als mijn horloge piept om aan te geven dat ik alweer 5 km verder ben en mij lonkt “kijk, kijk dan toch!”. Ik neem mij voor dat ik pas in Flevoland kijk, want dan heb ik ruim de helft afgelegd.

Het helpt, ik kijk veel meer rond en houd me niet bezig met afstanden. Ik zie wel en luister naar mijn benen. Dit voelt lekker. Als het te vermoeid voelt, ga ik gewoon langzamer fietsen. Als gevolg geniet ik oprecht van het fietsen en de omgeving.

Zandpaadje door het bos

Vanaf Wolvega volgt een fietspad langs de Linge (of Lenge op z’n Fries). Dit riviertje kronkelt door het landschap en vormt voor een deel de grens met Overijssel. Geen auto’s, alleen maar fietspad. Heerlijk in alle rust op m’n fiets. En de hele dag schijnt de zon! Het fietspad wordt even later een bredere weg. Er rijdt gelukkig weinig verkeer en het uitzicht en het slingerende dijkje blijven. Voor ik het weet moet ik afbuigen naar het zuiden. Hier houdt Friesland op en rijdt ik een klein stukje door Overijssel. Daarna ben ik al in Flevoland. Nou ja, de Noordoostpolder dan. “Almere is nog ver” denk ik. Leuke tekst voor op een T-shirt. Mijn horloge houd ik nog afgedekt onder mijn mouw.

Na Kuinre rijd ik de Noordoostpolder in. Ik volg eerst een aardig fietspad door een stukje bos. Feitelijk is dit uitstel van executie, want de NOP heeft veel, heel veel rechte wegen en daar is echt geen ontkomen aan. Toch heb ik bij het plannen nóg een kronkelig fietspad gevonden door een stukje mooie natuur, vlak boven Emmeloord: De Burchttocht. Via een park rijd ik Emmeloord in. 

Herrie

In het centrum van Emmeloord zoek ik naar een afhaalkoffietent. Die is er! Er staat een bord buiten met ‘afhalen’. Daar moet ik zijn. Ik zet mijn fiets tegen een bloembak op slot en merk nu pas dat er niet alleen een flinke beat met stevige bassen uit dit etablissement komt, maar dat ook iemand heeft bedacht om in de winkelstraat twintig meter verderop een draaiorgel aan te zwengelen. Niet mijn ding. Tot overmaat van ramp hoor ik dat de ‘beat’ uit het café van het Smartlap-genre is. Oók niet mijn ding. Deze overweldigende herrie wordt me teveel. Ik zie me al staan met koffie en gevulde koek in mijn handen, mezelf afvragend waar ik hier in ’s hemelsnaam rustig van mijn versnapering ga genieten. Ik bedenk me instantaan, haal mijn fiets weer van slot en vervolg mijn weg. Weg hier! Ik stop nog even bij de kerk verderop, maar er is geen bankje, geen koffie en teveel verkeer. 

In Nagele is het rustiger en hier eet ik wat. Ik besluit op mijn horloge te kijken. 155km gehad. Mijn brein begint meteen te ratelen “Dat is nog 55km te gaan…” en direct erachteraan: “Man, dat is nog twee uur fietsen!”. Het is maar goed dat ik niet eerder heb gekeken. Ik herinner mezelf er aan dat het de rest van de dag ook goed ging door gewoon rond te kijken en te genieten van het fietsen zelf. Dat moet hier toch ook lukken? Gewoon doen.

Herfst in Lelystad

Het is nog een relatief klein stuk naar de Ketelbrug (twee rechte stukken en een haakse bocht, typisch polderpatroontje) en dan volgt na de brug nog een heel leuk fietspad dat ik ken van mijn eerdere ritten: Piets pad. Een lieflijk gravel- en betonpad langs een sloot en weilanden, helemaal tot aan Lelystad. Helaas blijkt er halverwege Piets pad een bruggetje te liggen waarvan men blijkbaar heeft bedacht dat het té krakkemikkig is om overheen te fietsen en heeft men het afgesloten. Nu moet ik dus toch over het fietspad langs de doorgaande weg naar Lelystad. Rustig peddelend door wat woonwijken en bossen met mooie herfstkleuren ben ik even later voor het donker alweer thuis. 

Moe? Zeker! Voldaan? Absoluut! Ik ben de hele dag buiten geweest en heb mezelf prima vermaakt. Topdag.

Veilig je sportfiets parkeren

Na een kilometer of 70 is er meestal koffie met appelgebak. Gepland of toevallig kom je langs een leuke uitspanning waar je even kunt uitrusten op het terras of in de winter even op temperatuur kunt komen bij de open haard.

Maar waar laat je je dure racefiets of mountain bike? Over het algemeen heb je geen ‘brommerslot’ bij je om hem veilig vast te nagelen. Veel meer dan een Safeman of een Hiplok heb je niet bij je en niet alle uitbaters vinden het fijn dat je de fiets naast je op het terras zet.

Zou het daarom niet handig zijn als (wieler)cafés daar een oplossing voor konden bieden? De vraag is wat de beste oplossing zou kunnen zijn. Wij van FN! Geven een eerste aanzet.

Fietspaal met slot

Gedachte: Een sportfietsers wil 2 dingen;

  1. dat zijn fiets niet gejat wordt;
  2. dat zijn fiets niet beschadigd raakt door andere fietsen of een niet geschikte fietsenstalling.

Dus hoe doet de fietser dat thuis? Hij hangt zijn kostbare fiets aan de muur. Op basis van dat idee kun je denken aan fietspalen waar je de fiets kunt ophangen. Het systeem kan worden afgesloten met:

  • een geïntegreerd cijferslot waarvan de code door de fietser zelf is in te stellen;
  • een door de fietser zelf meegenomen hangslot, zodat hij alleen het hangslot maar mee hoeft te nemen.

Maar misschien is er nog een beter idee. Kun je er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat niemand de wielen uit je fiets haalt. Wat zou voor jou de ideale oplossing zijn om met een gerust hart je fiets bij een koffiestop te parkeren?

De Wereldfietser – Forum

De Wereldfietser is een vereniging van en voor fietsreizigers die degelijke informatie over het reizen op de fiets uitwisselt en hier voorlichting over geeft. Daarnaast brengen we contacten tot stand tussen fietsers in binnen- en buitenland, en we ondersteunen zo veel mogelijk de activiteiten van fietsreizigers.

Op deze website kun je diverse informatie vinden, onderverdeeld in fiets- en landeninformatie. Daarnaast hebben ze een uitgebreid forum, een interessant tijdschrift, en ze organiseren diverse activiteiten voor hun leden.