Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 7 (Chimay – Laon) [99km]

Mannen, je hebt er ook eigenlijk niets aan. Komen ze na 99 kilometer fietsen op de camping aan, bieden ze spontaan aan om naar de supermarkt te fietsen. “Ga jij maar lekker zitten schat, ik haal de boodschappen wel.” Het lijkt sympathiek en sociaal, totdat je er achter komt dat ze dat alleen maar aanbieden om de 100 vol te maken, zodat ze kunnen werken aan hun Eddington score.

Iedere zichzelf respecterende wielrenner heeft een Eddington score van 100+. Dat betekent kortweg dat je 100 ritten hebt gereden van minimaal 100 kilometer. Mijn Eddington score is een schamele 88. Deze schande probeer ik uiteraard zo snel mogelijk weg te poetsen, maar dat gaat nog wel even duren. Ik moet na vandaag nog 36 ritten van 100 kilometer maken.

Voor de route van Chimay naar Laon zijn nogal wat alternatieven en varianten. Dus hadden we gisteren wat keuzestress. Het origineel kent ‘maar’ 84km, maar heeft geen accommodatie, winkel of koffiestop onderweg en ging daarbij de laatste 20km door saai landschap.

Het alternatief had meer te bieden, zowel qua landschap als ravitaillering, maar is 14km langer. Dan kom je dus dicht tegen de 100km aan voor de dagafstand. Gezien de matige voorbereiding misschien niet helemaal verstandig. Een camping in Marle als uitwijkmogelijkheid op 75km deed ons besluiten toch voor het alternatief te gaan. Dan konden we in Marle wel beslissen of we door zouden rijden of niet.

Met het besluit in Marle om door te rijden, wordt deze etappe de koninginnerit van deze vakantie. Niet alleen qua aantal kilometers, maar ook gezien het typisch Noord-Franse glooiende landschap. Aan het einde van de dag bleken we 850 hoogtemeters te hebben gemaakt. Het is nog geen Zwitserland, maar we voelden ze wel.

Marle moet best een leuk plaatsje zijn, maar het ligt net zoals Laon op een heuvel. En heuvel is misschien niet eens een goed woord, want dat klinkt glooiend en geleidelijk. Dit is gewoon een puist in het landschap waarop ze vroeger met oog voor de veiligheid een nederzetting op hebben gebouwd. De weg steil omhoog naar het centrum van Marle wordt door ons, maar ook door de route, vermeden zodat we niet zullen weten hoe leuk Marle is.

De belofte van ravitaillering bleek loos. Alles wat maar in de buurt van een koffiestop kwam, was dicht. Vaak was deze status van permanente aard. Zo ook in Plomion, waar op zowel het restaurant als de lokale supermarkt een bordje ‘a vendre’ prijkte. Tussen Chimay en Marle is er dus ruim 70km niks. Gelukkig hadden we daar rekening mee gehouden en hadden we de lunch al meegenomen uit Chimay. Bij een vriendelijke vrouw in een voortuin hebben we gevraagd of we de bidons bij haar konden bijvullen en zij kwam met een heerlijke fles gekoeld water aan. ‘Merci’.

In Jeantes reden we langs een leuk exemplaar van een achtergebleven stationsgebouw. Die komen we regelmatig tegen. Frankrijk ligt vol met oude spoorlijntjes. Vaak worden deze omgetoverd tot fietspad, maar hier dus blijkbaar niet.

In Aulnois sous Laon hoef je niet bang te zijn de weg kwijt te raken. Aanwijzingen naar de verderop gelegen dorpen staan op de ‘Marie’ geschilderd.

Laon zie je van verre aankomen. Het landschap wordt steeds vlakker en het stadje steekt er met kop en schouders bovenuit. Het zorgt voor een mooie foto als we Laon naderen.

Na 99 kilometer bereiken we moe en verhit de camping. Vooral Madeleine heeft het even zwaar. Ik bied daarom – inlevend als ik ben – aan om de boodschappen te doen. Morgen een welkome rustdag.

Laon

De stad is een van de vele in Noordwest-Europa met de Romeins-Gallische naam Lugdunum (heuvel, hof, hoogte, vesting, gewijd aan de Keltischegod Lugh). Laon werd al voor de middeleeuwen als vestingstad door Galliërs gebouwd op een alleenstaande heuvel in Thiérache. Het werd in de 5e eeuw door toedoen van Remigius van Reims een bisschopszetel. Al sinds 580 (stichting van de Sint-Vincentiusabdij, vanaf de 10e eeuw benedictijns) en 641 (stichting van het benedictijner klooster gewijd aan Johannes de Doper) had het christendom hier belangrijke bolwerken. Laon was in de Karolingische tijd de koninklijke residentie. In de oude stad binnen de vesting staan de gebouwen uit de middeleeuwen nog; de 12e eeuw was een tijd van voorspoed en nieuwbouw. In de 11e en 12e eeuw kreeg Laon een belangrijke theologische school. Een van de belangrijkste geleerden was in die tijd Anselmus van Laon. Tot en met de 14e eeuw was de macht in de stad verdeeld tussen de koning, de bisschop, het kapittel van de kathedraal en de rijke koopliedenstand. In 1111 kwam het tot een uitbarsting toen de bisschop, tegen eerdere afspraken met de burgerij, extra belastingen hief. Hij werd opgejaagd, verstopte zich in een vat, werd ontdekt en op Palmzondag 1111 omgebracht. Daarna was het een eeuw lang relatief vrij rustig in Laon. In de 12e eeuw werd de stad geheel ommuurd. De bepaald pompeuze Kathedraal van Laon werd vanaf 1155 gebouwd, nadat zijn romaanse voorganger was afgebrand. Door zijn plaats op de vesting, is deze kathedraal het opvallende kenmerk van Laon geweest. Halverwege de 13e eeuw zou de stad circa 10.000 inwoners hebben gehad, van wie 2/3 in de bovenstad leefden. Daarmee was Laon een voor die tijd grote stad.

In de 14e eeuw woonde Guillaume de Harcigny, de in die tijd beroemdste arts van Frankrijk in Laon. Hij was hofarts van koning Karel VI van Frankrijk.

De Honderdjarige Oorlog ging niet onopgemerkt aan deze vestingstad voorbij. In 1358 probeerde de bisschop van de stad Laon aan het koninkrijk Navarra uit te leveren. Het complot werd ontdekt en de schuldigen werden onthoofd. In 1359 werd de stad door de Engelsen aangevallen. De aanval werd afgeslagen, maar de stad liep zware schade op. Onder andere de Sint-Vincentsabdij – met haar beroemde bibliotheek – ging in vlammen op. In 1373 was er weer een mislukte Engelse aanval op Laon, ditmaal door Jan van Genthertog van Lancaster. In 1411 werd de stad veroverd door het Hertogdom Bourgondië onder Jan zonder Vrees. Drie jaar later werd Laon heroverd door de Fransen onder Karel VI. In 1418werd de stad weer door de Bourgondiërs ingenomen, wier hertog Filips de Goede haar een jaar later aan de Engelsen overdroeg. Pas in het jaar 1429 kwam Laon definitief aan Frankrijk.

In de tijd van de Hugenotenoorlogen was de stad op de hand van de Heilige Liga van 1576, dus katholiek. Ze werd met succes door Spanjaarden verdedigd tegen diverse protestantse aanvallen. In de late 16e en de 17e eeuw vond weer een stadsvernieuwing plaats; er werden opvallend veel eenvoudige, hoge, dicht op elkaar staande huizen gebouwd, deels met houten gevels. Van deze oude huizen staat er vrijwel niet één meer overeind.

In 1692 liep Laon forse schade op door een aardbeving.

In 1814 vond bij Laon een veldslag plaats tussen het Franse leger van Napoleon Bonaparte en een Russisch-Pruisisch coalitieleger. Dit laatste behaalde de overwinning.

Op 9 september 1870 was er tijdens de Frans-Duitse Oorlog een tragisch incident. Franse troepen in de stad capituleerden voor de Duitsers. Een deel van de Franse soldaten was het hier niet mee eens en blies dicht bij de plaats waar de capitulatie werd ondertekend, een voorraad buskruit op. Hierbij kwamen honderden mensen, ook Franse en Duitse soldaten, om het leven. De verantwoordelijken werden door de Duitse bezettingstroepen gearresteerd en met de kogel terechtgesteld.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog was Laon van 2 september 1914 tot 13 oktober 1918 door Duitse troepen bezet. In de stad was een van de belangrijkste Duitse hoofdkwartieren gevestigd.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 5 (Namen – Dinant) [31km]

De oevers van de Maas vormen een welkome afwisseling op de kaarsrechte spoorlijntjes van gisteren. En er was direct ook meer te zien langs de route. Even stoppen voor de traditionele ‘fiets voor bezienswaardigheid’ foto en met name de vele huizen in ‘haunted horror house’ stijl hadden onze aandacht. We wilden uiteraard een foto nemen van een treffend exemplaar, maar er mankeerde steeds wat aan. Te mooi, geen torentje, te nieuw of de steen niet grijs genoeg. Dus eindigden we met helemaal geen foto.

De hele etappe was niet meer dan 30 kilometer en dat alleen nog maar omdat we de camping voorbij zijn gereden om eerst Dinant te bezoeken. Een druk toeristisch stadje aan de Maas met leuk gekleurde huisjes en een onooglijke kerk met een citadel erboven. Het contrast tussen de liefelijke huisjes langs de Maas en deze 2 grijze kolossen is treffend. Ook honderden jaren geleden was er blijkbaar in België geen welstandscommissie.

Dinant is natuurlijk ook de stad van Adolphe Sax. De man aan wie de Saxofoon zijn naam dankt. Een beetje toeristisch stadje buit dat natuurlijk uit en dus stonden er overal grote beschilderde saxofoons. Maar het is ook de reden dat Dinant nog elk jaar een jazz festival huisvest. Uiteraard weer niet als wij er zijn.

De muziek die er wel was, kwam van een straatmuzikant met een versterkte akoestische gitaar, een beatbox en een microfoon. Madeleine had uitgevonden dat ze bij Solbrun de beste crêpes van Dinant serveerden. Dus wij hadden amper een tafel op het terras van Solbrun bemachtigd, toen Assurancetourix van wal stak. En hij beheerste het spel beter dan zijn zang. Keurig 3 nummers in 3 verschillende talen en dan langs de tafels voor een bijdrage.

Luister hier naar een fragment van onze bard

De crêpes smaakten er niet minder om. Als je ooit in Dinant bent, dan kan ik je zeker Solbrun aanraden.

Maar waar we natuurlijk echt voor kwamen was Maison de Leffe. Speciaal hiervoor had Madeleine maar een halve etappe ingepland. Dat stelde mij in staat om de geschiedenis achter het bekende bier op te snuiven. En natuurlijk weet je dat AB InBev haar parel niet te grabbel gooit en er dus een gelikt ‘museum’ is met proeverij en een Leffe glas als aandenken. Lekker handig op fietsvakantie. Toch is het een bezoekje waard als je in de buurt bent.

Leffe

Onze geschiedenis vindt haar oorsprong in Notre-Dame de Leffe, een abdij van Norbertijner kanunniken die in 1152 werd gesticht. De Norbertijnen leven, net zoals monniken, in gemeenschap en volgens bepaalde regels. De kanunniken hebben echter een erg open blik op de wereld en engageren zich graag voor de mensen rondom hen. Daarom stonden de Norbertijnen sinds de stichting van de abdij bekend om de bijzondere aandacht die ze besteedden aan het onthaal van gasten en pelgrims.

Voor de talrijke pelgrims die de abdij passeerden, stond de deur altijd open… maar dat niet alleen.

1240

Vanaf 1240 brouwden de kanunniken bier in Leffe. De gasten en passanten konden hun dorst lessen met een gezond en verfrissend drankje. Het was ook een moeilijke periode: de talrijke epidemieën die het Europees grondgebied in die tijd teisterden, maakten het drinkwater onveilig. Gelukkig kwam er een ideale oplossing naar voren: het brouwen van bier. Tijdens het brouwproces doodde de kooktemperatuur namelijk de microben, waardoor bier wel veilig werd om te drinken. De kwaliteit van het water is met de eeuwen heen sterk verbeterd, maar het brouwen van bier is gebleven, ook bij de Norbertijnen in Leffe.

1929

Na de gebeurtenissen tijdens de Franse revolutie lag het religieuze leven even stil. Dit gold ook voor de Leffe abdij, die bovendien in het begin van de achttiende eeuw meermaals werd verwoest. In 1902 kwam de abdij tijdelijk terug in handen van Norbertijner kanunniken uit Frankrijk. Zij hebben de kerk en de abdij heropgebouwd. In 1929 werd de abdij van Tongerlo door een brand verwoest, waardoor de geestelijken uit de Kempen werden ondergebracht in de Leffe abdij. Na de heropbouw van de abdij in Tongerlo werd er beslist dat een deel van de kanunniken definitief in Leffe zouden blijven.

1952

In 1952 besloten vader-abt Nys en brouwer Albert Lootvoet de brouwtraditie van de abdij nieuw leven in te blazen. Door de jaren heen is er een uitgebreid assortiment van Leffe-bieren geboren en aan bierliefhebbers geserveerd.

De camping van vandaag is er weer een om in te lijsten. Het is weer een reis in de tijd. Douchen met een jeton en je eigen toiletpapier meenemen als je moet. De camping vormt een harmonieus geheel met haar vervallen omgeving. We staan wel met uitzicht over de Maas. Het uitzicht waar in vervlogen tijden de rijken per trein naartoe reisden om zo tot rust komen in een van de luxueuze hotels langs de rivier. Lang vervlogen tijden.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 4 (Diest – Namen) [76km]

De wekker wekte ons vanochtend ruw uit onze slaap. Te korte slaap. De trekkershut was gisteren in de zon zo opgewarmd dat wij de gehele nacht nog konden genieten van een sauna. Tel daar het met plastic beklede matras bij op, de terreur van een militante mug en dan heb je alle ingrediënten voor een zweterige en slapeloze nacht.

Het tekort aan nachtrust hielp niet om onze eigen domme fout soepel te incasseren. Welke dag is het vandaag? 15 augustus en in alle Paus adorende landen is het dan Maria ten Hemelvaart. En ook in België betekent dat: winkels en veel restaurants zijn dicht vandaag en de spoorwegen rijden een zondagsdienst. Vrij onhandig als je op de stoep van de supermarkt staat om een heerlijk ontbijtje te scoren. Helaas pindakaas. Er zat niets anders op dan de tanden in een paar dagen oude, al niet de allerlekkerste, krentenbollen van de Jumbo te zetten die nog in de voorraadtas zwierven. Eerlijk zullen we alles delen, ieder twee krentenbollen en fietsen maar.

Hoewel atheïstisch en niet belijdend hebben we er de nodige schietgebedjes en weesgegroetjes op losgelaten voor een oplossing om het ontbijt aan te vullen en ons van lunch te voorzien. Weet niet of het door Maria kwam omdat het haar feestdag is maar ineens was daar in Budingen aan de route een Spar Express die open was en voorzien van lekker vers brood. Een mirakel! Je zou er warempel nog in gaan geloven.

Met een aanvulling in de maag en voldoende proviand in de tas trapten wij door. De route van Diest tot aan Tienen trapten we redelijk makkelijk weg. Er was voldoende te zien en het was afwisselend.

Na Tienen belandden wij op de RAVel 2, een fietspad over een oude spoorbedding. Dat is ontzettend makkelijk fietsen want het is geasfalteerd en stijgt niet meer dan 2,5%. Maar het is ook wel een beetje saai om 40 kilometer vooral rechtuit te fietsen zonder bochten. Het fietspad heeft vaak ook begroeiing aan beide kanten, dus er valt niet zo veel te zien. Gelukkig gaat deze Belgische variant wel door dorpen in tegenstelling tot de Franse versie. De moeheid na een korte nacht maakte dat het wegtikken van de kilometers niet zo soepel ging. Inmiddels waren wij ook de taalgrens over gegaan. Dat Geldenaken dan ineens Jodoinge heet landde dan ook niet direct. Enigszins mentaal geëmigreerd trapten wij door, 100.000 kruisingen en dito hekjes passerend. En toen kwam Namen in zicht. Een heerlijke lange afdaling viel ons ten deel. Kijk daar wordt de moeie mens vrolijk van.

‘Elk nadeel heb zijn voordeel’. Zelfs de Walen repareren soms de weg. Een stukje RAVeL was in onderhoud en dat leidt dan tot een ‘deviation’ over weggetjes die ze beter eerst hadden kunnen aanpakken. Maar door deze omleiding kwamen we wel door het meest belangrijke dorp van België.

Eén van de meest belangrijke dorpen van België

Namen laat zich niet direct omschrijven als een rijk ogend stadje. Op zoek naar een supermarkt met koude cola werd ik verschillende keren aangeschoten door mannen die geld nodig hadden. Een volle fles Vodka was ook goed. Richting het station zijn nog verschillende pandjes te vinden waar de gevel vanaf de eerste verdieping nog in oorspronkelijke staat is. Veelal uit het Art Nouveau tijdperk. De winkels daaronder zijn al in de jaren 60 of 70 ‘glad’ getrokken. Helaas bedoel ik met originele staat ook dat er sinds de bouw niet of nauwelijks iets is gedaan aan onderhoud. Funda omschrijft dat als ‘Authentiek met vele originele details’, Dan weet je dat je een sloophuis koopt.

Het hotel dat we hebben in Namen is meer een B&B, maar dan zonder de laatste B. Een simpele studentikoze kamer met scheefhangende gordijnen en ramen die niet meer open of dicht gaan. Het kost weinig en je zit midden in het centrum rustig in het achterhuis van een wederom vervallen pand. Dus voor de gemiddelde vakantiefietser een prima plek om te landen als er geen camping voorhanden is.

Omdat er ooit iemand ons aller Maria de hemel in heeft geholpen, is het vandaag een beetje zoeken naar een restaurant. Na onze supermarkt ervaring in Diest waren we hier al een beetje bang voor en waren we voorbereid op een close encounter met de Pizza Hut. Die is er niet gekomen, want er bleek in de puurt nog een ‘Italiaans’ restaurant open te zijn. Of de pizza beter was, weet ik eigenlijk niet, maar het bier was goed.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 3 (Borkel – Diest) [69km]

In het Diester Begijnhof ontmoette wij de voormalige tandarts van het plaatsje die druk doende was een randje groen tegenover zijn huis te onderhouden. Hij vroeg waar we vandaan kwamen, maar het was hem allang duidelijk dat het om ‘Hollanders’ ging. Ons antwoord was alsof je er een kwartje ingooide. Met passie en plezier begon hij stukken geschiedenis van zijn Diest naar boven te halen. Over het Begijnhof natuurlijk, maar ook over de graanmarkt waar vroeger zijn praktijk had gezeten. Hij bejubelde de Nederlandse kruisheren die zeer lange tijd het plaatsje bedolven hadden onder hun goedaadigheid en hij noemde Philips Willem die hier als lid van de Oranjes begraven ligt. Nadat hij zich voor de vijf of zesde keer verontschuldigd had voor alle informatie die hij over ons uitstortte, namen we afscheid van de gewezen tandarts. Leuke mensen, die Belgen.

Het straatje in het Begijnhof waar we de tndarts ontmoeten

Rond een uur of zeven werden we wakker van het geluid van een bezinebrander die overuren stond te maken. Gisteren was er nog een gezin op de fiets op de camping aangekomen en die gingen er blijkbaar vroeg vandoor. Moet ook wel, want ze wilden aanstaande vrijdag in Parijs zijn. Dat is dan even doortrappen. Wij doen het deze vakantie wat rustiger aan en zetten de wekker op half acht. Meestal halen we dat niet aangezien we heel vroeg gaan slapen en Madeleine wakker wordt van de mijn-rug-wil-niet-meer-op-dit-matje-liggen-wekker.

Het ontbijt is wel eens van hogere kwaliteit geweest. Oud brood met voorverpakte kaas, waarbij niet meer duidelijk is of de verpakking er af is of niet en 2 krentenbollen, weggespoeld met oploskoffie die ik nog over had van vorig jaar. Een beter campinggevoel kun je niet krijgen. Nog voor het gezin met de vele kilometers voor de boeg verlieten we de camping. Op weg naar Diest.

Ik weet niet of het fenomeen nog bestaat, maar als de grenspalen challenge nog in leven is, dan heb ik er weer eentje bij.

Nu wordt mij wel eens verweten dat ik sommige verhalen wat aandik. Jort noemt dat ‘piratenverhalen’. Maar de Limburgers aan de andere kant van de grens kunnen er ook wat van. Zo wordt leuk fietsen over een oud spoorlijntje in een keer een ‘Limburgs Fietsparadijs’. Wel deze Adam en Eva vinden spoorlijntjes vrij snel saai en plukken graag hun appeltje langs wat bochtige landweggetjes of in een mooi bos. Gelukkig had Paul Benjaminse goed op tijd door dat hij niet de hele route in een rechte lijn kon laten lopen en sloegen we rechtsaf een kronkelig landweggetje op.

Het landweggetje werd al snel gevolgd door een bos. Maar zoals zoveel donkere bossen, is dit bos niet zonder gevaar. Als je het fietspad verlaat, kan er op je gejaagd worden. Een snelle plaspauze kan zo catastrofale gevolgen hebben.

Bij Beringen rijden we langs het Mijnmuseum. Leuk en interessant om te bekijken, maar een beetje te veel en te groot om dat op een fietsdag te doen. Dat moet maar een keer als we een lang weekendje Eindhoven doen.

Het is nog relatief vroeg als we het einde van de etappe naderen en we besluiten eerst Diest te veroveren, voordat we onze trekkershut opzoeken. Er is helaas geen camping op befietsbare afstand van Diest maar het Provinciaal Domein verhuurt 2 trekkershutten. Reserveren is in Augustus wel aan te raden.

In Diest gaan we eigenlijk direct voor het Begijnhof. Door Paul Benjaminse beschreven als een van de mooiste en meest authentieke exemplaren van België. En inderdaad, het is een plaatje. Het Begijnhof is wel anders dan die ik ken uit Nederland. Van een hofje mag je hier zeker niet spreken. Met een grote witte kerk in het midden en dan omzoomd met toch wel hoge gebouwen. Een van de gebouwen is uit 1662 en 3 verdiepingen hoog. Dat was in die tijd gewoon een flat.

We gaan straks voor de avondetappe naar de Grote Markt in Diest. Kijken of ik daar het eerste biertje van de vakantie kan scoren.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 2 (Megen – Borkel) [88km]

Zijtaart. Ik verwacht niet dat je direct opveert met een ‘oh ja’. Ik verwacht niet dat je weet wat het is, waar het is of hoe het ooit is gekomen. Het is een niet al te opzichtig plaatsje nabij Veghel met een grote kerk een oude pastorie me vernuftig weggewerkte rolluiken en een WTC Zijtaart met leden die na afloop van de rit meer bier drinken dan dat er ooit in hun bidon heeft gepast. In zijn geheel niet echt noemenswaardig, waar het niet dat de brug vanuit Veghel naar Zijtaart was afgesloten. Het zoeken naar een alternatief en het de omleiding die daarop volgde kostte ons ongeveer 10 kilometer extra. We begrijpen inmiddels waarom de plaats VegHEL heet.

En de dag was nog we zo goed begonnen. We hadden prima geslapen en we hadden een ontbijtje bij de camping geregeld. Best handig zo op zondagochtend. Toch een beetje ‘glamping’ op het natuurkampeerterrein.

Het doel van vandaag was om in Eindhoven aansluiting op de officiële route te krijgen. Tot daar was de route blijkbaar nog wat beperkt, want pas vanaf Eindhoven kun je onbegrensd fietsen naar Parijs. Dat ik een route had gepland die ons zo snel mogelijk in Eindhoven bracht, bleek al snel. Een beetje saai en vrij veel fietspad lang de weg. Maar zeker geen klaagzang. Met een licht briesje tegen en af en toe een faal zonnetje was het uitstekend fietsweer. Niet te warm, niet te koud. Af en toe een vleugje varkensstal of de dieselwalm van een antieke trekker. Het voordeel van dit boerenland is dat het er allerminst druk is. Weinig fietsers of ander verkeer, dus dit was meer het stukje ‘Onbezorgd fietsen naar Parijs’.

Bij Son en Breugel moest Madeleine even op de foto met haar naamplaatje. Eigenlijk had Jort erbij moeten staan voor ‘Son and Breugel’.

Door onze detour in VegHEL was ons lunchschema ook wat in de war geraakt. Van de weeromstuit hadden we in Zijtaart alvast maar koffie met appeltaart gepakt, hoewel dat volgens de eerste wet van Jaap pas mag boven de 100km. Ik ga het hem niet vertellen. In Son en Breugel hebben we pas de lunch in kunnen kopen en die hebben we op de campus van de TU Eindhoven soldaat gemaakt. De campus ligt vlak achter het Centraal Station van Eindhoven, dus zo rond 2 uur hadden we het doel van de dag gehaald. We zijn bij de start.

Al snel bleek dat ze het in Eindhoven wel begrepen hebben. Er loopt in ieder geval Noord-Zuid een snelfietspad de stad in en ook weer uit. Te herkennen aan het rode asfalt en de ‘S’ in de middenstreep. Elk voordeel moet zijn nadeel hebben, dus ook hier. Racefietsers en elektrische fietsen minderen nauwelijks vaart op dit pad, terwijl ze toch gewoon door een drukke stad rijden.

Na Eindhoven bleek ook maar weer eens waarom je beter een route van Paul Benjaminse kan volgen dan een van Marc Zijlstra. Gelijk reden we een oud spoorlijntje op en bracht een mooi natuurgebied ons bijna tot in Borkel. Alleen nog even het dorpje door wat meer horeca heeft dan heel Almere-Buiten om bij de camping te komen.

Camping ‘De Kapel’ is een eenvoudige maar verder uitstekende camping. Geen broodjesservice, geen receptie of supermarktje, maar we rust en ruimte en een douche voor 50 cent.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 6 (Dinant – Chimay) [66km]

Paradijsvogels, zottekoppen en levensgenieters. Op een fietsvakantie kom je vaak meer tegen dan dat er in 1 ‘showroom’ passen. Gisteravond had Madeleine iets te diep in het Cola Zero glaasje gekeken, waardoor zij midden in de nacht een tocht naar het toiletgebouw moest ondernemen. Daar vond zij op de grond voor een toiletpot een laveloze vrouw. Toch maar even checken of alles okay was. Na wat geschut aan de haar voeten, kreeg ze haar aandacht. ‘Je suis malade’ was haar relaas. En als ze dat niet was, dan werd ze dat vanzelf wel gezien de vloer hygiëne op deze camping.

Het eerste deel van de route voert lans de Maas en is lang niet verkeerd. Het is weliswaar bewolkt, maar de temperatuur is prima en er is genoeg te zien. Niet alles is mooi, maar ook minder mooie dingen kunnen best interessant zijn. Mijn oog viel op een oud salonbootje voor een landhuis.

Een paar keer staken we de Maas over. Een pontje dat Madeleine voorzien had was pas vanaf 10 uur in de vaart en dus staken we over bij een van de vele ‘ecluses’ die dit deel van de Maas kent.

Terwijl ik de oversteek aan he filmen was, hoorde ik van achteren ‘doorrijden!’. Niet alle planken zaten meer op z’n plek en Madeleine had weinig vertrouwen in het Waalse keurmerk voor bruggen en sluizen.

Best abrupt verlieten we de Maas en vervolgden we onze weg over een – driemaal raden – omgetoverd spoorlijntje ‘all the way to Chimay’. We hebben inmiddels een best spoorfobie opgelopen. Natuurlijk is het mooi dat overheden veel tijd, geld en energie steken in het aanleggen van dit soort paden en natuurlijk is het makkelijk fietsen, maar het is ook wel saai om kilometers lang rechtuit te fietsen met als enige afleiding een hek of een paal om te waarschuwen dat er een kruising volgt.

Geluncht hebben we in Mariënbourg. Daar kunnen we kort over zijn. Als je er nooit geweest bent, houden zo. Niets te beleven anders dan een vriendelijke vrouw in een ouderwetse kruidenierswinkel.

Even na 1 uur denderen we Chimay al binnen. We doen boodschappen bij onze favoriete supermarktketen en glijden via het spoorlijnfietspad zo naar de camping. De lucht trekt langzaam open en de zon laat zich zien. Niet dat het rot weer was, maar zelfs de wolken wijken nu wat en laten wat zonnestraaltjes door.

Na het douchen is het tijd voor het hoogtepunt van de dag. Een bezoek aan het terras in Chimay waar je alle kleuren van de regenboog aan Chimay kunt drinken. Ik kies eerst voor een Dorée en dan voor een blauwe. ‘Whatever Chimay holds for me’.

Chimay Brouwerij

Er zijn slechts 14 abdijen wereldwijd, waarvan 6 in België, die authentieke trappistenbieren met het label “trappist” mogen brouwen. Chimay is daar één van. De trappistenbieren worden nog gebrouwen volgens de regels voor hoge kwaliteit van deze eeuwenoude brouwtradities.

In 1850 vestigde een tiental monniken van Westvleteren zich op het plateau van Scourmont om te doen wat ze tot op de dag van vandaag nog steeds doen: “de regio rond Chimay helpen”.

Om deze taak te volbrengen, besloten ze om een bier te produceren op basis van het water dat ze in overvloed konden halen uit de natuur van deze moerasachtige plateaus. Enkele jaren later openden ze de kaasmakerij…In deze prachtige regio kan u genieten van een ware ontdekkingstocht, maar ook van ontspannende momenten of momenten van pure rust op het binnenplein of in de tuinen en de kerk van de abdij.

Apeldoorn – Parijs ~ Etappe 1 (Apeldoorn – Megen) [73km]

“We wachten nog wel een uurtje.” We zouden om tien uur vertrekken, maar Buienradar overtuigt ons het vertrek uit te stellen. Prima keus, want als we daadwerkelijk in Apeldoorn de voordeur achter ons dichtrekken, miezert het nog wat, maar de echte dikke druppels zijn overgewaaid.

Het blijft voor ons altijd speciaal om vanuit huis ergens naartoe te fietsen. Ik vind het moeilijk te beschrijven wat dat precies is, maar het voelt altijd goed.

Het eerste stopje is Ugchelen. Daar leveren we de huissleutel in zoals je dat doet na je wintersport met de sleutel van je chalet. Jaap kijkt met enige verbazing naar mijn outfit. Een helm met een pet eronder een oranje sportbril met een inzetbrilletje een kek regenjack een MTB kortebroek en een paar fietsschoenen met daaroverheen overschoenen. Ik vroeg hem of hij verkering met me wilde, maar dat sloeg hij beleefd af.

Wat is de Veluwe toch mooi. Zelfs als het niet eens zo bijzonder weer is. Wij houden van bossen en die heb je hier voldoende, maar de afwisseling met de heidevelden en af en toe een dorpje maakt het compleet. Wat ook meehelpt is dat het hier glooit. Dat is misschien wat zwaarder fietsen, maar het geeft meer elan aan de omgeving.

“Ik ruik een piekbelaster”, klonk het plots achter mijn rug. En inderdaad, de stikstof gierde door onze neuzen en de ammonia drong diep door in de linker hersenkwab. We zagen bij elke omwenteling van onze pedalen de brandnetels en bramen centimeters groeien door de stikstof emissie. Toch apart dat je die lucht nu direct associeert met klimaatverandering. Vroeger rook het gewoon naar koeienstront.

Onder Ede verlaten we de Veluwe en wisselen de beboste heuvels in voor het rivierenlandschap. Het land van Rijn, Waal en Maas. Voor de afwisseling zeker goed. Dat is ook het mooie van Nederland. Iedere 100 kilometer weer een ander type landschap. Het verassende aan dit deel van Nederland is dat je eigenlijk door wat saai ogend boerenlandschap rijdt en dan opeens kasteeltjes, landhuizen en oude steenfabrieken tegenkomt.

Het is de dag van de drie pontjes. Je kunt natuurlijk een brug in het routeplan gooien, maar pontjes zijn altijd leuker. Zeker omdat de brug van de A50 de meest logische keuze zou zijn.

Op het eerste pontje kwam ik aan de praat met een mountainbiker die geïnteresseerd naar onze fietsen keek. Het is altijd leuk als er iemand geïnteresseerd naar je fiets kijkt. Tenzij hij van plan is hem ‘gratis’ van je over te nemen natuurlijk. Nu zijn onze fietsen al meer dan 10 jaar oud en hebben ze geen van de moderne snufjes waarmee de nieuwe modellen zijn uitgerust. Geen Pinion, geen bandaandrijving en zelfs geen schijfremmen. Toch ziet er blijkbaar indrukwekkend uit als je een fiets volhangt met tassen en er wat modder opspettert.

De blikken die je krijgt wisselen. De een kijkt met een blik van “Mijn hemel, mij niet gezien”, de ander kijkt meer als “Zou ik ook wel willen in plaats van mijn stacaravan in EuroParc”. En soms, maar steeds minder de blik “Ach, wat stoer dat ze zelfs als ze geen geld hebben toch op vakantie gaan.”

Onze landingsplek voor vanavond is Megen. Natuurkampeerterrein de Maasakker om precies te zijn. Een leuk klein campinkje met veel tentjes en trekkers. En dus met uitzicht over de Maasakkers en de toren van Appeltern.

Ons veldje staat vol, maar al onze buren besluiten uit eten te gaan, dus we hebben het rijk voor ons alleen. De campingeigenaar heeft het echt begrepen, want er staan 2 picknickbanken voor ons klaar. We beginnen de vakantie met ons groentepotje van spekjes, uit, paprika, champignons, mais en per ongeluk een beetje lokaal gras, maar dat weet Madeleine niet. We kunnen in een heerlijk avondzonnetje genieten van ons campingvoer. Uiteraard hebben we er weer lauwe cola bij om het weg te spoelen.

Ovale de Suisse Etappe 14 (Brugg – Aarburg)

Dit blogje komt 3 dagen nadat etappe 14 verreden is, als mosterd na de maaltijd. Maar anders is de ovaal niet rond.

De uiteindelijke ‘Ovale de Suisse’

De laatste dag begon met een niet overdreven luxe ontbijt in het Continental Tower hotel in Brugg. Gelukkig stonden er maar een 42 kilometer etappe op het programma, dus dat we niet helemaal afgevuld aan de start stonden, kon ons niet deren.

Doorkijkje onder de spoorbrug bij Brugg

Na 4 kilometer fietsen, toen we Brugg net achter ons hadden gelaten, werd Madeleine gebeld door het hotel. Of wij de sleutel van het ‘Velo Raum’ nog hadden. Grappig, in Zwitserland heet een ‘Fahrad’ een ‘Velo’. Ja dus, ik had de sleutel nog in mijn broekzak zitten en dus mochten we terug. Zo kwamen er dus ongewild 8 kilometer meer op de teller.

Nog voordat we het punt weer hadden bereikt waar Madeleine gebeld werd, lag dezelfde Madeleine tegen de vlakte. Een steil afdelinkje op gravel met een tegenhangende bocht deed haar de das om. Gek genoeg was ze er de eerste keer zonder kleerscheuren naar beneden gekomen. Nu leverde het een paar mooie ‘oorlogsverwondingen’ op. De Belg zou zeggen : ‘een val zonder erg’. Toch bleek het wel fijn dat ze handschoentjes aanhad. Anders hadden haar handen aardig opengelegen.

Fietspad langs de Aare

We reden langs de Aare over een heel aardig pad. Voor de verandering was de rivier te zien en dat maakt het wel een stuk leuker.

We hadden bedacht dat we de etappe wel in de ochtend konden rijden en we roken een beetje de stal. Dus scheurden we door Aarau en Olten, zonder te willen ontdekken welk moois die plaatsen te bieden hebben. Dat is wel zonde, maar herkenbaar van onze laatste fietsdagen.

Kerkje en klooster van Aarburg

Bij Aarburg toch nog even gestopt om een foto van kerk plus klooster/burcht te maken. We verlieten de Mittellandroute richting auto. Deze hadden we achtergelaten op de parkeerplaats van voetbalclub FC Oftringen. Het is altijd weer spannend of de auto er nog staat en in welke staat hij dan verkeerd. Misschien was hij wel weggesleept of zat er een dikke Zwitserse bon onder de ruitenwisser. Parkeren in Zwitserland is zelden gratis. Op de meest vreemde plekken kom je parkeermeters tegen.

De auto stond er nog, had geen bon of wielklem en er was geen ruitje ingetikt. Er zat wat vogelpoep op de voorruit, dat was alles. Toch licht opgelucht haalden we de spullen van de fiets en laden we alles in en op de auto.

We hadden bedacht bij De Coop te laden en dan tijdens het laden de lunch te regelen. Zal je net zien dat mijn laadpas het bij deze snellader niet doet. Er zat gelukkig nog 220 kilometer in de batterij, dus snel wat broodjes gescoord bij de Coop en op weg naar huis.

Ovale de Suisse Etappe 13 (Wildberg – Brugg)

De ene dag willen de benen beter dan de andere dag. Vandaag was voor mij een andere dag. Gelukkig was de etappe niet zo zwaar en leuker dan verwacht.

We zaten om acht uur al op de fiets. Dat kwam omdat er geen broodjes op de camping waren en al zeker niet op 1 augustus. Madeleine had gezien dat er een VOLG supermarkt open moest zijn in een volgend dorp. En dus hadden besloten met lege maag de afdaling te doen en een klein stukje langs de rivier de Töss te paddelen tot we in Rikon brood konden scoren. Helaas was de VOLG van Madeleine toch ook dicht. De Zwitserse (tank)stations hebben echter ingespeeld op de gebrekkige openingstijden van winkels. Bij een trein- of pompstation is vaak een winkeltje met een alleraardigst assortiment van broodnodige artikelen. Vlakbij zat een tankstation met brood, croissants en heerlijke sinaasappelsap.

Bij het ontbijtbankje kwamen we een Beienweide tegen. Nu is de term ’weide’ wat forst aangezet, maar de bewoners proberen toch wat te doen voor onze ’Maja’.

Bienenweide voor Maja

De route beloofde door industrieel gebied te gaan met als hoogtepunt het vliegveld. Dat is dan Kloten. We hadden dus niet al te hoge verwachtingen van het landschappelijk schoon van deze etappe, maar het viel heel erg mee. Natuurlijk was het vliegveld niet mooi en vroegen we ons af welke routebouwer het een goed idee had gevonden om een langeafstandsroute langs een vliegveld te leggen. Maar de industrie viel mee en de lelijke stukjes waren maar kort. Voor de rest een heel aardige route door liefelijk heuvellandschap.

Opstijgende vliegtuig bij Kloten

Wat al eerder was opgevallen is het groot aantal roofvogels dat boven het land cirkelt. Boeren lijken ook speciale palen op het land te hebben gezet waar de vogels op kunnen zitten. Dus ze zullen zo hun nut hebben. In Nederland zie je ze tegenwoordig ook regelmatig, maar nog niet zoveel als in Zwitserland.

Veel roofvogels onderweg

Er zitten wat felle klimmetjes in het parcours, waarvan er een van 17%. Dat vinden mijn slechte benen allerminst aardig. Het gaat allemaal wel, maar niet fluitend. Gelukkig zijn de beklimmingen kort.

Het stadje Baden is dan weer heel leuk. Je komt binnen door een poort die overgaat in een houten brug over de Limmat. Daarna krijg je een klimmetje door de oude stad. Op slentertempo langs leuke winkeltjes, niet verkeerd.

Toegangspoort van Baden
Binnenkomst in Baden

Voor Baden hadden we nog een stopje gemaakt omdat ons lijf schreeuwde om een koud Colaatje. Nietsvermoedend crashte we een 1 augustus feest met veel baksels en cider. Ik werd naar mijn polsbadje gevraagd. Je weet wel, zo’n Alanya all inclusive marker, waaraan je kunt zien dat je te besodemieterd bent om zelf je restaurant uit te zoeken. Zo’n bandje had ik niet. Na wat uitleg begreep de dame dat ik niet kwam voor haar baksels, maar alleen voor een koud Colaatje. Die kon ik dan wel bestellen aan de bar. Probleem opgelost.

1 augustus party crash

Het landschap en de omgeving bleef ons positief verrassen tot in Brugg aan toe. Daar de keuze niet op de naturistencamping was gevallen, maar op een hotel, zitten we nu in een steriele overnachtingsdoos, waarvan het restaurant dicht is vanwege 1 augustus. Gelukkig heeft Madeleine een Ialiaan bereid gevonden open te zijn voor een tafeltje voor twee.

Het Centurion Tower Hotel ligt op de campus van de lokale HTS. Ook in Zwitserland is het vakantie, dus het is hier een beetje een dooie boel. De receptioniste begon in prachtig Zwitser-Duits tegen ons te ratelen en we hebben maar ja gezegd. De kamer is schoon, het bed is goed, de douche is heerlijk en de WiFi is snel. Wat wil je nog meer op deze feestdag.

Sommige bewoners langs de route helpen mee met het uitpijlen

Ovale de Suisse Etappe 12 (Arbon – Wildberg)

Het is de snurkende man geworden. Madeleine is er in de nacht nog uit geweest om te vragen of ie zich wilde omdraaien. Dat wilde de man wel, maar het genot van stilte duurde maar een minuut of 10. Verzachtende omstandigheid is dat hij zeker niet de enige snurkende man op het tentenveld was.

Aangezien het zondag is, is ontbijt geen zekerheid. We konden geen brood bestellen, maar er zouden broodjes te koop zijn bij het ’winkeltje’. Het was nog mooier. Ze hadden er zelfs croissants bij. Dat was de eerste meevaller.

Zonder al teveel moeite nemen we afscheid van de camping in Arbon. De eerste paar kilometer nemen we de Rijnroute (Route 2). Bij Romanshorn gaat het landinwaarts. We verlaten het toerisme en ruilen het in voor een glooiend landelijk plaatje. Misschien niet zo fascinerend als de Alpen, maar zeker niet verkeerd om doorheen te fietsen.

Landelijk dorpjes in etappe 12

Het is vandaag geen zondag maar zoomdag. De lokale en minder lokale bevolking gaat er massaal op uit met hum ‘zoomers’. Als we al fietsers tegenkomen, zijn het wielrenners of MTB’ers. Een enkele Boschloze vakantiefietser, maar dat is het dan wel.

In de buurt van Niederbüren komen we op een gravelpad langs de Thur. De kwaliteit van het gravel wisselt en de Thur blijft goeddeels verborgen achter een rij bomen. Af en toe passeren we een snelweg. Voor een flink antal kilometers komen we geen dorpjes of restaurantjes tegen. En juist dan krijg je zin in koffie. We moeten terugdenken hoe we vorig jaar vele kilometers over oude spoorlijntjes hebben gefietst in Bretagne, zonder dat we iets bijzonders tegenkwamen. We vinden dat een beetje saai. We klimmen liever een stukje met een mooi uitzicht, dan makkelijk fietsen over een eindeloos pad.

Vanaf Wil gaan we het ’platte land’ van Zwitserland weer in. Een stuk beter dan het gravelpad, al moeten we er wel voor werken. Uiteindelijk maken we net zoveel hoogtemeters als gisteren, zonder dat er grote klimmen inzitten.

Dan toch een slotklim. Gelukkig. Nog een keer op de pedalen naar de camping in Wildberg. Daar komen we in een heel andere wereld dan de camping in Arbon. Het is duidelijk een stacaravan paradijs, maar de eigenaar en eigenaresse zijn erg vriendelijk. Voor het laagste bedrag deze vakantie hebben we eenstaanplaats en 2 koude Cola’s. We staan achter de ’kantine’ waar Max Verstappen zijn rondjes over het scherm rijdt. Straks de finale van het EK voor vrouwen. Helaas geen Tour de France voor dames, dat is dan toch weer teveel gevraagd.

Het is de laatste keer dat we de tent opzetten. Voor morgen hadden we de keuze tussen een hotel of een naturistencamping. Na lang en rijp beraad zijn we gezwicht voor het hotel. Eten hebben we ook voor vanavond. We hebben bij een Migrolino pasta en pastasaus kunnen vinden. Dat moet samen met wat overgeschoten paprika’s en champignons genoeg zijn voor de etappe van morgen.

Ons plekje op camping Wildberg