Het Stuur

Als je net het hoofdstuk Het Frame hebt overleefd, ben je nu zeker aan een tweede kop koffie toe. Daarom heb ik het tweede hoofdstuk gewijd aan een wat kleiner onderwerp: het stuur.

Het Stuur – De Finish

Zorg voor een stuur waarbij verschillende handposities mogelijk zijn. Bij een race stuur (dropbar) op een gravelfiets zit je goed, bij een gewoon stuur (flatbar) moet je zorgen voor goede bar-ends. Kies bijvoorbeeld voor de Ergon GP5.

Het Stuur – De Koers

Het type fiets bepaalt in grote mate het type stuur. Een gravelfiets zal normaal gesproken een racestuur (drop bar) hebben en een trekkingfiets een recht stuur (flat bar). Maar het is zeker mogelijk om een gravelfiets uit te rusten met een recht stuur of een trekkingfiets met een racestuur. De vraag hierbij is wat je persoonlijke voorkeur is. Ik zie dat vakantiefietsers vaak alleen voor een racestuur kiezen als ze die al gewend zijn van hun race- of gravelfiets.

Een recht stuur (flatbar)

Fietsers die thuis alleen een stadsfiets hebben staan, neigen toch meer naar een recht stuur. Met een recht stuur zit je iets breder uit. Dat betekent dat je iets meer controle over je stuur hebt en het zal stabieler aanvoelen. Let wel op dat je geen MTB stuur van 80cm breed aangesmeerd krijgt. Dat zit na verloop van tijd echt niet lekker en aerodynamisch is het natuurlijk een ramp. Hou een stuurbreedte van tussen de 60cm en 65cm aan.

Een racestuur (doopbar)

Bij racesturen heb je iets vergelijkbaars, al zijn de verschillen minder groot. Als je ooit Harry Lavreysen op de wielerbaan hebt zien rijden, is je ongetwijfeld opgevallen wat voor een kinderstuurtje hij heeft. Alles voor de aerodynamica, maar moeilijk en zenuwachtig sturen is het wel. De vuistregel bij een racestuur op een vakantiefiets is Stuurbreedte = Schouderbreedte.

Flared dropbar

Een fenomeen uit de gravelwereld is de ‘Flare’. Dat is in hoeverre het onderste deel van je racestuur naar buiten staat. Hippe gravelfietsers hebben naast tattoos en een baard, een ‘flared’ stuur en een leren stuurtasje er tussen. Een beetje ‘Flare’ kan goed zijn voor het comfort. Zeker als het stuur breder is dan je schouders. Als laatste kun je bij een racestuur rekening met de hoogte van de ‘drop’. Zeg maar het verschil tussen boven- en onderkant van je stuur. Wat groter de ‘drop’ wat meer je voorover komt te zitten als je ‘in de beugels’ gaat. Verder voorover is aerodynamisch beter, maar wordt meestal als minder comfortabel ervaren.

De shifters

Belangrijk om te weten is dat het type stuur bepalend is voor de schakelapparaten (shifters) die je kunt gebruiken en daarmee welk type of welke groep versnelling je kunt monteren. Een recht stuur heeft duim- of draaishifters. Deze zijn niet op een racestuur te monteren. Een racestuur heeft ‘brifters’. Dat is een combinatie van rem en shifter in een. Deze kun je we niet op een recht stuur monteren.

De kabelverhouding

Tot zover geen probleem, gewoon een paar andere shifters monteren. Maar dat werkt helaas niet altijd. Als je een derailleur versnelling hebt, dan is de derailleur afgestemd op de shifter. Het treklengteverschil of kabelverhouding is niet bij elke shifter of derailleur gelijk. Het treklengteverschil (of kabelverhouding) tussen shifters is de hoeveelheid kabel die een shifter intrekt of vrijgeeft voor elke versnelling die wordt geschakeld. Als dit niet overeenkomt met de achterderailleur, zal de fiets niet goed schakelen. Je kunt dus niet zo maar een duimshifter op een GRX groep monteren. Dat is waarom je waarschijnlijk geen gravelfietsen zult vinden met een recht stuur en een GRX groep.

Uitzonderingen op de regel zijn elektrische groepen zoals de Di2 van Shimano en de Cues groepset, eveneens van Shimano. Bij die laatste heeft de fabrikant er bewust voor gekozen de kabelverhouding tussen alle shifters en all derailleurs in die groep hetzelfde te houden.

Naafversnelling en versnellingsbak

Heb je een Rohloff of Alfine naaf of een Pinion versnellingsbak, dan heb je in principe een draaishifter en dus een recht stuur. In het hoofdstuk ‘De Versnelling’ ga ik dieper in op de vraag of een draaishifter handig is, maar voor het stuur lijkt het versnellingsapparaat bepalend voor het type stuur. Gelukkig zijn er gespecialiseerde oplossingen om een Rohloff of Pinion aan te sturen met een brifter. Er worden ook gewoon gravelfietsen met een Rohloff naaf aangeboden.

Het triatlonstuur

Om super aerodynamisch op je fiets te zitten, kun je een triatlonstuur monteren. Dat zijn armsteunen waardoor je het lijf en ledenmaten in 1 lijn brengt met elkaar en daarmee de meest aerodynamische houding creëert. Dat lijkt misschien een overdreven attribuut, maar het zorgt bij tegenwind voor een voelbaar verschil.

Het krakelingen of vlinder stuur

Een hele aparte combinatie van vlinderstuur, brifters en grips

Dit stuurtype is een beetje een klassieker aan het worden. Je ziet ze niet veel meer op nieuwe fietsen. Een recht stuur met goede bar-ends levert hetzelfde resultaat. Ook zijn er inmiddels stuur types op de markt die andere behoefte afdekken zoals de ‘Double Trouble’ en de Senqi Pro.

De grips

Ergon GP5 Grips en Bar-ends

Bij een racestuur op een vakantiefiets kies je een comfortabel, zacht en vocht absorberend stuurlint. Bij een recht stuur moet je handvatten kiezen. De meest gebruikelijk zijn dan de ergonomische handvatten van bijvoorbeeld Ergon. Ergon heeft er ook mooie bar-ends bij en speciale types voor draaishifters. Nadeel van deze handvatten is dat ze van kurk of kunststof zijn en je dus kans hebt op zweethandjes. Dat is weer makkelijk te verhelpen met een paar fietshandschoenen. Let er wel op dat de ergonomische handvatten goed gemonteerd zijn. De meeste staan teveel naar beneden. De bedoeling is dat het handvat ervoor zorgt dat je de polsen niet of minder knikt. Dat voorkomt pijn in de schouders en tintelende vingers en slapende handen. Dan moet het brede gedeelte niet te ver naar bededen staan, want dan is het effect weg.

De stuurpen

Verstelbare stuurpen

Al bij de geometrie aangestipt is de stuurpen het middel om de Stack en Reach goed te krijgen. Een kortere of langere stuurpen zorgt voor een langere of kortere ‘Grip Reach’. Stuurpen in hoogte aanpassen met bijvoorbeeld een verstelbare stuurpen heeft weer effect of je ‘Grip Stack’. En ook hier nog maar eens aangegeven, het is niet de bedoeling dat je verstelbare stuurpen recht naar de hemel wijst. Je ziet het veel (oudere) mensen doen om rechter op de fiets te zitten. Dat rechtop zitten wordt dan weer als comfortabel ervaren. Dat betekent wel dat de klappen van hobbels en kuilen allemaal met de onderrug worden opgevangen en dus de behoefte ontstaat aan geveerde zadelpennen en meer van dat soort ‘comfortpleisters’.

Het Stuur – De Nabeschouwing

Ja, heel technisch kan ik niet worden bij een stuur. Het is een handig stuk aluminium dat wel of niet gebogen staat. Het is – net zoals een zadel – nogal persoonlijk wat je als prettig ervaart. Ik heb zowel een trekkingfiets met een recht stuur als een gravelfiets met een racestuur. Op beide fietsen kan ik comfortabel 100km fietsen. Op beide fietsen kan ik mijn positie in hoogte en lengte variëren, wat voor de afwisseling wel lekker is. Op mijn racefiets heb ik ook nog een triatlonstuur. Dat zorgt voor nog meer mogelijke zitposities en voor minder last van tegenwind bij soloritjes. Het vergt wel wat techniek om te sturen met een triatlonstuur en je hebt niet direct toegang tot je remmen en shifters. Dus door een drukke stad fietsen met je armen in een triatlonstuur is misschien geen goed idee.

Voor diegene die overweegt een carbon stuur op zijn vakantiefiets te monteren heb ik de tip dit niet te doen. Met eigenlijk dezelfde motivatie als waarom een carbon frame niet handig is. De kans op schade en zelfs breuk is groot en het voordeel in gewicht en aerodynamica verwaarloosbaar. Een titanium stuur op een titanium fiets met titanium zadelpen en titanium ventieldopjes is net zo overdreven en nutteloos als het carbon stuur, maar wel 3 keer zo vet en 5 keer zo cool.

Het Frame

Zoals de pizza begint bij de bodem begint de fiets bij het frame. Of zoals de Vlaming het zou noemen; het kader. Afgezien van de kleur, niet direct het meest sexy onderdeel van je fiets. Maar net zoals de pizzabodem wel een heel belangrijk onderdeel. En ook een onderdeel dat je achteraf niet zomaar vervangt.

Het Frame – De Finish

Als je meerdaagse tochten gaat maken op een fiets adviseer ik je een aluminium trekking frame te kiezen. Die zijn comfortabel (geometrie), stevig (kunnen aardig wat bagage aan) en kunnen tegen een stootje. Ze hebben voldoende mogelijkheden om bagagedragers, spatborden en bidonhouders te kunnen monteren.

Het Frame – De Koers

De eerste vraag is altijd: “Wat ga je met de fiets doen?” Dat bepaalt eigenlijk de keuze in:

  • Materiaal
    Staal, Aluminium, Titanium, Carbon
  • Geometrie
    verhoudingen van het frame voor comfort en stabiliteit
  • Voorvork
  • Bevestigingspunten
    Nokjes voor dragers, derailleurs, remmen, standaards en andere onderdelen

Ervan uitgaande dat je niet een los frame koopt en de fiets zelf gaat afmonteren, koop je een complete fiets en is er dus al wel rekening gehouden met het feit dat je met de fiets sturen en remmen wilt.

Het Materiaal

Laat ik beginnen met het materiaal. Voor meerdaagse trektochten is Carbon niet ideaal. Het is sterk en licht, maar de sterkte zit in een specifieke richting. Dat betekent dat het heel goed de krachten aankan die logisch zijn als je een fiets gebruikt. Het betekent ook dat het veel minder goed tegen krachten kan die niet normaal zijn voor een fiets. Dat kan bijvoorbeeld een grote hoeveelheid bagage zijn, maar ook of het letterlijk tegen een stootje kan. Een carbon fiets moet je niet tegen een paaltje laten vallen. Zit er een barst in het frame, dan kun je er niet meer mee verder fietsen. Reparatie van een scheur is vaak mogelijk, maar zeker niet door iedere willekeurige fietsenmaker en dus onderweg lastig.

Bij carbon wil ik geen merken of types noemen, omdat ik je echt wil afraden een carbon fiets voor meerdaagse tochten met bepakking te gebruiken.

Een stalen frame wordt over het algemeen aangeprezen vanwege zijn comfort. Dat kun je ook anders zien en dan heb je het over de gebrekkige stijfheid van een stalen frame. Voor fietsers die carbon of aluminium gewend zijn, zal een stalen frame wat ‘zwabberig’ aanvoelen. Zeker als je er veel bepakking aan hangt. Toch zijn er fietsers en fietsmerken die zweren bij een stalen frame en mijn bovenstaande ‘zwabberig’ gedrag naar het rijk der fabelen verwijzen. Een argument zou kunnen zijn dat je een stalen frame onderweg kunt lassen als het gebroken is. De meeste – zo niet alle – stalen frames zijn van zogenaamde Chro-Mo (Chroom-Molybdeen) gemaakt en dat is ook niet zomaar te lassen.

Als je op zoek bent naar een stalen frame, kijk dan eens bij Vittorio of Tout Terrain. De eerste is Nederlands (Heerhugowaard) en de tweede is gezien de naam logischerwijs Duits.

Titanium is prachtig, licht, stevig, sterk en stijf. Er zitten wat mij betreft maar 2 nadelen aan. Het heeft altijd dezelfde kleur en het is duur, heel duur. Maar als je bereid bent carbon prijzen te betalen, maar niet de nadelen ervan wilt hebben, dan is titanium het overwegen waard. Hier wil ik graag verwijzen naar Van Nicholas* fietsen. Dit is een onderdeel van Koga die zich gespecialiseerd heeft in fietsen met een titanium frame. Het is niet goedkoop, maar wel heel mooi.

*op 5 mei 2026 heeft Koga de IT nog niet op orde. Bij het bezoeken van de websites van Koga en Van Nicholas kun je aanlopen tegen certificaat problemen.

Het best scorende in prijs-kwaliteit en dus het meest voorkomende is het aluminium frame. Het is licht, sterk, stijf en kan tegen een stootje. Het haalt het op gewicht in grammen niet bij carbon of titanium, maar voor een vakantiefiets gaat dat het verschil niet uitmaken. De prijs is dan doorslaggevend. Het is een serieus stuk goedkoper dan carbon of titanium. Aluminium is de beste keus voor een vakantiefiets frame.

En goede aluminium frames zijn er in overvloed. Natuurlijk heb je Santos (NL), Koga (NL) en IDWorx (DE), maar in het meer betaalbare segment kun je ook heel goed terecht bij Stevens (DE) of Jan Jansen (NL). Doen de Belgen, de Italianen en de Fransen dan niet mee. Nou eigenlijk niet, of het moet de Van Rysel gravelbike van Decathlon zijn. Die is zo slecht nog niet. Maar als je toch overhelt naar een gravelbike, check dan de Duitse Canyon Grizl 7. Cube is natuurlijk ook een bekend merk in zowel de gravel als de trekking wereld, maar daar hoor ik veel klachten over. Met name op het gebied van de stabiliteit van het frame (zwabberen).

Zeker moet ik dan de Ridley Kalazy (toch nog een Belg) noemen omdat dit de enige gravelfiets is met nokjes voor een standaard. Die fiets hebben ze dan weer heel slecht afgemonteerd (Shimano Claris), dus je zou de fiets voor het frame moeten kopen en de rest in de oud ijzerbak moeten gooien. Een beetje zonde en dat ga je ook niet doen voor een paar nokjes voor een standaard.

En je mist ook nog wel een paar Amerikanen. Trek, Specialized, Canondale, Scott. Veelal zijn de Amerikanen niet gericht op trekkingfietsen. Uitzondering daarop was Giant. Die had altijd met de Giant Expedition een hele goede trekkingfiets voor een aantrekkelijke prijs. Helaas zijn ze met dat model gestopt. Maar voor een gravelfiets kun je natuurlijk best in de USA shoppen. Maar ook hier lijkt de Amerikaanse fabrikant het vakantiefietsen niet helemaal te hebben begrepen. Om ze zij helemaal weg van SRAM (Trek) en die leveren geen behoorlijke groepen voor een vakantiefiets, of ze bezuinigen op de wielen (Canondale) en dus springen al je spaken eruit voordat je bij Nijmegen bent. En Specialized en Scott vinden het niet nodig hun frames met nokjes voor een bagagedrager te voorzien. En dat vind ik – vooral bij de Specialized Diverge – erg jammer, want dat is een plaatje van een fiets.

De Geometrie

Bij de geometrie komt de vraag naar voren wat voor een soort fiets je wilt. Een klassieke trekkingfiets of een gravelbike. Of zoals fabrikanten het nu graag aanduiden: een “Adventure Bike”.

De geometrie geeft de verhoudingen tussen de onderdelen van het frame aan. De afstand tussen zadel en stuur, de afstand tussen de trapas en de bovenkant van de staande buis, etc.

Voorbeeld hoe fabrikanten meestal de geometrie aangeven

Je kunt je voorstellen dat als je een heel lang frame hebt dat je meer voorover gebogen zit. Dat is aerodynamischer maar niet direct comfortabeler. Ook kan het uitmaken bij een gelijke totale lichaamslengte of je bovenlijf of juist je benen in verhouding langer zijn. Voor de meeste fietsers is een ‘fitting’ bij een goede fietsenmaker voldoende voor veel fietsplezier en weinig blessureleed. De specialen onder ons kunnen terecht bij een bikefitter. Let op! Iedereen kan zich bikefitter noemen. Een goede bikefitting kost je een halve dag en een paar honderd euro’s.

Je ziet ook best wat verschillen in geometrie per fietsmerk. Zo zit een Canyon geometrisch een stuk sportiever dan een Jan Jansen. Hier wordt bij de aanschaf zelden op gelet. De fietsenmaker verkoopt niet alle merken fietsen en bij de vergelijking van wat hij wel in de winkel heeft staan is geometrie zelden een onderwerp. Met name de afmontage overheerst het gesprek en dat is zonde. Niet dat de asmontage onbelangrijk is, maar van een Shimano Claris kun je altijd later nog een GRX maken. De geometrie verander je niet meer.

De klassieke trekkingfiets ken je waarschijnlijk wel. Zo’n ding met voor- en achtertassen, een stuurtas en een kanozak bovenop de achtertassen.

Typisch gevalletje van een trekkingfiets

De andere variant ken je waarschijnlijk ook wel. Dat is de stoere bikepacker met tattoos en onvermijdelijke baard op een gravelbike.

Gevalletje “Bike Packen” zonder de tattoos en baard

Deze paragraaf gaat over de geometrie, dus daar moet je ook het belangrijkste verschil zoeken tussen de verschillende type fietsen. Traditioneel is een trekkingfiets gericht op comfort en het kunnen dragen van bepakking. De traditionele gravelfiets was meer een combinatie van een mountainbike en een racefiets. De fabrikanten van gravelbies – en dat zijn zo’n beetje alle grote fietsmerken – hebben echter doorgekregen dat er een grote markt is voor commuters (woon-werk verkeer) en bikepackers. Dus je ziet nu bij veel merken een tweedeling in gravelfietsen met aan de ene kant de race variant en aan de andere kant de ‘adventure’ variant.

Het verschil zit om te beginnen in de geometrie. De ‘adventure’ variant is comfortabeler dan de race. De race variant is meer gericht op aerodynamica en gewicht. Een ander verschil is het aantal bevestigingspunten, maar daar later meer over.

Ook later meer over het stuur. Dat is zelfs een apart hoofdstuk. Maar een gravelfiets heeft over het algemeen een gebogen ‘race’ stuur. Dat kan ook anders. Er zijn varianten met een recht stuur.

“Uit eigen ervaring: Als een fietsverkoper aan je vraagt of je gezien je leeftijd niet een elektrische fiets wilt, loop dan de zaak maar uit. Deze verkoper heeft je bij voorbaat al niet begrepen en zal je nooit goed kunnen adviseren.”

Al wel even genoemd, maar nog niet besproken; de mountainbike. Ik heb deze bewust niet genoemd omdat de huidige trekkingfiets eigenlijk weer een afgeleide is van de mountainbike. Zoals de gravelfiets een afgeleide is van de racefiets. Ik zou geen zinnige reden kunnen bedenken waarom je een echte mountainbike zou willen gebruiken als vakantiefiets. De geometrie is erg oncomfortabel, ze hebben een veel te breed stuur, zijn uitgerust met zware en onhandige voorvorken en missen over het algemeen de nodig nokjes voor dragers en dergelijke. Alleen als je in zeer onherbergzaam gebied gaat fietsen, is het te overwegen, maar als je gewoon de Reitsma route naar Rome fiets volstrekt misplaatst.

Voorvork

De voorvork maakt integraal deel uit van je geometrie. Dat betekent dat de vork niet los te zien is van het frame. Of anders, als je een andere vork in het frame zet, wordt het gedrag van de fiets anders.

Je ziet over het algemeen 3 verschillende vormen voorvorken. De rechte, de kromme en de geveerde voorvork. De rechte is meer gericht op direct stuurgedrag, wat door sommigen weer vertaald wordt naar ‘zenuwachtig’ en de kromme zou comfortabeler moeten zijn en een iets stabieler moeten aanvoelen. Dat is dan wel heel erg afhankelijk van hoe de vork in de steel zit, of liever, in het frame.

De geveerde voorvork is een variant apart. Ooit ontstaan vanuit de motorcross in het mountainbiken om de wegligging te verbeteren, maar bij de meeste vakantiefietsers meer gezien als een stuk comfort. Over het algemeen zijn de geveerde voorvorken op vakantiefietsen van belabberde kwaliteit en voegen ze alleen gewicht, instabiliteit en irritatie op. De vering zit echt tussen de oren. Als je toch heel graag een geveerde voorvork wilt, zoek dan een variant uit die in de betere MTB fietsen wordt gemonteerd en kijk of die in jouw frame past. Een goede geveerde voorvork is op lucht, is instelbaar op jouw gewicht, is uit te schakelen (lock) en kost honderden euros.

Bevestigingpunten

Een frame moet verschillende bevestigingspunten hebben voor:

  • de bagagedrager (achtertassen)
  • de lowrider (voortassen)
  • de bidonhouders (minimaal 2)
  • de standaard
  • de buistas
  • de spatborden
  • de remmen (velg of schijf)

Als je – inmiddels ouderwets – gaat bikepacken kun je zonder alle bovenstaande bevestigingspunten (zie foto van gravelfiets). Er zijn natuurlijk systemen om dit allemaal te omzeilen. Die hebben allemaal hetzelfde bezwaar: Ze zijn minder stevig en stabiel.

Voor een tocht van meer dan een week zou ik toch een paar achtertasjes overwegen. Daar kan een hoop meer in en het rijdt een stuk fijner dan zo’n ‘zadeltoetertas’. Op de voorvork van veel gravel- en zeker trekkingfietsen zitten nokjes voor een voordrager. Daar heb je allerlei klassieke en ‘adventure’ achtige oplossing voor. Die nokjes mogen eigenlijk niet ontbreken. De nokjes voor de bidons spreken voor zich en iedere serieuze fiets heeft die ook. De nokjes voor een buistasje zijn handig en ontbreken (te) vaak bij trekkingfietsen. Een buistasje kan een handig alternatief zijn voor een stuurtas.

De nokjes voor een standaard ontbreken dan weer steevast bij een gravelfiets. Ik heb alleen een Ridley kunnen vinden die deze voorbereiding daadwerkelijk heeft. Er zijn natuurlijk genoeg standaards te krijgen die je op het frame kunt monteren (dus zonder de nokjes), maar als je schijfremmen hebt – en die heb je – dan zit de achterrem in de weg. Gelukkig is er weer een standaard die je aan de rechterkant van de fiets kunt monteren, maar dat is wel even wennen. Hierbij dus een oproep aan de fabrikanten van ‘adventure’ bikes om ook nokjes voor een standaard op te nemen.

De keuze

De keuze is aan jou. Dat klinkt wellicht een beetje flauw, maar er is voor mij geen overtuigend bewijs te vinden waarom je voor een trekking of een gravel variant zou moeten kiezen. Wel zou ik je aanraden om aluminium variant te kopen met voldoende bevestigingspunten voor dragers en andere onderdelen.

Een gravelfiets is iets lichter en ziet er – zeer persoonlijk – stoerder uit. Je ziet over het algemeen meer jonge mensen op een gravelfiets rijden en meer mensen van zekere leeftijd op een trekkingfiets. De trekkingfiets is over het algemeen wat stabieler en zwaarder, maar is helemaal gericht op meerdaagse trektochten. Dat verschil is echter met de komst van de ‘adventure’ gravelfiets gereduceerd tot wat extra nokjes voor een standaard.

Het Frame – De Nabeschouwing

Zoals eerder aangeven, de nabeschouwing is voor de echte die-hards. Hier wordt het toch wat techie en nerdie. Best kans dat je snel afhaakt. Dat is helemaal niet erg. Ga dan snel op zoek naar de knop onderaan deze pagina voor het volgende onderwerp.

Geometrie

Belangrijke begrippen bij de geometrie van de fiets zijn ‘Stack’ en ‘Reach’. Ik heb hierzelf al eens een artikel aan gewijd, maar ik vind de uitleg in de YouTube video van MyVeloFit ook heel goed.

Het gaat bij de vakantiefiets wat mij betreft over het comfort van de fiets en niet zo zeer over de aerodynamica. Vaak zit je een hele dag op je fiets, je doet niet mee aan een wedstrijd en je wilt ook nog wat van de omgeving zien. Het is dan niet lekker om helemaal voorover over je stuur gebogen te liggen. Aan de andere kant zie je veel (oudere) fietsers bijna in verticale positie op hun fiets zitten. Dat is ook niet aan te raden, want dan vangt je rug alle klappen van hobbels en oneffenheden in de weg op. Het is die positie ook lastiger je kracht over te brengen op je pedalen, dus bij een eventuele klim heb je er ook last van.

Dus in mijn optiek de juiste positie op een vakantiefiets is licht voorover gebogen. Een vuistregel is dat je nog goed in staat moet zijn om je armen te buigen (knik in de ellebogen), maar als je de armen volledig strekt je niet volledig verticaal komt te zitten. Hoever je voorover gebogen wilt zitten is een persoonlijke voorkeur. Ik zit wat meer voorover dan Madeleine. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik aan een racefiets gewend ben en Madeleine niet.

Wat je zeker wilt voorkomen zijn blessures. Natuurlijk kan een bikefir daarbij helpen, maar er is ook wel een aantal aspecten waar je zelf rekening mee kunt houden.

Ten eerste is dat eventuele pijnlijke schouders of ellebogen. Dat duidt erop dat je teveel met gestrekte armen zit, je de klappen opvangt met armen en schouders en dat gaat op den duur zeer doen. De beste houding is met licht gebogen armen je stuur losjes vasthouden. Dat vergt wel wat van je core, maar dat is trainbaar. Een stuur die je op verschillende manieren kunt vasthouden – en zo je Grip-Reach veranderdt- kan hierbij heel goed helpen.

Een ander probleem kan de nek vormen. Als je in een soort Triatlon houding over je stuur ligt en continue op moet kijken om niet tegen weer een prachtig monumentaal paaltje aan te rijden, dan vergt dat veel van je nek. En bij het opkijken span je de nekspieren aan. een hobbel in de weg komt dan extra hard aan. Een beetje een whiplash achtig effect.

De laatste, minder voorkomende, blessure is zadelpijn. Die kan ontstaan doordat je positie op je zadel niet juist is. Te ver voorover of te rechtop. Meestal ligt zadelpijn aan iets anders, dus dat is niet het eerste waaraan je denkt.

Wat je zeker moet voorkomen is je Reach aanpassen door middel van je zadelpositie. Je kunt je zadel naar voren en naar achteren schuiven, maar die optie is er niet om aan je Reach te sleutelen. Deze optie is er om de juiste hoek tussen je heupen en de Bottom Bracket te creëren. Dit heeft met de optimale krachtoverbrenging te maken, maar meer nog voor de amateur fietser met wel of geen knieblessures. Een goede fietsenmaker meet dit op en stelt het zadel in. Blijf daar dus vanaf en sleutel aan je Reach door middel van je stuurpen (stem).

Op een trekkingfiets is een zogenaamde ‘zoompen’ een goede optie om de juiste Stack en Reach te krijgen. Het ding heet zo, omdat de eerste van het merk Zoom was, maar feitelijk is het een verstelbare stuurpen. Ik moet er direct bij zeggen dat die dingen niet bedoeld zijn om het stuur op ooghoogte te stellen om in een soort van barkruk houding op je fiets te kunnen zitten. Als je fiets helemaal op jouw maat is, dan heeft de stuurpen een horizontale positie (zie video).

Dus de andere kant op geredeneerd, als jouw fietsenmaker hele rare fratsen moet uithalen om de fiets op jouw lichaam aan te passen, is het misschien niet de goede fiets voor jou. Het kan ook best zo zijn dat je door de Stack en met name de Reach verhouding van het ene merk een maat L moet hebben en bij de andere een maat M. Zelfs binnen een merk kan dat zo zijn. Als je een Koga Colmaro vergelijkt met een Koga Worldtraveler Classic, kan daar zo maar een maatje tussen zitten.

Bevestigingspunten

Zorg dat ie er niet mee nokt

Zorg er voor dat de nokjes op je frame aan de bovenkant van je achtervork (bij je vorkbrug) aan de buitenkant of aan de binnenkant zitten en niet aan de voorkant (zoals bij de Specialized Diverge). Het beste (meest stabiel) is een bevestiging van de bagagedrager aan de buitenkant van de achtervork. Nokjes aan de voorkant van de achtervork zijn bedoeld voor een eventueel spatbord, niet echt voor de montage van een bagagedrager. De positie van de nokjes is dan niet ideaal om de krachten op te vangen die bij een bagagedrager horen.

Soms zijn er wel nokjes bij de vorkbrug aanwezig en zitten ze ook nog goed, maar zijn ze vergeten iets te bedenken bij de achteras om de drager te bevestigen. Er zijn dan wel weer speciale sets voor uitvalnaaf of steekas te krijgen waarmee je dit kunt oplossen, maar ideaal is het niet.

Helemaal van het padje

Zeer specifiek voor je frame is het derailleurpadje. Een stukje ijzer waarmee je derailleur vastzit op je frame. Als dat verbindingstukje een geheel zou vormen met je frame, dan zou je onmiddellijk een een probleem hebben als je een ongelukje zou hebben met je derailleur. Nu is je padje verbogen en niet je frame. Het padje is ook van zachter metaal, zodat je padje verbuigt en niet je frame of je derailleur. Een fietsenmaker heeft ook een derailleurrichter. Die buigt het padje feitelijk in een positie waarmee je derailleur weer recht hangt. Aan te raden is om na te vragen welk padje jij op je fiets hebt en een reserve op voorraad te hebben of zelfs mee te nemen op je fietstocht.

Derde bidonhouder voor gereedschap

Vaak hebben fietsen een derde mogelijkheid om een bidonhouder te monteren. Die zit dan aan de onderkant van je schuine buis. Als je van jezelf wat minder dorstig bent of je hebt zo’n bidonhouder aan het stuur, dan is het een idee om deze derde bidonhouder te gebruiken om een gereedschapsbidon op te bergen. Voor een drinkfles is het toch al niet een fijne positie, want er spat veel vuil tegenaan en gereedschap is zwaar en dus kun je dat beter niet in je tas hebben. Hoewel de extra ruimte in je tas meer een overweging is dan het daadwerkelijk gewicht van je gereedschap. Zo eerlijk moet ik dan ook wel zijn.

Stad & Land – Etappe 6

Deventer – Drie (105km)

De laatste etappe leidt van Hanzestad Deventer door de Hanzesteden Elburg en Harderwijk om dan aan het einde naar het oosten af te buigen richting de eindbestemming in Drie.

KmTypeBeschrijving
295,5Jeff’s Farmhouse
296🏕️16. De Polmate
296,5Campspace ’t Swarte Peerd
298🛏️B&B De Matanze
298,5Brasserie Kriebels
299Campspace De Meintjes
305🅿️Opstapplaats Carpool Vaasen (A50)
309🏰Kasteel Cannenburch
309’t Koetshuis
315,5🏕️17. De Toekomst
320🍦🅿️IJswagen Gortel Rozenboom
325Diverse resaturants en cafes
325🛏️De Foreesten
325🛏️De Vossenberg
325,5🅿️Opstapplaats Vierhouten
326🛏️Fletcher De Mallejan
328🛏️Villa Woudstee
333🏊‍♀️De Zandenplas
333,5🅿️Opstapplaats Zandenbos (A28)
335🏕️18. Nieuw Soerel
335🅿️Opstapplaats Pas-Opweg
340,5🅿️Opstapplaats Gortelseweg
349Diverse resaturants en cafes
349,5🚉🅿️Station ’t Harde
352🏰Zwaluwenburg
353,5🏰Schouwenburg
356🏕️19. Landgoed Old Putten
357,5Diverse resaturants en cafes
357,5🗝️Elburg
358🍺Brouwerij Vos
358🛏️De Kleine Vesting
360🏛️Sint-Ludgeruskerk
363De Vlierefluiter
365🍦IJsboerderij Bonestroo
375⛺☕De Peperkamp
383🗝️Harderwijk
384🚉🅿️Station Harderwijk
385🏊‍♀️Zuiderzeestrand
389,5🚉🅿️Station Ermelo
390Diverse resaturants en cafes
392,5🏕️20. Veluwe Bush Camp
de mini-woestijn Beekhuizerzand bij Harderwijk

Stad & Land – Etappe 5

Beltrum – Deventer (64km)

Tussen Beltrum en Deventer kom je in etappe 5 heel wat moois tegen. Het is nog steeds genieten van het afwisselende landschap en plaatsen als Borculo, Lochem en natuurlijk Deventer zorgen voor de nodige afstapmomenten.

KmTypeBeschrijving
231🏕️12. ’t Scharreveld
234Oetdoor (geen natuurkampeerterrein, wel leuk)
235🏊‍♀️Borculo
237,5🍺Proeflokaal01
237,5Campspace Borculo
241🏊‍♀️Galgenveld
241,5🏛️☕Boerderijmuseum De Lebbenbrugge
247t Fleerhof
251🏕️🛏️13. Olthuys
256NTKC Valkenbelt
260🛏️Fletcher De Lochemse Heuvels
261🛏️Fletcher De Scheperkamp
262,5Diverse resaturants en cafes
263,5🚉🅿️Station Lochem
265🏰Kasteel Ampsen
268Lieftink
271🛏️De Achterhoek
271Diverse resaturants en cafes
272🏕️14. Nijveld
275🏕️🏊‍♀️15. De Vrolijk
277☕🛏️Gebakhuus
289🅿️Opstapplaats Carpool Deventer (A1)
290Fietslokaal De Meet
290,5🚉Station Deventer
291Diverse resaturants en cafes
292⛴️Deventer De Welle – De Worp
292,5Stadscamping Deventer
Deventer

Stad & Land – Etappe 4

Lichtenvoorde – Beltrum (47km)

In etappe 4 bereik je het meest oostelijke puntje van de route en heb je nog net niet je paspoort nodig. De route loopt door Winterswijk en Groenlo. Vooral Groenlo is het afstappen waard.

KmTypeBeschrijving
185Beneman
188Minicamping ’t Voorde
189,5Theetuin Krossenbrink
192🅿️Opstapplaats Rommelgebergte
195Diverse resaturants en cafes
200,5🏕️11. Lutje Kössink
202,5NTKC Masterveld
217Haak en Hoek
220,5🍺Brouwersnös
227,5🅿️Opstapplaats Beltrum
De Achterhoek

Stad & Land – Etappe 3

Doesburg – Lichtenvoorde (43km)

Met de derde etappe duiken we duidelijk de Achterhoek in. Het landschap is nu duidelijk meer agrarisch en de koffiestops komen wat minder frequent. Na alle bossen van de Veluwe is dit landschap wel weer een mooie afwisseling. In Doetinchem kun je rustig bijkomen in wielercafe ‘Parijs is nog ver’.

KmTypeBeschrijving
144,5🅿️Opstapplaats Hoog Keppel
151,5🏰Kasteel De Kelder
154Wielercafe Parijs is nog ver
155,5🚉Doetinchem
156De Vijverberg (De Graafschap)
157🅿️Opstapplaats Koekendaal
160,5🏕️8. Pluk de Dag
162🏰Kasteel Slangenburg
163🏕️9. Distelheide
169,5🏕️10. Hessenoord
175🔭Vennebulten
181Diverse resaturants en cafes
Schaapskooi en uitkijktoren Vennebulten

Stad & Land – Etappe 2

Harskamp – Doesburg (98km)

De tweede etappe strekt zich voor het grootste deel uit over de Veluwe om aan het eind de IJssel over te steken naar de prachtige stadjes Bronkhorst en Doesburg.

En je komt noga wat tegen onderweg. En dan bedoel ik niet alleen de nodige Horeca. Kastelen, musea, monumenten, oorlogsgraven, bierbrouwerijen, uitzichtpunten en een complete dierentuin.

Om niet voor een onaangename verrassing komen te staan vermeld ik maar even dat de etappe over de Posbank loopt. Tandje terug en rustig aan, in de wetenschap dat er aan het einde van de etappe goed bier wacht.

KmTypeBeschrijving
40,5🅿️Opstapplaats Molenweg Harskamp
42SVR Camping  Het Kikkergat
43,5🏛️Het Rode Kruis Monument
44🅿️Opstapplaats Otterlo
44☕🛏️Hotel Kruller
45🏕️3. Beek en Hei
48De Mossel
53Planken Wambuis
53🅿️Opstapplaats Planken Wambuis
55🛏️De Buunderkamp
60🏕️4. De Bosbeek
61,5🏕️5. Landgoed Quadenoord
63Airborne
68🅿️Opstapplaats P+R Station Wolfheze (A12/A50)
68🚉Wolfheze
68Pannenkoekenhuis De Tijd
72🪦Oorlogs Begraafplaats Oosterbeek
77,5🐘Burgers Zoo
77,5🏛️Nederlands Openlucht Museum
82🅿️Opstapplaats Wageningse Hek
82,5🏰Kasteel Rosendael
88🅿️Opstapplaats Posbank
89🔭Posbank
89De Posbank
89🏛️De Natuurtafel/ Bezoekerscentrum Veluwezoom
97🔭De Elsberg
105🏕️6. Zegenoord
106,5Bike & Eat
108De Korenmolen
108🛏️Hotel Huis te Eerbeek
112,5🏕️7. Het Hallse Hull
118🏰Kasteel Groot Engelenburg
119🚉Brummen
119🅿️Opstapplaats Brummen
120Diverse resaturants en cafes
120🚲Bike Totaal Bleumink
121🏰Spaensweerd
121,5⛴️Bronkhorsterveer
123🗝️Bronkhorst
126,5🍺Bronckhorster Brouwerij
132Brasserie Havenzicht
138🗝️Doesburg
138🚲Sonneveld Rijwielen
154Diverse resaturants en cafes
138🍺Stadsbierhuys De Waag

Planken Wambuis

Een wambuis is een kledingstuk dat niet bij veel mensen in de kast zal hangen. Het is een historisch, vaak gewatteerd mannenbovenkleed uit de middeleeuwen tot de 17e eeuw, gedragen tussen de hals en het middel (soms tot op de heupen).

Een planken wambuis zou kunnen refereren aan een eenvoudige hut. Niet veel groter dan een wambuis, maar dan van hout. Met dat idee zou het ook kunnen verwijzen naar een doodskist. Toch is het waarschijnlijker dat het verwijst naar een houten hut waar later een herberg is verrezen. De herberg kwam op de plek van ‘de planken wambuis’ en ging in ieder geval in de volksmond dus zo heten.

Restaurant Planken Wambuis

Het huidige restaurant Planken Wambuis is in 1926 gebouwd op de plek van de oude herberg. Het gebied eromheen heette oorspronkelijk Reemsterveld, maar is in de loop van de tijd de naam van de herberg gaan dragen. Planken Wambuis is een prachtig natuurgebied op de Veluwe.

Erebegraafplaats Oosterbeek

Anders dan de Amerikanen, die er de voorkeur aan gaven al hun gesneuvelden zoveel mogelijk op een centrale begraafplaats bijeen te brengen, huldigden de Britten de opvatting, dat de gevallenen een laatste rustplaats moesten krijgen die dichtbij de plaats lag waar zij sneuvelden. Dit verschil in opvatting verklaart waarom ons land slechts één Amerikaans militair ereveld telt en meerdere Britse, terwijl ook nog een groot aantal militairen – met name vliegtuigbemanningen – uit het British Empire op burgerbegraafplaatsen door het gehele land liggen. Dat er in de omgeving van Arnhem – Oosterbeek een Britse militaire begraafplaats zou komen, lag gezien de aanmerkelijke verliezen die daar in september 1944 en in april 1945 werden geleden, wel voor de hand.

Bronkhorst

De naam Bronckhorst was vroeger een begrip dat de samenging met strijd en onlust. In de 14e eeuw stonden de Bronckhorsten tegenover de Heeckerens in de Gelderse burgeroorlog. Beide partijen werden gesteund door een wisselend verbond van edelen en steden. Deze oorlog betrof niet alleen de adel maar werd ook ingegeven door sociale spanningen. Het was de tijd van veranderende krachtsverhoudingen tussen adel, kerk en burgerij. Ook elders in Nederland waren soortgelijke twisten. Dit leidde aan het eind van de 14e eeuw tot grotere invloed van de steden die een bemiddelende rol hadden gespeeld bij de twisten; in deze regio de Gelderse kwartierhoofdstad Zutphen. Bij de herindeling van de gemeenten ten tijde van Keizer Napoleon werd Bronckhorst onder bestuur van Steenderen gesteld. De stad werd in 1813 door Willen I weer zelfstandig gemaakt, maar in 1817 opnieuw herenigd met Steenderen. Anno 2005 telt Bronckhorst ca 155 inwoners, waarmee het de kleinste stad van Nederland is. De stad Bronkhorst valt vanaf 1 januari 2005 onder de gemeente Bronckhorst. Deze gemeente is ontstaan door het samenvoegen van de volgende gemeenten: Hengelo, Hummelo & Keppel, Steenderen, Vorden en Zelhelm. De gemeente telt ongeveer 38.000 inwoners, heeft een oppervlakte van ca 30.000 hectare en is daarmee de grootste plattelandsgemeente van Nederland.

Bronkhorst in de gemeente Bronckhorst

Doesburg

Als je de geschiednis van Doesburg induikt kom je markante namen tegen. Want wie heet er tegenwoordig nog Wemberich van Bergchem, Frederick Alexander Adolf Gregory of Theodoor Adriaan Christiaan Colenbrander?

Iets recenter is de naam Johan Bernard Ubbink tegen. Naast zevende in de rij Ubbink was hij in de Tweede Wereldoorlog Engelandvaarder en geheim agent en raakte verwikkeld in het zogenaamde Englandspiel.

In de nacht van 30 november op 1 december 1942 vertrokken Ubbink en Herman Overes met een bommenwerper naar Nederland. Ze werden bij Leersum geparachuteerd, samen met zes containers en twee radiosets. Het ontvangstcomité werkte echter voor de Sicherheitsdienst (SD). Ze waren slachtoffer geworden van het Englandspiel. Ubbink en Overes werden in Den Haag door de SD ondervraagd. Daarbij bleek dat de Duitsers van alles op de hoogte waren. Op 4 december 1942 werd Ubbink naar Kamp Haaren gebracht. Tien weken later werd Overes zijn celgenoot.

Op 31 augustus is Ubbink met Pieter Dourlein ontsnapt. Ze liepen naar Tilburg, waar een priester hen in contact bracht met Van Bilsen, een voormalig politiechef die in het verzet zat. Via een geheime zender lieten ze Engeland weten wat er gebeurd was. Ubbink en Dourlein gingen via Zwitserland naar Spanje en vlogen van daar op 1 februari 1944 naar Engeland. Na aankomst werden zij verhoord en aanvankelijk zelfs vastgezet op verdenking van contraspionage.

Doesburg

Burgers Zoo

Pas op voor buren die fazanten in hun achtertuin houden. Voor je het weet lopen er olifanten, tijgers en orang-oetans rond. Johan Burgers hield als hobby fazanten. Die hobby is inmiddels uitgegroeid tot een 45-hectare groot professioneel dierenpark met het predicaat Koninklijk.

En misschien – als je net zoals ik ‘net’ de dertig voorbij bent – ken je Antoon van Hooff nog wel. Een dochter van Johan Burgers trouwt met een van Hooff en de rest is geschiedenis.

Nederlands Openlucht Museum

Er komt geen eind aan deze etappe. Heb je net de uitgang van de jungle gevonden en is je navigatie systeem weer net uit de slaapstand, blunder je tegen het volgende onvermijdelijke, niet te missen en grootschalige bezienswaardigheid aan. Het Nederlands Openlucht Museum.

Het is alles wat in de openbare ruimte Nederland tot Nederland maakt in compacte vorm. Leuk voor de haastige Amerikaan, maar waar bij de oprichting gevreesd werd voor de teloorgang van sommige Nederlandse pareltjes, blijkt in praktijk dat de originelen vaak bijzonder goed geconserveerd zijn. Amsterdam zou je in die zin ook een openlucht museum kunnen noemen.

Dus opdoeken en er een woonwijk neerplempen? Nou nee, het is als promo van Nederland nog steeds waardevol voor Duitsers en talloze andere buitenlanders die ‘een brug te ver’ zijn en na het herdenken van hun voorouders nog een vleugje Nederlandse cultuur willen opsnuiven.

Kasteel Rosendael

Wat moet ik zeggen. Als ik onderstaande video bekijk en vooral beluister dan komt het woord ‘voornaam’ naar boven. Of zoals mijn studerende kinderen zouden zeggen ‘prominent’.

Het is natuurlijke een mooi gebouw met geschiedenis. Zeker een kiekje waard en waarschijnlijk een prachtige trouwgelegenheid voor een ‘prominent’ stel. Maar na Burgers Zoo en het Nederlands Openlucht Museum ben je wel toe aan natuurkampeerterrein Zegenoord.

Dan moet ik je teleurstellen, want je zal eerst de Posbank nog moeten bedwingen.

Hotel Huis te Eerbeek

Het is ‘maar’ een Fletcher hotel, maar wel eentje die prachtig gelegen is aan de rand van Eerbeek. En als je niet direct met het avondeten vast zit aan het hotel, kun je zeer goed terecht in het nabij gelegen restaurant De Korenmolen.

Het hotel zelf is een jaren 80, jaren 90 gebouw, maar het ligt naast het oude Huis te Eerbeek dat nog in gebruik is voor feesten en partijen.

Huis te Eerbeek (📷 Marc Zijlstra)

Stad & Land – Etappe 1

Drie – Harskamp (40km)

Vanuit startpunt natuurkampeerterrein Drie gaat de eerste etappe volledig over de Veluwe. Je komt veel bossen tegen, maar ook stukken heide en natuurlijk het pittoreske dorpje Hoog Soeren. Midden op de heide rijdt je tegen het imposante gebouw van Radio Kootwijk aan.

KmTypeBeschrijving
0🏕️1. Drie
0,5Boshuis Drie
1🅿️Opstapplaats Drieseberg
5🐎Nationaal Hypisch Centrum
7,5🏊‍♂️☕Buitenplaats Het Loo
14Het Aardhuis
16,5🏡⛪Hoog Soeren
16,5🅿️Opstapplaats Hoog Soeren
16,5Het Jachthuis
16,5🛏️Boetique Hotel Nr15 
20,5Halte Assel
24,5🏛️Radio Kootwijk
29🅿️Kootwijkerduin (A1)
29,5Pannenkoekenhuis Kootwijkerduin
31☕🛏️Gasterij ’t Hilletje
32🏕️2. Zanderdennen
33🅿️Opstapplaats Houtvester van ’t Hofweg
36Harskamperdennen
36🅿️Opstapplaats Harskamp
40🚲Hoi Tweewielers
40De Vergulde Leeuw

Het Uddelermeer

Het Uddelermeer is het grootste bekende pingoruïne op de Veluwe. In het geval van het Uddelmeer gebeurde dit tijdens het Saalien, een van de laatste ijstijden. Na het smelten van de ijskern bleef alleen het gat over dat tegenwoordig het meer vormt. Het meer heeft een diepte van circa 17 meter. Het smeltwaterdal ligt ingeklemd tussen de stuwwallen van Ermelo en Apeldoorn.

Doordat het Uddelermeer in een relatief droog gebied ligt is het gebied rond het Uddelermeer mogelijk al in de ijzertijd gecultiveerd. Zeker is in ieder geval dat vanaf de 7e eeuw in de omgeving ijzer werd geproduceerd. Ten oosten van het meer ligt de Hunenschans, een verdedigingswerk uit vermoedelijk de tiende eeuw.

De oudst bekende vermelding is uit 792-793 als het in een schenkingsoorkonde vermeld wordt als ‘Uttiloch’. Een oorkonde uit 950 waarin een schenking van Keizer Otto I de Grote aan het klooster Engern is vastgelegd heeft vermoedelijk ook betrekking op het Uddelermeer.

Als je wat minder van de geschiedenis bent; Je kunt ook gewoon heerlijk zwemmen in het meer.

Aardhuispark

Het Aardhuispark is een prachtig stuk natuur rondom Het Aardhuis. In het Aardhuispark is gemarkeerde route uitgezet van 3 km. Ideaal voor een korte wandeling of om even tot rust te komen. Met wat geluk zie je edelherten en damherten. In Het Aardhuis kun je terecht om iets te eten en te drinken. Op de eerste verdieping vind je het bezoekerscentrum van Kroondomein Het Loo.

Hoog Soeren

Misschien het het mooiste dorp op de Veluwe ligt te midden van de zuidelijke bossen van de Koninklijke Houtvesterij Het Loo. Hoog Soeren ligt prachtig in een glooiend landschap met een fraai en beschermd dorpsgezicht van boerderijen een leuk wit kerkje en niet onbelangrijk een Jachthuis waar je kunt genieten van een drankje op het terras of in het sfeervolle Jachthuis zelf. Voor de hongerige en koolhydraat slurpende fietser is er ook een pannenkoekenhuis met de toepasselijke naam Berg en Dal. 

De belangrijkste bezienswaardigheden van het dorp zijn de kapel uit 1904, het beeld “Paula in kamerjas” van Maïté Duval en de verschillende historische in de typische stijl uit het begin van de vorige eeuw. Schuin tegenover de ingang van de Golfbaan ligt de brandweerkazerne van Hoog Soeren. Deze is nog gevestigd in een historisch oude houten schuur, zoals er meerdere in het dorp te vinden zijn. Het brandweerkorps van het dorp is gespecialiseerd in bosbranden, die helaas met regelmaat voorkomen in de directe omgeving van het dorp.

Kapel Hoog Soeren

Wie geen genoeg kan krijgen van dit dorp is er de mogelijkheid te overnachten in boutique hotel No 15.

Radio Kootwijk

Het monumentale voormalige zendstation Radio Kootwijk verrijst in het hart van de Veluwe, waar de bomen plaats maakten voor een open gebied van heidevelden en zandverschuivingen. Eenmaal de afrit naar Radio Kootwijk genomen, begint de verwondering. Een slingerend pad door de imposante bossen leidt via het kleine gelijknamige dorp naar het voormalige zendstation. Een karakteristiek imposant gebouw dat middenin een natuurlijke omgeving staat. Hier is ruimte voor zowel ontspanning als zakelijke ontmoetingen en evenementen.

Radio Kootwijk

Voor de meesten is het een imposant en karakteristiek gebouw, voor de ander een brok beton en unheimisch. Het is een bijzonder stukje Cultureel Erfgoed en is hoe dan ook: Ruimte die je raakt!

Het verhaal van Hans Suijling

Johannes Diederick Suijling werd op 10 januari 1906 te Den Haag geboren. Hij groeit op in een gezin met een ouder en een jonger zusje. Zijn vader is een gerespecteerd rechtsgeleerde en buitengewoon hoogleraar in het volkenrecht in Leiden. Hans kiest na de middelbare school voor een technische studie, vermoedelijk in Delft. Dat wil eerst niet erg vlotten. De studie wordt voortgezet en afgerond aan de Technische Hogeschool in Dresden, de stad waar zijn opa van moederskant vandaan komt.

Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht gaat hij als ingenieur werken bij de PTT. In 1938 trouwde hij met Frieda Fehrmann; in 1939 werd dochter Anneke geboren. In datzelfde jaar werd hij gemobiliseerd als 1e luitenant bij de Genietroepen, bij de zoeklichtafdeling tegen luchtdoelen. Zijn werkgever Radio Scheveningen werd in mei 1940 werd op last van de bezetter gesloten voor de communicatie met koopvaardijschepen. Onder Duits toezicht bleef hij er werken, maar er werd tegelijkertijd de basis voor zijn verzetsactiviteiten gelegd. In 1943 is Hans zowel voor zijn werkgever als voor het verzet meer nodig op de Veluwe. Hij werd overgeplaatst naar het radiozendstation Kootwijk, dat door de Duitsers voor allerlei oorlogsdoeleinden wordt ingezet. Ook hier werkte het Nederlandse personeel onder streng toezicht.

Met zijn gezin verhuist hij van Den Haag naar het dorp Kootwijk. Hij werd commandant van de lokale afdeling van de Ordedienst (OD) en gebruikte hiervoor de schuilnaam ‘de Egel’. De leiding van het Veluws verzet vroeg Suijling alles te doen om de hele installatie van het zendstation na het vertrek van de Duitsers ongeschonden te kunnen overnemen. Ook bouwde hij in het dorp Kootwijk een kortegolfzender die bedrijfsklaar moest zijn als de Duitsers bij hun vertrek het zendstation toch nog zouden opblazen. De villa van A. Heijnen (`Kerkendel’) met de zender werd door de Duitsers gevorderd, waarna Hans in het zendstation Radio Kootwijk op een verborgen plek twee zenders bouwde. Onder dreiging van de geallieerde opmars begonnen de Duitsers het zendstation te ontmantelen en kwamen zij de twee zenders van Suijling tegen.

Hans is dan met zijn gezin al ondergedoken bij de dames Van Beek en De Jong op een boerderij achter de Puurveense molen in Kootwijkerbroek. Een gearresteerde verzetsmedewerker vertelde na wrede en sadistische verhoringen dat onderduikadres. Op 1 november 1944 werd hij door de Hollandse SS’er Van de Wal en de Sicherheitsdienst Apeldoorn gearresteerd en gevangengezet in de Koning Willem III-kazerne in Apeldoorn, in die tijd een beruchte gevangenis van de Sicherheitsdienst. Daar zitten op dat moment vele belangrijke verzetsmensen gevangen. Vanwege een mislukte verkenningspoging als voorbereiding voor een bevrijdingsacties door het landelijk verzet willen de Duitsers een afschrikwekkend voorbeeld stellen. In de vroege ochtend van 2 december 1944 werden twaalf Nederlandse verzetsstrijders en een Amerikaanse piloot op het voetbalveld even buiten de kazerne geëxecuteerd.

De 38-jarige Hans Suijling is één van hen. Hij werd begraven op Heidehof, vervolgens herbegraven op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag en tenslotte herbegraven op het Ereveld Loenen. Zijn naam leeft voort op het Keienmonument aan de Sportlaan en op het monument in Radio Kootwijk, met de namen van de andere omgekomen medewerkers van het zendstation.

Apeldoorn – Wenen ~ Etappe 20 (Tulln – Wenen) [39km/Σ1457km]

Gisteravond zijn we in de stromende regen ons tentje ingekropen. Met de belofte dat het ‘s-ochtends weer droog zou zijn. En dat was het. Inclusief – min of meer – de tent. Alleen zat de opgespatte modder tot halverwege de binnentent. Dat wordt een rondje schoonmaken thuis. Vakantiesouvenir zullen we maar zeggen.

Het was prachtig weer. De zon scheen volluit en dat kon je direct merken aan de temperatuur. En ook aan de zaken die nog drogen moesten. Dat ging in rap tempo. Een picknickkleed, een paar theedoeken en een paar teenslippers gingen voor vertrek droog tot in ieder geval bijna droog de tas in. Wel lekker, want vanaf hier hebben we alleen nog hotelovernachtingen.

Zoef de haas

De route was best leuk en in ieder geval afwisselend. We begonnen met groen en natuur, maar als je dichter bij Wenen komt kan het niet anders dan dat de bebouwing toeneemt. HoReCa was een uitdaging. We zagen zo af en toe wel een koffiestopje maar die waren nog dicht of al dicht vanwege seizoenseinde. De wind was duidelijk gedraaid en we hadden hem nu in de rug. We zoefden met gemak over de prima fietspaden en waren rond 13 uur in Wenen.

Eerst even een compliment aan de planalogische afdeling van de stad Wenen. Wat hebben zij de fietspaden mooi, netjes en behoorlijk veilig geïntegreerd in de infrastructuur. In Parijs was het een zooitje met houtje touwtje oplossingen die regelmatig tot gevaarlijke situaties leidden. Het belangrijkste verschil – denk ik – in de aanpak is dat Wenen de fiets voorop heeft gezet en niet de auto. Als het verschillende verkeer moeilijk te combineren is, hebben ze voor de fiets gekozen door er bijvoorbeeld een fietsstraat van te maken of het gewoon helemaal af te sluiten voor autoverkeer. Langs de brede allees liggen goede fietspaden die netjes in groen zijn aangegeven. Je fiets de stad in over een keurig fietspad langs het Donaukanaal. Allemaal goed bedacht. Chappeau.

Finish bij der Johann

Wenen in ons einddoel van deze tocht en daar hoort een finishfoto bij. Nu kunnen we niet direct iets episch verzinnen dat Wenen kenmerkt. Niet zoals de EIfeltoren of the Brandenburger Tor. Tien jaar geleden moeten mijn zus en zwager hetzelfde dilemma hebben gehad en zij hebben maar gekozen voor het standbeeld van Johann Strauss. Wij dachten “dat doen wij ook en we maken er nog een voor de Karlskirche”. Zien we wel welke de leukste is.

Finish bij een lokaal kerkje

Dat we Wenen gehaald hebben, had ik vooraf wel gedacht. Al werd het met het mankement aan het freewheel nog wel even spannend. Uiteindelijk halen we net de 1.500km niet maar dat is van minder belang. Het geeft altijd een lekker gevoel als je de stad van je eindbestemming in fietst. Nu nog twee dagen een beetje toeristisch rondhangen in Wenen en dan met de nachttrein naar huis. Daar wil ik nog niet aan denken, want ook in Wenen is het Vakantie.

En wat ga je op je vrije dag doen in Wenen na ruim 1.400km fietsen? Fietsen Natuurlijk! Madeleine heeft een mooie tour op de fiets door Wenen geboekt. Ik ben benieuwd.

Apeldoorn – Wenen ~ Etappe 19 (Krems – Tulln) [50km/Σ1418km]

Terwijl ik de dagblog schrijf, komt er toch wel een fikse bui over ons heen. Daar hadden we rekening mee gehouden. We zijn vroeg vertrokken uit Krems om de korte etappe nog voor het ‘regenseizoen’ af te handelen. Dat is gelukt. Ik zit nu droog op een verlaten overkapt terras op de camping in Tulln. De tent hebben we droog op kunnen zetten. We zijn nu aan het testen of hij nog steeds bestand is tegen iets meer dan een paar spetters.

Dreigende luchten boven de Donau

De route was eigenlijk best aardig met wat saaie stukken ertussen. Maar vaak genoeg werd de Donau even verlaten om door een bosje te meanderen of een plaatsje aan te doen. Het was droog en zwaar bewolkt maar na een uurtje ging zelfs het vestje uit. Ook de zon deed nog een dappere poging om zich te laten zien. Een halfuurtje konden we ons warmen aan wat zwakke zonnestralen.

We hadden voor de koffie ons oog laten vallen op een in het boekje aangegeven opmerkelijke combinatie van een verlaten kerncentrale met koffiemogelijkheid. De fantasie sloeg even op hol: Espresso van verrijkt uranium, thee gezet met zwaar water, of ‘deze terrasverwarming wordt mogelijk gemaakt met het koelwater van de centrale’. Maar dat was het natuurlijk allemaal niet. Het bleek best een prima en vooral ook drukke hut. De achtergrond is alleen wat bizar.

Koffietent met hele grote koffiemolen

Gisteravond was het best gezellig op ons tentenveldje. Veel fietsers en een enkele motorrijder. We kwamen aan de praat met een Engels stel met een kind van 14 maanden die op de fiets van Passau naar Wenen onderweg zijn. Dat haalde herinneringen naar boven van meer dan twintig jaar geleden. Ook zij hadden voor vandaag Tulln als bestemming maar ik heb ze nog niet gezien.

Hutje op de heuvel maar in de mist

Op de site van de camping staat een slechtweer voorziening aangeprezen. Dat is wat dikker aangezet dan dat het is uitgevoerd. We zitten op het terras van de campingshop dat als het om 17.00 open gaat ons verplicht een drankje te bestellen. Niet erg maar wel een bijzondere vorm van een Aufenthaltraum. Er is daarentegen wel een keuken met een koelkast. Het tentenveldje had ooit gras maar rond 1998 is een grassprietje voor het laatst gezien. We zijn benieuwd of de regen ons veldje in een modderpoel verandert. Daarom hebben we ons tentje tactisch iets hoger gezet zodat we straks niet onze tent uitdrijven.

Voor vanavond staat er verse pasta op het menu. Koken is dus geen probleem maar een droog plekje vinden om het op te eten kan een uitdaging worden. Het alternatief is de Taverne van de camping. Daar hebben ze vast schnitzel. Twijfel, twijfel en luxe probleem. Liever koken we nu zelf omdat we in Wenen ook een paar keer uiteten gaan en onze voorraad Rennies beperkt is.

Kijkend naar mijn overzicht van gefietste ‘tegeltjes’ zit er nu helaas een klein gaatje in de streep van Nederland naar Wenen. Oorzaak is de noodzakelijke treinreis van plaats delict van het overlijden van mijn freewheel en Krems. Het is niet anders. We zijn al lang blij dat we onze reis kunnen afmaken en Wenen per fiets kunnen innemen.

Ik bedacht mij vannacht in een uurtje van slapeloosheid nog een oplossing voor mijn kapotte freewheel. Een noodgreep die ik had kunnen toepassen om toch fietsend ergens te kunnen komen. Wel handig dat ik dat bedenk als alles is opgelost en ik rustig in mijn bedje lig. Als jij ook een oplossing weet om toch te kunnen blijven fietsen met een kapot freewheel, laat het me weten.